|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#3 Woonbeleid leidt tot sociale ramp
In Amsterdam zijn wachttijden voor een sociale huurwoning opgelopen tot meer dan tien jaar. Maar ook in andere steden en dorpen buiten Amsterdam is sprake van een hardnekkig probleem. Politici en corporatiebazen slagen er niet in om de toenemende woningnood effectief op te lossen. De problemen worden verergerd, omdat sociale huisvesting wordt geofferd voor winstbelangen.
Tekst Hugo Gietelink
De afbraak van de sociale huisvesting begon in de jaren negentig. Het CDA, de VVD en de PvdA wilden de sociale woningbouw meer marktconform maken. Overheidssubsidies konden zo worden wegbezuinigd. Dit werd "verzelfstandiging" van de woningcorporatie genoemd. In feite werd de weg vrij gemaakt voor privatisering van gemeenschappelijk huizenbezit. Corporatiebesturen kregen meer macht ten koste van de overheid en ook de bewoners, die huren bij de corporatie. De verenigingsstructuur werd opgeheven. De huurders die als leden van de woningbouwvereniging het beleid konden bepalen verloren zo hun zeggenschap. Hoewel de corporaties officieel nog steeds "non profit" instellingen zijn is hun beleid sterk door commerciële belangen veranderd. Steeds meer wordt er geïnvesteerd in projecten die niets meer met sociale huisvesting te maken hebben. Met de bouw van dure huur en koopwoningen kan goed worden verdiend. Salarissen worden marktconform uitbetaald. Voor directeuren zijn deze inmiddels opgelopen tot een kwart miljoen euro per jaar! Stap voor stap wordt de erfenis van de sociale huisvesting afgebroken. Sociale huurwoningen, die vaak allang zijn afgeschreven worden tegen woekerprijzen verkocht. Ook worden woningen samengevoegd of duur gerenoveerd waarmee de huur flink kan worden verhoogd.
Verdeel en heers Om ruimte te winnen voor dure nieuwbouw ondersteunen de corporaties sloop van goede sociale huurwoningen. Om de weerstand van bewoners te breken wordt een strategie van "verdeel en heers" toegepast. Verhuizen wordt als onvermijdelijk voorgesteld. Vaak is er sprake van achterstallig onderhoud. Het recht waarbij de bewoners gemeenschappelijk het sloop of renovatieplan kunnen afwijzen wordt niet benadrukt, als het al wordt genoemd. De vaste huurders worden individueel benaderd en op hun persoonlijke gewin aangesproken. In feite worden bewoners één na de ander uitgekocht. Met een voorrangspositie van stadsvernieuwingsurgent om elders in een sociale huurwoning terecht te komen met een verhuiskostenvergoeding van vijf duizend euro toe. Door uitplaatsing van vaste huurders wordt gemeenschappelijk protest steeds moeilijker. Zo wordt de rechtspositie van de vaste huurders die niet willen verhuizen ondermijnd. En sociale huisvesting verdwijnt als de leeg gekomen woningen worden gesloopt, duur gerenoveerd of verkocht.
De mogelijkheden om de huur te verhogen zijn in de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. Maatregelen als afschaffing van de ouderdomsaftrek of monumententoeslag zijn door de verhuurders gretig aanvaard. Verzilverd door zogenoemde "huurharmonisatie", waarbij de huur bij de komst van een nieuwe bewoner wordt verhoogd. Dit kan een verdubbeling van de huur inhouden. De meeste corporaties zijn nog een stap verder gegaan door steun te verlenen aan het plan van minister Dekker, die voor 700 duizend sociale huurwoningen de huurprijsbescherming wil afschaffen! Daarmee accepteren zij dat sociale huisvesting mag worden opgeofferd voor huur naar willekeur, resulterend in vrije markthuren die per woning snel 1000 euro per maand zijn. Zo kunnen de verhuurders opnieuw als de klassieke huisjesmelkers ten tonele verschijnen. De geschiedenis van de sociale huisvesting is volledig op zijn kop gezet.
Scheefwoners De verdeel en heers strategie is ook te herkennen in de hele ideologische campagne die de afbraak van de sociale huisvesting begeleid. Sinds staatssecretaris Heerma (CDA) in 1989 opmerkte dat de mensen moeten wonen naar hun inkomen en wie dat niet doet "scheef" woont, is opvallend hoe vaak dit standpunt nadien is herhaald om een strategie van stijgende woonlasten geaccepteerd te krijgen. Voor huurders met midden en hogere inkomens is bepaald dat zij in dure huur- en koopwoningen moeten gaan wonen. Zij die weigeren daarheen te verhuizen worden als 'scheefwoners' gestigmatiseerd. Er wordt gedaan alsof het gedrag van deze "onwillige" huurders de oorzaak is van de woningnood bij woningzoekenden met een laag inkomen. Want, zo wordt steeds gezegd, doordat zij niet doorstromen naar een dure huur of koopwoning houden zij een sociale huurwoning bezet waar woningzoekenden met lagere inkomens voor in de rij staan. Zo'n verwijt is effectief om mensen een schuldgevoel aan te praten en huurders tegen elkaar op te zetten, maar historisch is het volstrekt ongefundeerd. Vanaf het ontstaan van de sociale woningbouw hebben er altijd mensen met middeninkomens in de sociale huurwoningen gewoond. Sociale huisvesting was er voor de laagstbetaalden, maar zeer zeker ook voor de modale inkomens. Overigens, de suggestie dat woningzoekenden met lage inkomens geholpen zouden zijn met het vertrek van huurders met midden en hogere inkomens is absoluut onjuist als het plan is de woning te verkopen, te slopen of de huren fors te verhogen.
Hypocriet Ook wordt vaak gesteld dat de 'scheefwoners' ten onrechte gesubsidieerd zouden worden, omdat de sociale huurwoningen waar zij wonen zijn gebouwd met financiële ondersteuning door de staat. Goed beschouwd is dit verwijt hypocriet, want kopers krijgen al jarenlang subsidie in de vorm van hypotheekrenteaftrek. Daarover horen we de corporaties niet klagen. Zij begrijpen maar al te goed dat als gevolg van de hypotheekrenteaftrek de huizenprijzen veel hoger zijn. Want door aftrek van de maandelijkse rentelast gaan kopers akkoord met een veel hogere koopsom. Dat hierdoor ook de huren stijgen en zeker na opheffing van de huurprijsbescherming bij vrije markthuren, de huurders in feite betalen voor de gevolgen van de koopsubsidie, is voor de corporaties geen probleem. Hypocrisie is ook te herkennen in het pleidooi voor meer differentiatie, waarmee wordt gezegd dat buurten qua inkomenssamenstelling meer gemengd zouden moeten zijn. Opvallend is hoe er bijna altijd van wordt uitgegaan dat de leefbaarheid van de buurt verbetert als meer kapitaalkrachtigen kunnen instromen, terwijl het tegenovergestelde bijna nooit wordt beweerd. De differentiatie-ideologie wordt zeer eenzijdig gebruikt. Plannen voor meer sociale huisvesting met meer lage inkomens in dure buurten in Amsterdam Zuid of in Wassenaar worden niet of zelden naar voren gebracht. Differentiatie gaat vooral over verandering van volksbuurten, waar sociale huisvesting voor dure huur- of koopwoningen moet verdwijnen, rijken erin armen eruit.
Doorstroming Vooral gedurende de economische hausse in de jaren negentig was de verwachting dat de woningnood als vanzelf zou verdwijnen. Men ging ervan uit dat een grote verhuisbeweging zou ontstaan naar duurdere huur- en koopwoningen. Maar de koopwoningenmarkt raakte in het slop, er was stagnatie in de bouw en groeiende leegstand met daarbij langere wachttijden voor een sociale huurwoning. Het gros van de politici en de corporaties spreken over een doorstroomprobleem. De woningnood oplossen is dan de doorstroming op gang brengen. Als papegaaien herhalen zij elkaar. Meer aanbod van duurdere huur- en koopwoningen en minder sociale huurwoningen, want volgens gehanteerde criteria zouden er niet te weinig maar teveel sociale huurwoningen zijn. Goed beschouwd weigeren ze de realiteit te accepteren zoals die is, waardoor zittende huurders niet met rust worden gelaten. De weerzin om te verhuizen en meer te gaan betalen voor een dure huur- of koopwoning wordt niet gerespecteerd. Het nijpend tekort aan sociale huisvesting wordt wezenlijk ontkend. Het verhaal om de woningnood voor te stellen als een doorstroomprobleem dient slechts om nog meer geld te verdienen. Ondertussen worden de huren verhoogd, sociale huurwoningen gesloopt, op de huursubsidie gekort, de bestaande sociale huisvesting afgebroken, met een enorme schaarste aan betaalbare woonruimte als resultaat. Uiteindelijk kunnen woningzoekenden geen kant meer op. Door pure nood gedwongen hebben zij geen andere keus. Een zware hypotheeklast, een dure huur accepteren of kraken is dan hetgeen wat overblijft. Maar de behoefte aan sociale huisvesting wordt er niet minder om. Door stijgende woonlasten wordt de woningnood steeds groter.
Sociale ramp Als we zo doorgaan, stevenen we af op een sociale ramp. In de eerste plaats worden de mensen met het minste geld hiervan het slachtoffer. Maar uiteindelijk worden wij daar allemaal slechter van, omdat het sociale klimaat volledig naar de knoppen gaat. De rijken worden rijker, de armen armer, ongelijkheid tussen mensen wordt groter gemaakt. Hierdoor ontstaat meer strijd, meer tegenstelling, onbegrip, vervreemding. Hebben we een andere keus dan het roer fundamenteel omgooien? Om de problemen niet te verergeren dient de afbraak van de sociale huisvesting onmiddellijk te worden stopgezet. Daarbij is een plan van aanpak voor grootschalige sociale nieuwbouw en gebruik van bestaande leegstand hard nodig om de woningnood op te heffen. Daarvoor dient de mens en niet de kapitalistische winst het uitgangspunt te zijn. Speculatie met grond of woningen leidt enkel tot prijsopdrijving en moet worden gestopt. De privatisering van de corporatie heeft slechts problemen veroorzaakt. Het gemeenschappelijk karakter van het woningbezit moet daarom daadkrachtig worden uitgebreid. Dat kan door de bewoners niet als slecht betalende klanten, maar als gewaardeerde leden te benaderen en hen actief uit te nodigen om mee te denken over de toekomst van hun huisvesting. Zonder daarbij op voorhand een plan te maken, waardoor bewoners moeten vertrekken of veel meer huur gaan betalen. Hierdoor wordt het contact met de woonomgeving sterker en het buurtgevoel geactiveerd.
Wonen is een recht Zijn we vergeten dat we de ernstige woningnood aan het begin van de twintigste eeuw hebben en na de Tweede Wereldoorlog kon worden bestreden dankzij de sociale huisvesting? Is deze geschiedenis om van te leren of om voor commerciële belangen te verkwanselen? Het gaat hier om democratische belangen en zeggenschap voor alle mensen, van kopers, huurders en woningzoekenden! Meer sociale huisvesting is hard nodig om de groeiende wachtlijsten weg te werken en het principe van gelijke kansen op een goede woning werkelijk inhoud te geven. Want wonen is geen gunst, maar een eerste levensbehoefte en een fundamenteel recht. Waarom nog langer bewoners de stuipen op het lijf jagen, door voortdurende woonlastenstijging stress en gedwongen verhuizingen uit te lokken? Want een huis is de plek waar je veilig moet zijn, waar je geschiedenis bouwt, wat niet met een koude rekensom mag worden afgedaan. Want niet het geld maar onze behoefte dicteert. Net zolang totdat we de maatschappelijke problemen oplossen, de wachtlijsten verdwijnen en de rust en zekerheid van een goed huis voor iedereen een feit is geworden.
Hugo Gietelink is medewerker van de actiegroep SASH (Stop Afbraak Sociale Huisvesting), website www.sash.nl
|
|