|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#1 Vredesbeweging moet in het offensief
Eind deze maand vindt in Nijmegen een debat plaats over de voortgang van het Platform tegen de 'Nieuwe Oorlog'. De steungroep van de antimilitaristische actiegroep Onkruit is van de partij. ,,Met alleen maar gepraat en gepolder, en af en toe een demonstratie, leggen we onszelf in de luren. Een koers van confrontatie en hardere actie is nodig.''
Tekst Steungroep Onkruit
Twee jaar geleden kwamen bij grote demonstraties tegen de oorlog met Irak tienduizenden mensen de straat op. Een nieuwe bloeiperiode voor de Nederlandse vredesbeweging leek in het verschiet te liggen. Inmiddels is wel duidelijk dat dit heel anders uitgepakt heeft. Hoewel de omstandigheden hiervoor deels verantwoordelijk zijn (met name het feit dat mensen zich niet direct bedreigd voelen en in het algemeen de kortere tijd die veel activisten aan een bepaald thema besteden voordat een ander actueel thema de aandacht opeist), valt dit vooral de antimilitaristische beweging zelf te verwijten. (1) Het is tijd voor een offensievere houding.
Het overgrote deel van de vredesbeweging ging, vanaf september 2001, met vele andere organisaties een verbond aan binnen het Platform Tegen de 'Nieuwe Oorlog'. Deze pluriforme samenwerking heeft zijn meerwaarde duidelijk bewezen in het protest tegen de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Door deze prominente rol van het Platform is bij veel mensen onterecht het beeld ontstaan dat het Platform gelijk gesteld kan worden aan de 'nieuwe vredesbeweging'. Het is echter niet meer dan een bonte verzameling organisaties die zich gezamenlijk kunnen vinden in het protest tegen de 'nieuwe oorlog' en heeft ook nooit de pretentie gehad meer te (willen) zijn dan dat. Daarmee is het enerzijds een veel breder verband dan de vredesbeweging als zodanig, anderzijds is de vredesbeweging inhoudelijk breder dan enkel het thema van de 'nieuwe oorlog'. Helaas heeft diezelfde vredesbeweging het op beide vlakken laten afweten. Daaraan voorafgaand moeten we constateren dat er meer in het algemeen een groot manco is gebleken: het is niet gelukt mensen vast te houden. Zo werden de grote demonstraties begin 2003 niet de start van een nieuwe beweging, maar een eenmalige uitschieter, of op z'n hoogst het kristallisatiepunt van het voorafgaande werk.
Het is welhaast onvermijdelijk dat veel mensen afhaken wanneer duidelijk wordt dat het tij niet meer valt te keren, in casu dat de oorlog tegen Irak begon en op korte termijn door de VS als gewonnen werd verklaard. Het schrijnende gebrek aan vervolgactiviteiten heeft echter ook veel mensen laten zwemmen, totdat ook zij maar afhaakten. Dit verwijt treft in de eerste plaats het Platform Tegen de 'Nieuwe Oorlog', dat geen goed vervolg aan de demonstraties wist te geven, geen antwoord had op de vraag 'wat nu?' toen de oorlog 'over' verklaard werd en zich veel te weinig actief verzet heeft tegen de uitzending van Nederlandse militairen naar Irak. Maar ook de meeste andere organisaties en actiegroepjes stortten snel in elkaar of gingen zich met andere zaken bezig houden. Een gemiste kans voor zowel de vredesbeweging als de bredere beweging tegen de 'nieuwe oorlog'. Het valt de vredesbeweging aan te rekenen dat ze haar eigen agenda binnen het Platform zo weinig naar voren heeft weten te brengen, terwijl dit een uitgelezen mogelijkheid had kunnen zijn om de thematiek van oorlog en vrede onder een breder scala van sociale bewegingen, en in het verlengde daarvan onder een groter deel van de bevolking onder de aandacht te brengen. Waar bleven bijvoorbeeld de geweldloze alternatieven om bij te dragen aan een val van de dictatoriale regimes in Irak en Afghanistan? En waar bleef de breder uitgewerkte antimilitaristische analyse die verder gaat dan de terechte kritiek op het optreden van de Verenigde Staten en bondgenoten? Zo ze er al waren, zijn ze te weinig voor het voetlicht gebracht. Het potentieel dat er binnen de vredesbeweging wel is, vindt wel vaker te weinig een weg naar buiten. De antimilitaristische beweging zou er dan ook goed aan doen hiervoor enerzijds betere kanalen te vinden en zich anderzijds wat minder bescheiden op te stellen.
Dat de vredesbeweging veel breder is dan het protest tegen de 'nieuwe oorlog' is de afgelopen tijd nauwelijks duidelijk geworden. Diverse organisaties en groepjes bleven natuurlijk bezig met andere zaken, maar een vuist werd er niet gemaakt. Dat valt deels te wijten aan een gebrek aan belangstelling voor deze zaken van buiten, maar het valt niet te ontkennen dat er ook gewoon te weinig gebeurt en dat veel onderwerpen blijven liggen. Zo zijn er naast de oorlogen waar de Verenigde Staten en/of andere westerse landen direct bij betrokken zijn, nog talloze conflicten in de wereld, waar te weinig aandacht voor is. Het is in onze ogen weliswaar terecht dat de meeste activiteit zich richt op die zaken die het dichtst bij staan, bijvoorbeeld die waar de eigen regering stevig op aangesproken kan worden, maar juist de 'vergeten oorlogen' verdienen het ook onder de aandacht gebracht te worden, zeker door de beweging die zich bij uitstek met de voorkomende problematiek bezig houdt. Een ander punt waar veel te weinig aandacht voor is, is het militarisme in Nederland zelf, wat grofweg uiteen valt in de activiteiten van de krijgsmacht en de wapenindustrie. Er is helaas een deel van de vredesbeweging dat zich in de luren laat leggen door mooie verhalen over bijvoorbeeld civiel-militaire samenwerking en humanitaire interventie en in het verlengde daarvan een zekere legitimatie voor het bestaan en functioneren van de krijgsmacht accepteert of, erger nog, zelfs denkt dat een deel van de vredesagenda in samenwerking met de krijgsmacht in praktijk gebracht kan worden. Volgens ons kan de vredesbeweging slechts gegrondvest zijn op de overtuiging dat een krijgsmacht geen enkel bestaansrecht heeft. Het is en blijft een apparaat van mensen die zijn opgeleid tot moordenaar, dat zich baseert op geweld om zaken 'op te lossen' en dat ingezet wordt om onderdrukkende en uitbuitende politiek tot het uiterste door te voeren.
Waar het de wapenindustrie betreft, een bedrijfstak waarin Nederland tot de grootste spelers ter wereld behoort, schieten we als vredesbeweging echt tekort. De ophef rond de Nederlandse deelname aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF) was korte tijd hevig, maar stortte even zo snel weer in toen de Tweede Kamer tot deelname besloten had.
Dat is bijzonder jammer, omdat een campagne rond dit thema veel potentieel zou hebben gehad. Het besluit tot aanschaf moet nog genomen worden, waardoor er in de tussenliggende periode van enkele jaren tijd was geweest een stevige campagne met een duidelijk einddoel op te bouwen. De betrokkenheid van veel Nederlandse bedrijven maakt dat er een scala aan actiedoelen aanwezig is, en het had uit kunnen groeien tot een onderwerp wat ook vele mensen van buiten de vredesbeweging aanspreekt, al was het maar vanwege de enorme kosten die met de aanschaf gemoeid zijn. Er ligt overigens nog veel meer onontgonnen gebied op het terrein van de wapenindustrie- en handel. En zo zijn er nog wel meer zaken die eigenlijk opgepakt zouden moeten worden. Gelukkig zien we ook dat dit soms wel gebeurt, bijvoorbeeld waar het gaat om interreligieus vredeswerk, maar het blijft een feit dat veel dingen niet of slechts op adhoc-basis aan de orde gesteld worden. Naast de op concrete zaken gerichte activiteiten, missen we juist ook een breder perspectief bij de antimilitaristische beweging. Het meeste werk dat gedaan wordt hangt er een beetje tussenin: een artikel hierover, zonder dat er verdere activiteiten aan verbonden worden, een discussie daarover, die verzandt of niet verder uitgewerkt wordt.
Dat er wel degelijk perspectief zit in de vredesbeweging wordt maar zelden duidelijk. Een geslaagde poging om een agenda neer te zetten is het recent uitgekomen boek 'Pacifisme nu' van Kerk en Vrede, waarin de pacifistische vredesbeweging op een spoor gezet wordt. (2) Maar dat is gewoon te weinig om in de behoefte van de gehele antimilitaristische beweging, met verscheidenheid aan mensen en voorkeuren voor actievormen, te voorzien. Wat wij graag zouden zien is een breder perspectief over waar we als beweging naar toe willen groeien, dat z'n uitwerking vindt in het formuleren van alternatieven en in concrete campagnes, die zowel voor (meer geld en opleidingen voor burgervredeswerk) als tegen (de JSF of kernwapens op Vliegbasis Volkel) gericht kunnen zijn. Campagnes die kans op succes hebben, waarmee we een tijd aan de slag kunnen, waarvoor allerlei soorten actievormen ingezet kunnen worden en die potentie hebben om meer mensen bij zowel die campagne als bij de vredesbeweging in het algemeen te betrekken. Er moet natuurlijk altijd ruimte blijven voor adhoc-acties en kunnen inspelen op de actualiteit. Maar we moeten onszelf niet daartoe beperken, want met adhoc reageren bind je geen mensen, daar zijn langere campagnes en een duidelijke visie voor nodig.
In de vredesbeweging zelf missen we twee essentiële zaken: activisme en een anarchistisch/anti-autoritair perspectief. De vredesbeweging lijkt zich, zeker buiten de thematiek van de 'nieuwe oorlog', vooral op te houden in zaaltjes en kantoren, om dingen nog eens verder door te praten en mooie stukken te schrijven. Hoewel grondig over zaken praten en een en ander op papier zetten zeker waardevol is, wordt een minstens zo belangrijk aspect van het antimilitaristisch werk, de (directe) actie, steeds meer vergeten. We steken daarbij ook de hand in eigen boezem. Ook wij zijn er niet in geslaagd veel meer tot actie te bewegen. Toch is dat de enige weg die kans biedt op verandering. Met alleen maar gepraat en gepolder, en af en toe een demonstratie, leggen we onszelf in de luren, want de machtigen zullen daardoor altijd aan het langste eind blijven trekken. Een koers van confrontatie en hardere actie is nodig. Het stikt in Nederland nog altijd van de militaire terreinen, vaak slecht bewaakt, en van bedrijven die zich met militair-gerelateerde productie bezig houden. (3) Bijna iedereen kan in haar of zijn eigen omgeving dan ook aan de slag met antimilitaristisch activisme: van picketlines bij bedrijven en het aanspreken van werknemers tot allerlei vormen van sabotage. Elke werknemer die aan het denken gezet wordt en elk stukje krijgsmacht dat er minder is, is een stap op de goede weg. We tekenen daarbij aan dat het van groot belang is als beweging zoveel mogelijk gezamenlijk te blijven optrekken en ervoor te zorgen dat bovengronds en ondergronds activisme niet tegen elkaar uitgespeeld worden.
Het laatste punt dat we aan de orde willen stellen is het bredere perspectief van waaruit een antimilitaristische visie opgesteld wordt. We moeten constateren dat het hierbij vaak gaat om een ethisch perspectief (afwijzing van oorlog en geweld vanwege de schade die dat aan anderen toebrengt) of een (autoritair-)socialistisch/communistisch perspectief (afwijzing van oorlog vanwege de kapitalistische politiek die er achter schuilgaat). Wat we veelal missen is het anti-autoritaire of anarchistische perspectief. Wij erkennen het bestaansrecht van de krijgsmacht op geen enkele wijze. Niet alleen omdat we het geweld van een krijgsmacht afkeuren, niet alleen omdat we lijnrecht staan tegenover de onderdrukkende en uitbuitende kapitalistische politiek waarvoor de krijgsmacht ingezet wordt, maar ook omdat militarisme de meest vergaande vorm van machtsuitoefening door de staat is. Voor ons is het afbreken van het militair apparaat dan ook geen eindstation maar een stap op weg naar het afbreken van het totale staatsapparaat, dat zijn ware onderdrukkende aard meer en meer laat zien.
Vaak staan we in activiteiten zij aan zij met groepen en/of individuen die uit een van de twee andere perspectieven actief zijn. Waar dat mogelijk en nuttig is, is daar niets op tegen. Dat betekent echter niet dat er geen verschillen zijn: het ethisch perspectief krijgt vaak maar moeizaam vorm in een offensief politiek programma, het socialistisch perspectief staat diametraal tegenover onze visie in het heil dat van daaruit verwacht wordt van overheden en autoriteiten. Juist omdat we er nog steeds niet in geslaagd zijn om macht en autoriteit af te breken, betalen wij, en, veel belangrijker nog, grote delen van de wereld die er vele malen slechter aan toe zijn, de prijs. Militarisme en macht(sdenken) hebben alles met elkaar te maken. Uitoefening van macht leidt steeds weer tot onderdrukking en uitbuiting van velen ten behoeve van de belangenbevrediging, van materiële en emotionele aard, van enkelen, of dit nu uit naam van het kapitalisme, de veiligheid, de democratie, een religie, het communisme of de revolutie gebeurt. Militarisme is daar de verst doorgevoerde vorm van. Antimilitarisme kan daarom ook niet los worden gezien van het bestrijden van macht(sdenken). Het is tijd voor een offensievere vredesbeweging: meer de eigen agenda naar voren brengen, meer de confrontatie aangaan en meer activisme. Dus: Kom in actie!
1. We gebruiken in dit stuk, met name met het oog op de leesbaarheid, de termen vredesbeweging en anti-militaristische beweging door elkaar. 2. Zie: www.kerkenvrede.nl/pacifisme-nu.htm 3. Zie de database op: www.contrast.org/onkruit onder 'dossiers'
Het Nijmeegs Platform tegen de Nieuwe Oorlog nodigt alle anti-oorlogsactivisten uit om op zondag 23 januari van 11:00 tot 17:00 in Nijmegen over al deze ontwikkelingen verder te discusiëren. De conferentie zal plaatsvinden in het gebouw van de Turkse Volksvereniging DHD aan de Waldeck Pyrmontsingel 79a te Nijmegen. Heb je vragen, wil je meedoen of meehelpen, dan kun je mailen naar:
conferentie@nijmeegsplatform.net of bellen met 024-3789406 http://www.indymedia.nl/nl/2004/12/24091.shtml
Dit zijn de onze stellingen: http://www.indymedia.nl/nl/2004/12/24092.shtml
Website: http://www.nijmeegsplatform.net
|
Ravage
#1
|
|