Ravage #15/16, 16 december 2005 m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2005    ● Overzicht #15/16


De copy and paste werkwijze van de IND

Het vluchtelingenbeleid in Nederland wordt steeds controversiëler. De beleidsdoelstelling is overduidelijk; zo min mogelijk mensen in Nederland toelaten. Dat gebeurt op een manier die niets te maken heeft met medemenselijkheid, compassie of beschaving.

tekst Bert van Wakeren

Met enige regelmaat trekken Amnesty International, Human Rights Watch en de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR luid aan de bel. Er zou sprake zijn van 'gebrekkige kwaliteit' van de onderzoeken naar de asielmotieven. Volgens de Raad van Europa is het net een loterij. Een criterium als humaniteit blijkt aan ernstige erosie onderhevig.
Er is sprake van een uitzettingsbeleid die de kwaliteit van de beoordeling van asielverzoeken ondergeschikt maakt aan de 'productie': een maximalisering van uitzetting. Dat in combinatie met een rigide uitleg van wet- en regelgeving, leidt al te vaak tot onjuiste beslissingen met zelfs dodelijke gevolgen.

Tijdsdruk

Ondeugdelijk is ook de minste conclusie die je kunt trekken na het lezen van 'Het achtenveerstigste uur' van Nicolaas Matsier, Het boek beschrijft de eerste 48 uren van de asielprocedure van Moesa Mohamed Hassan, naar eigen zeggen uit Soedan afkomstig. De 48-uurs asielprocedure was ooit bedoeld als een uitzonderingsprocedure voor 'flinterdunne' asielverzoeken, maar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot de standaardprocedure.
Met alle gevolgen van dien. In deze procedure vinden namelijk de gehoren in de regel steeds onder grote tijdsdruk plaats. In 48 uur: verklaring van onderzoek, proces-verbaal van bevindingen, eerste gehoor, nader gehoor, voornemen, correcties en aanvullingen, beschikking, nabespreking, second opinion, nadere gronden en de zitting. En in de meeste gevallen uitzetting. Het hoge tempo eist onherroepelijk zijn tol, onzorgvuldigheden zijn schering en inslag.
Met Mohamed Hassan gaat het niet anders. Overgoten wordt hij met vragen, en hij moet antwoorden, meteen een duidelijk en controleerbaar antwoord. En niets vergeten, want vergeet je iets te vertellen bij het eerste gehoor dan heeft het geen zin om dat bij het nader gehoor in te brengen. Het keert zich zelfs tegen je: tegenstrijdigheden, onvolledige of incoherente verklaringen van asielzoekers worden in de regel de asielzoeker voor de voeten geworpen. Het zijn zelfs redenen tot uitzetting. Onjuiste vertalingen, tijdsdruk of het niet signaleren van traumatische klachten worden ook zelden als zodanig erkend.

Nummer

Zo ook met Mohamed Hassan. Hij verandert langzaam maar heel zeker van een mens in een nummer, een nummer dat van dossier naar dossier meegaat, en van de ene computer naar de andere. Steeds een andere ondervrager, steeds een andere tolk en zelfs verschillende advocaten krijgt hij tegenover zich. Zij zijn het ook die Het achtenveertigste uur schrijven; het zijn hun rapporten, hun verhoren, interviews en gedachten. En alles verpakt in standaard- en kruisjesformulieren, meerkeuze mogelijkheden, voor nuances geen plaats, zwart-wit.
Bij het eerste gehoor, in drie etappes met drie verschillende contactambtenaren, gaat het al fout. Het vaststellen van de feiten en de reisroute gaat gepaard met vooringenomenheid en onverschilligheid. Het zich niet kunnen voorstellen dat een vluchteling geen paspoort heeft, leidt onherroepelijk tot twijfels over de nationaliteit. En dat komt meteen in het rapport. De volgende ambtenaar zal dit meteen opvallen en juist dat is de bedoeling.
Een beklemmend gevoel geeft Het achtenveertigste uur, zeker als je bedenkt dat het verhaal gebaseerd is op de dagelijkse realiteit. Zowel de vorm als de inhoud komen overeen met de inhoud die IND-dossiers plegen te hebben. Je kruipt als lezer ook in andermans hoofd, je ziet wat daarin omgaat. Maar dan wel in de hoofden van de ambtenaren, een piketadvocaat, de griffier van de rechtbank, en niet in het hoofd van Moesa Mohamed Hassan. Hij doet er in dit geval niet zoveel toe, is slechts een exemplarisch voorbeeld, gevangene in de Nederlandse asielprocedure.
Dat je de personages in het boek kunt verwarren met echt levende personen is het knappe aan het boek. Je herkent ze, de ambtenaren die gewoon hun werk doen. Elke dag maar weer, en zich niet verantwoordelijk voelen. Het zijn de regels die de dienst uitmaken, en waar de gemiddelde ambtenaar zich met graagte achter verschuilt. Het politieke klimaat is geschapen waarin de ambtenaar gewoon zijn werk doet, vooringenomen en onverschillig, en allang de mens tegenover hem niet meer ziet.

Seksslavin

Hoe desastreus het huidige asielbeleid uitpakt is nog meer voelbaar in 'Gevangen tussen grenzen' geschreven door Annemarie Busser. Busser is juriste en sinds 1987 coördinatrice intake en opleiding op de afdeling Vluchtelingen van Amnesty International. Voor het boek heeft ze uitgebreide gesprekken gevoerd met vluchtelingen en uitgewerkt in elf verhalen.
Wat te denken van het verhaal van Elsa, een asielzoekster uit Sierra Leone: 'Er werd op de deur gebonkt, toen drongen mannen met geweren het huis binnen. Ze sloegen en schreeuwden: 'Ha een oude man en een jonge vrouw, neuk haar maar ouwe viezerik'. Mijn vader smeekte, weigerde en verstarde, ik schreeuwde en huilde. De mannen wilde dat vader reageerde, ze schoten, hij viel zwaar gewond op de grond. Ze gooiden kerosine over hem heen, hij brandde...'
Elsa werd ontvoerd door rebellen en als seksslavin gebruikt. Ze ontsnapte. Ze kon toen alleen als prostituee overleven. Ze vluchtte en kwam in oktober 2002 aan in Nederland. Op 1 november 2002 dient zij een asielverzoek in. Op 4 november staat ze alweer buiten het Aanmeldcentrum. Afgewezen in de 48-uurs procedure. Dit was wat de Nederlandse overheid in 2004 over Elsa oordeelde: 'Betrokkene is geen vluchteling en hoeft niet tot Nederland te worden toegelaten'.
Meerdere malen verkracht, mishandeld en zwaar getraumatiseerd moet ze dat wat ze in Sierra Leone heeft ondergaan vertellen aan twee haar onbekende mannen, de contactambtenaar en een tolk. Ze vraagt om een vrouw die echter niet voorhanden is. Het lukt haar daarom niet om alles te vertellen en juist dát zal zich tegen haar keren. Dat ze getraumatiseerd is en daarom niet in één keer alles kan vertellen, leidt bij de IND tot de conclusie dat haar verklaringen 'tegenstrijdig zijn'. Haar achtergrond is daarbij geen 'genoegzame verklaring'. Zelfs medisch onderzoek wordt niet erkend als steunbewijs in de asielprocedure, speelt geen ondersteunende rol bij de waarheidsbevinding.

Nesrin

Dat blijkt ook uit het vluchtverhaal van Nesrin, asielzoekster uit Turkije. Zij vertelt over fysieke marteling die ze tijdens verhoren in Turkije onderging. Haar fout: als advocate namens de familie opheldering vragen over het lot van een Koerdische jongeman. De man woont in Europa en reist naar familie in Turkije, maar komt daar nooit aan. Zijn lijk wordt in Turkije gevonden: vermoord. Tevens is ze actief voor Insan Haklari Dernegi, een Turkse mensenrechtenorganisatie.
Negen jaar zit Nesrin gevangen en na haar vrijlating is de enige mogelijkheid te vluchten naar Frankrijk. Een Fransman heeft haar zaak gevolgd en helpt haar, nadat eerder vrienden een Turks paspoort hadden 'geregeld', aan een Frans visum. Eenmaal in Frankrijk laat de man echter een geheel andere kant van zichzelf zien: ze moet zich dankbaar tonen, hij heeft haar immers gered en eist haar helemaal voor zichzelf op, ook seksueel.
Na een maand vlucht ze uit Frankrijk. Bij aankomst in Nederland gaat het heel slecht met haar, ze voelt zich ziek, kan nauwelijks eten en slapen, broodmager en vooral doodmoe. Het RIAGG, een arts van AI, en een andere arts die Nesrin behandelt, achten het niet mogelijk dat gezien de ervaringen van haar in Frankrijk dat ze in dat land de goede hulp kan vinden.
Desondanks beslist de IND anders, met de wet in de hand. Sinds de jaren '90 is het land dat de vreemdeling een visum heeft verstrekt of waar zij het eerst voet op de Europese bodem heeft gezet, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. Frankrijk dus. En al die rapporten van psychiaters en medici doen niet ter zake. Dat heet een humaan vluchtelingenbeleid. Het boek beschrijft nog acht andere asielaanvragen die allemaal uitmondden in een lang gevecht met de IND.

Schrijnend

Copy and paste zijn gevleugelde woorden van IND-ambtenaren, standaard-'blokteksten' die in beschikkingen van de IND in 'knip-en-plakhandeling' uit de computers rollen. En daarbij gaat natuurlijk van alles fout. Zo zal een beschikkingsambtenaar vergeten om in het verhaal van Elsa 'Turkije' te veranderen in 'Sierra Leone'. Hoe onverschillig en onzorgvuldig zijn ze bezig.
Uit 'Congo Blues' van Henk Weltevreden: 'Erik maakt nog een laatste 'copy and paste' voor deze week: 'Rechtsgevolgen van deze beschikking: de afwijzing van de aanvraag heeft tot gevolg dat de betrokkene niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. Betrokkene dient Nederland uit eigen beweging te verlaten voor het einde van de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt. Bij gebreke hiervan kan zij worden uitgezet. Vertrektermijn 28 dagen'.'
Degene om wie het gaat is Ngudi, negen jaar. Geboren in een asielzoekerscentrum in Nederland. Haar Congolese moeder blijkt niet in staat haar op te voeden en wordt uiteindelijk uit de ouderlijke macht ontheven. Liefdevol wordt ze al die jaren verzorgd door pleegouders, en toch zal ze teruggestuurd moeten worden naar Congo. Ze is nog nooit in dat land geweest, waar de onlusten ongeveer aan 4 miljoen mensen het leven hebben gekost. Het land waar dagelijks honderden kinderen van Ngudi's leeftijd bruut worden verkracht.
En toch is het beter volgens minister Verdonks uitvoerders dat ze naar dat land verwijderd wordt. En dat mag geen deportatie heten van Verdonk. Meer nog, IND en Verdonk stellen: 'Congo is veilig'. En wat zegt onze christen-democratische minister van Justitie Donner: 'De vreemdelingenwet gaat boven de jeugdzorg.'

Congo

In Congo Blues beschrijft de pleegvader, Weltevreden, op zeer indringende maar verteerbare wijze het levensverhaal van Ngudi. Het is zijn verslag van de rondgang langs personen en instanties die zich met zijn pleegkind bemoeien. En dat zijn er zeer veel. 'Onze lijst van begeleiders wordt steeds onoverzichtelijker. Een asieladvocaat, een advocaat voor de Onder Toezicht Stelling (OTS), vier gezinsvoogden van de stichting NIDOS en vier begeleiders van Pleegzorg binnen vier jaar, ook een teamleider van de Therapeutische Gezinsverpleging (TGV), een psychologe en een kinder- en jeugdpsychiater. En niet te vergeten, de 'hechtingsspecialisten'. Ze staan allemaal in de documenten die de rechter voor zich heeft.'
Inmiddels is de procedure voor een verblijfsvergunning voor '0006424' tot drie keer toe afgewezen. Ngudi is wel officieel tot schrijnend geval nummer 2335 verklaard. Daardoor heeft ze een voorlopige verblijfsvergunning gekregen, die elk jaar moet worden verlengd. Een royaal gebaar van Verdonk ligt niet in het verschiet. Ze valt namelijk haar uitvoerders niet graag af en buiten dat werken ze altijd adequaat.
De beleidsdoelstelling is overduidelijk; zo min mogelijk mensen in Nederland toelaten. Dat gebeurt op een manier die niets te maken heeft met medemenselijkheid, compassie of beschaving. Het gevolg is dan ook dat in alle zaken waarin sprake is van afwijzing van het asielverzoek of een verblijfsvergunning n en dat is dus in het overgrote deel van de gevallen n er een gigantisch intensieve en volhardende strijd gevoerd moet worden met de poortwachters van Fort Nederland, de IND. Om recht te doen aan het vluchtverhaal.

Dit is een verkorte versie van een artikel dat in de komende editie van Buiten de Orde zal worden geplaatst.

Henk Weltevreden, Congo Blues: 141p, e.12.50, RVU, Hilversum, ISBN 90 77164 03 0

Nicolaas Matsier, Het achtenveertigste uur: 269p, e.18.50, De bezige bij, Amsterdam, ISBN 90 234 1639 2

Naar boven