|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#4
Bin-jip is geen politiek pamflet, maar raakt wel degelijk aan maatschappelijke en filosofische thema's. Het is een ijle, mysterieuze vertelling over bezit en identiteit, eenzaamheid en vervreemding en vooral ook over de ongrijpbaarheid van de liefde. De Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-Duk maakt verbazingwekkende films. Zijn Bin-jip gaat over Tae-Suk, een buitenstaander die evenals de jongeren in de Duitse film The Edukators bezit neemt van huizen waarvan de bewoners afwezig zijn. De jongeman laat echter geen opruiende teksten achter. Hij eet de koelkast leeg en ruimt op, en probeert zo onzichtbaar mogelijk te blijven. Op een bepaald moment stuit hij op een vrouw. Met hun alliantie en liefdesrelatie bezegeld, nemen ze bezit van huizen en identiteiten. In de film wordt met vrijwel geen woord gerept. De voorwerpen in de huizen vertellen niet alleen iets over de afwezigen, maar geven een antropologische uitleg over Japan. Na het geweld en de ruwe seks van zijn The Isle en Bad Guy lijkt de regisseur met deze film en zijn boeddhistische fabel Spring, Summer, Fall, Winter and Spring te zijn aanbeland in filosofische sferen. Dat zou wel eens een voorbarige conclusie kunnen zijn, want later dit jaar, wanneer zijn nieuwste rolprent uitgebracht wordt, zou wel eens kunnen blijken dat Samaritan Girl, over twee schijnbaar onschuldige schoolmeisjes, weer een uitstapje is naar het gewelddadiger universum van Kim Ki-Duk. (UvT)
Bin-jip: nu in de bioscopen. Het Filmmuseum in Amsterdam vertoont deze maand een retrospectief van Kim Ki-Duk films.
|
|