|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#15/16 Protest heeft baat bij aanpak leuzen
De commotie rond de anti-Verdonk spandoeken van de afgelopen tijd is geen onbekend verschijnsel. Gedoe met leuzen op spandoeken, affiches en muurschilderingen is een van de constanten in de inmiddels ruim veertigjarige geschiedenis van actiegroepen en protestbewegingen in Nederland.
tekst Eric Duivenvoorden
Om de paar jaar doen de autoriteiten weer eens een poging om hun greep op de openbare meningsuiting te versterken. Veel succes hebben ze daar over het algemeen niet mee geboekt. Integendeel, bijna zonder uitzondering bereikt men precies het tegenovergestelde van wat men beoogt en speelt men de tegenstanders in de kaart. Legendarisch is de commotie die de autoriteiten in de tweede helft van de jaren '60 veroorzaken rond leuzen gericht tegen de Amerikaanse president Johnson. Eind 1965 klagen enkele organisaties, waaronder Provo en de Socialistisch Jeugd, in een kerstboodschap nog over de apathie onder de Nederlandse bevolking die maar niet tegen de oorlog in Vietnam in beweging te krijgen is. Al snel zal blijken dat de autoriteiten hieraan volop hun medewerking zullen verlenen.
Opsteker In de tweede helft van 1966 namelijk worden door de Aktiegroep Vietnam maandelijkse protestmarsen in Amsterdam georganiseerd. Tot eigen verbazing van de betogers wordt op een gegeven moment iemand daags na het gebeuren thuis van zijn bed gelicht omdat hij in de demonstratie met de leus 'Johnson moordenaar' en 'Johnson oorlogsmisdadiger' heeft rondgelopen. Het organisatiecomité krijgt te horen dat vervolging zal worden ingesteld tegen diegenen die blijven doorgaan met het beledigen van een bevriend staatshoofd. Het gevolg van het overheidsingrijpen is een hoos aan protestborden en spandoeken waarin de oorspronkelijke leus op allerlei wijze wordt geparafraseerd: 'Johnson moordvent', 'Johnson moordpresident' en het hilarische 'Johnson Molenaar'. De vasthoudendheid waarmee de vermeend beledigende leuzen op spandoeken en sandwichborden bestreden worden, betekent een enorme opsteker voor de Nederlandse betrokkenheid bij de internationale protesten tegen de Vietnamoorlog. De leuzen staan niet op zichzelf maar zijn onderdeel van een internationale campagne die in 1967 zal uitmonden in een tribunaal in Stockholm, waarin onder leiding van onder andere Bertrand Russell en Jean-Paul Sarte de oorlogsmisdaden van de Amerikaanse regering begaan in Vietnam aan de kaak worden gesteld. Na het succes van het tribunaal moeten de Nederlandse autoriteiten schoorvoetend toegeven dat er tegen de leus 'Johnson oorlogsmisdadiger' juridisch niets in te brengen valt. De ingreep in de vrije meningsuiting bleek het juiste recept om in Nederland de gemoederen rond de Vietnamoorlog in beweging te brengen.
Kleurenproject Een aantal jaren later werken de autoriteiten op een geheel andere wijze mee aan het uitdragen van een mening in de openbare ruimte. De krakers in de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam, verenigd in de Aktiegroep Nieuwmarkt, weten van aanpakken. Zolang over de sloop van de buurt ten behoeve van de aanleg van de metro nog niet definitief beslist is, doen ze er alles aan om de vervallen buurt op te kalefateren. In het najaar van 1974 kloppen ze bij de gemeente aan met een subsidieverzoek voor een zogenaamd 'kleurenproject'. De kale buitenmuren van de her en der nog overeind staande panden in de buurt zullen eens flink onder handen genomen worden. De gemeente denkt op deze manier af te komen van al die blinde muren waarop toch alleen maar opruiende leuzen worden gekalkt. Bovendien dragen ze zo bij aan een goede verstandhouding met de buurtactivisten; er wordt maar liefst twee ton toegekend. Zo gauw de eerste hoogwerkers beschikbaar zijn, gaan de actievoerders met verf en kwast aan de slag. De gemeente is behoorlijk pissig als ontdekt wordt dat prominent op een der zijmuren midden in de buurt de befaamde uitspraak van de verzetsheld en oprichter van Vrij Nederland, Henk van Randwijk, verschijnt: 'Een volk dat voor tirannen zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht'. De autoriteiten overwegen nog de muur over te laten schilderen, maar deze zal uiteindelijk menige krantenpagina sieren al dan niet in combinatie met ME-ers op de voorgrond die een aantal maanden later de gekraakte panden zullen ontruimen.
Kroningsdag Grimmiger gaat het er aan toe rond het affiche waarmee de krakers begin april 1980 de aanstaande kroning van Beatrix uitroepen tot nationale actiedag: 'Kom naar Amsterdam, maar denk eraan: helm hoofdzaak!!'. Het gezag reageert als door een wesp gestoken. Her en der in Nederland vinden invallen plaats op plekken waar het affiche tegen het raam geplakt is. In het Journaal wordt over de arrestaties bericht en verschijnt het affiche pontificaal in beeld, zodat het hele land er kennis van kan nemen. De commotie is voor Hans Wiegel, toenmalig VVD-voorman en minister van Binnenlandse Zaken, de aanleiding om het volk op televisie ernstig toe te spreken: ,,30 April moet een feestelijke dag worden. Elementen die zouden proberen die dag te maken tot een dag van rellen, kan ik niet aanvaarden.'' Het blijkt olie op het vuur en is aanleiding voor het verschijnen van weer nieuwe affiches. Wie na dit echec denkt dat de autoriteiten hun lesje wel geleerd hebben, komt bedrogen uit. Het middel van de provocatief bedoelde protestvorm wordt nog enkele malen met succes, dat wil zeggen met volledige medewerking van de bevoegde instanties, herhaald. Het affiche dat naar aanleiding van het bezoek van de Paus aan Nederland in april 1985 verschijnt, leidt zelfs tot internationale verontwaardiging. Het uitloven van een beloning op het hoofd van de paus wordt in de katholieke wereld over het algemeen niet op zijn juiste merites ingeschat. Diplomatieke druk leidt ertoe dat binnen de landsgrenzen fanatiek jacht gemaakt wordt op het affiche. Het bezoek van de kerkvorst wordt er niet waardiger op. Binnen, maar vooral buiten de kerk laten de demonstranten hun sporen na. Het is niet waarschijnlijk dat Nederland in de nabije toekomst nog van zijn imago als opstandige kerkprovincie afkomt.
Hans Kok Met de weinig fijnzinnige boodschap 'Jullie hebben Hans Kok vermoord, wij pakken jullie', geven krakers en andere betrokkenen bij de dood van Hans Kok eind 1986 uiting aan hun frustratie over de voortgang van het onderzoek naar de doodsoorzaak van de in oktober 1985 in een politiecel omgekomen kraker uit de Staatsliedenbuurt. Op het affiche prijkt een reeks politie- en andere overheidsfunctionarissen die betrokkenheid verweten wordt bij diens dood. Nogal uitzonderlijk is dat bij sommigen op de lijst het huisadres vermeld staat, terwijl anderen volgens het affiche 'reeds gewaarschuwd' zijn. Met een gedrevenheid alsof hun eigen leven ervan afhangt,, valt de politie eind 1986 binnen bij mensen die het affiche voor zijn raam hebben opgehangen. Een aantal mensen wordt midden in de nacht van het bed gelicht en opgesloten. Van stafrechtelijke vervolging is echter geen sprake. Tezelfdertijd worden her en der in Amsterdam aan de gevels van kraakpanden spandoeken opgehangen met teksten die niets aan de verbeelding overlaten en waarop in de meeste gevallen burgemeester Van Thijn als schuldige wordt aangewezen voor de dood van Hans Kok: 'Van Thijn moordenaar'. Door schade en schande wijs geworden laten de autoriteiten de spandoeken echter knarsetandend hangen; ze sieren maandenlang het straatbeeld in diverse wijken. De huidige affaire rond het verwijderen van spandoeken en affiches, die verwijzen naar vermeende verantwoordelijken voor de brand in het uitzetcentrum op Schiphol, is dus niet uitzonderlijk. En eigenlijk reageert iedereen geheel volgens de verwachtingen. Na de aanvallen op de spandoeken en het affiche en alle bijkomende media-aandacht doen de actievoerders er nog een schepje bovenop en de autoriteiten zien zich genoodzaakt zich met de staart tussen de benen uit het rumoer terug te trekken. Het lijkt erop dat iedere nieuwe generatie bestuurders en gerechtsdienaren weer opnieuw met open ogen in de voor hen opgezette val loopt. Met als gevolg dat ze precies het tegenovergestelde bewerkstelligen van wat ze beogen. In plaats van het gezag te herstellen door de openbare ruimte te vrijwaren van onwelgevallige uitingen, wordt hun autoriteit (verder) ondermijnd: ze worden teruggefloten omdat elke wettige basis voor rücksichtsloze meningsbeknotting ontbreekt. Bovendien wordt door de overdreven media-aandacht de maatschappelijke onrust, die ze nu net de kop in wilde drukken, versterkt.
Eric Duivenvoorden is socioloog en auteur van 'Een voet tussen de deur' en 'Het Kroningsoproer'.
|
|