Ravage #10, 22 juli 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #10


Acceptatie moet terrorisme tegengaan

Door de recente aanslagen in Europa hebben de autoriteiten een indrukwekkend veiligheidsbeleid ontwikkeld. Maar deze naar historische standaarden unieke internationale samenwerking heeft thans haar limieten bereikt. Voor de bestrijding van islamitisch terrorisme dienen we de obstakels voor een succesvolle integratie weg te nemen.

Tekst Rik Coolsaet

Al-Qaeda was aanvankelijk een hiërarchisch gestructureerde topdown organisatie, met een sterke centrale controle over het geheel, waarbij zelfs de kleinste uitgaven zorgvuldig werden bijgehouden. Goedkeuring van alle operaties en de selectie van doelwitten en middelen lagen bij Bin Laden zelf.

Dit Al-Qaeda, verantwoordelijk voor de aanslag op de Twin Towers, bestaat vandaag niet meer. Door de nederlaag van de Taliban in Afghanistan en de wereldwijde samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding na 11 september 2001 is er vandaag geen gedisciplineerde en gecentraliseerde organisatie meer die de activiteiten van tientallen filialen stuurt.

Driekwart van de topleiders is gedood of gevangen. De rest is op de vlucht en meer bezig om zichzelf in veiligheid te brengen dan om aanslagen te plannen. Er is geen centrale leiding meer, geen centrale kas waaruit aanslagen gefinancierd kunnen worden, geen centrale woordvoerder. Duizenden aanhangers en vele van de oorspronkelijke cellen werden opgedoekt. Het netwerk krijgt de steun van geen enkele staat. Al-Qaeda is hersendood.

Erfenis Bin Laden

De belangrijkste uitdaging voor het anti-terrorismebeleid is vandaag niet langer Al-Qaeda, maar wat na Al-Qaeda komt, meent ook Paul R. Pillar. Onder de regering-Clinton was hij een van de centrale CIA-figuren die de alarmklok luidde over het gevaar dat Al-Qaeda vertegenwoordigde. Vaak tot leedvermaak van zijn collega's die zijn ongerustheid overdreven achtten.

Wat vandaag gemakshalve omschreven wordt als 'internationaal terrorisme' is, sinds het verdwijnen van Al-Qaeda als een gestructureerde organisatie, een verzelfstandigd en gedecentraliseerd lokaal terrorisme, ten dele vergelijkbaar met de pre-Al-Qaeda toestand. Het is niet meer dan een verzameling van lokale groepen, geworteld in een specifieke lokale situatie, maar tezelfdertijd ook geïnspireerd door de 'mythe Al-Qaeda' en precies dat laatste vormt de erfenis van Osama Bin Laden.

De hoofdbijdrage van Al-Qaeda heeft er aldus in bestaan de jihad en ook het anti-Amerikanisme als perspectief aan te bieden aan een hele waaier van marginale extremistische groepen die tot dan toe een lokale agenda volgden, zo oordeelt de Franse academicus Olivier Roy.

De dodelijke reeks aanslagen na 11 september 2001 waren niet het werk van Al-Qaeda. De aanslagen in Madrid in maart 2004 zijn typerend in dit verband. De Spaanse autoriteiten hebben geen duidelijke organisatorische band ontdekt tussen de daders en wat nog rest van het Al-Qaeda-leiderschap. Van de Hofstad-groep kan hetzelfde gezegd worden.

Nieuw kalifaat

De extremisten van vandaag hebben allen met elkaar gemeen dat het home-grown terreurgroepen zijn. Dat betekent niet dat er geen contacten bestaan tussen jihadi's. Die zijn er wel degelijk. Een aantal islamitische militanten heeft elkaar ongetwijfeld ooit ontmoet in trainingskampen in Afghanistan, Kasjmir of Bosnië, maar voor vele jihadi's is dat niet het geval.

Al-Qaeda is vandaag hoofdzakelijk een vlag geworden, een inspirerende mythe voor een los samenhangend geheel van lokale moslimextremisten, die elk hun eigen weg inslaan, zonder centrale controle. Dat impliceert dat lokale belangen en doelstellingen van plaatselijke terreurgroepen doorslaggevend zullen zijn, ook al verwijzen zij zelf soms naar Al-Qaeda.

Jihadi's delen een gezamenlijke filosofie en hanteren hetzelfde mantra: de oprichting van een nieuw kalifaat, als een soort hemel op aarde, en de jihad tegen de moslimregimes die in de weg staan, als ook tegen hun Westerse beschermheren. Al-Qaeda en de groepen die erdoor geïnspireerd worden, zijn echter niet meer dan sektes, extremistische splintergroepen. Niet verbonden met de grote islamitische bewegingen, die intussen gekozen hebben voor de democratische spelregels of in ieder geval de gewelddadige weg van de hand wijzen.

Zij beschikken niet over een uitgewerkte visie of over een politiek project. Zij beroepen zich op een geperverteerde en simplistische interpretatie van de islam en rekruteren in bevolkingsgroepen die zich uitgesloten voelen in de samenleving waar ze wonen, zowel in eigen land als in het Westen. Maar hoe komt het dat een sekte - ook Al-Qaeda is niet meer dan een sekte van zelfmoordenaars en fanatici - een gevoelige snaar heeft weten te raken in zowel de moslimwereld als in sommige migrantengemeenschappen met een moslimachtergrond?

Angstgolf

Terrorisme is zo oud als de mensheid. Het is van alle tijden, van alle continenten en van alle gezindten. Het is een politiek instrument dat gebruikt werd en wordt door groepen van uiteenlopende aard, van extreem-links tot extreem-rechts, nationalistische en sociale bewegingen, seculiere en religieuze groepen. Dat maakt het zoeken naar de grondoorzaken van het terrorisme tot een onbegonnen zaak en verklaart waarom alle pogingen in het verleden mislukt zijn.

Al-Qaeda is een politieke terreurbeweging die zijn eisen formuleert in een religieus discours, afgeleid van een salafitische en puriteinse interpretatie van de islam. Dat is Al-Qaeda's specifieke handelsmerk. Maar ondanks dit handelsmerk is dit islamitisch terrorisme een oude bekende in de geschiedenis van het terrorisme.

Het gaat hier op de eerste plaats om terreur gepleegd door groepen die geen instrumenten zijn in handen van staten en dus geen staatsbelangen dienen. Op de tweede plaats zijn deze groepen over de grenzen heen met elkaar verbonden in een wereldwijd opererend terreurnetwerk. Verder houden ze er hetzelfde ideeëngoed op na, ze verantwoorden hun terreurdaden vanuit een gezamenlijke universele, revolutionaire ideologie die specifieke en concrete binnenlandse eisen en conflicten overstijgt.

Hun daden jagen een schokgolf door de internationale gemeenschap. Deze voelt zich geconfronteerd met een haast ongrijpbare wereldwijde samenzwering. Dat vertaalt zich dan in energieke pogingen tot samenwerking en gezamenlijke afspraken ter bestrijding van dit netwerk, voortgestuwd door een retoriek en een aan paranoïa grenzende angst die niet in verhouding staan tot het aantal terreurdaden of het aantal slachtoffers.

Bestrijding

We vinden in vele Arabische en moslimlanden een spiegelbeeld van de angst in het Westen voor de islam. Terwijl wij de islam vrezen, leeft in een groot deel van de moslimwereld het gevoel dat de islam aan de schandpaal staat. Het idee is er wijdverspreid dat het Westen tegen hen is. Onder Arabische moslims leeft de opvatting dat het Westen hen onder de duim wil houden.

Vandaar het gevoel een geplaagde minderheid te zijn, zelfs in eigen land. Vandaar ook de gewaarwording dat zij zich tegen het Westen moeten verdedigen en dat de westerse oorlog tegen het terrorisme in werkelijkheid een oorlog tegen de islam is. Dit verklaart waarom het gevoel van solidariteit onder moslims wereldwijd is toegenomen, wat het momentum helpt verklaren waarop Al-Qaeda's erfenis gedijt.

Nooit eerder in de honderdjarige geschiedenis van de terreurbestrijding was de internationale samenwerking tegen het terrorisme zo groot en het aantal staten dat het terrorisme steunt, zo klein. Internationale terroristen kunnen enkel nog op eigen krachten rekenen. Op bilateraal niveau werden in tientallen landen duizenden verdachten aangehouden.

Op die manier is men erin geslaagd om aanslagen te verijdelen, Al-Qaeda-cellen uit te schakelen en te verhinderen dat vluchtende strijders van Al-Qaeda elders asiel zouden kunnen vinden. Hoewel het terrorisme nooit helemaal uitgeroeid zal kunnen worden, is de internationale gemeenschap er beter dan ooit in geslaagd om de communicatie, de bewegingsvrijheid en ook de geldstromen van terreurgroepen zozeer aan banden te leggen.

Vergeleken met de historische pogingen tot internationale samenwerking tegen het terrorisme, is de internationale coöperatie vandaag een ongekend succesverhaal. Maar de terrorismebestrijding is het minst succesvol gebleken op precies dát gebied dat er het meest toe doet: de omstandigheden die de rekrutering van steeds nieuwe terreurkandidaten mogelijk maken.

Limiet bereikt

Deze naar historische standaarden unieke internationale samenwerking heeft thans haar limieten bereikt. De uiteenspatting in talloze losse groepen en individuen dreigt dit sanctie- en bestrijdingsmechanisme irrelevant te maken, precies omdat dit was opgezet tegen een gecentraliseerde en gedisciplineerde bedreiging.

Als het islamitisch terrorisme grotendeels teruggekeerd is naar de gedecentraliseerde pre-Al-Qaeda toestand, impliceert dit meteen ook dat opnieuw lokale omstandigheden en bestrijding doorslaggevend zijn. Maar aangezien er de erfenis is van de 'mythe Al-Qaeda', betekent dit dat er ook behoefte bestaat aan een wereldwijde dimensie in de bestrijding van terrorisme.

Sinds 11 september 2001 berust terrorismebestrijding hoofdzakelijk op een versterkte samenwerking tussen inlichtingendiensten, politie en justitie en - in mindere mate - strijdkrachten, samen met de uitbouw van een aangepast internationaal, Europees en nationaal juridisch instrumentarium. Op die manier wordt ernaar gestreefd terreurdaden te verhinderen en terroristische groepen en individuen op te sporen, te vervolgen en te bestraffen.

Omdat een aantal jihadistische terroristen overvloedig reist en in contact komt met andere jihadi's - dit netwerken betekent echter geen gestructureerde samenwerking - blijft deze transnationale samenwerking onverkort van belang en dienen geconstateerde lacunes weggewerkt te worden.

Maar om succesrijk te blijven zal de terrorismebestrijding in toenemende mate ook een beroep moeten doen op andere beleidsinstrumenten met een meer uitgesproken politiek karakter, zowel binnenlands als internationaal, om te kunnen ingrijpen bij de lokale grondoorzaken van het huidige terrorisme.

Zelfradicalisering

Een aantal westerse, vooral Europese landen, wordt thans geconfronteerd met een snel groeiend onbegrip tussen niet-moslims en moslims. In Groot-Brittannië sijpelt de islamofobie overal door. Een vijfde van de Britten overweegt extreem-rechts te stemmen. Eén op de zes Nederlanders voelt zich bedreigd door moslims en ruim een derde denkt negatief over deze bevolkingsgroep. Autochtonen willen geen toenadering en omgekeerd geldt hetzelfde.

In Frankrijk trekken moslims in achtergestelde wijken zich terug in getto's. De Franse inlichtingendienst heeft gewaarschuwd voor een islamitische radicalisering van kansarme wijken, waar extremistische imams en individuen de jongeren vertellen dat zij het slachtoffer zijn van discriminatie en racisme, waarop zij zich dan ook zo gaan gedragen.

In België is er geen wezenlijk verschil tussen het simplisme van de opruiende wij-tegen-zij boodschap in de pamfletten van het Vlaams Belang of de even simplistische en even opjuttende antiwesterse wij-tegen-zij retoriek van zelfverklaarde jihadi's. Polarisering kweekt polarisering. Er zijn ongetwijfeld nog ronselaars met een mujahedeen-verleden actief.

Maar in Europa blijkt een andere dynamiek veel belangrijker te zijn dan rekrutering door een (grotendeels onbestaande) internationale groep van islamitische ronselaars. Jongeren uit migrantengemeenschappen met een Noord-Afrikaanse achtergrond blijken gevoelig te zijn voor een vorm van zelfradicalisering en zelfrekrutering, als een gevolg van een proces van individuele heridentificatie. Dit proces voltrekt zich buiten de gewone ontmoetingsplekken, zoals moskeeën, om.

Jongeren van de tweede en de derde generatie zijn niet alleen veel gevoeliger dan hun ouders en grootouders voor hun erkenning als volwaardige burgers. Niet langer in staat zich te vereenzelvigen met het land van herkomst van hun ouders of grootouders en geconfronteerd in hun 'natuurlijke' omgeving met discriminatie van allerlei soort, vinden deze jongeren vaak hun heil in de religie, als enig overblijvend identificatiepunt.

Tegengif

Een beperkt aantal onder hen radicaliseert echter en komt uit bij het terrorisme, waarin ze een identiteit vinden als lid van een voorhoede die opkomt voor hun onderdrukte geloofsgenoten. Op zich is dit proces van radicalisering niet erg verschillend van het proces dat leidt tot criminele jongerenbendes.

Hoewel dit radicaliseringsproces met religieuze referenties wordt omkleed, heeft het in essentie weinig te maken met de islam en veel met een haperende integratie. Het sterk gepolariseerde debat over multiculturalisme en integratie in menig Europees land draagt bij tot het creëren van een maatschappelijk klimaat waarbij individuen en vriendengroepjes zich geroepen voelen om metterdaad het onrecht te wreken.

Zij beschouwen zich als voorhoede van een 'defensieve jihad' en vinden een identiteit als leden van een revolutionaire familie die ageert in naam van de oemma, de mythische islamitische gemeenschap. Het vooruitzicht op een integratie van moslims, en allochtone jongeren in het bijzonder, als volwaardige burgers in de westerse samenlevingen, is op termijn het enige tegengif dat de kwalijke gevolgen van deze sluipende extremistische (zelf)beïnvloeding kan tegenhouden.

Inspelen op de lokale wortels van het islamitisch terrorisme betekent wat Europa betreft in essentie de deëscalatie van het huidige hysterische debat rond integratie en multiculturalisme en het wegwerken van de belemmeringen die een geslaagde integratie in de weg staan.

De moeilijkheden van een multiculturele samenleving beschrijven en uitleggen aan autochtonen en migranten moet niet alleen maken dat beide groepen er minder bang van zijn, maar zal ook de omgeving meehelpen creëren die de strijd binnen de migrantengemeenschappen tussen gematigden en fanatici in het voordeel van de eersten moet doen overhellen.

 

De auteur is directeur van het Departement 'Veiligheid & Global Governance' op het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (Brussel). Als hoogleraar doceert hij tevens internationale politiek aan de Universiteit Gent. Dit artikel is een bewerking van essay 'Het islamitisch terrorisme', terug te vinden op de site: www.rikcoolsaet.be

 

Naar boven