|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#3 Nepal, tussen coup en revolutie
Het lijkt tegen elke tijdgeest in te gaan, maar in Nepal gebeurt het. De eerste maanden van dit jaar luiden wellicht de eindfase in van de strijd tussen koning Gyanendra met zijn feodale bewind en beruchte leger enerzijds, en de milities van de Maoïstische guerrillabeweging anderzijds.
Tekst Nina Holland
De politieke partijen die de afgelopen jaren de democratie in Nepal vorm moesten geven, zijn door koning Gyanendra met zijn coup van 1 februari jl. vakkundig om zeep geholpen. Hij beschuldigt de politici ervan niet op te treden tegen de steeds groeiende dreiging vanuit Maoïstische hoek. Deze rebellen proberen al acht jaar lang de monarchie omver te werpen en een communistische staat te stichten. De burgeroorlog heeft al aan meer dan 11.000 mensen het leven gekost. Door India en de VS worden de Maoïsten bestempeld als terroristische groepering die ook hun nationale veiligheid bedreigt. Maar de Maoïsten lijken na negen jaar strijd wel klaar voor een eindoffensief. Hoe zijn de communisten überhaupt zover gekomen en wat drijft hen?
Hindoe-dominantie Nepal, ingeklemd tussen de supermachten China en India, kent een lange traditie van communistische bewegingen. Vanaf de 18e eeuw, toen de eerste Shah koning met het bijeen vegen van een aantal koninkrijkjes de basis legde voor het huidige Nepal, hebben allerlei groepen zich tegen het monarchistische bewind verzet. De Shahs, die met de huidige koning Gyanendra aan het hoofd nog steeds aan de macht zijn, creëerden een natie bestaande uit een onwaarschijnlijke variatie aan bevolkingsgroepen met totaal verschillende talen, culturen en religies. Deze werden en worden gedomineerd door de hoogste hindoe-kasten, zoals de Brahmanen en de Chettris. De circa 25 overige groepen, zoals de Cheppang, Newars, Magars en Gurungs, die zelf het kastensysteem niet kennen, worden stelselmatig gediscrimineerd en buiten alle machtsposities gehouden. Deze hindoe-dominantie wordt in hoge mate gesteund door grote buur India, maar kreeg door de eeuwen heen te maken met (boeren)opstanden. Begin jaren '50 schoot het Indiase leger het Nepalese bewind te hulp om een opstand in het westen van Nepal neer te slaan. Voor India is Nepal altijd een welkome buffer tegen China geweest. Daarnaast is Nepal een goedkope bron van arbeiders en een dumpplek voor Indiase industriële producten. Als gevolg hiervan heeft Nepal nauwelijks een eigen industrie kunnen ontwikkelen, en bleef de groeiende bevolking afhankelijk van de landbouw, het toerisme, ontwikkelingshulp en migratiearbeid. De vruchtbare Terai-vlakte in het zuiden is grotendeels in handen van grootgrondbezitters, terwijl men in de rest van Nepal tot op de meest onmogelijke plaatsen probeert iets te verbouwen. In de jaren '60 en '70 werden deze opstanden steeds meer georganiseerd vanuit communistische bewegingen. Deze generatie activisten kwam steeds meer onder invloed te staan van de ideeën van de Chinese leider Mao. Zijn basistheorie over het totstandbrengen van een revolutie in een feodale, agrarische maatschappij, leek zeer van toepassing op Nepal. In 1990 moest de vorige koning, Birendra, niet eens zo impopulair maar wars van democratie, toegeven aan wijdverbreide protesten en een meerpartijenstelsel accepteren. De 'Janodalon Uprising' leidde ertoe dat er een einde kwam aan het feodale 'panchayat' systeem. Het land werd tot dan toe op lokaal niveau bestuurd door lokale raden, waarin de hogere kasten meestal de dienst uitmaakten. Maar met de nieuwe 'democratie' wil het maar niet lukken. In vijftien jaar tijd zijn er bijna evenzoveel regeringen aan de macht geweest.
Grote Sprong Voorwaarts Tot halverwege de jaren '90 vormden ook de Maoïsten een 'gewone' politieke partij, de CPN (Maoist), vooral niet te verwarren met de CPN-UML (Marxistisch-Leninistisch). Maar Prachandra (de Nepalese Sandino of Marcos) en andere leiders van de CPN besloten definitief het parlementaire pad te verlaten en over te gaan tot de gewapende strijd. Nepal is volgens hen rijp voor een revolutie: er heerst een corrupt, feodaal, gecentraliseerd staatssysteem, met weinig macht buiten de steden. Een groot deel van Nepal is totaal ontoegankelijk voor voertuigen en er heerst grote armoede. Dit, en de onderdrukking van vele bevolkingsgroepen vormt een voedingsbodem voor de revolutionaire beweging. Onder de Magars bijvoorbeeld is de aanhang van de Maoïsten zeer hoog. De beslissing tot het oppakken van de wapens werd niet licht genomen. Er was veel intern verzet. Voor velen was de stap om ondergronds te gaan te groot. Bekende communistenleiders waren van mening dat er in Nepal geen succesvolle revolutie zou kunnen plaatsvinden, en dat een gewapende opstand zou eindigen in een bloedbad. Zowel voor- als tegenstanders realiseerden zich dat India een grote bedreiging vormde voor een eventueel succesvolle revolutie. Hierop antwoordde Prachandra: ,,In het begin was er veel discussie over de vraag hoe er tot gewapende strijd overgegaan moest worden. Veel mensen waren beïnvloed door de 'vreedzame strijd', het werk in het parlement, bourgeois gevoelens en een lange traditie van de reformistische beweging. Hierop besloten we dat we naar een radicale omslag moesten streven, 'a big leap'. Geen geleidelijke verandering.'' (Onesto, p.8, zie kader) Zodra het besluit eenmaal gevallen was, verlieten sommigen de partij, anderen sloten zich juist aan. Gedurende 1995 werd onder de Nepalese bevolking een intensieve campagne gehouden om hun steun te verkrijgen voor de revolutie. De regio's van het eerste uur waren de in het westen gelegen provincies Rukum, Rolpa en Jajarkot. Op 13 februari 1996 vond de 'Initiation' plaats. Met honderden grotere en kleinere acties in het hele land kondigde de CPN (Maoist) de alomvattende strijd tegen het bewind (koning én regering) aan. In de jaren die volgden werd Mao's theorie van de 'protracted war' toegepast. Deze theorie gaat uit van de erkenning dat de revolutionaire krachten in het begin nog zwak zijn ten opzichte van het leger. Met verrassingsacties over een langere periode moet het leger verzwakt worden, terwijl de Maoïsten proberen steeds meer actieve steun van de bevolking te krijgen.
De Koningsmoord Dan, in 2001, is Nepal even wereldnieuws. In het koninklijk paleis van de Shahs speelde zich een bloedige, Shakespeare-waardige gebeurtenis af. Koning Birendra werd met vrouw, twee kinderen en nog zes andere familieleden tijdens de avondmaaltijd doodgeschoten. Naar verluidt door zijn dronken zoon, die gefrustreerd zou zijn over een afgekeurde liefde. Deze zoon vond ook zelf de dood, en er zijn geen getuigen. De broer van de huidige koning, Gyanendra, is op dat moment elders met zijn familie. Het gerucht dat hij achter de moorden zit, was snel geboren en uiterst hardnekkig. Immers, de redelijk populaire Birendra is altijd erg terughoudend geweest in het aanpakken van de Maoïstische guerrillastrijders. Andere machten, in Nepal en daarbuiten, wisten dat Gyanendra een voorstander van harde aanpak door het leger was. Gyanendra zou, met of zonder hulp van buitenaf, de kwade genius achter het hele drama zijn geweest. Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat de buitenwereld oog kreeg voor wat er zich in Nepal afspeelt. Een Belgische wapenleverantie aan het Nepalese leger zorgde voor politieke commotie en het aftreden van een groene minister. De VS voorzag het leger van machinegeweren en trainingen en Groot-Brittannië organiseerde in 2002 een conferentie over de vraag hoe het Nepalese regime de Maoïsten kon verslaan. Hoge Indiase generaals en diplomaten lieten regelmatig doorschemeren dat India voor haar eigen nationale veiligheid zelf zou moeten ingrijpen. ,,India is al te lang een passieve toeschouwer geweest, ondanks het duidelijke gevaar dat <de opstand> ook voor haar eigen veiligheid is'', zei een van hen aan een verslaggever van de Kathmandu Post. (15 jan 2005) Maar tegelijkertijd doen Indiase wapensmokkelaars goede zaken met de Maoïsten. Al snel komt er veel kritiek op Gyanendra, die het leger de vrije hand geeft. Nepal staat hoog op de lijst van landen met de meeste mensenrechtenschendingen. Nergens ter wereld vinden momenteel zoveel verdwijningen plaats als in Nepal. Van de ruim 11.000 doden die er sinds het begin van de opstand gevallen zijn, zijn meer dan de helft gewone burgers die slachtoffer werden van het leger, na (onbewezen) vermoedens van sympathie voor de Maoïsten. Human Rights Watch, Amnesty International en werkgroepen van de VN buitelen over elkaar heen met rapporten over een toenemend aantal verdwijningen, martelingen en moorden door het leger. Ook de Maoïsten worden van schendingen beschuldigd, onder andere van het inzetten van kinderen in het leger.
De coup Op de ochtend van 1 februari jl. zou ik een binnenlandse vlucht nemen vanuit de bergen, maar er woedt een sneeuwstorm. Als de kaarten en roepies al een tijdje over de tafel schuiven, komt om tien uur het bericht binnen dat koning Gyanendra de macht heeft gegrepen. Kort daarop worden alle radio- en tv-uitzendingen stilgelegd, en is er ook geen telefoonverkeer meer mogelijk. De volgende dag zou blijken dat uit angst voor het feit dat politici het land zouden ontvluchten er ook vrijwel geen vliegverkeer meer werd toegestaan. His Majesty blijkt tientallen politici onder huisarrest te hebben geplaatst, de media is monddood gemaakt en journalisten en studenten zijn gearresteerd. Voortaan moet elke bijeenkomst van tevoren worden gemeld en goedgekeurd, en is het voor mensen werkzaam bij overheidsinstanties verboden zich te organiseren. De VS, India en Groot-Brittannië keuren de coup af. De inwoners die ik spreek noemen dit huichelarij, zeker waar het India betreft. Nog geen twee weken later verklaart de Indiase Hindoe-partij VHP publiekelijk steun aan de Nepalese koning: '(...) en zegt dat in India's belang het Maoistische terrorisme platgestampt moet worden en eist dat India het Himalya Koninkrijk hiertoe alle medewerking zal verschaffen'. Ik en nog twee trekkers besluiten niet langer te wachten op een vlucht, en wandelen terug naar Beni, vanwaar we naar Pokhara verder kunnen reizen. Onderweg hebben we een interessante ontmoeting met een vrij hoog figuur uit de Nepal Congres partij. Hij behoort tot de boeddhistische Takhali's die rond de Annapurna Himal wonen. Zijn vrouw runt een guest house in Kalopani. Hij is wel eens in Nederland geweest, en dus staat er hutspot op het menu. Omdat hij nu thuis is bij zijn vrouw en niet in Kathmandu, weet hij niet eens of hij wellicht ook onder huisarrest staat. Zijn mening over de Maoïsten steekt hij niet onder stoelen of banken. Hij heeft respect voor de milities van de People's Army, zegt hij, maar de Maoïstenleiders zijn instrumenten van de koning. Doordat zij alles doen om de politieke partijen dwars te zitten, spelen ze de koning in de kaart. Wat hiervan waar is, weet ik niet. Het feit dat er meteen na de coup weer een driedaagse door de Maoïsten uitgeroepen staking plaatsvond, werkt voor de koning gunstig uit. Mensen kunnen zo niet communiceren met elkaar, en ook niet reizen om zich te organiseren. Maar dit kan ook toeval zijn. Bovendien volgden er heftige bombardementen op Maoïstische kampen.
Speculaties Onze Takhali bons is niet verbaasd over de coup. Ook in de media werd er al eerder over gespeculeerd. In een uitgave van de Nepali Times van december 2004 werd gepubliceerd over een geheimzinnig bezoek van Gyanendra aan een aantal Noordindiase steden: '(...) er zijn aanwijzingen dat de monarch misschien een authoritair avontuur overweegt'. Een India-watcher wordt geciteerd: 'Er staan drie onderwerpen op de agenda: Gyanendra's eigen positie, de strijd tegen de Maoïsten, en waterkracht. Die zaken hebben trouwens veel met elkaar te maken'. De Nepalese dagbladen puilen overigens uit van al dan niet verzonnen steunbetuigingen aan de koning. De Nepalese vliegmaatschappijen 'verklaren zich volledig solidair met de Koninklijke Verklaring van Zijne Majesteit'. Niet bij naam genoemde vrouwenactivisten zouden gezegd hebben dat 'Zijne Majesteit's initiatief een tijdige en belangrijke stap was om duurzame vrede te bereiken in het land'. De Tractor Business Holding Association zegt dat 'Zijne Majesteit's beslissing ons verlichting geeft van een eindeloze cyclus van geweld en corruptie'. Ondertussen zou het aantal arrestaties onder journalisten (waaronder het hoofd van de Nepalese Journalisten Federatie), politici en studenten opgelopen zijn tot boven de duizend. Buitenlandse commentaren wijzen erop dat Gyanendra een groot risico neemt met zijn stap. Hij is bijzonder impopulair, en heeft alleen steun van het leger. Het zou kunnen dat de Maoïsten in deze situatie de confrontatie met het leger aandurven, na een periode waarin het hele land, en dan met name Kathmandu, volledig is platgelegd. Maar zijn de Maoïsten wel sterk genoeg? Steunt de bevolking hen nog voldoende? En wat doen India en de VS? Hoe dan ook, hier staat een beweging van mensen die weten waar ze aan begonnen zijn, en al jarenlang hun leven op het spel zetten om hun doel te bereiken. Dit verhaal is nog lang niet ten einde.
|
|