|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#15/16 Serveersters organiseren zich op internet
Is internet vooral een actiemiddel voor hoog opgeleiden met een kantoorbaan, of helpt het ook serveersters, schoonmakers en mondhygiënisten om zich te organiseren? ,,De internetcafés zitten vol met arbeidsmigranten''.
tekst Dirk Kloosterboer
In het Amerikaanse blad The Nation verscheen enige tijd terug een artikel over de politieke betekenis van internet. Sociologe Theda Skocpol gaf aan dat internetcampagnes vooral geschikt zijn om hoog opgeleide liberals met elkaar in contact te brengen. Ze doelt hierbij op mensen die niet meer met de politiek in aanraking komen via de kerk, het werk of een beroepsvereniging. Juist voor deze groep zouden internetgemeenschappen een alternatief kunnen vormen voor de Democratische partij, die haar aanhang vooral behandelt als individuele consumenten. In hetzelfde artikel komt Mathew Gross aan het woord, een campagnemedewerker van presidentskandidaat Howard Dean, die veel gebruik heeft gemaakt van internet. Gross noemt een praktische reden waarom internetcampagnes klassegebonden zouden zijn: ,,Wie zit er op internet? Dat zijn mensen die thuiszitten of die kantoorbanen hebben waar ze toegang tot internet hebben. Dat soort vrijheid heb je niet als je een mondhygiënist bent of een arbeidsmigrant.''
Schoonmakers Natuurlijk zijn computerbezit en toegang tot het internet niet gelijkelijk verdeeld over de bevolking. Toch lijkt de toegang tot internet steeds minder vaak een barrière te vormen voor laag opgeleide werknemers. Eric Lee is de initiatiefnemer van Labourstart.org, een site waar ruim 75 vrijwillige correspondenten nieuwsberichten plaatsen over de vakbondsonderwerpen. Daarnaast vormt de site een platform voor solidariteitscampagnes. ,,Ik denk niet dat laagbetaalde arbeidsmigranten noodzakelijk offline zijn. Ik weet dat hier in Londen de internetcafés vol zitten met arbeidsmigranten die internet gebruiken om goedkoop te communiceren met hun familie thuis'', zo stelt Lee in een mailbericht. ,,Verder zijn er verschillende voorbeelden geweest van vakbonden die op een effectieve manier gebruik hebben gemaakt van internet om steun te zoeken voor werknemers die zelf al dan niet toegang hebben tot internet'', aldus Lee. Eddy Stam is bestuurder bij FNV Bondgenoten en is bezig met een campagne om het uurloon van schoonmakers te verhogen naar tien euro. Hierbij werkt hij samen met de Amerikaanse dienstenbond SEIU, die naam maakte met de succesvolle Justice for Janitorscampagne. Stam noemt internet een ,,lastig medium'', maar net als Lee ziet hij het probleem niet in de toegang tot internet. ,,Ik kom wel eens bij werknemers thuis. Je ziet dan dat ze druk gebruik maken van internet om contact te onderhouden met hun familie. Misschien hebben ze niet de allermodernste computer, maar ze zitten wel op het net.'' FNV Bondgenoten heeft de website 10euro.biz geopend, waar schoonmakers informatie over de campagne kunnen vinden in diverse talen, waaronder Turks, Pools en Arabisch. Op folders wordt de website vermeld. Toch slaat de site nog niet aan. Via de website komen er wel aanmeldingen van nieuwe leden binnen, maar verder wordt er niet zoveel gebruik van gemaakt. De website 'het rode mannetje' daarentegen, een eerder initiatief van Stam, werd wel goed bezocht. Deze protestsite over overbetaalde topmanagers, waar onder meer foto's werden gepubliceerd van de huizen van veelverdieners, trok mede dankzij de mediahype die hierover ontstond 1,7 miljoen bezoekers. De site is inmiddels gesloten.
Aanvullend Vaak valt te beluisteren dat een persoonlijke benadering nodig is om werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te organiseren. Dat uitgangspunt ligt ook ten grondslag aan de 'tien euro' campagne. Stam en zijn collega's gaan voortdurend naar lokaties om schoonmakers persoonlijk aan te spreken. Toch denkt Stam dat de minder persoonlijke electronische communicatie wel een nuttige aanvulling kan vormen. ,,Als ik een schoonmaker eenmaal persoonlijk heb gesproken, dan zal die de volgende keer toch anders kijken naar een e-mail die van mij afkomstig is.'' Daarnaast kijkt hij met belangstelling naar sites als Maroc.nl en Maghreb.nl, die grote aantallen Marokkaanse jongeren trekken. ,,Ik zou het erg interessant vinden om via dat soort sites de jongeren in contact te brengen met onze campagne, dan kunnen zij hun ouders daar weer op wijzen.'' Op een conferentie in Londen zei Eric Lee dat de vakbeweging de nieuwe mogelijkheden van internet te langzaam oppakt. Als voorbeeld noemt hij de solidariteitsacties op Heathrow afgelopen zomer, nadat cateringbedrijf Gate Gourmet stakende werknemers had ontslagen. ,,Bij het publiek was er veel sympathie voor het cateringpersoneel, maar op de website van de vakbond was hier nauwelijks nieuws te vinden. Ook werd er geen eenvoudige mogelijkheid geboden om de campagne financieel te steunen'', schrijft Lee. Tijdens een eerdere campagne wist Labourstart.org met protestmails te voorkomen dat een Australisch hotel tijdens een reorganisatie bijna al het personeel zou ontslaan. Lee verwacht echter niet dat dit soort methodes in de toekomst nog zullen werken. ,,Je ziet dat er bij het publiek sprake is van campagnemoeheid. En bedrijven zijn steeds minder onder de indruk als ze massale e-mailprotesten krijgen. Die mails blokkeren ze gewoon.''
Connectie Internet blijft voor vakbonden natuurlijk wel een nuttig middel om informatie uit te wisselen, bijvoorbeeld over bedrijven die op een beroerde manier met hun personeel omgaan. Daarnaast ziet Lee wel wat in instrumenten zoals Meetup.com, een website die door Howard Dean en anderen werd gebruikt om aanhangers die in dezelfde omgeving wonen met elkaar in contact te brengen. Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne gingen vier tot vijfhonderdduizend mensen via deze website naar een politieke bijeenkomst. De helft van deze mensen was nog nooit eerder naar een politieke bijeenkomst geweest. Ook anderen benadrukken het belang om een relatie te leggen tussen internet en de 'echte' wereld. Kees Hudig van solidariteitsfonds XminY: ,,Alleen maar thuis achter de computer zitten biedt voor veel mensen toch geen perspectief. Je moet mensen ook een plek bieden waar ze bij elkaar kunnen komen om over dingen te discussiëren. We proberen dat met onze globaliseringscafés te bereiken.'' Hudig vertelt dat hij twee jaar geleden voor Ravage een interview maakte met Marol, die actief is voor Indymedia in Argentinië. ,,Ze gaan daar op een heel andere manier te werk dan in Nederland. Vanuit Indymedia worden krantjes gedrukt. Ze gaan de buurten in, organiseren videovertoningen op pleintjes, werken samen met buurtorganisaties.'' Voor een deel is deze werkwijze geboren uit noodzaak, omdat in Argentinië nog veel mensen geen internetaansluiting hebben. De helft van de bezoekers van de Argentijnse Indymedia komt dan ook uit het buitenland. ,,Het verschil in werkwijze komt ook voort doordat men er op een heel andere manier met politieke onderwerpen omgaat. Het is heel concreet, vermengd met belangenbehartiging'', aldus Hudig.
Vormgeving In Nederland zet Flexmens.org zich in voor mensen met flexibele en onzekere banen, in navolging van een Europese beweging die is ontstaan in Milaan. De Milanese flexwerkers maken veel werk van de vormgeving van actiemateriaal op internet, bijvoorbeeld op Euromayday.org. Merijn Oudenampsen van Flexmens onderschrijft het belang van goed vormgegeven websites. ,,In veel opzichten heeft 'links' een zwaar verouderd imago. Mensen vinden het saai en niet meer relevant. Om dat te doorbreken moet je dingen een beetje hypen. Daarbij is internet erg belangrijk. Voor jongeren is internet de belangrijkste manier om informatie te vergaren. Je moet zorgen dat je een website hebt waarvan mensen zeggen, 'wauw, dit is leuk'. In Milaan doen ze dat erg goed.'' Het Milanese initiatief valt niet zomaar naar Nederland te verplaatsen. ,,Hier wordt het thema arbeid toch al snel geassocieerd met oude vakbondsleden, dat is natuurlijk ook een beetje een gevolg van het overlegmodel. Aan de andere kant heeft het Nederlandse actiewezen niet zoveel contacten met kunstenaars en academici.'' Voor Oudenampsen is internet meer dan alleen een hulpmiddel. ,,Je ziet ook een nieuwe publieke ruimte ontstaan. Neem bijvoorbeeld de initiatieven om gratis gegevens en muziek uit te wisselen. De platenindustrie is daar erg bang voor, het is ongrijpbaar. Tegelijk ontstaat er ook een nieuw politiek discours: moeten kennis en muziek wel gepatenteerd zijn? Er ontstaat bij wijze van spreken een cultuur van communisme op het net. Dat is een belangrijke tegenhanger voor de toenemende commercialisering die je ook ziet op internet.'' Ook werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt kunnen hun voordeel doen met internet. ,,In Amerika bestaat een website Bitterwaitress.com. Mensen die in de horeca werken wisselen daar informatie uit, bijvoorbeeld over de vraag wat de ergste restaurants zijn om voor te werken'', aldus Oudenampsen. Er wordt op Bitterwaitress.com ook eindeloos gediscussieerd over de hoogte van fooien, die in Amerika een belangrijk deel van het inkomen vormen. ,,Zo'n website vervult niet alleen een praktische rol, hij helpt ook om persoonlijke ervaringen politiek te maken. Mensen gaan nadenken over hun werk, ze ontdekken dat een heleboel mensen dezelfde problemen hebben op het werk.''
|
|