|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#10 Geldof rijdt scheve schaats
Van de oorspronkelijke radicale eisen van de Make History Campagne is inmiddels weinig meer over dan een kopie van de officiële uitgangspunten van de Britse regering. Binnen de MPH-coalitie is verdeeldheid ontstaan over de afgezwakte presentatie van het initiatief, en over het aanschurken tegen Blair en Brown.
Terwijl de rijke landen samen afspraken maken over de verdere ontginning van Afrika's rijkdommen voor de privé-sector, hangen de popsterren van Live Aid om Tony Blair's nek, en wordt de Britse minister Gordon Brown bijna heilig verklaard. De Live8 concerten en Make Poverty History campagne creëren voor de rijke landen de gelegenheid tot iets soortgelijks als greenwash (*), maar dan met betrekking tot de armoede in de wereld: Povertywash. Make Poverty History (MPH) is de naam van de Britse campagne tegen de armoede in Afrika, een brede coalitie die tot stand kwam omdat de Britten dit jaar zowel voorzitter zijn van de EU, en gastheer van de G8 bijeenkomst. Ook vindt in het najaar de eerste evaluatie van de VN millennium doelen plaats, evenals de twintigste verjaardag van Live Aid.
Radicale eisen MPH op haar beurt is de Britse tak van het internationale Global Call to Action Against Poverty (G-Cap). G-Cap wordt geleid door Oxfam International (waar Novib onderdeel van uitmaakt), Action Aid en DATA - de controversiële organisatie die is opgezet door U2's zanger Bono en de multimiljardairs George Soros en Bill Gates (de man van 50 miljard). De MPH-coalitie omvat 450 deelnemende organisaties, waaronder alle grote vakbonden, ontwikkelingsorganisaties, kerkelijke en liefdadigheidsorganisaties. De geslaagde mix van beroemdheden en de anti-armoede boodschap genereerde veel aandacht van politiek en media, culminerend in massa-hysterie nadat Bob Geldof aankondigde gratis popconcerten in Berlijn, Rome, Londen, Philadelphia en Parijs te gaan organiseren onder de noemer Live8. Dit om de op de G8 gerichte lobby van MPH kracht bij te zetten. Op papier zijn de MPH-eisen aan de Britse regering vrij radicaal, met name die van 'trade justice not free trade'. Deze eis houdt in dat de G8-landen, met Engeland voorop, onmiddellijk zouden moeten stoppen met het stellen van neoliberale voorwaarden aan Afrikaanse landen in ruil voor ontwikkelingshulp. Een andere eis van MPH is dat de rijke landen hun hulp verdubbelen met 50 miljard per jaar, en dat ze eindelijk eens moeten voldoen aan hun belofte om 0,7 procent van hun nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp. Daarnaast verlangen de campagnevoerders de regulering van multinationale ondernemingen en het democratiseren van de IMF en Wereldbank. Stuk voor stuk eisen die bij inwilliging de doodsteek zouden betekenen voor een neoliberaal internationaal beleid. Vertaald naar een groot publiek blijft er van de MPH-eisen echter weinig meer over dan een kopie van de officiële uitgangspunten van de Britse regering. Binnen de MPH coalitie is dan ook verdeeldheid ontstaan over de afgezwakte presentatie van het initiatief, en over het aanschurken tegen Blair en Brown.
Jubilee Ondertussen is de publieke aandacht voor de werkelijke plannen van de rijke landen met Afrika ver te zoeken. Het rapport van de Commissie voor Afrika (CFA) vormt de hoofdmoot van de voorstellen aan de G8-bijeenkomst en geeft een nauwkeurig beeld van de bedoelingen van de G8 met Afrika. Verbetering van het klimaat voor buitenlandse investeerders staat daarbij centraal. Het is een lofzang op de neoliberale politiek en het internationale bedrijfsleven dat Afrika uit het slop zal helpen. Kofi Maluwi Klu, Pan-African vooraanstaand activist uit Ghana, was eind jaren '90 internationaal coördinator van de Jubilee 2000 campagne voor de kwijtschelding van de schulden van Afrikaanse landen. Hij is woedend: ,,De Afrikaanse bevrijdingsbeweging bezigt de uitdrukking 'niets over ons, zonder ons'. Make Poverty History is in dat opzicht een enorme stap terug, zelfs ten opzichte van Jubilee 2000.'' De MPH-campagne wordt in overweldigende mate geleid door westerse NGO's (ongebonden ontwikkelingsorganisaties) en de belangrijkste boodschap is die van witte miljonair-popsterren die hulpeloze Afrikanen redden. ,,Politieke bewegingen die ter plekke strijden voor bevrijding worden daarbij volledig onzichtbaar gemaakt'', aldus Maluwi Klu. Al sinds het laatste World Social Forum is duidelijk dat de actiecampagnes uit het Zuiden het over een aantal zaken eens zijn. Ten eerste dat de G8 geen legitiem of democratisch controleerbaar instituut is, nog afgezien van het feit dat de G8-regeringen en bedrijven uit die landen uit historisch oogpunt bezien verantwoordelijk zijn voor de meeste problemen waarmee ontwikkelingslanden kampen. Om die reden zijn de campagnegroepen uit het Zuiden geen voorstander van lobbyen bij de G8, maar roept zij juist op tot mobilisatie van het verzet tegen de G8. Verder betwisten ze de legitimiteit van alle schulden - niet alleen die van de allerarmste landen. Zij eisen aandacht voor het feit dat de meeste schulden in de loop der tijd al vele malen zijn terugbetaald hetgeen de arme landen tot kredietverschaffers van de rijke landen maakt in plaats van andersom.
Smeercampagne Aan de ene kant wordt dus alle aandacht voor inhoudelijke zaken afgeleid door het Make Poverty History circus, aan de andere kant is voorafgaand aan de G8 bijeenkomst al een uitgebreide smeercampagne tegen de iets radicalere of beter genformeerde individuen en organisaties in werking gesteld. Beveiligingsadviseurs van dubieuze herkomst, zoals Stuart Crawford Associates, die er financieel belang bij hebben de veiligheidsrisico's van de protesten tegen de G8 zo breed mogelijk uit te meten, kwamen uitvoerig aan bod in de landelijke media en de lokale overheid. De 'radicale trainingskampen' en 'onbeheersbare situaties' waren niet van de lucht. Blair liet weten het een goede zaak te vinden dat er mensen de straat op gaan voor de Make Poverty History campagne, maar demonstranten die om andere redenen naar Gleneagles komen zijn verdacht. Hardhandige repressie tegen hen wordt in de media bij voorbaat gerechtvaardigd. Een strategie die grond geeft aan Chomsky's theorie dat regeringen altijd proberen om het politieke debat en de verzets-strategieën tegen hun beleid af te leiden van de inhoudelijke politieke thema's (waar ze zwak in staan) naar discussies over geweld, waar ze zich sterk in voelen. Ook de meer radicale geluiden binnen de MPH-coalitie komen nauwelijks naar buiten. De dominante factor binnen de coalitie is de organisatie Oxfam. Met een jaarlijks inkomen van 180 miljoen pond is deze NGO veruit de meest vermogende club van de MPH-coalitie, en steekt met kop en schouders boven de andere leden uit. Oxfam beschikt over een goed geolied PR-apparaat en staat er om bekend nauwe banden met de Labour-partij te onderhouden. De organisatie functioneert als een soort stageplek voor toekomstige regeringsadviseurs. Oxfam topman Forsyth bijvoorbeeld, verliet de organisatie vorig jaar om in dienst van Blair te treden als adviseur voor internationale ontwikkeling. Gordon Brown's adviseur voor internationale ontwikkeling is Shriti Vadera, voormalig directeur van de Amerikaanse bank UBS Warburg. Zijn stokpaardje is 'public-private partnerships'. Hij heeft een nevenfunctie als bestuurslid van Oxfam. Een groot deel van het Oxfam-budget, 40 miljoen per jaar, is afkomstig van het Britse Ministerie voor Ontwikkelingsamenwerking. Dit ministerie is een hartstochtelijk pleitbezorger van privatisering en de voordelen daarvan voor Britse bedrijven in ontwikkelingslanden.
Beroemdheden Sleutelrol in de publiciteitsmachine van Make Poverty History vervulde PR-kanon Richard Curtis. Curtis werd beroemd als schrijver van kassakrakers als de film 'Four weddings and a funeral', en series als Blackadder. Hij is tevens de oprichter van Comic Relief. Curtis behoort tot de top tien van meest invloedrijke personen in de Britse media-industrie. Zijn inbreng in de MPH-campagne bestond eruit zoveel mogelijk beroemdheden in te schakelen en fondsen te werven. In het verleden slaagde hij er al in astronomische bedragen te werven via Comic Relief, een liefdadigheidsorganisatie die vanaf het begin af aan gekenmerkt wordt door de consequente ontkenning van enige politieke realiteit of inhoudelijke standpunten. Tot het uitgebreide persoonlijke netwerk van Curtis behoren behalve tal van mediasterren, minister Gordon Brown en verschillende multimiljonairs. Een van die miljonairs, Sir Tom Hunter (700 miljoen euro) presteerde het om gesponsorde Make Poverty History-polsbandjes met reclame voor grote modemerken uit te brengen. Dit ontaardde in een rel omdat zelfs de naam van Tommy Hilfiger er op voor kwam, een bedrijf dat onder actievoerders berucht is vanwege hun beroerde reputatie wat betreft kinderarbeid en slechte arbeidsomstandigheden bij hun leveranciers. Ondanks het marketing succes dat Curtis wist te oogsten voor MPH (maar liefst 4 miljoen verkochte polsbandjes!) zijn velen binnen de coalitie van mening dat er teveel principes zijn opgeofferd voor de campagne. Een voorstel van het grootste reclameburo van Engeland, Abbot Mead Vickers, om een billboard-campagne te lanceren waarop Ghandi, Mandela en Gordon Brown gezamenlijk zouden worden afgebeeld, werd ternauwernood afgeblazen. Maar wat kan je verwachten van een reclamebedrijf dat klanten heeft als Pepsi en Diageo (tevens eigenaar van het G8 hotel te Gleneagles).
Crepeergeval Een verzoek van de Stop the War Coalition, een platform tegen de oorlog in Irak, om zich aan te sluiten bij Make Poverty History werd tot twee keer toe unaniem afgewezen door het MPH-coördinatieteam. Oorlog is in hun ogen geen onderwerp dat verband houdt met kwesties als economisch onrecht en ontwikkelingsvraagstukken. Op de website van MPH werden andere campagnes, evenementen en groeperingen zoals Dissent! en Trident Ploughshares die deelnamen aan de protesten tegen de G8 niet eens vermeld. Typerend voor de hysterie rond het Make Poverty History en Live8 spektakel is het geval van de Ethiopische Birhan Woldu. Als enige Afrikaanse werd zij ten tonele gevoerd om voor een emotioneel hoogtepunt in de Live8 uitzendingen (3 mld kijkers) te zorgen. Dankzij Live Aid namelijk had zij kunnen uitgroeien van creperende kleuter tot de bloeiende hoogopgeleide jonge vrouw die zij nu is. De feiten ondersteunen dit sprookje niet, aldus een artikel in spiked-online. In 1984, tijdens de hongersnood in Ethiopië, werd de 3-jarige Woldu gefilmd door een Britse filmploeg. Zij bevond zich met haar vader in een vluchtelingenkamp en was op sterven na dood. Het waren beelden die grote indruk maakten op het Britse publiek. Een jaar later ging Live Aid van start. Midden jaren '90, nadat de oorlog in Ethiopië was uitgewoed, wist de toenmalige tv-reporter, Brian Stewart, Woldu en haar familie te traceren. Er ontstond een duurzame vriendschap. Via een kleine Britse liefdadigheidsinstelling, African Children's Educational Trust, heeft Stewart de opleiding van Woldu en haar broers en zussen gefinancierd. Er is geen woord van waar dat ze onlangs is getraceerd door de Britse media. Live Aid heeft met haar overlevingsverhaal al helemaal niets te maken. Haar eigen verhaal kwam nergens aan bod. Dat kwam kennelijk niet van pas in deze uitbarsting van westerse zelfverheerlijking.
* Greenwash: als vervuilende bedrijven zoals Shell of BP zich met veel bombarie een groen imago aanmeten met als doel kritiek van milieuorganisaties af te wenden. Greenwashing betekent investeren in dure PR campagnes met holle kreten, die volledig voorbijgaan aan inhoudelijke aspecten. Het effectiefst is greenwashing als daarbij milieuorganisaties worden betrokken.
Dit artikel is een bewerking van artikelen van Stuart Hodkinson van Red Pepper magazine, David Miller van Spinwatch.org en Jennie Bristow, www.spiked-online.com
|
|