Ravage #4, 18 maart 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #4


Gaten in Brussel

'Trous/Rupe/Gaten - Of toen we niet in het gelid stonden' is een boeiende, fysieke, muzikale en vooral rijke verbeelding van het fenomeen oorlog en zijn psychologische en maatschappelijke gevolgen. Tussendoor doemt de politieke context van de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo op.

Tekst Agnes Verweij

Aan de vooravond van het vijfdaagse bezoek en bijbehorend veiligheidsshow van George Bush aan Europa, speelde zich in het Théâtre National in Brussel een spektakel van een geheel ander orde af. Hoewel, ook dit draaide om gasten die zich zelden in dit deel van Europa vertonen.

Van 17 tot en met 23 februari werd in het Théâtre National de voorstelling 'Trous/Rupe/Gaten n Of toen we niet in het gelid stonden' opgevoerd, een theaterproductie over en door mensen afkomstig uit Servië, Kroatië en Kosovo die door de oorlogen in voormalig Joegoslavië 'onzichtbaar' geworden zijn en nu trachten te overleven in een samenleving vol 'gaten'.

Een jochie sleept een zware koffer over het podium, waarop 'De Eeuw - Le Siecle' staat geschreven. Zijn mobieltje gaat af. ,,Wat zeg je?'', vraagt hij, ,,zijn alle hoofdletters uit het stuk geschrapt? Oh. Ik vraag me af waarom die mensen niet al gek geworden zijn voordat de bommen vielen...''

Een kaasdoek hangt in volle breedte voor het podium. Erachter verschijnt een aantal figuren als in een schimmenspel. Allengs worden het er meer en staat het hele podium vol. De 'onzichtbare' schaduwen zingen een lied. ,,Trous Rupe Gaten!'' schreeuwen ze ('gaten' in respectievelijk het Frans, Servisch en Vlaams). Een zware trom zet in, begeleid door de diepe stem van een Roma-zangeres.

De scène leidt zonder beweging maar met immer luider gezang tot een climax waarin het kaasdoek langzaam naar boven getrokken wordt zodat de 'onzichtbaren' in hun kleurige kledij zichtbaar worden. Na een indringende blik op het publiek draaien zij zich resoluut om en ploffen neer op enorme plastic zakken aan de zijkanten van het podium.

"Brechtiaans" oordeelt de Belgische pers na het zien van de première. De critici zijn wisselend onder de indruk en ontevreden over 'Rupe'. In alle gevallen is de drietalige voorstelling aanleiding voor een uitgebreide recensie, meestal in de vorm van een interview met de regisseur van het stuk, Lorent Wanson. Hij is een beroemde telg uit de Brusselse theaterwereld.

Rupe trok met name ieders aandacht omdat het een co-productie is van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, het Théâtre National de la Communauté Wallonië, het Théâtre Epique van regisseur Wanson en het Nationaal Theater Belgrado. Dit alles met medewerking van Collectif Eimigrative Art, het Belgisch-post-Joegoslavische kunstenaarscollectief van de schrijfster van het stuk, Ivana Momcilovic.

In België werken Vlaamse en Waalse theaterinstellingen zelden samen, hetgeen nog maar eens bevestigd wordt door de recente klacht van het Vlaams Belang aan het adres van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg dat deze 'te experimenteel en te multicultureel' bezig zou zijn.

De Belgische theaters waren echter nog iets grensverleggender bezig dan de neus van het Vlaams Belang kort is. Ze investeerden in een theaterstuk dat zeker in Belgrado, maar ook in Brussel, voor controverse zou zorgen en hielpen uiteindelijk twintig mensen over de Schengengrens: Serviërs en Kosovaren die normaliter op een visum voor België kunnen wachten tot ze een ons wegen.

Een dame recht haar rug en schraapt haar keel. Voor zich houdt zij een nieuwsbericht. Achter haar hoofd houdt iemand een laken omhoog waarop de hoofdletter "J" staat geschilderd met een kruis erdoorheen. De nieuwslezeres begint: ,,Vannacht is een aantal lieden terecht gesteld omdat ze ten onrechte de letter "J" aan woorden hebben toegevoegd. Ze schreven "onderjwijs" in plaats van "onderwijs", "achterstjand" in plaats van "achterstand" (...) En zo verder. Einde nieuwsbericht.

Het laken wordt verwisseld. Nu prijkt de hoofdletter "J" zonder kruis erdoorheen. ,,Mensen die de letter "J" weglaten'', vervolgt de nieuwslezeres, ,,zullen onherroepelijk gefusilleerd worden, zo meldt het ministerie. Men schrijve "kalasjnikov" in plaats van "kalasnikov".'' Einde scene.

Zo maakt Rupe in één klap alle oorlogen belachelijk. Hoe zou die scène in Belgrado gevallen zijn? Op zich is dit nog maar een amuse vergeleken met de rest van het stuk. Als het over oorlog gaat dan komt er vaak een hoop ellende naar boven. In Rupe zijn dat de persoonlijke ervaringen van de spelers. Twaalf mensen die nooit eerder op de planken hebben gestaan, maar op verzoek van Ivana Momcilovic hun verhaal tot leidraad van het stuk lieten opschrijven.

Srdjan Savic, de ex-soldaat die acht vrienden kapotgeschoten zag worden toen hij op wacht stond. Ljiljana Mitrovic, de Servisch-Kosovaarse wier man ontvoerd werd en die, zo bleek onlangs toen zij voor het Haags Joegoslavië Tribunaal getuigde, tezamen met gematigde Albanezen werd gefusilleerd. Arsen Afazi, Orhan Saiti, Rustem Ramovic, Elvir Berisa, Velji Keljmendi en Ismet Kondjeli, Roma jongens uit Kosovo die naar Servië zijn gevlucht voor Albanees geweld, maar in Belgrado dagelijks geconfronteerd worden met hardnekkig racisme. Nena Neskovic, die verslaafd raakte aan drugs die wapenhandelaars aan haar verkochten en nu vecht om iets van haar leven te maken.

Een greep uit de verhalen van de 'onzichtbaren'. Zij worden bijgestaan door twee dansers, een aantal professionele acteurs uit Servië en België en de gerenommeerde Roma-zangeres Esma Redzepova uit Macedonië die enkele decennia geleden nog door de 'non-aligned countries' tourde aan de zijde van Josip Broz Tito. Vandaag de dag staat zij aan het hoofd van een gezin van 47 geadopteerde Roma-kinderen die allen een muziekopleiding krijgen.

,,Er was eens democratie'', zegt de ex-militair en hij loopt triomfantelijk over het podium. Hij vertelt hoe hij asiel aanvroeg in Duitsland, maar na een paar jaar werd uitgezet. ,,De democratie had mij niet nodig'', vervolgt hij. ,,Dat was anders geweest als ik als zwarte op haar zwarte markt had gewerkt. Ik ging terug naar mijn land. Kort daarop regende het daar democratische bommen.''

Een lied barst los. De Roma-zangeres zingt: ,,Nog voor de eerste bom valt, doodt haar schaduw al. Vrijheidsbommen zijn niet gratis, vrijemarktbommen ook niet.''

In dergelijke scènes wordt Europa aan de kaak gesteld. Met name haar democratie die toch vooral gebaseerd lijkt op geld en haar schijnheilige ongastvrijheid jegens migranten. De migratiekwestie, of Europa's ongastvrijheid, speelde ook in de realiteit een opmerkelijke rol.

Met de zwaargewicht garantstellingen van het Théâtre National en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg kregen de spelers een visum voor tien dagen om in Brussel te mogen optreden. Gedurende de week organiseerde het Collectif Eimigrative Art in samenwerking met de Universal Embassy, een groepering van mensen zonder papieren gevestigd in de voormalige Somalische ambassade in Brussel, een debat over migratie en migratiestromen in Europa.

In het debat werd concreet aan de toneelspelers uitgelegd wat de mogelijkheden zijn om aan deze kant van de Schengengrens te blijven en hoe in dat geval de juridische vork in de steel zit. Aanvankelijk hadden drie van hen plannen in die richting, maar zagen uiteindelijk van de mogelijkheid af.

,,Geen van de spelers kreeg de gelegenheid om zijn visum te verlenge', zegt Momcilovic. ,,Afgezien van een karig salaris lijkt het erop dat niet één van hen er ook maar een centimeter in zijn levensomstandigheden op vooruit is gegaan met deze productie. Een van die Roma-jongens woont straks weer als een rat in een hokje met twaalf familieleden. Totaal uitzichtloos.''

Momcilovic zal met haar Collectif Eimigrative Art ook na deze productie met de toneelspelers door blijven werken. Haar motivatie om Rupe in gang te zetten was politiek. Geen partijpolitiek, maar een ,,politiek van emancipatie'' en dat vereist meer dan applaus na een geslaagde voorstelling.

Lorent Wanson, die in juni 2002 voor de eerste keer naar Belgrado afreisde om aan de repetities te beginnen, kijkt daar anders tegenaan: ,,Als kunstenaars zijn we niet in de positie om anderen te helpen. We staan op gelijke voet met de anderen, namelijk als kunstenaars.''

Voor Wanson is Rupe een politiek stuk op een indirecte manier. ,,Het publiek wordt geconfronteerd met de situatie van de spelers, dat is politiek'', zegt Wanson. ,,Ik heb de legitimiteit van persoonlijke ervaringen van mensen nodig, anders is het voor mij leeg. Ik heb geen boodschap die ik over wil brengen.''

Momcilovic hoopte met Wanson politiek theater van de directe soort te maken. Uiteindelijk heeft zij door talloze complicaties voor haar gevoel veel concessies moeten doen aan de tekst. ,,De scherpte moest eruit'', zegt Momcilovic. ,,Lorent en ik droegen samen de artistieke verantwoordelijkheid, maar kijk, de 17e, 18e en 19e eeuw waren het tijdperk van de schrijvers zoals Shakespeare en Molière. De 20e eeuw is er een van de regisseur; Artisticiteit, de neutraliteit van het theater en poëzie gaan voor.''

Het jochie sleept weer zijn zware koffer over het podium. ,,Oef wat is die eeuw zwaar'', zegt hij en duwt hem zo snel mogelijk in de coulissen.

Momcilovic grootste concessie ervaart zij als een nederlaag: het schrappen van de scène gebaseerd op haar bijdrage aan het boek 'We are everywhere' over de 'dood van Joegoslavië'. In die scène wordt Joegoslavië door het westen verleid met jeans, mobieltjes, lap-tops en dan kalasnikovs, om daarna weer verlaten te worden door haar kapitalistische verleider.

,,Sommigen zullen deze scène zien als beschuldiging aan het adres van mensen die graag Nike dragen'', zegt Momcilovic. ,,Het ging mij er om te laten zien dat we in ruil voor Lancôme en Dior een heel bijzondere samenleving hebben opgegeven.'' Momcilovic noemt zichzelf doorgaans post-Joegoslaaf. ,,Ik noemde mezelf ook niet Servisch vóór de scheiding.''

De term "Joegonostalgia" doet haar wenkbrauwen fronsen. Ze raakt licht geïrriteerd. ,,Er is geen pathos in het woord nostalgie. De enige nostalgie die je kunt hebben is die naar de toekomst. Maar we hebben het recht om te zeggen dat we een samenleving hadden die je nergens ter wereld tegenkwam. Een samenleving waarin onderwijs en huisvesting gratis waren en de Roma's les kregen in hun eigen taal, waarin mensen veel vrije tijd hadden omdat ze van 7:00 tot 15:00 werkten (dit in tegenstelling tot de USSR waar van 7:00 tot 19:00 gewerkt werd), en elektriciteit en water goedkoop was.''

,,Het is mijn werk als regisseur een ruimte te creëren waarin dingen kunnen gebeuren en mensen een gezamenlijke ervaring kunnen neerzetten'', zegt Wanson. ,,Daarvoor moet je compromissen sluiten. Zeker omtrent Rupe waren zoveel tegenstrijdige opinies, dat het stuk geëxplodeerd zou zijn als we dat allemaal benadrukt hadden.''

Het Nationaal Theater Belgrado, een instituut met 700 werknemers, is volgens decorontwerper Djordje Balmazovic een van de meest conservatieve theaters in Servië en behoorlijk nationalistisch bovendien. ,,Het theater teert op zijn prestige en pretendeert grenzeloze mogelijkheden, maar heeft ondertussen een miljoen euro schuld'', vertelt Balmazovic. ,,Rupe ondervond weinig steun vanuit de VIP's in het theater.'' In dat opzicht zal Wanson's capaciteit om compromissen te sluiten wellicht een zegen zijn geweest.

De première van Rupe in Belgrado op 15 oktober 2004 riep gemengde gevoelens op. Niet in de laatste plaats omdat na de oorlogen een collectieve discussie en een verwerkingsproces bijzonder moeizaam op gang komen in Servië. Veel mensen vertrokken tijdens de pauze of gaven te kennen zich ,,niet te herkennen in het beeld van Servië dat hier wordt gegeven.''

Anderen waren, net als onlangs in Brussel overigens, zeer ontroerd. ,,Maar het zou grotesk zijn om te spreken van katharsis'', zegt Momcilovic. ,,Uiteindelijk hebben misschien 3000 mensen het stuk in Belgrado gezien. En dat op een bevolking van tien miljoen.''

Waarom toch zijn alle hoofdletters uit het stuk geschrapt? De spelers lijken soms hun tong te breken als zij het over 'Elgië' hebben in plaats van België, over 'AVO' in plaats van NAVO of over 'Ich bin ein 'Erliner'. Het wordt consequent doorgevoerd tot in de liedjes aan toe. Misschien heeft ook de tekst zichzelf gecensureerd en haar scherpe kantjes geschrapt door op een poëtische stijlfiguur terug te grijpen die men zelden tegenkomt. Net als theater zoals Trous/Rupe/Gaten trouwens.

De danseressen Ana Nesimovski en Aleksandra Dejanovic voeren wat pirouettes uit in de rondte en neuriën onbezorgd hun eigen dansmuziek. Been omhoog hier, sierlijke buiging daar. ,,De kampen bestonden echt. Ik heb ze gezien'', verstoort de ex-militair van het Joegoslavische leger hun dansexercitie. De anderen vallen hem roepend bij: ,,De kampen bestonden echt.''

De danseressen trekken zich aan de voorkant van het podium terug, beginnen een nieuwe dans en zingen een wiegelied: ,,Slaap kleine Irsada, slaap maar hier. Afval houd je warm. Dat is al iets.'' Aleksandra stompt zichzelf in de buik en bijt in haar hand. Ze roept: ,,Er is wél elektriciteit, er is wél water, een dak, school, gerechtigheid, vrijheid, er zijn wél documenten...''

 

 

 

Naar boven