Ravage Digitaal 5 april 2006 Print deze pagina
 

www.ravagedigitaal.org

De VS blijven nieuwe vijanden creëren

Ook al heeft Iran formeel nog geen internationale afspraken geschonden, door de dreigende taal van zowel Iran als de VS, de voortdurende Amerikaanse verliezen in Irak, de ideologische verschillen en de tanende invloed van de petro-dollars wordt een Amerikaanse aanval op Iran verontrustend reëel.

tekst Phyllis Bennis

De anti-Iraanse uitlatingen van de regering Bush de afgelopen maanden kunnen niet worden afgedaan als een pose. Een aantal van deze verbale aanvallen, in het bijzonder die van vice-president Cheney en UN-ambassadeur John Bolton, waren weliswaar gericht aan de conventie van American-Israel Public Affairs Committee, maar deze regering heeft een lange geschiedenis van acties die alom, zelfs onder de VS-elite, worden beschouwd als roekeloos en gevaarlijk. De nieuwe campagne van de Amerikaanse regering om Iran verantwoordelijk te stellen voor de Improvised Explosive Devices, de bommen die zoveel slachtoffers onder Amerikaanse militairen in Irak hebben gemaakt, duiden op een verdere escalatie van de dreiging.

De extreme uitlatingen van de Iraanse president Mahmoud Ahmedinejad spelen ook een rol in de verbale strijd. Het ontkennen van de holocaust geeft volgens hem de visie van het Iraanse publiek weer. Maar door zijn weigering om zich te houden aan de normen voor presidenten die in de internationale belangstelling staan met name van een land waar Washington mee in de clinch ligt is een situatie ontstaan waarbij beide kanten zich in een politieke hoek hebben gemanoeuvreerd waar niet meer uit te ontsnappen is.

Kernverdrag

Het Non-Proliferatieverdrag (NPV) is gebaseerd op het idee dat zowel landen met als zonder kernwapens iets inleveren; beide categorieën hebben rechten en plichten. Landen zonder kernwapens nagenoeg alle landen ter wereld hebben dit verdrag ondertekend zullen geen kernwapens bouwen of aanschaffen. In ruil daarvoor staat het NPV ze toe om kernenergie te ontwikkelen, waarbij de kernmachten hun kerntechnologie voor vreedzame doeleinden beschikbaar moeten stellen aan andere landen, inclusief de technologie voor het verrijken van uranium. Anderzijds verplichten de vijf erkende kernmachten de VS, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en China - zich onder artikel VI van het NPV te streven naar volledige kernontwapening.

De drie niet erkende kernmachten zijn Israël, India en Pakistan. In tegenstelling tot Iran hebben geen van deze drie staten het verdrag ondertekend. Noord-Korea, dat algemeen wordt beschouwd als een staat met de mogelijkheid tot het bouwen van kernwapens, of ze reeds in bezit heeft, ondertekende het verdrag weliswaar, maar trok zich terug voordat het land zich richting volledige kernwapencapaciteit begaf.


Iraanse nucleaire reactor in Bushehr

Iran daarentegen heeft het verdrag wél ondertekend, en staat als zodanig al jaren vrijwillig onder international toezicht. Net als alle kernvrije machten behoudt Iran het recht op het ontwikkelen van kerncentrales en het verrijken van uranium voor vreedzame doeleinden. Iran heeft de bepalingen die het NPV oplegt niet overschreden. Zelfs de VS beweren niet dat Iran het verdrag schendt; de regering Bush beweert Iran niet te vertrouwen, en om die reden zouden de rechten die Iran onder het verdrag heeft, niet gerespecteerd hoeven te worden.

Op dit moment heeft Iran niet de capaciteit om kernwapens te produceren. Als het land daar wel voor kiest, zou dat volgens schattingen binnen vijf à tien jaar te realiseren zijn. Gedurende het jaar dat onder Europese leiding werd onderhandeld over het Iraanse kernprogramma, heeft Teheran duidelijk de wens voor een veiligheidsgarantie van de VS naar voren gebracht. Washington's weigering om een dergelijke garantie te geven, heeft onder de Iraanse bevolking alleen maar geleid tot meer steun voor het kernprogramma.

Kernmacht Israël

De groeiende dreiging van een nieuwe militaire ingreep of een kernwapenwedloop in het Midden-Oosten kan niet worden los gezien van de provocatieve aard van Israël's niet erkende kernwapenarsenaal van twee- tot vierhonderd kernkoppen, afkomstig uit de Dimona kernreactor in de Negev-woestijn. Het Israëlische kernwapen werd in 1979 voor het eerst getest in samenwerking met het Zuidafrikaanse apartheidsregime en werd pas veel later, in 1986, naar buiten gebracht door klokkenluider Mordechai Vanunu.

Sindsdien handhaaft Israël met steun van de VS een beleid van 'strategische dubbelzinnigheid', waarin de aanwezigheid van kernwapens wordt bevestigd noch ontkend. Zolang Israël, dat in weerwil van het internationaal recht de bezetting van Palestijns en Syrisch gebied voortzet, de enige kernmacht in het Midden-Oosten blijft, zullen andere landen in de regio zoeken naar nucleair tegenwicht ter afschrikking. En in plaats daarvan kunnen ze hun toevlucht zoeken tot chemische of biologische wapens, ook wel omschreven als de kernwapens van arme landen.

Door de hypocrisie en dubbele moraal van het Amerikaanse kernwapenbeleid worden de onofficiële Israëlische kernwapens geaccepteerd, en de status van India als kernmacht bevestigd, terwijl Iran met oorlog wordt gedreigd, en de VS hun eigen verplichtingen ten aanzien van kernontwapening ondermijnen.

Tegenaanval

De VS dreigen nog niet openlijk met militaire acties tegen Iran, maar gaven eerder wel aan dat alle opties open staan. Als er meer belastende gegevens naar buiten komen, overwegen Israël en de VS luchtaanvallen tegen bekende Iraanse nucleaire faciliteiten.


Een cartoon afkomstig van een Amerikaanse website ter ondersteuning van militairen

De vraag wat de VS zouden doen als daarop een Iraanse militaire reactie zak volgen, wordt niet beantwoord. Als zo'n Iraanse wraakactie nu bestaat uit aanslagen op Amerikaanse militairen in Irak of elders in de regio - pogingen om de scheepvaart in de strategisch gelegen Straat van Hormuz te blokkeren - of een aanval op Israël, zullen de VS dan alsnog een invasie van Iran overwegen? In deze context maakt het nauwelijks verschil of een militaire aanval op Iran wordt uitgevoerd door de VS of door Israël. Iran kan op beide militair reageren, het doet er niet toe wiens luchtmacht de bommen heeft gedropt.

Na de leugens waarmee de VS de oorlog tegen Irak rechtvaardigden, zijn veel regeringen, ook Europese, nog steeds sceptisch over de intenties van Washington. Maar de meeste onder hen, inclusief de regeringen die weerstand boden inzake Irak, komen uiteindelijk graag weer bij Washington in een goed blaadje. En aangezien ze weten dat Iran, anders dan Irak vóór de invasie, beschikt over een kernenergieprogramma, zijn velen van hen bereid om de rechten die Iran volgens het NPV heeft te negeren en Washington's campagne, waarin Iran als nieuwe vijand van de wereld wordt afgeschilderd, te omarmen.

IAEA

De nucleair toezichthouder van de Verenigde Naties, IAEA, die onophoudelijk oproept tot de-escalatie en overleg, heeft gerapporteerd dat er geen bewijs is van kernwapenproductie in Iran. De IAEA geeft echter geen tegengas aan Washington's campagne, maar benadrukt liever de ondoorzichtigheid van Iran.

Directeur Mohamed el Baradei van de IAEA verklaarde zelfs dat "diplomatie moet worden ondersteund door druk, en in extreme gevallen door geweld". Dit heeft ertoe geleid dat de internationale terughoudendheid ten aanzien van Washington's beschuldigingen waarschijnlijk te gering zal zijn om regeringen daadwerkelijk stelling te laten nemen tegen de VS.

Het IAEA-bestuur heeft nu de kwestie Iran gerapporteerd aan de VN Veiligheidsraad, waar nu een besloten debat zal plaatsvinden met alleen de vijf permanente leden. Het lijkt momenteel niet aannemelijk dat Rusland en China akkoord zullen gaan met een totale economische boycot van Iran. Beide landen zijn belangrijke handelspartners met Iran, en China is voor meer dan 10% van de oliebehoefte afhankelijk van het land. Rusland's eigen kern-industrie hangt samen met de kernenergieproductie van Iran.

Sancties van de Veiligheidsraad zullen waarschijnlijk beperkt blijven tot het bevriezen van de tegoeden en restricties op reisvisa van bepaalde leden van het Iraanse regime en bedrijfsleven. Gevaarlijker zou wel eens de taal van de resolutie kunnen zijn; als de VS alleen om 'smart' sancties vragen, zullen Rusland en China in ruil daarvoor akkoord kunnen gaan met de formulering dat het besluit van de Veiligheidsraad is genomen onder Hoofdstuk VII van het Handvest van de VN. In dat hoofdstuk is het recht van de raad vastgelegd om militair in te grijpen om de VN besluiten op te leggen.

Zelfs als alleen de Veiligheidsraad dit juridisch beschouwd mag bepalen, is het noemen van Hoofdstuk VII al genoeg om door de regering Bush te worden gebruikt om te kunnen beweren dat een toekomstige eenzijdige aanval op Iran op de een of andere manier in overeenstemming is met het uitvoeren van VN resoluties.

Petro-euro's

Een andere internationale ommezwaai waarvan de consequenties nog niet te overzien zijn, heeft te maken met het voornemen van Iran om een nieuw internationaal oliehandelscentrum te openen op basis van handel in euro's in plaats van dollars.

Dat zou een mogelijke bedreiging vormen van de dominantie van de petro-dollar op de internationale oliemarkt, en zodoende een bedreiging voor de dominantie van de dollar als voornaamste betaalmiddel. Saddam Hoessein stapte twee jaar voor de Amerikaanse invasie in Irak over van dollars op euro's voor het verhandelen van olie; dit was bijna zeker een van de redenen voor het omverwerpen van het regime.

Het openen van een nieuwe op euro's gebaseerde wisselkoers voor de olie in Iran zal waarschijnlijk in het voordeel van Europa zijn, waardoor de kans toeneemt dat Europa een minder passieve houding aanneemt ten opzichte van de militaire dreigementen van de VS.

Er is geen militaire oplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie. Het enige antwoord is het scheppen van een kernwapenvrije zone in het hele Midden-Oosten. In feite hebben de VS zich in legale zin al verbonden aan een massavernietigingswapenvrije zone in de regio. In de door de VS opgestelde VN Veiligheidsraad Resolutie 687, waarmee de Golfoorlog van 1991 eindigde, wordt opgeroepen tot 'het vestigen van een zone vrij van massavernietigingswapens en de raketten waarmee deze gelanceerd kunnen worden.' (Art. 14). Het wordt tijd dat Washington daar rekenschap voor aflegt.

Phyllis Bennis is werkzaam voor het Institute for Policy Studies in Washington.

Naar boven