Na
de moord op Theo van Gogh kwamen een stel filmmakers op het idee om
hem te herdenken met een reeks korte filmpjes. Het vlak na Van Gogh's
dood geuite doel van de makers was om een ode aan de democratie en de
vrijheid van meningsuiting te maken. Het resultaat is nu in de filmhuizen
te zien, en binnenkort op tv.
Tekst
Ulrik van Tongeren
Voorspelbaar
resultaat van een dergelijke onderneming is dat goede en slechte episodes
elkaar afwisselen. Die ongelijkmatigheid zorgt voor een zekere vormloosheid;
al die verschillende visies zijn niet te herleiden tot een centrale
boodschap of emotie.
Het
was oorspronkelijk de bedoeling om voor 'Allerzielen' zoveel mogelijk
meningen binnen het tijdsbestek van anderhalf uur te persen. Bij ieder
filmpje waren de makers volstrekt autonoom, ze hadden totale uitingsvrijheid.
Zo zijn er toch vreemde uitingen ontstaan.
Zoals
'Welterusten Wilders' waarin Geert Wilders binnen zijn gevangenismuren
de slaap maar niet weet te vinden. Regisseur Peter de Baan heeft gepoogd
een satire te maken van het tegendraadse Kamerlid, hetgeen volkomen
is mislukt.
Een
vergelijkbare miskleun is 'Betsy' (regie Tim Oliehoek) waarin het concept
geitenneuker centraal staat. Bedoeld als een soort thriller over een
boer die zijn verloren geit terug vindt bij Van Gogh's doodskist. Dat
de smakeloze episode geschreven werd door Tomas Ross is het enige opmerkelijke
feit.
Kloof
De
sterkste episodes zijn toch die waar de regisseurs en schrijvers dicht
bij de realiteit zijn gebleven. 'Met uitzicht op Bloemen' van regisseur
Maarten Treurniet toont de immense kloof tussen allochtonen en autochtonen.
Vanuit hun raam, wonend boven de bloemenzee voor het huis van Van Gogh,
becommentariëren zowel een Nederlandse als een Marokkaanse vrouw
de gebeurtenissen van die roerige dagen.
Lichtelijk
huiveringwekkend is het gesproken Marokkaanse commentaar van aan van
de moeders. Gespeend van enige compassie voor Van Gogh en de Nederlandse
samenleving lijkt de vrouw zich in een ander melkwegstelsel te bevinden.
De Nederlandse moeder, gespeeld door een sublieme Olga Zuiderhoek, lijkt
vastgelopen te zijn in haar Dolle Mina waarden en normen van de jaren
zestig.
Dolkomisch
met dreigende ondertoon is 'Groeten uit Holland' (regie Hanro Smitsman)
over een Turkse en Marokkaanse buurman die elkaar voortdurend ruziënd
voor de voeten lopen, maar door de dood van Van Gogh helemaal ontploffen.
Bangheid
'Van
12 hoog' (regie Gerrard Verhage) gaat in op de vermeende aansporingen
van publicaties afkomstig van de Al Taweed moskee, waarin opgeroepen
wordt om homoseksuelen met het hoofd naar beneden van hoge flatgebouwen
te gooien.
Op
zich is dit een rake satirische schets, die echter sterker was geweest
indien de religieuze fanaten niet door bekende Nederlands acteurs gespeeld
zouden zijn, maar door Marokkaanse. Want nu lijkt de episode gevangen
te zijn in zelfcensuur. Filmmakers zijn echt bang geworden en durven
blijkbaar niet tot het uiterste te gaan in hun zelfexpressie.
De
grootste politieke lading heeft de episode 'Stofwolk' van de talentvolle
jonge regisseur David Lammers. Hij laat hoe zien hoe de media te werk
gaan in hun opzwepende informatie over terrorisme.
Dat
ook met weinig middelen een maximaal emotioneel effect bereikt kan worden,
bewijst '02/11' (regie Mijke de Jong), waarin de afspraken in de agenda
van Van Gogh gebruikt worden om de fatale 2 november te reconstrueren,
wanneer hij nog geleefd zou hebben. We horen de bedroefde maar ook nuchtere
stemmen van de personen waar hij een afspraak mee had, terwijl de camera
beelden van de straat, de winkels en het verkeer toont op een doorsnee
dag.
Memories
of murder
Na
de première van de Zuid-Koreaanse rolprent Bin-jip heeft alweer
een briljante Koreaanse film de bioscoop bereikt. Talrijk zijn de
films en tv-series over seriemoordenaars, vooral die van Amerikaanse
makelij. 'Memories of murder', de tweede speelfilm van de jonge Koreaanse
regisseur Bong Joon-Hoo, is toch even iets anders.
De
handeling betreft het chaotische onderzoek van een groep agenten naar
de allereerste seriemoordenaar in Korea die in de periode 1986n
1991 tien slachtoffers maakte. Behalve een fascinerend misdaadmysterie,
de dader werd niet gepakt, geeft de film ook een beklijvend portret
van de repressieve Koreaanse samenleving uit die tijd.
Ironisch
dat een politiemacht die meedogenloos de studentenopstanden neersloeg
totaal niet berekend was op het in de kraag vatten van een seriemoordenaar.
Opvallend aspect van de film is de uiterst tegenstrijdige mengeling
van humor en tragiek. Evenals andere Koreaanse films heeft de film
hierdoor een brute en tedere kracht.