|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#11 Manipulatie van het onderbewuste
'Evenals het feit dat wij bestaan uit biljoenen biologische eenheden (voornamelijk bacteriën), is het absurd om het bewustzijn te verwarren met 'onszelf', als aparte individuele eenheden. Het is veel plausibeler om de mensheid als één wezen te beschouwen, een wezen bestaande uit vele bewustzijnen die niet in staat zijn om elkaar te herkennen als deel van hetzelfde geheel. De mythe van aparte individuele wezens is de grootste tragedie van het dier dat mens heet.'
Uit 'Blind manifestations of the material mind' van Rose Margahrita Magdalene.
tekst Monty Cantsin
Wij slapen allemaal. Het is een cliché, een banaliteit. We weten het maar toch zijn nooit wij het die slapen, dat zullen we nooit toegeven. Het is altijd de rest die slaapt. Een slapend dier, vooral een die denkt dat het wakker is, is het makkelijkst onbewust manipuleerbaar. In plaats van te vragen of manipulatie van het onderbewuste wenselijk is kun je je beter vragen of pure bewuste communicatie überhaupt mogelijk is. Onze geest misleidt ons door te geloven dat ons bewustzijn ons is en wij ons bewustzijn zijn. Dit is per slot waar wij het concept van Ik of Mij beleven. Maar niets is minder waar. Bewustzijn is niet meer dan een beperkte lichaamsfunctie, iets als het filteren van urine door de nieren of de productie van poep door de darmen. Julian Jaynes legt het als volgt uit: 'Het bewustzijn is een veel kleiner deel van ons geestelijk leven dan we ons beseffen. Dat is makkelijk gezegd, maar lastig te appreciëren. Je kunt net zo goed een zaklantaarn vragen om te zoeken naar een object waar geen licht op schijnt. De zaklantaarn ziet overal waar hij schijnt licht en zal concluderen dat de hele ruimte verlicht is. Precies zo denkt het bewustzijn alle hoeken van de geest te kunnen omvatten, terwijl dat helemaal niet klopt.'
Ons bewustzijn flakkert als een vlam, tot het op een dag is uitgedoofd en opgaat in een sliert rook. Dat wil niet zeggen dat het dan in het niets is verdwenen. Het wordt iets anders, net als alle elementen waaruit wij bestaan continu veranderen. Deze kringlopen verlopen veel sneller dan we ons kunnen voorstellen. Bijna elke cel in de pancreas wordt in een etmaal vervangen, de maagwandcellen elke drie dagen, witte bloedcellen worden elke tien dagen vernieuwd en 98 procent van de eiwitmoleculen in onze hersenen is binnen een maand vervangen. Huisstof bestaat voor het grootste gedeelte uit dode huidcellen, waarvan er 100.000 per minuut worden vervangen. Evenals ons fysieke lichaam wordt ons mentale leven voortdurend aangevuld. Bij het onderbewuste wordt meestal gedacht aan een soort magie waarbij boodschappen ongemerkt in het brein worden geïmplanteerd. We begrijpen het woord 'onderbewust' niet omdat we nauwelijks bewuste wezens zijn. Ons onderbewuste is onderbewust dankzij het feit dat we ons er niet bewust van zijn. Hebben we een bewustzijn nodig om auto te rijden, of te fietsen? Nee! Hebben we een bewuste geest nodig om iets nieuws te leren? Nee! Hebben we een bewustzijn nodig om 2 + 2 uit te rekenen? Nee! Ons ego wil het graag geloven, onze vele ego's, maar dit terzijde. Als we 2 + 2 optellen komt het antwoord onbewust naar boven. Alleen terugblikkend reconstrueert het ego de illusie dat het de baas is. Vandaar dat de geest oneigenlijke concepten construeert als these, anti-theses of dialectisch materialisme. Dit worden culturele veronderstellingen die weinig te maken hebben met hoe het brein eigenlijk functioneert. Bewustzijn is slechts daar waar men zich van zichzelf bewust wordt, analoog aan 'ik'. Een besef van onze identiteit. Deze identiteit is een verkeerde voorstelling, in ons hoofd geconstrueerd door lineaire gesproken of geschreven taal. Het is voornamelijk kletspraat in ons hoofd die een identiteit creëert. Als het mogelijk is om ons 'werkelijke zelf' te ervaren dan gebeurt dat op een heel ander niveau, los van taal en verbeelding, op het niveau van directe ervaring.
Een besef van ons analoge 'ik' en onze vele strijdende ego's maakt het mogelijk om te begrijpen hoe makkelijk het is om het onderbewuste te manipuleren. De media van alledag staan bol van ongemerkte informatie. We dragen die altijd bij ons en we laten ons er zowel door beïnvloeden als verontrusten. Juist die combinatie helpt om een diepere ideologie of intentie over te brengen. We zien alleen de buitenkant, en zijn niet in staat om de veelgelaagdheid van reclame en massamedia te ontcijferen. Steeds is het onderbewuste de norm en niet de uitzondering, zoals Wilson Key al schreef: 'Tien jaar lang was ik betrokken bij allerlei tests voor grote, internationale reclamebureaus. Van tijd tot tijd verrichtte ik evaluaties onder consumenten, meestal om een klant gerust te stellen die zich zorgen maakte om de doelmatigheid van grote promotionele uitgaven. Voor zover ik weet worden dit soort analyses nooit serieus toegepast bij de ontwikkeling van nieuwe, creatieve reclame-thema's. De banaalste, niet herinnerde (bewust herinnerde) dramatische inhoud vormt de basis voor koopgedrag- stimulerend adverteren. Volgens mijn werkgevers is iedere advertentie die men zich bewust herinnert een ramp voor de verkoopcijfers. Destijds begreep ik niets van deze logica. Nu besef ik me dat het doel van reclame is om een aankoop-beslissing te motiveren - dagen, weken of maanden nadat de reclame ook maar een moment is waargenomen... Het systeem van bewuste herinnering kon wel eens onverenigbaar zijn met de verkoopdoeleinden van media- marketing.'
Adverteerders weten precies waar ze mee bezig zijn. Eén procent van de bruto binnenlandse produkt in de wereld wordt uitgegeven aan reclame. Dat is een enorm bedrag. Miljarden! Reclame werkt. Hoe meer we doen alsof het niets uithaalt hoe effectiever het is. Daarom geven adverteerders veel geld uit om de boodschap op 't eerste gezicht zo simpel mogelijk te maken. De subtekst is waar je voor moet uitkijken. Dat is complexer dan het lijkt. Adverteerders halen je over en manipuleren meer met wat níet wordt gezegd dan wat wel. Het is de moeite waard om de reclame methoden uit het boek van Vance Packard, uit 1957 te bestuderen, als voorbeeld van hoe ver adverteerders gaan: 'Ten eerste kun je niet aannemen dat de mensen weten wat ze nodig hebben. Een bekend ketchupmerk kreeg vaak klachten over de fles, dus liet het bedrijf onderzoek doen. De meeste mensen die geïnterviewd werden, zeiden dat ze de voorkeur gaven aan een ander type fles. Nadat het bedrijf had geïnvesteerd in nieuwe flessen ketchup werden die, in tegenstelling tot het oude model, geheel niet verkocht, zelfs niet aan mensen die eerder hadden aangegeven het nieuwe model te verkiezen. In een onderzoek onder mannelijke bierdrinkers gaven velen aan de voorkeur te geven aan een 'lekker droog biertje'. Op de vraag hoe een biertje droog kan zijn, kon haast niemand antwoord geven. Onder de enkelingen die het wel wisten heersten totaal uiteenlopende opvattingen. Ten tweede, concluderen sommige adverteerders, kun je er niet vanuit gaan dat mensen -zelfs als ze al weten waar ze wel en geen behoefte aan hebben- de waarheid zullen vertellen. Je krijgt eerder het soort antwoorden waarmee men hoopt de indruk te wekken heel verstandig, rationeel en intelligent te zijn. Een firma van bedrijfsconsulenten trok de conclusie dat het woord van een klant over wat hij wil het minst betrouwbare middel is voor een producent om te weten wat hij moet doen om klanten te winnen.'
Elk moment van de dag absorbeert ons lichaam miljoenen indrukken; een wild visueel feest, een kakafonie aan geluid, smaken en geuren. Maar ons bewustzijn omvat slechts een microscopische fractie van die astronomische toevloed. We hebben het hier niet over het onderbewustzijn a la Freud of de Jungiaanse symboliek. Dat deel is kleiner dan een atoom vergeleken met de totaliteit van onze onbewuste mechanismes. De periferie van onze blik is niet zwart of donker, maar verdwijnt in het niets, we zijn ons er gewoonweg niet van bewust. Neem ter verduidelijking het leesproces: niemand is zich bewust van de manier waarop je woorden samenstelt uit de aparte letters of hoe men betekenis vergaart uit de reeks woorden in een zin. Dat gebeurt allemaal in fracties van een seconde en ongemerkt. Tijdens het lezen is het bewustzijn gericht op het verzamelen van de beelden of betekenis uit woorden, men merkt niets van de wereld rondom. Ondertussen registreren de zintuigen ononderbroken de totale omgeving maar niet bewust. Geuren, geluiden, smaak, het gevoel van zwaartekracht, van kleren op je huid enz. worden nog steeds geregistreerd. Ons bewustzijn lijkt voornamelijk te worden bepaald door gesproken en geschreven taal. Een laag verbale interactie stroomt onophoudelijk. Onder die laag vindt een visuele gedachtewisseling plaats. Het is een fout om die op een verbale manier te herinterpreteren. Het heeft zijn eigen betekenis, een geconstrueerde en niet feitelijke betekenis. Daaronder zitten nog meer lagen zoals feitelijke lichamelijke waarnemingen. We zijn geneigd om deze sensaties te absorberen en ze daarna verbaal te interpreteren, waarmee ze gereduceerd worden tot een verbale uitleg en hun directe betekenis verloren gaat. Dagelijks worden we overspoeld met informatie. Informatie schreeuwt ons van alle kanten toe. Massamedia, reclameborden, radio, tv. Tegen de tijd dat een gemiddelde Amerikaanse tiener school verlaat heeft die zo'n 350.000 tv-reclames gezien. Het is gewoonweg onmogelijk om zoveel informatie op een bewust niveau te verwerken. We worden van alle kanten bestookt met reclame. Het grootste deel daarvan bereikt ons op onbewust nivo, waar het als een tijdbom het juiste moment afwacht. Het moment van consumeren. Het moment om ons leven op te vullen met pseudo-behoeften om ons pseudo-comfort te verschaffen.
Visuele informatie heeft veel meer invloed op mensen dan de eigenlijke inhoud ervan in woorden. Hoe minder een individu zich dat realiseert, hoe beter het werkt. Hoe meer werk in de grafische presentatie is gaan zitten, hoe meer 'geldigheid' die informatie heeft. Een goede grafische presentatie zonder bronvermelding heeft meer overtuigingskracht dan een slechte presentatie waarop wel alle bronnen vermeld worden. Dat werkt zo juist omdat de meeste mensen niet bewust over het belang van het beeld nadenken. In relatie tot logo's hebben sommige vormen en symbolen veel meer 'autoriteit' dan andere. Waarom precies weet niemand maar het heeft te maken met onze collectieve geschiedenis (en misschien universele gewoontes). Cirkels bijvoorbeeld hebben meer zeggingskracht dan andere vormen. Doordat onze zintuigen onderling verbonden zijn beïnvloedt een symbool de manier waarop we het bijbehorende object ruiken, voelen of proeven. Het is een beproefde methode onder adverteerders. Een logo kan een enorm effect hebben op de manier waarop een organisatie wordt ervaren. Niet voor niets luidt de Coca Cola bedrijfsvisie: 'Waarde creëren voor onze aandeelhouders op lange termijn, door een bedrijf op te bouwen dat de merknaam Coca Cola verder verbreidt'. Het feitelijke fysieke product is irrelevant. Het eigenlijke product dat wordt verkocht is de visuele bagage die onbewust in de reclame zit verpakt. Dat is ook waarom bedrijven zulke enorme bedragen uitgeven aan reclame. Uiteindelijk is de reclame meer het product dan het fysieke product zelf. Dat heeft een waarde die het door de reclame is toegedicht, ongeveer op dezelfde manier waarop we waarde toedichten aan de fysieke manifestatie van geld. Het eerste stadium van de verkoop van een product is altijd de consument er van te overtuigen dat reclame geen enkel effect heeft op verstandige individuen. Natuurlijk is iedere consument ijdel genoeg om zichzelf als verstandig individu te beschouwen.
Dit is een oproep om je bewust te worden van de enorme kelders van het onderbewuste. Het is een oproep om er rekening mee te houden bij het produceren van propaganda en bij alle pogingen om een ander te overtuigen van een betere visie over de wijze waarop we op deze planeet kunnen leven. Een ieder die goed naar de feiten kijkt kan zien dat onze situatie hopeloos is. Iedereen die de feiten gedegen bestudeert kan zien dat we met uitsterven worden bedreigd. Dat staat vast, geen twijfel mogelijk. Het werd tijd dat we ons daarvan bewust werden op een feitelijk en niet op individueel niveau. Op het niveau van een lichamelijke sensatie. Misschien door er zonodig een paar tranen om te laten. Het is tijd om de illusie van permanentheid teniet te doen. Het is tijd om het onderscheid tussen werk en vrije tijd los te laten, om te laten zien dat die samen deel uitmaken van hetzelfde continue leven. Om geleidelijk de participatie in onze eigen levens te laten groeien, net zolang tot passief vermaak passé is, weer verveling is geworden, zoals we al lang wisten. Dit is een oproep om externe verwarring te veroorzaken, om te kunnen schuilen in innerlijke wijsheid. Voor een nieuw soort onenigheid op de wereld om niet meer alleen op oppervlakkig niveau te kunnen spreken maar met kennis en begrip van andere niveaus van communicatie. Wij zijn geen rationele wezens. Hoe meer we doen alsof, hoe minder we in de werkelijkheid leven. Dit is een oproep om de scheidslijn tussen feit en fictie te slechten. Paradoxaal genoeg zijn er vele waarheden in fictie, en vele leugens in feiten. Dit is ook een oproep om je eigen autoriteit aan te nemen, de enig zekere. Vertrouw niet op de autoriteit van dit verhaal, neem je eigen autoriteit aan maar vertrouw niet op de inhoud ervan. Er zijn al teveel fouten gemaakt door de velen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk. De geest is bedrieglijk, misleidt zichzelf in zelfgenoegzaamheid. Zoveel kan ik je verzekeren.
De auteur is Chief Advertising Execuive van de The Blind Authority Manipulatin Corporation. (vertaling: Elly Dada)
Bron tekst & illustraties: antimedia.net/blindauthority
|
|