Ravage Digitaal 20 april 2006 Print deze pagina
 

www.ravagedigitaal.org

Enkeltje Veenhuizen

Na een akkefietje in de trein, waarbij een brandblussertje van z'n plaats werd gehaald, valt webredacteur Peter Barton (26) in handen van de spoorwegpolitie. Die vindt voor hem uit dat hij nog het een en ander aan treinboetes heeft openstaan. Aangezien Peter het bedrag onmogelijk kan betalen, belandt hij in de half open inrichting van PI Veenhuizen. Gedurende het veertig dagen durende verblijf publiceren we wekelijks zijn bevindingen.

- Week 1 -

Achter mij wordt de celdeur van het politiebureau dichtgedaan. Ik maak m'n bed op en bedenk me wat ik morgen tijdens mijn verhoor zal gaan zeggen. Ze zullen vast weer diezelfde klotegeintjes uit halen. 'Vertel ons zoveel mogelijk, dan ben je sneller vrij'. Ja, vast! Ze moeten weten dat ik daar niet intrap. Ik ga slapen en word weer wakker. De eerste dag.

In de politiecel word je dagelijks om acht uur gewekt, kun je douchen en krijg je eten. Meteen na mijn ontbijt ga ik weer slapen. Zachtjes kabbelt er muziek uit de speaker van mijn cel, ik slaap er dwars doorheen. Schrik wakker van de sleutel die in het slot van mijn celdeur wordt gestoken. Op de radio het nieuws van elf uur. Ik moet mee voor verhoor. In de gang naar de verhoorkamer word ik begeleid door een man die me doet denken aan Spike de bulldog uit de Tom & Jerry tekenfilmserie. Te veel vet om normaal te kunnen lopen, en daarom waggelt hij maar wat. In de verhoorkamer wacht een vrouw op mij, gestoken in een tenue dat lijkt op dat van de ME. Ze stelt zich niet voor en begint gelijk met vragen.

"Vertel, wat is er gebeurd?"
"Jullie hebben me aangehouden", antwoord ik.
"Ja, omdat je een brandblusser hebt gejat. Waar had je die voor nodig?"
Ik kijk haar aan met een blik alsof ze vraagt naar de bekende weg. "Voor brandveiligheid", zeg ik.
"Waar woon je?"
"Zeg ik niet."
"Wat voor werk doe je?"
"Houd ik liever voor me."
"Stoer hoor. Maar je hebt jezelf ermee, hoe minder je nu zegt hoe langer we je vast houden."
"Nee hoor, dat maakt helemaal niets uit. Jullie houden me toch wel zolang mogelijk vast, al vertel ik m'n hele biografie."

Ik heb mijn antwoord op deze standaardprocedure goed ingestudeerd. Je moet niet antwoorden: 'jullie kunnen mij niet langer dan zo-en-zo-lang vasthouden', maar: 'jullie houden me toch wel zo lang mogelijk vast', want dat laatste is inderdaad wat ze het liefst zouden willen.

"Nou, dat zullen we dan nog wel eens zien", zegt de agente. Het is duidelijk aan haar te merken dat ik haar wat onzeker heb gemaakt. De rest van het verhoor verloopt dan ook voorspoedig. Ik geef haar de gegevens door van mijn advocaat en word terug gebracht naar mijn cel, alwaar ik mijn slaap vervolg.

Rond half zes in de middag wordt het eten gebracht. Op het vegetarische menu staat eierschnitzel, spinazie en aardappelpuree, plus een briefje met het aantal dagen dat ik nog moet zitten: 38. Voor vele treinboetes bij elkaar. Twee gerechtelijke uitspraken zijn niet-onherroepelijk, wat betekent dat ik er nog tegen in beroep kan gaan. Eén uitspraak behelst drie treinboetes, de ander een vermeende diefstal bij een onbekende benzinepomp. Vreemd, ik heb nog nooit iets gejat bij een benzinepomp, en waarom is de locatie van de pomp onbekend? Afijn, morgen word ik overgeplaatst naar een Huis van Bewaring.

Ik besluit vroeg te gaan slapen, want als je veel slaapt, gaat de tijd sneller. Op de radio hoor ik dat Silvio Berlusconi de verkiezingen in Italië heeft verloren, maar hij wil de nederlaag niet erkennen. Ik luister geboeid (figuurlijk gelukkig) naar de verslaggever, totdat die ophoudt met praten. Dan val ik in slaap en word weer wakker. De tweede dag.

Veenhuizen

De dag begint zoals gewoonlijk met douchen en ontbijt. Maar anders dan de vorige dag kan ik de slaap niet meer vatten. Ik ben opgewonden. Nog nooit heb ik in een gevangenis gezeten, en hoewel ik er bepaald niet trots of blij mee ben, ben ik toch wel reuze benieuwd wat me daar te wachten staat. Mijn geduld zal rijkelijk lang op de proef worden gesteld.

Om half twaalf dankzij de radio die nog altijd speelt heb ik een perfect besef van tijd wordt mij meegedeeld dat ik mijn beddegoed moet inleveren; ik zal zo overgeplaatst worden. Al mijn bij binnenkomst op het politiebureau inbeslag genomen spullen mogen mee, dus moet ik die op volledigheid controleren. Vanaf dat moment lijken de minuten wel uren te duren en elk liedje op de radio extra lange remixes. Gevoelsmatig lijkt het alsof er maar eens in de vijf uur een nieuwsbulletin langs komt.

Het duurt tot half twee voordat mijn celdeur weer open gaat. Het is tijd voor de reis naar de gevangenis in Veenhuizen, een dorp vlakbij Assen. De reis gaat via Leeuwarden, om daar eerst een andere gevangene af te zetten. Via kleine weggetjes gaat het vervolgens richting Veenhuizen, een half open inrichting licht gestraften en waar de mate van beveiliging beperkt is. Aangezien de chauffeur veel te hard rijdt, word ik in de auto flink door elkaar geschud en arriveer ik bijna misselijk op de plaats van bestemming.

Bij aankomst moet ik meteen al mijn spullen weer inleveren en word ik in een cel gestopt die een tafel, een stoel, een bed en een televisie bevat. De deur is amper dicht of het deurluikje wordt geopend. "Eet je normaal?", klinkt het stoïcijns. "Nee, vegetarisch", is mijn antwoord. "Dat heb ik niet." Het antwoord van de cipier verrast mij. Ik had nochtans bij binnenkomst opgegeven vegetariër te zijn. "Wacht maar, ik kom zo wel even wat anders brengen", zegt de cipier en sluit het luikje weer.

Tien minuten later wordt er een heel brood en veel te weinig beleg naar binnen geschoven. Hier moet ik het mee doen. Ik eet een aantal boterhammen en kijk naar het Journaal. Aan het eind van de avond bestel ik wat extra broodbeleg bij een knorrige cipier. Tja, dan hadden ze maar wat vegetarisch eten in huis moeten halen. Ik ga slapen en word weer wakker. De derde dag.

Doktersbezoek

Op dag drie wordt al vrij snel duidelijk dat de cel waarin ik mij bevind niet het definitieve verblijf is voor de rest van mijn detentieperiode. Rond acht uur word ik ruw gewekt door de cipier. "We gaan even een rondje maken", zo luidt de in eerste instantie nietszeggende mededeling.

Ik word samen met zo'n vijf medegedetineerden naar het registratiekantoor aan de andere kant van het terrein geleid. Daar krijg ik een deel van mijn bezit terug. Sommige spullen, zoals mobiele telefoon, dictafoontje, mp3-speler en laptop, mag je in de cel niet gebruiken en worden voor je bewaard. Vervolgens wordt er een foto van mij gemaakt waarmee het pasje wordt bedrukt die ik altijd bij me moet dragen. En dan meteen door naar het interessantste onderdeel van de dag, het doktersbezoek.

"Goeiemiddag, ik ben Willem."
's Mans vriendelijkheid verbaast mij. Vandaag is er nog niemand vriendelijk tegen mij geweest. Maar schijn bedriegt, zo zou blijken.
"Ik ben Peter", antwoord ik.
"Peter hoe?"
"Peter Barton."
"Heb je al eens eerder in een gevangenis gezeten?"
"Nope, nog nooit."
De dokter kijkt me indringend aan.
"Je bent er nogal koel onder."
Op mijn beurt kijk ik hem aan. Ik doe het niet bewust, ik geef gewoon antwoord op zijn vraag. Van de dokter had ik geen verhoortechnieken verwacht. Ik bedenk me dat het beter is daar nu wel rekening mee te houden en niet méér te vertellen dan strikt noodzakelijk is.
"Je straalt het in elk geval wel uit", vervolgt Willem.
"Het is niet mijn bedoeling iets uit te stralen", antwoord ik.
De dokter neemt het verder voor lief.
"Heb je medische klachten?"
"Nee", lieg ik. Zij hoeven niets te weten van mijn rugklachten. En al helemaal niet van mijn slechte gebit, want dan sturen ze me direct door naar de tandarts die al mijn tanden eruit trekt met te weinig verdoving en een veel te grote tang. Ik ken die ongein.
"Heb je een SOA, dat je weet?"
"Nee."
"Hepatitis?"
"Nee."
"Wat is je beroep?"
"Daar laat ik me liever niet over uit."
Zonder verder te vragen voert hij de gegevens in op zijn computer terwijl hij af en toe "nee... nee...." mompelt.
"Saai ben ik hè?", vraag ik hem een beetje spottend.
"Ja", flapt hij eruit, om er gehaast "en maar goed ook hè?" aan toe te voegen.

Teletekst

's Middags krijgen we een nieuw onderkomen. Een tweepersoonscel dit keer. Eveneens niet definitief, al bevindt deze zich wel in het juiste paviljoen waar ik de komende 37 dagen zal verblijven, zo wordt mij verteld. Ik leg er m'n spullen neer. De cel heeft meer weg van een kamer. De deur is niet van staal en ik heb er zelfs een sleutel van. Voor 1,50 euro per week heb ik een eigen tv met teletekst tot gebruik. Onderin het stapelbed slaapt mijn celgenoot.

Ik laat mijn spullen achter in een afsluitbare kast en koop een telefoonkaart zodat ik mijn advocaat kan bellen. Ik wil hoger beroep aantekenen voor die twee vreemde zaken waar ik een straf voor moet uitzitten, maar de cipiers zeggen dat mijn advocaat dat voor mij moet doen. Mijn advocaat pikt dat niet en belooft me de gevangenisdirectie te zullen bellen. Volgens hem zou ik in de gevangenis zelf beroep aan moeten kunnen tekenen. Ik heb er geen verstand van en laat mijn advocaat zijn werk doen.

Het is etenstijd en loop met mijn bord de eetzaal binnen. Wederom is er geen vegetarisch eten aanwezig. Ter compensatie krijg ik een kop koffie en een half brood zonder beleg. Ik besluit naar mijn cel te gaan waar ik nog wat tv kijk. Mijn celgenoot neemt aan het eind van de avond een flinke slaappil die hij van een medegedetineerde heeft gekregen. Na een tijdje zet hij het op een luid snurken. Ik probeer ook maar wat te gaan slapen. Dat is nog lastig vanwege het gesnurk, maar uiteindelijk lukt het me. Ik ga slapen en word weer wakker. De vierde dag.

Op donderdag wordt in PI Veenhuizen de was gedaan. Niet je eigen was, maar de spullen van de gevangenis, zoals je handdoek en het beddegoed. Die moet je om half elf inleveren. Om twaalf uur word ik wakker van mijn geschrokken celgenoot die er zojuist achter is gekomen dat ik mijn vuile goed nog niet heb ingeleverd. "Je krijgt een boete als je het niet op tijd inlevert", waarschuwt hij. "Ze zijn net begonnen met controle, verzin snel wat!" Ik haal mijn beddegoed van het matras en stop alles in mijn kussensloop, die ik vervolgens onder de trap op de gang smijt. Net op tijd. Ik ben amper boven of de bewakers komen de kamers controleren. Hoewel ik mijn matrashoes ben vergeten, krijg ik geen boete.

Ontsnappingspoging

Buiten schijnt de zon, dus ga ik maar eens op het terrasje zitten. Een bekende uit Zwolle komt bij me zitten. Ik staar naar het bos aan de overzijde van het hek. "Ze zouden dat hek een paar meter verderop moeten verplaatsen, dan kunnen we tegen een boom aanzitten", zeg ik. De jongen knikt. Achter ons rijdt een bestelbusje de toegangssluis door.

"Heb je gehoord van die jongen die gisteren in de isoleercel is aanbeland?", vraagt de jongen. "Hij is achter een vrachtwagen gaan hangen die naar buiten reed. Niet eens eronder of ergens verstopt, gewoon achteraan de laadklep hangend. De eerste deur van de sluis was al dicht en de tweede deur ging open, toen hij verraden werd door een medegevangene. Anders was hij nu buiten geweest!" Het voorval zet me aan het denken. Blijkbaar is het vrij eenvoudig om uit deze half open inrichting weg te komen. Niet dat ik dit serieus van plan ben, nog niet in elk geval. Dit is namelijk mijn kans om verslag te doen van het gevangeniswezen.

Vanavond is er dan eindelijk gepast eten voor mij geregeld. Macaroni met tofublokjes. Het eten moet in de cel verorberd worden. Met mijn celgenoot schuiven we aan tafel, terwijl we beide onze tv aan hebben staan; hij kijkt naar de film Escape from Alcatraz, ik naar het Journaal. Op deze manier kunnen we twee programma's tegelijk bekijken. Al snel is mijn celgenoot in slaap gevallen, waarna ik de tv's uitzet en ook maar m'n bedje induik. Ik ga slapen en word weer wakker. De vijfde dag.

Bellers

Goede Vrijdag. Buiten de gevangenis zijn vandaag de winkels gesloten en hoeven de meeste mensen niet te werken. Hier is dat anders. Verschillende gedetineerden worden uit hun cel gehaald om aan het werk te gaan. Gelukkig hebben ik en mijn celgenoot ervoor gekozen niet te gaan werken. Toch word ook ik al vrij snel gewekt door een cipier die me vraagt iemand terug te bellen. Een uurtje later blijkt er nog iemand teruggebeld te willen worden, en word ik dus weer gewekt. Twee mensen die me bellen, ik word nog eens beroemd!

De eerste beller blijkt iemand te zijn van de redactie van weblog Devrije.nl Ik bevestig dat ik mijn columns op papier vanuit mijn cel zal aanleveren. Hij brengt nog wat steunbetuigingen over en we hangen op. De tweede beller die ik contacteer neemt niet op. Als ik terug kom op mijn kamer, is mijn celgenoot er niet. Dat stelt mij in de gelegenheid om beide tv's af te stemmen op het nieuws. Vanmorgen heb ik dat gemist vanwege een extra uitzending van 'Nederland zingt op Goede Vrijdag'. Christelijke koorprogramma's zouden verboden moeten worden.

Nadat het tot me doorgedrongen is dat Silvio Berlusconi de verkiezingen definitief heeft verloren, keer ik terug naar de telefooncel om de tweede persoon terug te bellen, en een derde die inmiddels een bericht heeft achter gelaten. Dat blijkt een meisje te zijn van de Arrestantengroep uit Amsterdam, die wil weten of ik wel goed behandeld word.

's Avonds is het de hoogste tijd dat mijn sokken en ondergoed gewassen worden. In de doucheruimte trek ik mijn t-shirt en broek uit en begeef mij onder de warme straal met water. Ik zeep mij helemaal in, spoel me weer af en trek vervolgens mijn onderbroek en sokken uit om mijn geslacht en mijn voeten te kunnen wassen. Ik spoel mijn onderbroek en sokken nog een paar keer extra uit en draai de kraan dicht om me te kunnen afdrogen. Met broek en t-shirt aan, maar met onderbroek en sokken in de hand, loop ik terug naar mijn kamer, hang mijn onderbroek en sokken te drogen en ga naar bed. Ik ga slapen en word weer wakker. De zesde dag.

Hekken

Die 'ochtend' word ik om twaalf uur gewekt door mijn celgenoot. Het eten kan opgehaald worden. Gedurende het weekend word er 's middags gegeten. Als ik beneden kom, zie ik dat weer eens geen vegetarisch eten aanwezig is. Dit keer blijkt een andere vegetariër ermee aan de haal te zijn gegaan. "We hebben nu twee vegetariërs in huis", zegt de cipier, "en we hebben maar voor ééntje eten geregeld." Ik neem maar wat kale rijst mee terug naar mijn cel. Zodra ik deze voor de helft op heb, wordt er alsnog vegetarische kerrie aangeleverd. "Is bij het verkeerde paviljoen bezorgt", klinkt het verontschuldigend.

Ik besluit dat het vandaag tijd is om mijn eerste regel te breken. Lichtelijk, uiteraard. Je moet immers klein beginnen. Ik begeef me naar het grasveld langs het hek en neem erop plaats. Dat mag om de een of andere reden niet. Vanaf hier kan ik de hekken goed bestuderen. Het buitenste is amper hoger dan ik, gemaakt van gaas met prikkeldraad. Het binnenste hek is zo'n vier meter hoog en gemaakt van een soort beddespiraal, zodat je het moeilijker vast kan pakken. Bovendien bevinden er zich twee rijen schrikdraad boven.

Aan deze kant van het hek is het gras dor en vertrapt. Een gevangene van Paviljoen 12 vertelde me gisteren dat er elke nacht drugs over de hekken wordt gegooid. Blijkbaar komen er dagelijks aardig wat mensen hier tezamen voor het sprokkelen. Tussen de hekken in is het gras aanzienlijk groener, daarbuiten weer wat geler. Twee wandelaars bevinden zich aan de overzijde van het hek. Ik groet ze, ze groeten terug en wandelen verder. Ik krijg het koud en besluit naar binnen te gaan.

's Avonds schrijf ik nog een columpje voor De Vrije, kijk ik naar The passion of the christ en wordt het tijd om naar bed te gaan. Ik ga slapen en word weer wakker. De zevende dag.

Paasstol

Hoe is het mogelijk, de zevende dag is het Paaszondag. En dus paasstol voor ontbijt. Mijn vermoeden dat de aanvoer van de post hier kunstmatig wordt vertraagd, wordt bevestigd door het feit dat ik post blijk te hebben vandaag, waaronder een dikke envelop van de 'Steungroep Peter', die buiten mijn medeweten om is opgericht en mede als doel heeft post voor mij te genereren. Dat vind ik leuk, alle gevangen zouden zo'n steungroep moeten hebben.

Ik zit buiten in de zon als een jongen mij aanspreekt. "Wist je dat je niet de enige bent met problemen bij het verkrijgen van gepast voedsel? Moslims krijgen hier ook niet wat ze nodig hebben. Mohammedaans eten is er wel, maar nooit halal. Eigenlijk zijn ze verplicht om moslims halal eten te geven. Wanneer je er een klacht over wilt indienen, word je omgekocht met een telefoonkaart van 25 euro." Ik weet niet wat ik er van moet geloven. En al helemaal niet wat ik er van moet denken. Want als het waar is, zijn er wel een boel mensen érg makkelijk van hun geloofsprincipes af te krijgen.

Vanavond lig ik nog wat te peinzen in mijn bed. De eerste week zit er alweer op. Het is eigenlijk best snel gegaan. Het is ook allemaal heel anders verlopen dan ik me had voorgesteld. Veel minder streng, en veel minder bekrompen. Maar organisatorisch ook veel slechter geregeld dan een standaard gevangenis. Het aantal foutjes dat wordt gemaakt, zoals geen of verkeerd eten, is groot. Ook de beveiliging is niet wat het zou moeten zijn al zou ik dat ook als een voordeel kunnen zien. De oorzaak is overduidelijk personeelsgebrek; er is slechts één cipier voor zo'n twaalf gevangenen beschikbaar.

Het is nu ook weer niet zo dat ik zomaar onvoorbereid aan een ontsnapping zal gaan beginnen, daarvoor is het hek te hoog en teveel camerabewaking. Maar ik ben wel blij dat er geen moordenaars of ander écht tuig op mijn afdeling zit. En ik hoop toch dat die wat beter bewaakt worden, al heb ik er een hard hoofd in. Al denkende dommel ik in. De achtste dag.

 

Lees verder in dagboek2

 

 

Naar boven