Ravage #5, 8 april 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #5


Allerzielen: lappendeken van Nederlandse filmwereld

Na de moord op Theo van Gogh kwamen een stel filmmakers op het idee om hem te herdenken met een reeks korte filmpjes. Het vlak na Van Gogh's dood geuite doel van de makers was om een ode aan de democratie en de vrijheid van meningsuiting te maken. Het resultaat is nu in de filmhuizen te zien, en binnenkort op tv.

Tekst Ulrik van Tongeren

Voorspelbaar resultaat van een dergelijke onderneming is dat goede en slechte episodes elkaar afwisselen. Die ongelijkmatigheid zorgt voor een zekere vormloosheid; al die verschillende visies zijn niet te herleiden tot een centrale boodschap of emotie.

Het was oorspronkelijk de bedoeling om voor 'Allerzielen' zoveel mogelijk meningen binnen het tijdsbestek van anderhalf uur te persen. Bij ieder filmpje waren de makers volstrekt autonoom, ze hadden totale uitingsvrijheid. Zo zijn er toch vreemde uitingen ontstaan.

Zoals 'Welterusten Wilders' waarin Geert Wilders binnen zijn gevangenismuren de slaap maar niet weet te vinden. Regisseur Peter de Baan heeft gepoogd een satire te maken van het tegendraadse Kamerlid, hetgeen volkomen is mislukt.

Een vergelijkbare miskleun is 'Betsy' (regie Tim Oliehoek) waarin het concept geitenneuker centraal staat. Bedoeld als een soort thriller over een boer die zijn verloren geit terug vindt bij Van Gogh's doodskist. Dat de smakeloze episode geschreven werd door Tomas Ross is het enige opmerkelijke feit.

Kloof

De sterkste episodes zijn toch die waar de regisseurs en schrijvers dicht bij de realiteit zijn gebleven. 'Met uitzicht op Bloemen' van regisseur Maarten Treurniet toont de immense kloof tussen allochtonen en autochtonen. Vanuit hun raam, wonend boven de bloemenzee voor het huis van Van Gogh, becommentariëren zowel een Nederlandse als een Marokkaanse vrouw de gebeurtenissen van die roerige dagen.

Lichtelijk huiveringwekkend is het gesproken Marokkaanse commentaar van aan van de moeders. Gespeend van enige compassie voor Van Gogh en de Nederlandse samenleving lijkt de vrouw zich in een ander melkwegstelsel te bevinden. De Nederlandse moeder, gespeeld door een sublieme Olga Zuiderhoek, lijkt vastgelopen te zijn in haar Dolle Mina waarden en normen van de jaren zestig.

Dolkomisch met dreigende ondertoon is 'Groeten uit Holland' (regie Hanro Smitsman) over een Turkse en Marokkaanse buurman die elkaar voortdurend ruziënd voor de voeten lopen, maar door de dood van Van Gogh helemaal ontploffen.

Bangheid

'Van 12 hoog' (regie Gerrard Verhage) gaat in op de vermeende aansporingen van publicaties afkomstig van de Al Taweed moskee, waarin opgeroepen wordt om homoseksuelen met het hoofd naar beneden van hoge flatgebouwen te gooien.

Op zich is dit een rake satirische schets, die echter sterker was geweest indien de religieuze fanaten niet door bekende Nederlands acteurs gespeeld zouden zijn, maar door Marokkaanse. Want nu lijkt de episode gevangen te zijn in zelfcensuur. Filmmakers zijn echt bang geworden en durven blijkbaar niet tot het uiterste te gaan in hun zelfexpressie.

De grootste politieke lading heeft de episode 'Stofwolk' van de talentvolle jonge regisseur David Lammers. Hij laat hoe zien hoe de media te werk gaan in hun opzwepende informatie over terrorisme.

Dat ook met weinig middelen een maximaal emotioneel effect bereikt kan worden, bewijst '02/11' (regie Mijke de Jong), waarin de afspraken in de agenda van Van Gogh gebruikt worden om de fatale 2 november te reconstrueren, wanneer hij nog geleefd zou hebben. We horen de bedroefde maar ook nuchtere stemmen van de personen waar hij een afspraak mee had, terwijl de camera beelden van de straat, de winkels en het verkeer toont op een doorsnee dag.

Memories of murder

Na de première van de Zuid-Koreaanse rolprent Bin-jip heeft alweer een briljante Koreaanse film de bioscoop bereikt. Talrijk zijn de films en tv-series over seriemoordenaars, vooral die van Amerikaanse makelij. 'Memories of murder', de tweede speelfilm van de jonge Koreaanse regisseur Bong Joon-Hoo, is toch even iets anders.

De handeling betreft het chaotische onderzoek van een groep agenten naar de allereerste seriemoordenaar in Korea die in de periode 1986n 1991 tien slachtoffers maakte. Behalve een fascinerend misdaadmysterie, de dader werd niet gepakt, geeft de film ook een beklijvend portret van de repressieve Koreaanse samenleving uit die tijd.

Ironisch dat een politiemacht die meedogenloos de studentenopstanden neersloeg totaal niet berekend was op het in de kraag vatten van een seriemoordenaar. Opvallend aspect van de film is de uiterst tegenstrijdige mengeling van humor en tragiek. Evenals andere Koreaanse films heeft de film hierdoor een brute en tedere kracht.

 

 

Naar boven