|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#5
Geert Mak is sinds kort zijn status als nationale knuffelhistoricus kwijt en heeft er voor in ruil die van Kop van Jut gekregen. Hij heeft namelijk een pamflet uitgebracht, 'Gedoemd tot kwetsbaarheid', waarin hij zijn gedachten over de moord op Theo van Gogh probeert te verwerken.
Tekst Pieter Cornelissen
Het pamflet geeft geen aanstoot door zijn keuze voor historische metaforen, dat is immers een nationale hobby geworden, maar omdat Geert Mak de Tweede Wereldoorlog er weer eens bij haalt. Volgens veel recensenten van 'Gedoemd tot Kwetsbaarheid', zelf bepaald niet gehinderd door kennis van zaken over de ware aard van het motief, heeft de vergelijking van Fortuyn met een nazi, geuit door zijn tegenstanders, immers geleid tot de vorige politieke moord in Nederland. Toch is het een interessant pamflet. Mak vergelijkt namelijk de rol van Hirsi-Ali maar tot op zekere hoogte met die van de bezetters uit de Tweede Wereldoorlog. Hij stelt aan de hand van het werk van de Duitse cultuurhistoricus Viktor Klemperer, die hierover een gezaghebbend boek heeft geschreven, de rol van de media en andere beheersers van de taal aan de kaak. Hij wijst met nadruk op de macht van taal die in staat is om mensen uit de samenleving te verstoten. Vandaar misschien zijn keuze om de meeste mensen in het pamflet niet bij naam en toenaam te noemen. Want depersonaliseren is een van de manieren waarop vestiging van een 'handel in angst' werkt. Hij wijst vooral ook op het grootschalige falen van de belangrijkste politici en opiniemakers. Nauwelijks gehinderd door kennis van staatsrecht, ethiek en geschiedenis wakkeren ze vooral angst voor de ander aan, aldus Mak.
Rol van de instituties Het is alleen jammer dat de verhalende historicus een beetje blind is voor de rol van instituties bij het vestigen van die 'handel in angst'. De discriminatie van moslims door het apparaat bijvoorbeeld, waarvan al veel langer sprake is in Nederland, ontgaat Mak volledig. En hij glipt langs een veel mooiere historische metafoor dan de Tweede Wereldoorlog. Volgens Mak brak in Nederland na de muiterij op De Zeven Provinciën in 1933 een kortstondige hysterie uit die snel weer leidde tot het herstel van de normale situatie. Het is jammer dat hij die muiterij en vooral de gevolgen ervan in Nederland niet wat beter analyseert, want de nasleep van die episode toont ons veel van de institutie 'eenheidsstaat Nederland'. De omstandigheden destijds leken sterk op die rond de moord op Fortuyn. Er was sprake van vastgelopen politieke verhoudingen omdat de coalitie niet met elkaar maar ook niet zonder elkaar kon regeren. Het gevolg was een economische crisis en, na de muiterij, politieke paniek. Nadat de politici zich in een laat negentiende eeuwse droomwereld hadden terugtrokken en er geen sociale, economische of zelfs militaire modernisering volgde, gaf het apparaat het op. De Nederlandse ambtelijke top had de overgang naar een representatieve democratie van 1917-1919 al fronsend aangezien. Na 1933 resteerde vooral het cynisme, onverschilligheid en de groeiende behoefte even te laten zien dat het apparaat het beter kon dan de politiek. Het wachten was op een serieuze uitdaging. Na 10 mei 1940 greep de ambtelijke top hun kans. De staat ontpopte zich, veel meer dan in Duitsland, als Hitlers' gewillige beul. De staat voerde ook een nietsontziende maatschappelijke, politieke en economische modernisering door die tot het einde van de twintigste eeuw in stand bleef. De Stichting van de Arbeid en de cao's zijn hiervan bekende voorbeelden. En het apparaat is nooit gezuiverd. De ideeën en structuren overleefden hun scheppers.
Ambtelijke verlanglijstjes In 2004-2005 is het apparaat nog even effectief en centraal georganiseerd. Het gebruikt ook crisis situaties om ambtelijke 'verlanglijstjes' uit te laten voeren, zoals de invoering van de nieuwe en oh zo perfecte persoonsbewijzen. Het beleid van de IND laat zien wat er gebeurt als het apparaat zich op sommige punten niets van de mensenrechten hoeft aan te trekken. De geheime dienst laat de Haagse politie keihard vallen als het politiek nuttig is om met veel geweld een 'terroristische cel' op te rollen (de Hofstadgroep). Dezelfde dienst gaf geen info aan de burgemeester van Amsterdam over de potentiële moordenaar van Van Gogh. Dit wijst op een groeiend ambtelijk cynisme en steeds minder politieke greep op het apparaat. Een apparaat dat met de komende uitdagingen op het gebied van milieu (klimaat, olie), economie (ook olie, en dreigende massawerkloosheid door politiek wanbeleid) en oorlog (Cheney's eeuwige oorlog tegen het terrorisme) maar al te graag zijn kansen grijpt. Geert Mak heeft gelijk als hij naar de recente historie verwijst om zijn zorgen te uiten over het politieke klimaat in Nederland. Maar ik denk dat hij bang is voor de verkeerde mensen. De gevaarlijkste mensen in het Rijk van de Angst zijn niet de politici en opiniemakers. De gevaarlijkste mensen zijn grijs, grauw en ambtenaar. Die handelen niet in angst, ze handelen in macht.
'Gedoemd tot Kwetsbaarheid', Geert Mak. Uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen 2005, ISBN 90 450 1382 7.
|
|