Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2002    ● Overzicht #5


Uit: Ravage #5, 5 apr 2002

Roof, moord en plundering

400 jaar VOC

Dit jaar herdenkt men - vaak feestelijk - op tal van tijdstippen en plaatsen in Nederland het feit dat de Verenigde Oostindische Compagnie in 1602 werd opgericht. Overheid en bedrijfsleven grijpen dit jubileum aan om de Nederlandse koopmansgeest nog eens in het zonnetje te zetten. Volgens veel mensen, vooral uit de Molukse en Indonesische gemeenschap, valt er niets te vieren.

Ze zaten er wat ongemakkelijk bij in de Haagse Ridderzaal: Beatrix, Willem-Alexander, Maxima, ministers, kamerleden, burgemeesters, ambassadeurs en de talloze captains of industry. De picketline van het Maluku Actie Comitť en de Indonesische organisatie Aksi Setiakawan tegen de feestelijke VOC-herdenking op 20 maart was hen bespaard gebleven. De betogers waren immers naar het Plein gedirigeerd, ver weg van de Ridderzaal.

Toch wilde het voor de hoogwaardigheidsbekleders maar niet echt feestelijk worden die middag. IndonesiŽ had bij monde van haar ambassadeur Abdal Isran laten weten elke medewerking aan de 'viering' te weigeren. De Indonesische minister van ontwikkeling, Kwik Kian Gie, die op persoonlijke titel de genodigden in de Ridderzaal toesprak, maakte duidelijk waarom IndonesiŽ geen zin had in dit Hollandse feestje.

"De VOC heeft duurzame schade aangericht in de Indonesische samenleving. Ze heeft geen bestuursstelsel neergelegd waaruit medezeggenschap, vertegenwoordiging of participatie voor IndonesiŽrs kon groeien. De VOC is integendeel instrumenteel geweest in hun onderdrukking, exploitatie en machtsmisbruik", zo sprak Gie. Hare Majesteit en de verzamelde notabelen moesten dan ook begrijpen dat "de VOC door de bewoners van de wingewesten werd ervaren als een 'uitzuigende poliep' en een 'paternalistisch monstrum'".

De actievoerders op het Plein waren het roerend met hem eens. ,,Voor het Indonesische volk en speciaal voor diegenen die hebben deelgenomen aan de bevrijdingsstrijd van de archipel is de naam VOC een nachtmerrie'', meent Aksi Setiakawan. ,,De geschiedenis van het VOC is de geschiedenis van het Nederlandse kolonialisme, de geschiedenis van roof, moord en plundering, in het voordeel van een handjevol rijken in Nederland''.

De erfgenamen van deze rijken zaten niet geheel toevallig die middag in de Ridderzaal. Net zoals 400 jaar geleden, toen op 20 maart 1602, de Staten Generaal in diezelfde zaal een concessie verleende aan een handelsmaatschappij voor alleenrecht op de handel met AziŽ, het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat van Magelhaen. De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) - een bundeling van de handelskamers van zes steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam, waarin de plaatselijke kooplieden zich hadden verenigd - was geboren.†

Kaapstad

Hoewel de viering in IndonesiŽ nauwelijks bekend is, demonstreerde ook daar een tiental mensen bij de Nederlandse Ambassade in Jakarta en verscheen in een enkel blad een venijnig artikel. Ook in Zuid-Afrika waar Jan van Riebeeck in 1652 op de Kaap in opdracht van de VOC een verversingspost stichtte, bleven de protesten niet uit.

De actiegroep 'Citizens for Truth en die Waarheid' wist enkele maanden geleden al een groep betogers op de been te brengen die eiste dat het standbeeld van Van Riebeeck op de kop van de Heerengracht in Kaapstad van z'n sokkel werd getrokken om vervolgens te worden 'opgesloten' in de Pollsmoor-gevangenis. De actievoerders waren bang dat men met de herdenking weinig aandacht zou besteden aan het lot van de oorspronkelijke bewoners van de Kaap, de KhoiSan. Deze 'bosjesmannen' werden door Van Riebeeck en kornuiten bij 'bosjes' afgeslacht.

De actiegroep wil dat een waarheidscommissie de misdaden tegen de KhoiSan in kaart brengt. Hoewel dat er niet in zit, heeft het bestuur van Kaapstad wel besloten het 350-jarige bestaan van deze voormalige VOC-post behoedzaam te vieren en Jan van R. niet zoals tijdens het apartheidsregime te verheerlijken. De jubileumviering wordt verder overgelaten aan geÔnteresseerde Kaapse particulieren.

Helden

Ook in Nederland is de viering voor een groot deel in handen van particulieren. Vanwege de "overweldigende belangstelling" werd de stichting 'Viering 400 jaar VOC' in het leven geroepen om de 'feestelijkheden' te coŲrdineren. De overheid draagt vooral financieel haar steentje bij.

Die grote belangstelling voor de viering is opmerkelijk. Politiek en bedrijfsleven zien in het jubileum van de VOC blijkbaar een gerede kans om de geschiedenis van Nederland op te poetsen en de VOC neer te zetten als een dynamische multinationale onderneming. De activiteiten en tentoonstellingen dit jaar staan dan ook grotendeels in het teken van Hollandse koopmansgeest.

Spectaculaire tentoonstellingen en boeken schetsen het beeld van een avontuurlijk leven waar Hollandse helden de zeeŽn bestierden en de handel naar hun hand wisten te zetten. De VOC wordt hierin gepresenteerd als een succesvolle onderneming die voornamelijk handelde in kruiden en specerijen en aan de basis lag van de Gouden Eeuw in de Republiek van de 17de eeuw. Ze gaf een impuls aan de ontwikkeling van nieuwe technieken voor navigatie en zeevaart en vormde de motor achter de ontwikkeling van het bank- en kredietwezen, waarbij Amsterdam het financiŽle centrum van de wereld werd.

Symposium

Het is inmiddels duidelijk dat niet iedereen zich in deze successtory kan vinden, zeker niet in Indonesische en Molukse kringen. Vorig jaar schreef Herman Keppy een kritisch stuk over de voorgenomen viering in het Molukse blad Marinjo, waarvan hij eindredacteur is. "De VOC en Nederland verrijkten zich over de rug van 'inlanders', op de Molukken en elders. Hopelijk zullen er geen Molukkers zijn die zich laten verleiden om met de menari of tjakalele mee te doen aan de feestelijkheden. Er valt niets te vieren", zo schreef Keppy.

Ook Huib Deetman plaatst in het Indonesische internetmagazine Blimbing vraagtekens bij de viering. "Je kunt toch geen feestje bouwen, als je terugdenkt aan de aaneenschakeling van moordpartijen en onderdrukking die in naam van de VOC is uitgevoerd en die gesanctioneerd is door de Nederlandse koopmansgeest?", aldus Deetman.

Blimbing besteedt veel aandacht aan de keerzijde van de VOC op haar website (www.blimbing.nl) en de redactie van Marinjo lanceerde begin dit jaar de website '400 jaar VOC' Valt er wat te vieren?'(www.dlm.org/voc). Gezamenlijk organiseren ze op 13 april in Odeon in Amsterdam een symposium over de schaduwkanten van de VOC. ,,Het symposium is vooral bedoeld om de pers wakker te schudden en ze aandacht te laten schenken aan de schandalige praktijken van de VOC'', laat Keppy weten. ,,Zonder dat ik nog maar ťťn persbericht heb hoeven te versturen verschijnen er al kritische stukken in de pers en word ik voortdurend gevraagd voor interviews. De opzet is nu al meer dan geslaagd.''

Sponsors

Door de stroom kritische artikelen en protesten van de laatste weken spreekt de voorzitter van de stichting 'Viering 400 jaar VOC', het VVD-kamerlid Hessing, niet meer van een 'viering', maar van een 'feestelijke herdenking' waarbij hij er voortdurend op hamert dat ook de schaduwzijden van de VOC in dit feestjaar aan bod zullen komen.

Op de website van de stichting www.VOC400.nl wordt echter nog steeds gesproken van een viering. In het overvolle programma is het hard zoeken naar een plekje uit de zon. Alleen het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde organiseert op 18 april een debat over 'de schaduwkant van de VOC', en wel in de Amsterdamse Balie. Ook het symposium in Odeon worden op de site vermeld.

Hessing haastte zich vorig jaar wel na publicatie van Keppy's artikel in Marinjo volgens goed poldergebruik contact op te nemen. ,,Die dacht 'oh jee, Molukkers' en verzekerde me dat hij ook graag de schaduwzijden van de VOC wilde laten zien'', vertelt Keppy. Het symposium mocht zelfs onderdeel worden van het officiŽle programma, maar daar voelde Keppy niks voor. Na lang aandringen accepteerde hij het aanbod om de zaal waar het symposium gehouden wordt te laten financieren door de stichting.

,,We krijgen 3000 euro, maar dat is een schijntje als je ziet wat er voor de viering wordt uitgetrokken dit jaar'', aldus Keppy. ,,Alleen al in de zeiltocht van het replica VOC-schip Duyfken van AustraliŽ naar Nederland is 230 duizend euro gestoken.''

Het geld voor de viering is opgehoest door overheid en bedrijfsleven. De logo's van bedrijven als Heineken, IHC-Caland en ABN-Amro sieren de website. Vooral de laatste is pikant, omdat de in 1824 opgerichte Nederlandse Handels-Maatschappij die de VOC opvolgde later is opgegaan in de Algemene Bank Nederland (ABN). Dť Bank is dus ook een erfgenaam van die 'rijken' die flink aan de moord, roof en plunderpartijen op de Indonesische archipel hebben verdiend.

Oorlog

In de door overheid en bedrijfsleven gesponsorde pretpark-versie van de geschiedenis is echter geen plaats voor dit soort grotere verbanden. Er wordt gesuggereerd dat het na het failliet van de VOC op 31 mei 1799 ook afgelopen was met de 'wandaden' (als ze die al erkennen) en dat de handel sindsdien netjes verloopt. Voor IndonesiŽrs en Molukkers gingen de moord-, roof- en plunderpartijen na 1800 gewoon door. De VOC was slechts het begin van 350 jaar koloniale aanwezigheid van Nederland.

De VOC was immers meer dan een succesvolle handelsonderneming, zoals nu wordt gesuggereerd. Zij had met de door de Staten-Generaal verleende concessie voor alleenrecht op handel, ook verregaande militaire, juridische en diplomatieke bevoegdheden gekregen. Ze mocht oorlogen voeren, verdragen sluiten en handelsposten openen. De Compagnie kreeg zo een aantal soevereine rechten die gewoonlijk uitsluitend waren voorbehouden aan een staat.

Zo voerde de Compagnie oorlog met de Portugezen die honderd jaar eerder de route naar IndiŽ hadden ontdekt en daar al hun factorijen en handelsposten bezaten. De Compagnie dwong Portugal haar specerijmonopolie af "met tractaet ofte met gewelt". De 'tractaeten' met inheemse leiders werden in het Nederlands opgesteld. Deze waren veelal op diverse manieren te interpreteren en soms zelfs alleen door Nederlanders ondertekend. Zo kon de VOC 'legitiem' moorden en vernielen, verwijzend naar vage verdragen.

Deze dwang was nodig omdat de bewoners van de Indonesische archipel helemaal niet zaten te wachten op de Hollanders. De Compagnie bracht niets wat zij nodig hadden. Aanvankelijk brachten de Hollanders zaken mee zoals kratten vol prenten met Bijbelse taferelen. Maar de hindoes en moslims op de kusten van IndonesiŽ hadden geen behoefte aan gravures van Madonna.

Van geld wilden ze ook niets weten omdat men gewend was dat koopvaarders de plaatselijke producten afnamen in ruil voor goederen die men nodig had, zoals textiel, zout, rijst, metalen en luxe artikelen. Omdat Holland zelf niets te leveren had, moest men ruilmiddelen binnen zien te halen in AziŽ. Het doel van de Compagnie was nog steeds de uitvoer naar Europa, maar vanwege de aanzienlijke winstkansen werd de Aziatische binnenhandel al vlug een bestaan op zichzelf.

Slaven

Dat de handel in slaven en opium hier een belangrijke plaats innam, lees je niet op de website van 'Viering 400 jaar VOC'. Vooral de handel in opium of 'heulsap' was jarenlang de belangrijkste inkomstenbron van de VOC ťn de Nederlandse staat. Ook de Bataafse Republiek die de VOC opvolgde ging hier na 1800 vrolijk mee door. Pas toen in 1942 de Japanners de Nederlandse macht in de archipel braken, kwam er een einde aan de opiumhandel van de Nederlandse staat in dit gebied.

De slaven die werden verhandeld waren vooral voor 'eigen gebruik'. De forten op de kusten en eilanden van AziŽ konden alleen worden gebouwd en onderhouden door met geweld anderen het zware werk te laten doen. De VOC kocht heel goedkoop personeel op bestaande slavenmarkten op Madagaskar, in Bengalen en ten zuiden van Madras. Inheemse vorsten op Sulawesi, Bali en elders stimuleerden of organiseerden jaarlijkse slavenjachten waarbij mensen op kleinere eilanden en afgelegen kusten werden overvallen en meegevoerd.

De VOC ging zelf ook op slavenjacht. Bij de beruchte ontvolking van de Banda eilanden (Molukken) in 1621 heeft Jan Pieterszoon Coen - wiens hoofd de gevel van het Tropeninstituut in Amsterdam siert met de gevleugelde teksten: 'Ende dispereert niet' en 'Want Godt met ons is' - vrijwel de gehele bevolking van het eiland Banda opgepakt. Slechts 600 van de 15 duizend autochtone bewoners bleven over. Het welvarende Seramse schiereiland Hoamoal onderging in 1655 hetzelfde lot. Hierbij werden ook nog eens alle gewassen verwoest.

De meeste Molukkers in Nederland stammen van bovengenoemde Ambonse eilanden af. Het bleef daar niet bij een ernstige bevolkingsafname. De overgebleven bevolking was verplicht een aantal door de VOC gewenste producten te verbouwen die door de VOC tegen een vastgestelde lage prijs werd afgenomen. Handel met anderen, ook al betaalden die meer, was ten strengste verboden. Molukkers moesten daarnaast onbetaalde 'herendiensten' verrichten. Leiders die in verzet kwamen werden gedood of verbannen.

"Zo werd Molukkers het vrije leven, eigen initiatief en een zelfbepaalde toekomst ontnomen", schrijft Keppy in het Algemeen Dagblad. "Toen de VOC na twee eeuwen ophield te bestaan, het specerijmonopolie was verbroken en de Hollandse economie zich richtte op de cultures op Java en Sumatra, bleven de Molukken schrikbarend verarmd achter."

Multinational

,,Dat de meeste Nederlanders niks van de opium- en slavenhandel, noch van de moordpartijen afweten, komt omdat dit gegeven niet of nauwelijks wordt genoemd in de geschiedenisboekjes op school'', zegt Keppy. Als het aan het organiserend comitť van dit feestelijke herdenkingsjaar ligt, zal dit beeld nauwelijks veranderen.

,,Ze proberen nu Coen als de slechterik af te beelden en al het geweld in zijn schoenen te schuiven - in het jubileumboek De kleurrijke wereld van de VOC wordt hij bijvoorbeeld als de 'slachter van Banda' omschreven - maar daarmee wordt verdoezeld dat de Heren XVII, die de VOC bestuurden, hem van harte aanmoedigden. In 1608 waren er al drie VOC-bewindvoerders† opgestapt vanwege het geweld. Daar lees je niks over. Ook over andere schoften als de Vlaeming van Oudshoorn, die toch ook een heel schiereiland heeft uitgemoord en platgebrand, lees je niets. Men noemt dat dan zwarte pagina's in een verder wit boek, maar op de lange duur zijn er zoveel verschrikkelijke dingen gebeurd dat we beter kunnen spreken van een zwart boek met enkele witte pagina's.''

De stichting '400 jaar VOC' heeft ook een lesbrief samengesteld voor scholen waarin naar eigen zeggen aandacht wordt besteed aan de keerzijde van de VOC. Keppy: ,,Daarin wordt wel melding gemaakt van de slachting op Banda, maar in dezelfde zin wordt gezegd dat de bewoners van het eiland zich schuldig maakten aan smokkelen. Alsof de moordpartij hiermee gerechtvaardigd kan worden... Bovendien ging het gewoon om handel. Maar omdat Nederlanders zich beriepen op contracten (tractaeten) die ze hadden gesloten met bepaalde vorsten of lokale heersers, konden ze het smokkel noemen.''

De vergelijking met hedendaagse handelspraktijken van westerse multinationals dient zich aan. Keppy begrijpt ook niet dat men er trots op is dat de VOC de eerste multinational in de geschiedenis is. ,,Hoe kun je daar nou trots op zijn? AziŽ wordt nog steeds leeggeroofd door multinationals. Jonge vrouwen die voor veel te weinig geld onder slechte omstandigheden Nikes in elkaar zetten... en een blikje ananas kan toch geen 50 eurocent kosten als je een redelijke prijs voor die vruchten betaald?''

Volgens het Maluku Actie Comitť wordt de geschiedenis van de koloniale misdaden goedgepraat en verdoezeld om het huidige neokolonialisme van de Nederlandse multinationals te bevorderen. Keppy sluit zich hier bij aan.

Keppy: ,,Nog steeds wordt de geschiedenis geÔnterpreteerd vanuit ťťn achterhaald, egocentrisch oogpunt. De VOC als eerste multinational die de Gouden Eeuw bracht. Ongelofelijk ja dat zo'n klein landje tot zoiets in staat was. Een modern op de wereld gericht land zou echter moeten beseffen, dat die prestaties in het niets vallen bij het grote leed dat de VOC heeft aangericht. Niet alleen onder Molukkers maar onder allerlei bevolkingsgroepen die eeuwenlang laatdunkend 'inlanders' werden genoemd door Hollandse 'Łbermenschen'.''

Freek Kallenberg