Ravage #3, 25 februari 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #3


Nepal, tussen coup en revolutie

Het lijkt tegen elke tijdgeest in te gaan, maar in Nepal gebeurt het. De eerste maanden van dit jaar luiden wellicht de eindfase in van de strijd tussen koning Gyanendra met zijn feodale bewind en beruchte leger enerzijds, en de milities van de Maoïstische guerrillabeweging anderzijds.

Tekst Nina Holland

De politieke partijen die de afgelopen jaren de democratie in Nepal vorm moesten geven, zijn door koning Gyanendra met zijn coup van 1 februari jl. vakkundig om zeep geholpen. Hij beschuldigt de politici ervan niet op te treden tegen de steeds groeiende dreiging vanuit Maoïstische hoek. Deze rebellen proberen al acht jaar lang de monarchie omver te werpen en een communistische staat te stichten.

De burgeroorlog heeft al aan meer dan 11.000 mensen het leven gekost. Door India en de VS worden de Maoïsten bestempeld als terroristische groepering die ook hun nationale veiligheid bedreigt. Maar de Maoïsten lijken na negen jaar strijd wel klaar voor een eindoffensief. Hoe zijn de communisten überhaupt zover gekomen en wat drijft hen?

Hindoe-dominantie

Nepal, ingeklemd tussen de supermachten China en India, kent een lange traditie van communistische bewegingen. Vanaf de 18e eeuw, toen de eerste Shah koning met het bijeen vegen van een aantal koninkrijkjes de basis legde voor het huidige Nepal, hebben allerlei groepen zich tegen het monarchistische bewind verzet.

De Shahs, die met de huidige koning Gyanendra aan het hoofd nog steeds aan de macht zijn, creëerden een natie bestaande uit een onwaarschijnlijke variatie aan bevolkingsgroepen met totaal verschillende talen, culturen en religies. Deze werden en worden gedomineerd door de hoogste hindoe-kasten, zoals de Brahmanen en de Chettris.

De circa 25 overige groepen, zoals de Cheppang, Newars, Magars en Gurungs, die zelf het kastensysteem niet kennen, worden stelselmatig gediscrimineerd en buiten alle machtsposities gehouden. Deze hindoe-dominantie wordt in hoge mate gesteund door grote buur India, maar kreeg door de eeuwen heen te maken met (boeren)opstanden.

Begin jaren '50 schoot het Indiase leger het Nepalese bewind te hulp om een opstand in het westen van Nepal neer te slaan. Voor India is Nepal altijd een welkome buffer tegen China geweest. Daarnaast is Nepal een goedkope bron van arbeiders en een dumpplek voor Indiase industriële producten.

Als gevolg hiervan heeft Nepal nauwelijks een eigen industrie kunnen ontwikkelen, en bleef de groeiende bevolking afhankelijk van de landbouw, het toerisme, ontwikkelingshulp en migratiearbeid. De vruchtbare Terai-vlakte in het zuiden is grotendeels in handen van grootgrondbezitters, terwijl men in de rest van Nepal tot op de meest onmogelijke plaatsen probeert iets te verbouwen.

In de jaren '60 en '70 werden deze opstanden steeds meer georganiseerd vanuit communistische bewegingen. Deze generatie activisten kwam steeds meer onder invloed te staan van de ideeën van de Chinese leider Mao. Zijn basistheorie over het totstandbrengen van een revolutie in een feodale, agrarische maatschappij, leek zeer van toepassing op Nepal.

In 1990 moest de vorige koning, Birendra, niet eens zo impopulair maar wars van democratie, toegeven aan wijdverbreide protesten en een meerpartijenstelsel accepteren. De 'Janodalon Uprising' leidde ertoe dat er een einde kwam aan het feodale 'panchayat' systeem. Het land werd tot dan toe op lokaal niveau bestuurd door lokale raden, waarin de hogere kasten meestal de dienst uitmaakten. Maar met de nieuwe 'democratie' wil het maar niet lukken. In vijftien jaar tijd zijn er bijna evenzoveel regeringen aan de macht geweest.

Grote Sprong Voorwaarts

Tot halverwege de jaren '90 vormden ook de Maoïsten een 'gewone' politieke partij, de CPN (Maoist), vooral niet te verwarren met de CPN-UML (Marxistisch-Leninistisch). Maar Prachandra (de Nepalese Sandino of Marcos) en andere leiders van de CPN besloten definitief het parlementaire pad te verlaten en over te gaan tot de gewapende strijd.

Nepal is volgens hen rijp voor een revolutie: er heerst een corrupt, feodaal, gecentraliseerd staatssysteem, met weinig macht buiten de steden. Een groot deel van Nepal is totaal ontoegankelijk voor voertuigen en er heerst grote armoede. Dit, en de onderdrukking van vele bevolkingsgroepen vormt een voedingsbodem voor de revolutionaire beweging. Onder de Magars bijvoorbeeld is de aanhang van de Maoïsten zeer hoog.

De beslissing tot het oppakken van de wapens werd niet licht genomen. Er was veel intern verzet. Voor velen was de stap om ondergronds te gaan te groot. Bekende communistenleiders waren van mening dat er in Nepal geen succesvolle revolutie zou kunnen plaatsvinden, en dat een gewapende opstand zou eindigen in een bloedbad.

Zowel voor- als tegenstanders realiseerden zich dat India een grote bedreiging vormde voor een eventueel succesvolle revolutie. Hierop antwoordde Prachandra: ,,In het begin was er veel discussie over de vraag hoe er tot gewapende strijd overgegaan moest worden. Veel mensen waren beïnvloed door de 'vreedzame strijd', het werk in het parlement, bourgeois gevoelens en een lange traditie van de reformistische beweging. Hierop besloten we dat we naar een radicale omslag moesten streven, 'a big leap'. Geen geleidelijke verandering.'' (Onesto, p.8, zie kader)

Zodra het besluit eenmaal gevallen was, verlieten sommigen de partij, anderen sloten zich juist aan. Gedurende 1995 werd onder de Nepalese bevolking een intensieve campagne gehouden om hun steun te verkrijgen voor de revolutie. De regio's van het eerste uur waren de in het westen gelegen provincies Rukum, Rolpa en Jajarkot. Op 13 februari 1996 vond de 'Initiation' plaats. Met honderden grotere en kleinere acties in het hele land kondigde de CPN (Maoist) de alomvattende strijd tegen het bewind (koning én regering) aan.

In de jaren die volgden werd Mao's theorie van de 'protracted war' toegepast. Deze theorie gaat uit van de erkenning dat de revolutionaire krachten in het begin nog zwak zijn ten opzichte van het leger. Met verrassingsacties over een langere periode moet het leger verzwakt worden, terwijl de Maoïsten proberen steeds meer actieve steun van de bevolking te krijgen.

De Koningsmoord

Dan, in 2001, is Nepal even wereldnieuws. In het koninklijk paleis van de Shahs speelde zich een bloedige, Shakespeare-waardige gebeurtenis af. Koning Birendra werd met vrouw, twee kinderen en nog zes andere familieleden tijdens de avondmaaltijd doodgeschoten. Naar verluidt door zijn dronken zoon, die gefrustreerd zou zijn over een afgekeurde liefde. Deze zoon vond ook zelf de dood, en er zijn geen getuigen.

De broer van de huidige koning, Gyanendra, is op dat moment elders met zijn familie. Het gerucht dat hij achter de moorden zit, was snel geboren en uiterst hardnekkig. Immers, de redelijk populaire Birendra is altijd erg terughoudend geweest in het aanpakken van de Maoïstische guerrillastrijders. Andere machten, in Nepal en daarbuiten, wisten dat Gyanendra een voorstander van harde aanpak door het leger was. Gyanendra zou, met of zonder hulp van buitenaf, de kwade genius achter het hele drama zijn geweest.

Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat de buitenwereld oog kreeg voor wat er zich in Nepal afspeelt. Een Belgische wapenleverantie aan het Nepalese leger zorgde voor politieke commotie en het aftreden van een groene minister. De VS voorzag het leger van machinegeweren en trainingen en Groot-Brittannië organiseerde in 2002 een conferentie over de vraag hoe het Nepalese regime de Maoïsten kon verslaan.

Hoge Indiase generaals en diplomaten lieten regelmatig doorschemeren dat India voor haar eigen nationale veiligheid zelf zou moeten ingrijpen. ,,India is al te lang een passieve toeschouwer geweest, ondanks het duidelijke gevaar dat <de opstand> ook voor haar eigen veiligheid is'', zei een van hen aan een verslaggever van de Kathmandu Post. (15 jan 2005) Maar tegelijkertijd doen Indiase wapensmokkelaars goede zaken met de Maoïsten.

Al snel komt er veel kritiek op Gyanendra, die het leger de vrije hand geeft. Nepal staat hoog op de lijst van landen met de meeste mensenrechtenschendingen. Nergens ter wereld vinden momenteel zoveel verdwijningen plaats als in Nepal. Van de ruim 11.000 doden die er sinds het begin van de opstand gevallen zijn, zijn meer dan de helft gewone burgers die slachtoffer werden van het leger, na (onbewezen) vermoedens van sympathie voor de Maoïsten.

Human Rights Watch, Amnesty International en werkgroepen van de VN buitelen over elkaar heen met rapporten over een toenemend aantal verdwijningen, martelingen en moorden door het leger. Ook de Maoïsten worden van schendingen beschuldigd, onder andere van het inzetten van kinderen in het leger.

De coup

Op de ochtend van 1 februari jl. zou ik een binnenlandse vlucht nemen vanuit de bergen, maar er woedt een sneeuwstorm. Als de kaarten en roepies al een tijdje over de tafel schuiven, komt om tien uur het bericht binnen dat koning Gyanendra de macht heeft gegrepen. Kort daarop worden alle radio- en tv-uitzendingen stilgelegd, en is er ook geen telefoonverkeer meer mogelijk.

De volgende dag zou blijken dat uit angst voor het feit dat politici het land zouden ontvluchten er ook vrijwel geen vliegverkeer meer werd toegestaan. His Majesty blijkt tientallen politici onder huisarrest te hebben geplaatst, de media is monddood gemaakt en journalisten en studenten zijn gearresteerd. Voortaan moet elke bijeenkomst van tevoren worden gemeld en goedgekeurd, en is het voor mensen werkzaam bij overheidsinstanties verboden zich te organiseren.

De VS, India en Groot-Brittannië keuren de coup af. De inwoners die ik spreek noemen dit huichelarij, zeker waar het India betreft. Nog geen twee weken later verklaart de Indiase Hindoe-partij VHP publiekelijk steun aan de Nepalese koning: '(...) en zegt dat in India's belang het Maoistische terrorisme platgestampt moet worden en eist dat India het Himalya Koninkrijk hiertoe alle medewerking zal verschaffen'.

Ik en nog twee trekkers besluiten niet langer te wachten op een vlucht, en wandelen terug naar Beni, vanwaar we naar Pokhara verder kunnen reizen. Onderweg hebben we een interessante ontmoeting met een vrij hoog figuur uit de Nepal Congres partij. Hij behoort tot de boeddhistische Takhali's die rond de Annapurna Himal wonen. Zijn vrouw runt een guest house in Kalopani. Hij is wel eens in Nederland geweest, en dus staat er hutspot op het menu. Omdat hij nu thuis is bij zijn vrouw en niet in Kathmandu, weet hij niet eens of hij wellicht ook onder huisarrest staat.

Zijn mening over de Maoïsten steekt hij niet onder stoelen of banken. Hij heeft respect voor de milities van de People's Army, zegt hij, maar de Maoïstenleiders zijn instrumenten van de koning. Doordat zij alles doen om de politieke partijen dwars te zitten, spelen ze de koning in de kaart.

Wat hiervan waar is, weet ik niet. Het feit dat er meteen na de coup weer een driedaagse door de Maoïsten uitgeroepen staking plaatsvond, werkt voor de koning gunstig uit. Mensen kunnen zo niet communiceren met elkaar, en ook niet reizen om zich te organiseren. Maar dit kan ook toeval zijn. Bovendien volgden er heftige bombardementen op Maoïstische kampen.

Speculaties

Onze Takhali bons is niet verbaasd over de coup. Ook in de media werd er al eerder over gespeculeerd. In een uitgave van de Nepali Times van december 2004 werd gepubliceerd over een geheimzinnig bezoek van Gyanendra aan een aantal Noordindiase steden: '(...) er zijn aanwijzingen dat de monarch misschien een authoritair avontuur overweegt'. Een India-watcher wordt geciteerd: 'Er staan drie onderwerpen op de agenda: Gyanendra's eigen positie, de strijd tegen de Maoïsten, en waterkracht. Die zaken hebben trouwens veel met elkaar te maken'.

De Nepalese dagbladen puilen overigens uit van al dan niet verzonnen steunbetuigingen aan de koning. De Nepalese vliegmaatschappijen 'verklaren zich volledig solidair met de Koninklijke Verklaring van Zijne Majesteit'. Niet bij naam genoemde vrouwenactivisten zouden gezegd hebben dat 'Zijne Majesteit's initiatief een tijdige en belangrijke stap was om duurzame vrede te bereiken in het land'.

De Tractor Business Holding Association zegt dat 'Zijne Majesteit's beslissing ons verlichting geeft van een eindeloze cyclus van geweld en corruptie'. Ondertussen zou het aantal arrestaties onder journalisten (waaronder het hoofd van de Nepalese Journalisten Federatie), politici en studenten opgelopen zijn tot boven de duizend.

Buitenlandse commentaren wijzen erop dat Gyanendra een groot risico neemt met zijn stap. Hij is bijzonder impopulair, en heeft alleen steun van het leger. Het zou kunnen dat de Maoïsten in deze situatie de confrontatie met het leger aandurven, na een periode waarin het hele land, en dan met name Kathmandu, volledig is platgelegd.

Maar zijn de Maoïsten wel sterk genoeg? Steunt de bevolking hen nog voldoende? En wat doen India en de VS? Hoe dan ook, hier staat een beweging van mensen die weten waar ze aan begonnen zijn, en al jarenlang hun leven op het spel zetten om hun doel te bereiken. Dit verhaal is nog lang niet ten einde.

 

Reiservaringen

Nepal is niet langer alleen het land van de majestueuze Himalaya en boeddhistische tempels, hippietoeristen en talloze ontwikkelingsprojecten. Ook de Maoïsten proberen een graantje mee te pikken van de toeristen die in Nepal een trektocht door de Himalaya komen maken. In de winter, en met alle onrust, zijn er nauwelijks trekkers voorradig. Ondanks deze slappe tijd kom ik na een bezoek aan het hooggelegen dorp Ghorepani, zoals verwacht, twee Maoïstische tax-officials tegen. Het toerisme maakt alles voorspelbaar, zelfs Maoïsten!

Ze leggen uit wie ze zijn, en of ik 1200 roepies wil betalen. Hiermee draag ik bij aan de 'completing of the Nepalese Revolution'. Ik laat ze het boek van Onesto zien, over de Nepalese revolutie, dat ik bij me draag. Ze lezen geen Engels, maar als ze de foto's zien raken ze enthousiast. Ze stellen me nog snel voor aan een Maoïstische didi (sister) uit het dorp, en willen dan snel het huis weer binnen vanwaar ze het pad in de gaten houden. Ik krijg een bonnetje mee, zodat ik niet nog een keer hoef te betalen, mocht ik nog zo'n team tegenkomen. Op het bonnetje prijken Mao, Marx, Engels, Lenin en Stalin.

De door de Maoïsten georganiseerde stakingen zorgen ervoor dat er de helft van de tijd geen vervoer mogelijk is. Mensen die de staking negeren lopen een groot risico door de Maoïsten aangehouden te worden. Na de laatste grote staking die ik meemaakte, stonden er naar verluidt tien tot twintig uitgebrande voertuigen op de weg naar Kathmandu die door de Maoïsten waren aangestoken.

Als er wel vervoer is, moeten de mannelijke inzittenden bij elke militaire controlepost uitstappen en hun bagage laten controleren. Een eindje verderop mogen ze weer instappen. Bij een zo'n controlepost zie ik dat een mannetje, met beentjes zo lang als mijn arm, die een groepje buffels voortdrijft, zonder reden wordt tegengehouden, waardoor hij een enorm eind moet omlopen. Ook de lokale tuctucs (kleine busjes) in de steden worden aangehouden bij de controleposten, waarbij een regeringssoldaat in de tassen komt neuzen.

Voortdurend schijnen er nieuwe verboden door de regering te worden uitgevaardigd over wat je bij je mag dragen. Beroemd is het 'snelkookpanverbod', omdat daar kennelijk een goede bom van te maken valt. Zomaar een dorp bezoeken kan een probleem zijn. Maoïsten sturen vaak mensen weg uit een gebied die daar volgens hen niks te maken hebben. Al jaren is er een avondklok ingesteld. Reizigers in de toeristenwijken merken daar niets van, maar in de gewone buurten wordt het na een uur of negen 's avonds stil op straat. Als de bus zijn bestemming niet op tijd haalt (en die kans is aanzienlijk), sta je tot vier uur 's ochtends stil op de weg.

Oorlog van het volk

In het boek 'Dispatches of the People's War in Nepal' schept de Amerikaanse communistische schrijfster Li Onesto een zeer gedetailleerd beeld van de eerste jaren van de opstand, met name in de 'base areas' Rukum en Rolpa. In 1999 trekt Onesto drie maanden op met de 'People's Army'. Zij gaat diep in op de motivatie van mensen uit verschillende bevolkingsgroepen of beroepen om actief te worden in de 'People's War'. Onesto praat met Prachandra en andere leiders over de strategie van de opstand, en met familieleden wiens dochter of broer gedood is in de gevechten. Zij wil een antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat de Maoïsten überhaupt zover gekomen zijn en verklaart dit voor een belangrijk deel aan de hand van het feit dat elke tegenslag de getroffenen eerder lijkt te versterken in hun motivatie dan te ontmoedigen.

Ook heel interessant zijn de voorbeelden van activiteiten die de Maoïsten buiten het strijdtoneel ontplooien. Zoals over de 'cultural squads' die rondtrekken en shows geven met muziek en gedichten, gebaseerd op ware gebeurtenissen tijdens de opstand. Vooral jongeren zijn actief in deze squads, en één van hen vertelt aan Onesto hoe in haar dorp veel steun was voor de People's War. 'In 1997 voerde de politie de repressie zo hoog op, dat het dorp nu verlaten is. Iedereen moest vluchten en ondergronds gaan'. De leden van dit team die zij ontmoet, komen korte tijd later om bij een aanval door het leger. Zij zouden verraden zijn door een lid van de CPN-UML. Deze verradersrol van de CPN-UML, samenwerkend met het leger om de Maoïstische politieke concurrenten een kopje kleiner te maken, wordt opvallend vaak belicht in het boek.

Onesto gaat uitgebreid in op de manier waarop de Maoïsten op lokaal niveau al veranderingen proberen door te voeren. Er worden 'people's tribunals' georganiseerd, bijvoorbeeld in gevallen dat er onrechtmatig grond toegeëigend werd door grootgrondbezitters, of waar nog 'bonded laborers' (zeg maar slaven) gehouden worden, of waar boeren die niet kunnen lezen hoge schulden in de schoenen werd geschoven door afpersers. Des te interessanter, omdat ik in het gebied waar ik een tijdje verblijf precies dezelfde soort verhalen hoor.

Voor de politiek correcte anarchisten onder ons: helaas biedt haar boek geen antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat een linkse beweging anno nu Mao en Stalin tot boegbeelden verheft. Aan de andere kant hoeft ook niet aangenomen te worden dat zij de gruweldaden van dit stel goedkeurt, laat staan wenst te herhalen. En gezien de context van Nepal, waar grote delen van de bevolking al eeuwenlang zoveel geweld wordt aangedaan, is het maar de vraag of je het recht hebt om jezelf als buitenstander dit soort vragen te stellen.

Dispatches from the People's War in Nepal - Li Onesto, Pluto Press and Insight Press, London 2005 (ISBN 0 7453 2340 5)

 

 

Naar boven