|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#15/16 Oorlog binnen de islam
De islam en alles wat daarmee samenhangt, is een spannend onderwerp. Bij iedere publicatie is de vraag wat voor invalshoek de auteur kiest. Gaat het om een voorzichtige, misschien bijna zalvende analyse van dit explosieve onderwerp?
tekst Ulrik van Tongeren
'Ongelovigen' van Andrew Wheatcroft is hiervan een goed voorbeeld. Dit populair-wetenschappelijke geschiedenisboek behandelt de moeizame en geladen relatie tussen christenen en moslims door de eeuwen heen. Daarentegen is 'Fitna, Oorlog in het hart van de islam' van de Franse professor Gilles Kepel een provocerende schets van de oorlog die momenteel wordt gevoerd binnen de islam. Centrale thesis van het boek van Kepel is dat niet de jihad, maar fitna het conflict in de islam bepaalt. Jihad heeft een positieve connotatie binnen de traditionele islamitische cultuur, het is een soort motor van de geloofsuitbreiding die met het zwaard en het heilige boek wordt bereikt. De weerbarstige mensheid moet worden onderworpen aan de onaantastbare wetten van de Koran. Het woord fitna, een veel minder bekende term buiten de islam, heeft een negatieve lading. Het duidt de oorlog binnen de islam aan, een kracht die de implosie en de ondergang van de islamitische gemeenschap kan bereiken, terwijl de jihad juist het tegenovergestelde effect zou moeten hebben.
Conflict Sommigen zien de botsing tussen religies als voornaamste oorzaak van de wanorde in de wereld. Kepel ziet echter het conflict binnen de islam als voornaamste probleem. Wat voor de aanstichters van 11 september 2001, Bin Laden en zijn kornuiten, de ultieme jihad had moeten zijn die de goddeloze westerlingen tot in het hart had moeten treffen, bleek eerder het tijdperk van fitna, verwoesting in het huis van islam, in te luiden. Want werden de regimes van de Taliban en Saddam Hussein niet in snel tempo omver geworpen? En de oelema's (schriftgeleerden van de islam) zijn ook al de regie kwijt betreffende de exploderende fitna. In feite hebben de doortrapte activistische militanten met hun salafistische wereldbeeld de macht gegrepen. De salafisten proberen de integratie van moslims in de westerse samenleving tegen te houden, en anderzijds werken gematigde moslims aan de succesvolle integratie van de moslimbevolking. Wanneer de islam erin zou slagen om zich een plaats te bemachtigen in het moderne Europa, dan zou dat een ideaal model kunnen opleveren voor de gehele moslimwereld, redeneert Kepel. Zijn optimisme is gebaseerd op de armzalige resultaten van het moslimterrorisme. Hij documenteert uitvoerig de mislukkingen van de terroristen, en schetst 11 september 2001 als het gevolg van eerder falen van de jihadstrijders in de jaren '90. Want tijdens die periode probeerden ze de islamitische massa's tot omverwerping van hun regeringen te bewegen, maar nergens bleek dat succes op te leveren. Daarom werd 11 september gecreëerd, om alsnog de massa's te activeren, maar ook dat is nog niet gebeurd. Met de aanslagen van 11 maart dit jaar in Madrid, en de meest recente aanslagen in Londen, hebben de jihadstrijders een nieuwe frontlinie van de fitna gecreëerd. Kepel ziet hierin de herovering van Andalusië, ooit onder Moors gezag, als een soort nostalgie naar een tijd in de middeleeuwen, toen de islam het politieke, intellectuele en culture hart van de wereld vormde. Hij gelooft niet dat de Europese moslims zullen bezwijken voor een dergelijke ziekelijke nostalgie en is dan ook voorzichtig optimistisch over de situatie in de Europese voorsteden. Hier wreekt zich het feit dat het boek in 2004 geschreven. Intussen, na de recente wekenlange onlusten in de Franse voorsteden zou dit optimisme wel eens minder groot kunnen zijn.
Ramadan Overigens is 'De slag om Europa' het beste hoofdstuk uit het boek. Doordesemd met vileine humor schetst Kepel hier een overtuigend, soms huiveringwekkend, beeld van fundamentalistische groeperingen. Onder leiding van de salafisten proberen die munt te slaan uit de groeiende onvrede onder moslims die zich in hun Europese woonsteden buitengesloten en gediscrimineerd voelen. De auteur excelleert in een prachtig miniportret van de sterprediker van de Franse moslimjeugd, Tariq Ramadan, een charismatische figuur die met verve afwijkt van de gebruikelijke kleurloze baardmannen die opduiken in de media om hun islam te verkopen. Deze Tariq heeft de media de afgelopen jaren betoverd met zijn welsprekendheid, maar hij laat ook de journalisten in grote verwarring achter omdat ze niet weten of hij nu een engel of een duivel is. Volgens Kepel hebben de fundamentalisten de rol van de socialisten en communisten overgenomen. Zij proberen namelijk ook de sociale onvrede te exploiteren. De socialisten en communisten wisten met hun strijd tegen de gevestigde orde te bereiken dat men na afloop opgenomen werd in het bestaande systeem. Door de toenemende welvaart van de achterban werd de sociale strijd gedempt. Kepel constateert een historische parallel, maar is misschien overdreven optimistisch over deze grotendeels reactionaire fundamentalistische bewegingen, die eerder streven naar segregatie dan integratie. Ook ziet Kepel graag dat de Europese regeringen de opwaartse mobiliteit van de moslimjeugd en hun politieke deelneming bevorderen.
Maledicta Merkwaardig dat de erudiete schrijver toch zoveel optimisme ten toon spreidt, terwijl de optelsom van feiten en meningen voor hetzelfde geld pessimisme kunnen oproepen. Ook al een dergelijk optimist is Andrew Wheatcroft die in zijn uitputtende studie Ongelovigen over de conflicten tussen het christendom en de islam, vooral ook gretig hoopvolle tekenen in het verleden signaleert. Zo kunnen christenen en moslims wel degelijk vreedzaam naast elkaar leven. Dat was bijvoorbeeld het geval in Spanje in de Middeleeuwen. Opmerkelijk is het feit dat eeuwenlang christenen, moslims en joden naast elkaar konden leven, zonder in elkanders gemeenschappen op te gaan: ze hielden vast aan hun gebruiken en eigen regels en wetten. Deze unieke samenlevingsvorm kreeg de naam convivencia. Auteur Wheatcroft heeft toch ook gevoel voor prachtige termen. Het hoofdstuk 'Maledicta: woorden van haat' gaat inderdaad over dat schitterende woord dat staat voor vervloekingen, en niet voor alledaags grof taalgebruik. Maledicta zijn formele en doelbewuste verwensingen. Zowel in het christendom als in de islam hadden en hebben dergelijke verwensingen afschuwelijke consequenties. Dit maakt in een notendop duidelijk wat er mis kan gaan tussen moslims en christenen; ze hebben de neiging elkaar te beschimpen. En nu, met het alomtegenwoordige internet, gaan al die verwensingen en woede opwekkende woorden een eigen leven leiden. Daarmee kom je onvermijdelijk terecht bij het woord kruistocht, een zowel voor christenen als moslims uiterst explosieve term die de Amerikaanse president Bush onlangs gebruikte in een toespraak. De rode draad in Ongelovigen is het feit dat woorden en beelden van belang zijn. De ongecensureerde waarheid is meestal spontaan en onthullend. Apocalyptisch en zwaar aangezet taalgebruik is in, ze leggen diepliggende instinctieve gevoelens bloot, en schetsen een zwart-wit beeld van de werkelijkheid.
Gilles Kepel: Fitna, Oorlog in het hart van de islam: 2005, Contact, ISBN 90 254 2683 2, e.39,90 (paperback) Andrew Wheatcroft, Ongelovigen: Atlas, 2005, ISBN 90 450 0608 1, e.29,90 (paperback)
|
|