Gaten
in Brussel
'Trous/Rupe/Gaten
- Of toen we niet in het gelid stonden' is een boeiende, fysieke, muzikale
en vooral rijke verbeelding van het fenomeen oorlog en zijn psychologische
en maatschappelijke gevolgen. Tussendoor doemt de politieke context
van de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo op.
Tekst
Agnes Verweij
Aan
de vooravond van het vijfdaagse bezoek en bijbehorend veiligheidsshow
van George Bush aan Europa, speelde zich in het Théâtre
National in Brussel een spektakel van een geheel ander orde af. Hoewel,
ook dit draaide om gasten die zich zelden in dit deel van Europa vertonen.
Van
17 tot en met 23 februari werd in het Théâtre National
de voorstelling 'Trous/Rupe/Gaten n Of toen we niet in het gelid
stonden' opgevoerd, een theaterproductie over en door mensen afkomstig
uit Servië, Kroatië en Kosovo die door de oorlogen in voormalig
Joegoslavië 'onzichtbaar' geworden zijn en nu trachten te overleven
in een samenleving vol 'gaten'.
Een
jochie sleept een zware koffer over het podium, waarop 'De Eeuw - Le
Siecle' staat geschreven. Zijn mobieltje gaat af. ,,Wat zeg je?'', vraagt
hij, ,,zijn alle hoofdletters uit het stuk geschrapt? Oh. Ik vraag me
af waarom die mensen niet al gek geworden zijn voordat de bommen vielen...''
Een
kaasdoek hangt in volle breedte voor het podium. Erachter verschijnt
een aantal figuren als in een schimmenspel. Allengs worden het er meer
en staat het hele podium vol. De 'onzichtbare' schaduwen zingen een
lied. ,,Trous Rupe Gaten!'' schreeuwen ze ('gaten' in respectievelijk
het Frans, Servisch en Vlaams). Een zware trom zet in, begeleid door
de diepe stem van een Roma-zangeres.
De
scène leidt zonder beweging maar met immer luider gezang tot
een climax waarin het kaasdoek langzaam naar boven getrokken wordt zodat
de 'onzichtbaren' in hun kleurige kledij zichtbaar worden. Na een indringende
blik op het publiek draaien zij zich resoluut om en ploffen neer op
enorme plastic zakken aan de zijkanten van het podium.
"Brechtiaans"
oordeelt de Belgische pers na het zien van de première. De critici
zijn wisselend onder de indruk en ontevreden over 'Rupe'. In alle gevallen
is de drietalige voorstelling aanleiding voor een uitgebreide recensie,
meestal in de vorm van een interview met de regisseur van het stuk,
Lorent Wanson. Hij is een beroemde telg uit de Brusselse theaterwereld.
Rupe
trok met name ieders aandacht omdat het een co-productie is van de Koninklijke
Vlaamse Schouwburg, het Théâtre National de la Communauté
Wallonië, het Théâtre Epique van regisseur Wanson
en het Nationaal Theater Belgrado. Dit alles met medewerking van Collectif
Eimigrative Art, het Belgisch-post-Joegoslavische kunstenaarscollectief
van de schrijfster van het stuk, Ivana Momcilovic.
In
België werken Vlaamse en Waalse theaterinstellingen zelden samen,
hetgeen nog maar eens bevestigd wordt door de recente klacht van het
Vlaams Belang aan het adres van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg dat
deze 'te experimenteel en te multicultureel' bezig zou zijn.
De
Belgische theaters waren echter nog iets grensverleggender bezig dan
de neus van het Vlaams Belang kort is. Ze investeerden in een theaterstuk
dat zeker in Belgrado, maar ook in Brussel, voor controverse zou zorgen
en hielpen uiteindelijk twintig mensen over de Schengengrens: Serviërs
en Kosovaren die normaliter op een visum voor België kunnen wachten
tot ze een ons wegen.
Een
dame recht haar rug en schraapt haar keel. Voor zich houdt zij een nieuwsbericht.
Achter haar hoofd houdt iemand een laken omhoog waarop de hoofdletter
"J" staat geschilderd met een kruis erdoorheen. De nieuwslezeres begint:
,,Vannacht is een aantal lieden terecht gesteld omdat ze ten onrechte
de letter "J" aan woorden hebben toegevoegd. Ze schreven "onderjwijs"
in plaats van "onderwijs", "achterstjand" in plaats van "achterstand"
(...) En zo verder. Einde nieuwsbericht.
Het
laken wordt verwisseld. Nu prijkt de hoofdletter "J" zonder kruis erdoorheen.
,,Mensen die de letter "J" weglaten'', vervolgt de nieuwslezeres, ,,zullen
onherroepelijk gefusilleerd worden, zo meldt het ministerie. Men schrijve
"kalasjnikov" in plaats van "kalasnikov".'' Einde scene.
Zo
maakt Rupe in één klap alle oorlogen belachelijk. Hoe
zou die scène in Belgrado gevallen zijn? Op zich is dit nog maar
een amuse vergeleken met de rest van het stuk. Als het over oorlog gaat
dan komt er vaak een hoop ellende naar boven. In Rupe zijn dat de persoonlijke
ervaringen van de spelers. Twaalf mensen die nooit eerder op de planken
hebben gestaan, maar op verzoek van Ivana Momcilovic hun verhaal tot
leidraad van het stuk lieten opschrijven.
Srdjan
Savic, de ex-soldaat die acht vrienden kapotgeschoten zag worden toen
hij op wacht stond. Ljiljana Mitrovic, de Servisch-Kosovaarse wier man
ontvoerd werd en die, zo bleek onlangs toen zij voor het Haags Joegoslavië
Tribunaal getuigde, tezamen met gematigde Albanezen werd gefusilleerd.
Arsen Afazi, Orhan Saiti, Rustem Ramovic, Elvir Berisa, Velji Keljmendi
en Ismet Kondjeli, Roma jongens uit Kosovo die naar Servië zijn
gevlucht voor Albanees geweld, maar in Belgrado dagelijks geconfronteerd
worden met hardnekkig racisme. Nena Neskovic, die verslaafd raakte aan
drugs die wapenhandelaars aan haar verkochten en nu vecht om iets van
haar leven te maken.
Een
greep uit de verhalen van de 'onzichtbaren'. Zij worden bijgestaan door
twee dansers, een aantal professionele acteurs uit Servië en België
en de gerenommeerde Roma-zangeres Esma Redzepova uit Macedonië
die enkele decennia geleden nog door de 'non-aligned countries' tourde
aan de zijde van Josip Broz Tito. Vandaag de dag staat zij aan het hoofd
van een gezin van 47 geadopteerde Roma-kinderen die allen een muziekopleiding
krijgen.
,,Er
was eens democratie'', zegt de ex-militair en hij loopt triomfantelijk
over het podium. Hij vertelt hoe hij asiel aanvroeg in Duitsland, maar
na een paar jaar werd uitgezet. ,,De democratie had mij niet nodig'',
vervolgt hij. ,,Dat was anders geweest als ik als zwarte op haar zwarte
markt had gewerkt. Ik ging terug naar mijn land. Kort daarop regende
het daar democratische bommen.''
Een
lied barst los. De Roma-zangeres zingt: ,,Nog voor de eerste bom valt,
doodt haar schaduw al. Vrijheidsbommen zijn niet gratis, vrijemarktbommen
ook niet.''
In
dergelijke scènes wordt Europa aan de kaak gesteld. Met name
haar democratie die toch vooral gebaseerd lijkt op geld en haar schijnheilige
ongastvrijheid jegens migranten. De migratiekwestie, of Europa's ongastvrijheid,
speelde ook in de realiteit een opmerkelijke rol.
Met
de zwaargewicht garantstellingen van het Théâtre National
en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg kregen de spelers een visum voor
tien dagen om in Brussel te mogen optreden. Gedurende de week organiseerde
het Collectif Eimigrative Art in samenwerking met de Universal Embassy,
een groepering van mensen zonder papieren gevestigd in de voormalige
Somalische ambassade in Brussel, een debat over migratie en migratiestromen
in Europa.
In
het debat werd concreet aan de toneelspelers uitgelegd wat de mogelijkheden
zijn om aan deze kant van de Schengengrens te blijven en hoe in dat
geval de juridische vork in de steel zit. Aanvankelijk hadden drie van
hen plannen in die richting, maar zagen uiteindelijk van de mogelijkheid
af.
,,Geen
van de spelers kreeg de gelegenheid om zijn visum te verlenge', zegt
Momcilovic. ,,Afgezien van een karig salaris lijkt het erop dat niet
één van hen er ook maar een centimeter in zijn levensomstandigheden
op vooruit is gegaan met deze productie. Een van die Roma-jongens woont
straks weer als een rat in een hokje met twaalf familieleden. Totaal
uitzichtloos.''
Momcilovic
zal met haar Collectif Eimigrative Art ook na deze productie met de
toneelspelers door blijven werken. Haar motivatie om Rupe in gang te
zetten was politiek. Geen partijpolitiek, maar een ,,politiek van emancipatie''
en dat vereist meer dan applaus na een geslaagde voorstelling.
Lorent
Wanson, die in juni 2002 voor de eerste keer naar Belgrado afreisde
om aan de repetities te beginnen, kijkt daar anders tegenaan: ,,Als
kunstenaars zijn we niet in de positie om anderen te helpen. We staan
op gelijke voet met de anderen, namelijk als kunstenaars.''
Voor
Wanson is Rupe een politiek stuk op een indirecte manier. ,,Het publiek
wordt geconfronteerd met de situatie van de spelers, dat is politiek'',
zegt Wanson. ,,Ik heb de legitimiteit van persoonlijke ervaringen van
mensen nodig, anders is het voor mij leeg. Ik heb geen boodschap die
ik over wil brengen.''
Momcilovic
hoopte met Wanson politiek theater van de directe soort te maken. Uiteindelijk
heeft zij door talloze complicaties voor haar gevoel veel concessies
moeten doen aan de tekst. ,,De scherpte moest eruit'', zegt Momcilovic.
,,Lorent en ik droegen samen de artistieke verantwoordelijkheid, maar
kijk, de 17e, 18e en 19e eeuw waren het tijdperk van de schrijvers zoals
Shakespeare en Molière. De 20e eeuw is er een van de regisseur;
Artisticiteit, de neutraliteit van het theater en poëzie gaan voor.''
Het
jochie sleept weer zijn zware koffer over het podium. ,,Oef wat is die
eeuw zwaar'', zegt hij en duwt hem zo snel mogelijk in de coulissen.
Momcilovic
grootste concessie ervaart zij als een nederlaag: het schrappen van
de scène gebaseerd op haar bijdrage aan het boek 'We are everywhere'
over de 'dood van Joegoslavië'. In die scène wordt Joegoslavië
door het westen verleid met jeans, mobieltjes, lap-tops en dan kalasnikovs,
om daarna weer verlaten te worden door haar kapitalistische verleider.
,,Sommigen
zullen deze scène zien als beschuldiging aan het adres van mensen
die graag Nike dragen'', zegt Momcilovic. ,,Het ging mij er om te laten
zien dat we in ruil voor Lancôme en Dior een heel bijzondere samenleving
hebben opgegeven.'' Momcilovic noemt zichzelf doorgaans post-Joegoslaaf.
,,Ik noemde mezelf ook niet Servisch vóór de scheiding.''
De
term "Joegonostalgia" doet haar wenkbrauwen fronsen. Ze raakt licht
geïrriteerd. ,,Er is geen pathos in het woord nostalgie. De enige
nostalgie die je kunt hebben is die naar de toekomst. Maar we hebben
het recht om te zeggen dat we een samenleving hadden die je nergens
ter wereld tegenkwam. Een samenleving waarin onderwijs en huisvesting
gratis waren en de Roma's les kregen in hun eigen taal, waarin mensen
veel vrije tijd hadden omdat ze van 7:00 tot 15:00 werkten (dit in tegenstelling
tot de USSR waar van 7:00 tot 19:00 gewerkt werd), en elektriciteit
en water goedkoop was.''
,,Het
is mijn werk als regisseur een ruimte te creëren waarin dingen
kunnen gebeuren en mensen een gezamenlijke ervaring kunnen neerzetten'',
zegt Wanson. ,,Daarvoor moet je compromissen sluiten. Zeker omtrent
Rupe waren zoveel tegenstrijdige opinies, dat het stuk geëxplodeerd
zou zijn als we dat allemaal benadrukt hadden.''
Het
Nationaal Theater Belgrado, een instituut met 700 werknemers, is volgens
decorontwerper Djordje Balmazovic een van de meest conservatieve theaters
in Servië en behoorlijk nationalistisch bovendien. ,,Het theater
teert op zijn prestige en pretendeert grenzeloze mogelijkheden, maar
heeft ondertussen een miljoen euro schuld'', vertelt Balmazovic. ,,Rupe
ondervond weinig steun vanuit de VIP's in het theater.'' In dat opzicht
zal Wanson's capaciteit om compromissen te sluiten wellicht een zegen
zijn geweest.
De
première van Rupe in Belgrado op 15 oktober 2004 riep gemengde
gevoelens op. Niet in de laatste plaats omdat na de oorlogen een collectieve
discussie en een verwerkingsproces bijzonder moeizaam op gang komen
in Servië. Veel mensen vertrokken tijdens de pauze of gaven te
kennen zich ,,niet te herkennen in het beeld van Servië dat hier
wordt gegeven.''
Anderen
waren, net als onlangs in Brussel overigens, zeer ontroerd. ,,Maar het
zou grotesk zijn om te spreken van katharsis'', zegt Momcilovic. ,,Uiteindelijk
hebben misschien 3000 mensen het stuk in Belgrado gezien. En dat op
een bevolking van tien miljoen.''
Waarom
toch zijn alle hoofdletters uit het stuk geschrapt? De spelers lijken
soms hun tong te breken als zij het over 'Elgië' hebben in plaats
van België, over 'AVO' in plaats van NAVO of over 'Ich bin ein
'Erliner'. Het wordt consequent doorgevoerd tot in de liedjes aan toe.
Misschien heeft ook de tekst zichzelf gecensureerd en haar scherpe kantjes
geschrapt door op een poëtische stijlfiguur terug te grijpen die
men zelden tegenkomt. Net als theater zoals Trous/Rupe/Gaten trouwens.
De
danseressen Ana Nesimovski en Aleksandra Dejanovic voeren wat pirouettes
uit in de rondte en neuriën onbezorgd hun eigen dansmuziek. Been
omhoog hier, sierlijke buiging daar. ,,De kampen bestonden echt. Ik
heb ze gezien'', verstoort de ex-militair van het Joegoslavische leger
hun dansexercitie. De anderen vallen hem roepend bij: ,,De kampen bestonden
echt.''
De
danseressen trekken zich aan de voorkant van het podium terug, beginnen
een nieuwe dans en zingen een wiegelied: ,,Slaap kleine Irsada, slaap
maar hier. Afval houd je warm. Dat is al iets.'' Aleksandra stompt zichzelf
in de buik en bijt in haar hand. Ze roept: ,,Er is wél elektriciteit,
er is wél water, een dak, school, gerechtigheid, vrijheid, er
zijn wél documenten...''