Ravage #5, 8 april 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #5

 

Nasr's reizende ster

Nadat Ramsey Nasr eind jaren '90 bij het grote publiek vooral bekend werd als acteur, ontpopte de man zich al snel als begenadigd schrijver. Z'n publicaties zijn doordrenkt van wanhopige liefde en engagement. De benoeming tot stadsdichter van Antwerpen ontaardde in een rel.

Tekst Carl Versteeg

Eind vorig jaar ontstond er in Antwerpen een literair-politieke rel die in België alle grote media haalde. De liberale schepen van toerisme, Ludo Van Campenhout, verzette zich hevig tegen de benoeming van de Nederlander Ramsey Nasr als stadsdichter van Antwerpen.

Wat was er gebeurd? De 31-jarige Nasr, zoon van een Nederlandse moeder en een Palestijnse vader, had het gewaagd om in het NRC Handelsblad onder de titel 'Eigenbelang. Onvermogen. Onverschilligheid.' de Israëlische overheid ervan te beschuldigen dat ze in Palestina een politiek van 'het recht van de sterkste' voerde en vergeleek dit met wat Amerika wereldwijd doet.

Nasr verhaalde in het artikel over het dorp waar zijn vader vandaan komt en liet zien hoe daar het leven de afgelopen decennia in de war is gestuurd door de komst van joodse nederzettingen en de Israëlische scheidingsmuur. Hij richtte zich in het artikel tevens op Jan Peter Balkenende die tijdelijk voorzitter was van de EU en pleitte voor de opheffing van alle joodse nederzettingen, afbraak van de scheidingsmuur, rechten voor de Palestijnse vluchtelingen en een volledige terugtrekking van de Israëliërs uit de bezette gebieden, volgens het internationaal recht.

Op zich leek er, voor wie enigszins bekend is met de Palestijnse kwestie, politiek gezien weinig nieuws of schokkends in dit uitvoerige betoog te staan, zoals Nasr onderweg in het artikel ook opmerkte: 'Ik weet het, het is oud nieuws.' Helaas is het echter zo dat in bepaalde kringen op elke oppositiemening over de Palestijns-Israëlische kwestie gereageerd wordt, zoals een olievat op een brandende lucifer reageert.

Zeker in Antwerpen, met zijn omvangrijke joodse diamantsector, kon een reactie dan ook niet uitblijven en ja hoor, al snel bewees een medewerker van het Belgisch Israëlitisch Weekblad zijn of haar eigen hysterie, door op basis van het NRC-artikel te beweren dat Nasr een 'hetze' tegen Israël zou voeren. Het bleek het begin van een campagne te zijn, waarin het het blad zoveel mogelijk mensen probeerde te mobiliseren tegen het aangekondigde stadsdichterschap van Nasr.

Alsof hij niets beters te doen had, bemoeide zelfs de ambassadeur van Israël zich ermee en toonde zich diep geschokt over het feit dat deze anti-Israëlische propagandist straks een gesubsidieerde Antwerpse stadsdichter zou worden. Wie was er hier ook al weer bezig met een hetze?

Zoals ook in Nederland sinds een paar jaar in De Nieuwe Politiek bij het innemen van politieke standpunten de onderbuik van de achterban belangrijker is geworden dan het hoofd van de politicus, kon VLD-schepen Van Campenhout dit verontwaardigde rumoer niet weerstaan. Zijn achterban morde, dus het werd hoog tijd om al zijn liberale principes te vergeten.

Hij echode de roep van zijn achterban: iemand met zulke politieke meningen kon en mag geen stadsdichter worden! Zo iemand mag immers geen eigen politieke mening uiten en dus al helemaal geen mening waar het stadsbestuur het mee oneens is! Alsof dit totalitaire standpunt van Van Campenhout nog niet absurd genoeg was, kreeg hij ook nog eens steun van het Vlaams Belang dat hem aan een anti-Nasr meerderheid in de gemeenteraad wilde helpen en bij monde van Filip de Winter verklaarde dat ook zij zich ongerust maakten over deze 'anti-joodse stadsdichter'.

Gelukkig regende het al snel solidariteitsverklaringen voor Ramsey Nasr, onder meer afkomstig van collega stadsdichters, waaronder Joost Zwagerman, Bart FM Droog en Tom Lanoye, de voormalige Antwerpse stadsdichter, maar ook van vele katholieke, socialistische, liberale en joodse politici.

Ook verdedigde Nasr zichzelf in de Vlaamse krant De Standaard met het artikel 'Dit is geen stadsgedicht'. Het grootste verwijt dat hij te verwerken kreeg was dat hij geprobeerd zou hebben als stadsdichter met 'Eigenbelang. Onvermogen. Onverschilligheid.' het Midden-Oosten conflict in Antwerpen te importeren. Terwijl hij op dat moment nog helemaal geen stadsdichter was en het om een opiniestuk ging dat door een Nederlandse krant was gepubliceerd. (De Standaard nam het artikel vervolgens over)

Zonder de hysterie van het Belgisch Israëlitisch Weekblad zou dus de grootste fantast met totalitaire politieke kunstambities in het bewuste opiniestuk geen gesubsidieerd Antwerps stadsgedicht kunnen herkennen. Daarom waarschuwde Nasr zijn tegenstanders in de titel van zijn vervolgpublicatie maar alvast dat ook dit geen stadsgedicht was.

Die tegenstanders vond hij overigens niet in de rest van het Antwerpse stadsbestuur (dat zich waarschijnlijk ook afvroeg wat die Van Campenhout had bezield). Zij schaarden zich unaniem achter Nasr en dus tegen Van Campenhouts poging tot een soort middeleeuwse inmenging van de politiek in de kunst.

Sinds januari is Ramsey Nasr dan ook officieel de Antwerpse stadsdichter. Toen uiteindelijk de stofwolken van deze rare rel op waren getrokken, bleek de affaire een opvallend eindresultaat te hebben gekregen. Waar Nasr voor deze rel vooral bekend was als acteur in toneelstukken, films en televisieseries en in mindere mate als dichter van gedichten over de liefde, is hij dankzij Van Campenhout In België in één klap op de literaire landkaart gezet als zijnde een bekende maatschappelijk geëngageerd schrijver en opiniemaker in de Palestijnse kwestie.

Ramsey Nasr. Als je zwart-wit foto's van deze dandy en rebel bekijkt, zou je hem op een literaire tijdbalk 140 jaar eerder verwachten. In een Amsterdams café, waar hij zich zou bezatten met de literaire hemelbestormers van Tachtig, als Kloos, Van Deyssel en Van Eeden. Het zal dan ook wel geen toeval zijn dat de hoofdpersoon in Nasr's debuutnovelle 'Kapitein Zeiksnor en De Twee Culturen' zijn 140e verjaardag viert en dat het boek begint met een motto van Lodewijk van Deyssel.

Waarschijnlijk zou Nasr het liefst vandaag nog in de teletijdmachine van professor Barabas willen stappen om aan te schuiven bij een redactievergadering van De Nieuwe Gids en de zedige domineescultuur, die in de negentiende eeuw Nederland nog regeerde, wakker te schudden met de literaire revolutie van de Tachtigers.

Nasr werd eind jaren '90 bij het grote publiek vooral bekend als acteur. In de Antwerpse Studio Teirlinck volgde hij hiervoor een opleiding voor het toneel. Hij brak door met theatermonologen, maar speelt nu al jaren in allerlei films (zoals 'Mariken' en 'De Man Met De Hond') en tv-series (zoals De Enclave).

Nasr viel tevens op doordat hij veel van de theaterstukken waarin hij speelde zelf schreef en daarmee een prijzenkast vol awards won. Daarnaast zorgde zijn afkomst ervoor dat de Palestijnse kwestie vaak een rol speelde in zijn media-optredens.

In de literaire wereld debuteerde Nasr pas echt in 2000 met de bundel '27 gedichten en geen lied'. Van dit debuut ben ik zelf nog niet echt onder de indruk. Hij lijkt hierin geen geboren dichter, maar een geboren acteur die van poëzie houdt en op papier acteert dat hij een dichter is. Voor Nasr lijkt de vorm - met ritme, rijm, vage beeldspraken en verwijzingen zoals poëzie er blijkbaar volgens hem uit behoort te zien - vaak veel belangrijker dan de inhoud.

Het levert soms een mooie zin op, zoals de openingszin van de bundel: 'Ik ben niet warrig; ik ontwricht de chaos / Die doorgaans voor volmaakt doorgaat'. Hij toont ook aan over voldoende taalgevoel en intellectualisme te beschikken, maar het levert eigenlijk niet één onsterfelijk gedicht op. Daar komt nog eens bij dat buiten de 27 gedichten bijna de helft van deze dichtbundel wordt gevuld met zijn theatermonoloog Geen Lied. Gelet op de nominaties voor verschillende literaire prijzen denken veel critici er blijkbaar anders over, maar mij leek deze bundel eigenlijk een iets te vroeg, overhaast debuut.

Persoonlijk vind ik Nasr's prozadebuut, 'Kapitein Zeiksnor en De Twee Culturen', dat ter ere van de boekenweek 2001 verscheen, toch heel wat interessanter. Hier vertelt Nasr in maar liefst 131 hoofdstukken binnen 108 pagina's het absurde verhaal van een hoogbejaarde dandy die de straat op gaat om de wereld te verbeteren, door als een Don Quichotte de strijd aan te gaan met de verhuftering van de maatschappij. Niet toevallig schreef Nasr al verschillende succesvolle theatermonologen. Hij blijkt in deze novelle een geboren verteller, met gevoel voor absurditeit en timing en bovenal met een superieure soepele schrijfstijl.

Nadat hij vervolgens onder meer nog twee libretto's voor opera's bewerkte, zette Nasr als dichter de grote stap voorwaarts toen in 2004 zijn tweede bundel verscheen, getiteld 'Onhandig Bloesemend'. In het eerste deel van deze bundel, 'Voor de linkerhand', toont hij qua vorm, inhoud, stijl, typografie en zeggingskracht bijna in elk gedicht meer lef dan in zijn hele eerste bundel bij elkaar. Hier is niet langer iemand aan het woord die acteert dat-ie dichter is, nee, hier lees je de resultaten van iemand met de innerlijke noodzaak om gedichten te schrijven, omdat gedichten voor hem op dat moment de beste vorm waren om iets uit te drukken.

Dit is ook te merken in de twee volgende delen, geïnspireerd door muziekstukken. Nasr speelt zelf geen instrument, maar is wel een muziekfreak, met als resultaat dat hij die stukken dus niet zelf kan spelen. Hij kan de muziek niet dichter naderen door deze in woorden om te zetten en dat is dan ook wat hij hier doet.

Naast zijn stadsdichterschap van Antwerpen, werkt Nasr momenteel aan een debuutroman. Hij heeft zichzelf hiervoor twee jaar de tijd gegeven en houdt voor de buitenwereld geheim waar de roman over zal gaan. De autobiografische onderwerpen voor een roman liggen bij hem natuurlijk voor het oprapen; van de lotgevallen van een Palestijns dorp tot en met de lotgevallen van een opportunistische wethouder die zichzelf onsterfelijk belachelijk en een stadsdichter onsterfelijke beroemd maakt.

In ieder geval kijk ik uit naar het eindresultaat. Als Nasr er in slaagt om het intellectualisme dat hij tentoonspreidt in zijn gedichten, de leesbaarheid van het lenige proza uit zijn novelle en het maatschappelijke engagement uit zijn opiniestukken met elkaar in balans weet te brengen, kan hij de komende jaren zonder twijfel uitgroeien tot één van de meest relevante schrijvers uit de lage landen.

Meer informatie over de rel rond het opinie-artikel van Nasr over de Palestijnse Kwestie is te vinden op: www.epibreren.com/nasr/rumoer.html

 

Naar boven