|
|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2005 ● Overzicht
#15/16 War class hero
Het leven van John Lennon werd een kwart eeuw geleden vroegtijdig beëindigd als gevolg van een aanslag door een geflipte fan. De invloedrijke muzikant speelde een belangrijke rol voor de protestgeneratie in de jaren '60. De radicaal-linkse scene van New York omarmde de man.
tekst Carl Versteeg
Er valt de laatste maanden in de media nauwelijks aan John Lennon te ontkomen. In oktober zou hij, als hij nog geleefd had, 65 zijn geworden en in december is het 25 jaar geleden, dat hij werd vermoord. Ter ere van deze dubbele herdenking verschijnen er verzamel cd's, tribute cd's, tv items, een grote tentoonstelling in Parijs, kranten- en tijdschriftartikelen, maar ook weer een hele stapel nieuwe boeken over deze icoon. Zoals 'De man, de mythe en de waarheid' van Larry Kane, een journalist die The Beatles op al hun Amerikaanse tournees volgde en persoonlijk bevriend raakte met Lennon. Kane probeert in zijn biografie vooral via veel interviews en eigen ervaringen de mens achter het fenomeen Lennon te schetsen.
Invloed De Vlaming Robert van Yper daarentegen, de voormalige manager van De Kreuners die de afgelopen jaren via een radioserie en het boek 'Rock It!!! een race met de duivel' een grote reputatie heeft opgebouwd als geschiedschrijver van de rock 'n roll, besteedt in 'Lennon' juist vooral veel aandacht aan de maatschappelijke en culturele invloed van het rockende fenomeen. Door echter een beeld te laten ontstaan alsof de hele culturele omslag van de jaren '60 aan The Beatles, en in het bijzonder aan John Lennon te danken is, draaft Van Yper als hardcore Beatlesfan een beetje door, Dat lijkt mij namelijk nogal onzinnig. Met de rock 'n roll van de jaren '50, de protestsongs uit de folkscene en bijvoorbeeld de beatgeneration in de literatuur van die tijd, waren al lang voordat John, Paul, George en Ringo elkaar überhaupt hadden ontmoet, de fundamenten gelegd voor een nieuwe hippe cultuur. Het was vervolgens vooral de babyboom van vlak na de Tweede Wereldoorlog die er demografisch voor zorgde dat in de jaren '60 dankzij de macht van het getal, deze cultuur van jeugd- en subcultuur in massacultuur kon veranderen. Naar mijn gevoel was John Lennon dan ook niet zo zeer de trendsetter hiervan, maar eerder 'toevallig' de juiste persoon op de juiste plaats op het juiste moment, die ook nog eens het artistieke talent had om op die ultra snelle veranderende tijdgeest in te spelen. Daarom kon hij uitgroeien tot een icoon van een culturele revolutie die ook zonder hem wel plaats had gevonden. Desondanks is het nauwelijks te overschatten hoe die culturele revolutie, met daarbij The Beatles in een absolute hoofdrol, de wereld in de jaren '60 heeft veranderd. Ondanks de opkomst van de rock 'n roll in de jaren daarvoor, begon Amerika dat decennium immers als een land waar nog altijd rassenscheiding bestond. Toen The Beatles doorbraken in The Land Of The Free, hielden ze niet op met te benadrukken dat zij hun muzikale en culturele roots hadden gevonden in de zwarte Amerikaanse muziek en zorgden ze voor veel opschudding door te weigeren te spelen in zalen waar zwarten op bepaalde tribunes werden geweerd. Natuurlijk bestond er lang voor de opkomst van The Beatles al een zwarte burgerrechtenbeweging, maar het was wel de kracht van The Beatles om dat protest ook in de populaire massamedia door te laten klinken.
Narcisme John Lennon was dus ook in die eerste jaren van de Beatlemania duidelijk maatschappelijk geëngageerd. Hoe z'n manager Brian Epstein ook z'n best deed om dit, uit angst voor negatieve publiciteit, tegen te gaan. Zo had Lennon in 1965 al z'n koninklijke benoeming tot Member of the Order of the British Empire willen weigeren, maar onder druk van Epstein zag hij daar vanaf. Toch kon Lennon het vervolgens niet laten om van die aanvaarding een statement te maken: ,,Normaal krijg je zo'n medaille om met tanks te rijden en sukkelaars overhoop te schieten. Wij krijgen hem omdat we mensen amuseren. Dat is beter.'' Toen hij de onderscheiding jaren later teruggaf, uit protest tegen het Britse optreden in de Nigeriaanse Biafra-kwestie en de steun aan de Amerikanen in Vietnam, leerde de wereld ook de andere kant van de politieke ideologie van Lennon kennen. Want naast het bekritiseren van de massamoorden, hekelde hij het gebrek aan succes van zijn laatste single 'Cold Turkey'. Hiermee verwees hij indirect naar de boycot van sommige Britse zenders van dit nummer. Nee, het Lennonisme was niet echt vrij van enig narcisme. Dat hij zijn idealisme vaak met zijn narcisme vermengde, kwam volgens Van Yper doordat Lennon eind jaren '60 totaal geen zicht meer leek te hebben op de realiteit. Dit door toedoen van de Beatlemania - overal ter wereld waar hij verscheen, werd hij aanbeden - en het overmatig gebruik van LSD. Behalve door idealisme, liet hij zich ook leiden door een ziekelijke grootheidswaan. Wat was immers het bekendste politieke standpunt van hem? Lennon wilde wereldvrede - tja, wie wil dat niet? Het grote verschil met andere mensen die wereldvrede willen was dat Lennon, die zichzelf eerder al groter dan Jezus noemde, blijkbaar de illusie had, dat hij hierin Het Verschil kon maken. Hoe hij die wereldvrede nou concreet voor zich zag, wordt niet echt duidelijk in beide boeken. In ieder geval zetten zowel Van Yper als Kane deze vredesapostel neer als iemand die eigenlijk absurd agressief was in de omgang, zodat we moeten vrezen dat het voor Lennon pas echt wereldvrede zou zijn geweest, als hij zelf in alles zijn gelijk en zijn zin zou hebben gekregen. Larry Kane, die zichzelf in de Vietnamtijd als vrijwilliger bij het Amerikaanse leger had gemeld en daardoor heel wat politieke discussies met Lennon heeft gehad, geeft echter aan dat hij toch, ondanks de meningsverschillen met de muzikant en ondanks diens agressieve aanvallen, nooit heeft getwijfeld over de innerlijke oprechtheid en goede bedoelingen van Lennon's politieke standpunten.
Radicaal-linkse icoon Naast zijn vredesideaal en zijn verzet tegen discriminatie, waren de overige politieke en maatschappelijke standpunten van Lennon overigens vaak helemaal niet zo radicaal. Toch werd hij rond 1970 omringd door zo'n beetje de halve radicaal-linkse actiescene van New York en is hij zelfs een icoon voor hen geworden. Van Yper betoogt dat dit eigenlijk meer met zijn woonplaats, dan met zijn gedachtegoed te maken had. John Lennon wilde in het centrum van de wereld wonen, zo verklaarde hij zelf zijn verhuizing van Engeland naar Amerika. Als hij in de tijd van het Romeinse Rijk was opgegroeid, had hij in Rome willen wonen. Dat hij daar met zijn standpunten in de radicaal-linkse hoek terecht kwam, had volgens Van Yper alles te maken met de Amerikaanse politieke cultuur. Voor gematigd links is in Amerika geen plek. Zeker toen na de Tweede Wereldoorlog de Koude Oorlog uitbrak, werd alles wat zelfs maar links leek, via de subtiele redenering 'progressief = sociaal-democraat = socialist = communist = stalinist = aanhanger van dictatoriale massamoordenaars' afgeserveerd. Zelfs tijdens de culturele revolutie van de jaren '60, was er in de Verenigde Staten geen plaats voor een gestructureerde brede progressieve volksbeweging, zoals je in Europa wel socialistische partijen en vakbonden had. Tussen radicaal-links en het politieke establishment, dat vergeleken met de Europese politiek rechts-rechtser-rechtst was (en nog altijd is) was een gigantisch vacuüm ontstaan. Nadat Lennon aansluiting zocht bij een scene van medestanders voor zijn vredesidealen (en zoals Van Yper hem beschrijft, had hij altijd mensen rondom zich nodig, hij was het tegenovergestelde van een einzelgänger), was hij eigenlijk automatisch aangewezen op de radicaal-linkse scene. Zo groeide er in zijn New Yorkse jaren al snel een hofhouding rondom hem, van avant-gardistische kunstenaars die hij via z'n vrouw Yoko ontmoette, maar vooral ook veel radicaal-linkse activisten, die zelfs president Richard Nixon grote zorgen baarde. Nixon zag in die samenwerking een extreem staatsgevaarlijke cocktail ontstaan en verspilde daarom heel wat tijd aan het instrueren van CIA en FBI medewerkers, die onderzoek moesten doen naar Het Gevaar Lennon, hem en diens hofhouding fulltime moesten volgen, hier rapporten over moesten schrijven en John & Yoko moesten tegenwerken bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning. De eindconclusie van al deze affaires rondom Het Gevaar Lennon, was volgens de veiligheidsdiensten echter dat het gevaar zichzelf al onschadelijk had gemaakt. Lennon was in de tijd dat hij in Amerika kwam wonen, door z'n overmatige drugsgebruik al veel te ver heen, om ooit een serieuze rol als politiek leider te kunnen spelen.
War is over Toch had Lennon na het uiteenvallen van The Beatles wel duidelijk grootse plannen om samen met Yoko Ono, die ook al naam had gemaakt als maatschappelijk geëngageerd kunstenares, de wereld te veroveren en te verbeteren. Hiervoor benoemden zij, alweer zonder gebrek aan pretenties, het jaar 1970 tot het nieuwe Year One en gingen ze aan de slag met de beroemde vredesprojecten, zoals de WAR IS OVER (if you want it) reclameborden en de Bed Peace (als iedereen in bed zou blijven liggen zou er geen oorlog meer zijn... ). Ondanks alle grootse en meeslepende idealen en plannen waarmee dit nieuwe tijdperk van John & Yoko werd ingezet, kregen de Amerikaanse geheime diensten helaas toch gelijk en had Nixon zich zorgen gemaakt om niets. Al in 1973 besloten John en Yoko door relatieproblemen om voorlopig even afstand van elkaar te nemen, waarna John met z'n nieuwe minnares anderhalf jaar lang, verscheurd door een alcoholverslaving, van feest naar vechtpartij door Amerika zwierf. Er werden nog wel wat rommelige soloplaten opgenomen en hij gaf nog weleens een gastoptreden bij een manifestatie, maar van echt structurele politieke actie kon geen sprake meer zijn. Nadat hij daarna toch weer terugkeerde bij Yoko en de draad weer had opgepakt, ging het vervolgens snel weer mis met Lennon. In zijn appartementen in het New Yorkse Dakota Building bracht hij vervolgens vijf jaar in afzondering door. Officieel om z'n zoon op te voeden, officieus om in eenzaamheid ten onder te gaan aan drugs en meditatie. Helaas is John Lennon hiermee het ontelbaarste voorbeeld van iemand die de hele wereld wilde verbeteren en ondertussen z'n eigen leven nog niet eens aan kon. Hij leek zichzelf en zijn idealen echter nog één laatste kans te geven. In de loop van 1980 verscheen hij toch weer in de openbaarheid, zette zich in tegen de apartheid in Zuid-Afrika, en maakte samen met Yoko eindelijk weer een LP. Hij leek z'n verslavingen onder controle te hebben en 'as an older and wiser man' klaar te zijn om tien jaar na dato eindelijk écht te beginnen met het leven dat hij na het stoppen van The Beatles voor zichzelf had bedacht. Het vervolg van dit verhaal is bekend. Middenin het publiciteitsoffensief van de comeback van Lennon, schoot de gestoorde J.D. Salinger-fan Mark Chapman op 8 december 1980 met zes kogels definitief het symbool van 'de hoop van de jaren '60 en '70' dood.
Lennon - Robert Van Yper: 264 pag, uitgeverij EPO, ISBN: 9064453810, 18,50 euro. John Lennon; De man, de mythe en de waarheid - Larry Kane: 348 pag, uitgeverij 521, ISBN 9049900127, 19,90 euro.
|
|