|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2001 ● Overzicht
#14
Atoom- en Ecostroom Lang leve de liberalisering? Door de liberalisering van de Europese energiemarkt importeert Nederland steeds meer elektriciteit uit het buitenland, waaronder kernenergie. Tegelijkertijd is sinds juli dit jaar de Nederlandse markt voor 'groene' stroom geliberaliseerd. Energiebedrijven als Essent, Nuon en Eneco meten zich in uitgebreide publiciteitscampagnes een groen imago aan, maar verkopen ondertussen veel atoom- en andere vuile stroom.De toenemende import van elektriciteit als gevolg van de liberalisering van de Europese energiemarkt betekent een toename van de in Nederland gebruikte vuile stroom, blijkt uit een onderzoek dat het Energie Centrum Nederland (ECN) in opdracht van Greenpeace uitvoerde. (1) Het percentage gebruikte kernenergie is hierdoor zelfs verdubbeld naar ruim tien procent en neemt verder toe tot ongeveer veertien procent, aldus het ECN. Nederland is daarmee tegelijkertijd koopman en dominee, aldus hoogleraar milieu-economie Verbruggen in een uitzending van het tv-programma Zembla: "We preken tegen kernenergie, maar vinden het geen probleem het te importeren". Uit dat programma bleek ook dat de liberalisering van de Europese energiemarkt door leveranciers met beide handen wordt aangegrepen om goedkope vuile stroom uit vooral Frankrijk, België en Duitsland in Nederland te verkopen. Immers, zo stelde een woordvoerder van het elektriciteitsbedrijf Electrabel, "milieu maakt geen deel uit van onze optimalisatie-overwegingen". Dat vuile stroom goedkoop verkocht wordt, heeft te maken met de overheidssubsidies (bijvoorbeeld van het Franse kernenergiepark) plus een onvolledige prijsbepaling. Toekomstige kosten, veroorzaakt door milieuvervuiling, ongelukken, of afval- en ontmantelingsproblemen, worden niet of maar ten dele meegerekend. Als gevolg van de liberalisering van de energiemarkt blijft informatie over waar de leveranciers hun stroom vandaan halen vertrouwelijk. Leveranciers als Eneco, Nuon en Essent, die samen 70 tot 75 procent van de Nederlandse elektriciteitstoevoer verzorgen, doen geen mededelingen over de zogenaamde 'brandstofmix' van hun grijze stroom, of doen mededelingen die niet blijken te kloppen. Deze houding is niet alleen te wijten aan onwil. Het is voor de toeleveranciers niet eenvoudig om te achterhalen wat de herkomst van de geïmporteerde elektriciteit is. Door het verhandelen van elektriciteit op bijvoorbeeld de Amsterdam Power Exchange en de vele opeenvolgende bedrijfsovernames danwel opsplitsingen, wordt het steeds lastiger te achterhalen uit wat voor centrale en via welke tussenschakels de stroom komt die uiteindelijk bij de consument belandt. Waarmee niet is gezegd dat het onmogelijk is geworden dit uit te zoeken. Etikettering Liberalisering van de energiemarkt impliceert dat de consument geacht wordt een geïnformeerde keuze te kunnen maken over wat hij of zij aanschaft. Die informatie moet dus verder gaan dan alleen een onvolledige prijsvergelijking per geleverde kilowattuur. Ook over de milieu-effecten (ook wel indirecte of externe kosten genoemd) van de gebruikte brandstof en het productieproces moet duidelijke informatie beschikbaar zijn. Gaat het om een schaarse of onuitputtelijke grondstof? Welke broeikasgassen worden er uitgestoten gedurende de gehele productiecyclus van de stroom? Welke gevolgen hebben de bewerkingen die de grondstof moet ondergaan (bijvoorbeeld het verrijken van uranium)? Hoe zit het met afval en giftige of radioactieve standaardlozingen tijdens het productieproces? Hoe is het gesteld met de veiligheid en hoe groot zijn de gevolgen van eventuele ongelukken? In verschillende landen is intussen ervaring opgedaan met het labelen van stroom. Vaak gaat het hierbij om vrijwillige labeling, maar in Oostenrijk is men overgegaan tot verplichte etikettering van de gebruikte brandstofmix. Ook in een aantal staten in de VS is het verplicht om bepaalde informatie over de geleverde stroom op een voorgeschreven manier aan de kleinverbruiker bekend te maken. (2) Etikettering geeft de burger of consument keuzemogelijkheden. Daarnaast biedt het de overheid nog aangrijpingspunten voor een energiepolitiek binnen een geliberaliseerde markt. Het etiketteren of labelen van elektriciteit moet zo snel mogelijk ook in Nederland gerealiseerd worden. GroenLinks heeft begin oktober een initiatiefwet ingediend voor de etikettering van elektriciteit. (3) Atoomstroom Zolang verplichte en complete etikettering in Nederland nog niet bestaat, is het aan de elektriciteitsleveranciers zelf om aan te tonen dat in hun brandstofmix geen kernenergie of andere vuile stroom voorkomt. Kunnen zij dat niet aantonen dan moet je ervan uitgaan dat het er wel in zit (op grond van de totale brandstofmix van een land, die meestal wel te achterhalen is, en het percentage daarvan dat naar Nederland geëxporteerd wordt, hetgeen bij benadering ook te berekenen is). De elektriciteitsleveranciers moeten onder druk gezet worden om hierover openheid van zaken te geven. In de woorden van GroenLinks: "Veel Nederlanders willen geen kernstroom, en als bedrijven met de billen bloot moeten zal [hun] neiging om atoomstroom in te kopen minder sterk worden". Het ECN komt op grond van haar onderzoek tot de conclusie dat de bewering van Eneco, dat in de brandstofmix van de door Eneco geleverde stroom geen kernenergie voorkomt, onjuist is. Een groot gedeelte van de door Eneco uit het buitenland gehaalde stroom moet volgens ECN uit kerncentrales afkomstig zijn. Nuon weigerde uitspraken te doen over haar grijze brandstofmix, wat ECN verbaast omdat Nuon waarschijnlijk relatief 'schone' grijze stroom levert (voor een groot gedeelte uit gasgestookte centrales). Essent is eigenaar van de kerncentrale in Borssele en kan dus moeilijk ontkennen dat ze atoomstroom verkoopt. Maar wie op de website van Essent zoekt naar iets over kernenergie surft onverrichter zake verder. De zich als groen profilerende elektriciteitsboer pronkt liever niet met haar grote aandeel in atoomstroom. Groen Wie geen trek heeft in vuile stroom gaat op zoek naar groene alternatieven. Niet nodig te zeggen dat energie-efficiëntie of besparing het beste alternatief is, maar daarmee alleen red je het natuurlijk niet. Al jarenlang zijn er initiatieven voor groene stroom projecten van verenigingen en coöperaties. Nu de Nederlandse markt voor 'groene' stroom geliberaliseerd wordt, ruiken ook de conventionele elektriciteitsbedrijven mogelijkheden. Inmiddels zijn 600.000 huishoudens overgeschakeld op groene stroom. Zoals gezegd hebben de meeste leveranciers van deze groene stroom een brede kijk op het verschijnsel elektriciteit en verkopen ook vuile stroom uit kerncentrales of kolengestookte centrales. Zij verdienen het niet om goeie sier te maken met ecostroom. De liberalisering van de Nederlandse groene stroom markt roept verder nog een aantal vragen op, zoals wat er precies onder groene stroom wordt verstaan en wie dat controleert. Bij de beoordeling van groene of duurzame stroom moet gekeken worden naar de milieu-effecten zoals de (on)eindigheid van grondstoffen, uitstoot van broeikasgassen, afval en veiligheid. Of de groene stroom wel groen is, wordt in Nederland gecontroleerd door het Groencertificatenbeheer (GCB), een dochteronderneming van de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet TenneT. Om een digitaal groencertificaat te krijgen moet elektriciteit zijn opgewekt door een waterkrachtcentrale (van maximaal 15 megawatt), een windmolen, zonnecellen, of door een biomassa-installatie (bijv. houtsnipperverbranding) die geen kunststoffen bijstookt. Over de vraag hoe 'groen' biomassa is verschillen de meningen. Het gaat daarbij vooral over de vraag hoe groot de netto uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen is, en om de vraag wat er verstookt wordt in de biomassa installatie (Eneco stookt bijvoorbeeld zuiveringsslib mee, maar dit staat een groencertificaat niet in de weg). Controle Gecertificeerde groene stroom komt in aanmerking voor ontheffing van de ecotax (Regulerende Energie Belasting of REB). De ecotax is een milieubelasting op vuile stroom. Langs deze weg probeert de overheid de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening te stimuleren. Dit suggereert dat groene stroom subsidies nodig heeft om van de grond te kunnen komen. Een veel effectievere en transparantere manier om 'duurzaam' te stimuleren, is door ervoor te zorgen dat de hierboven genoemde zogenaamde 'externe kosten' van vuile stroom ook daadwerkelijk in de kostprijs worden opgenomen. Duurzame alternatieven zijn allang in staat om op eigen benen te staan, ook in de 'markt', maar dan moet er wel een einde komen aan de concurrentievervalsing die nu plaatsvindt door de veel te lage prijs van vuile stroom. Volgens regeringsafspraken moet in 2020 tien procent van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening duurzaam zijn. Geïmporteerde groene stroom komt nog niet in aanmerking voor het groencertificaat van GCB. Totdat het certificaat voor groene stroom van buitenlandse origine er is, wordt de 'groenheid' hiervan gecontroleerd door de Belastingdienst. Naast de certificaten van het GCB heeft ook een aantal milieuclubs hun 'keur' verbonden aan ecostroom van bepaalde leveranciers. Het Wereld Natuurfonds (WNF) gaat daar overigens binnenkort mee stoppen. De bedoeling is dat Stichting Milieukeur deze taak gaat overnemen. De controle op de groenheid van stroom blijkt overigens moeilijk te realiseren. Het WNF besteedde de controle uit aan Ecofys, maar dit bedrijf heeft een grote achterstand in het verwerken van de door leveranciers verstrekte informatie. Hierdoor kan niet tijdig op eventuele 'onregelmatigheden' zoals grijze stroom die per ongeluk voor groen doorgaat, gereageerd worden. (4) Dit pleit des te meer voor een algehele en verplichte etikettering van elektriciteit. Intussen moeten de elektriciteitsbedrijven onder druk gezet worden om te stoppen met de verkoop van atoomstroom - of die nou van de koude grond komt of uit het buitenland. De mogelijkheden van energie-efficiëntie enerzijds en duurzame energiebronnen anderzijds zorgen ervoor dat kernenergie allang kan worden bijgezet in het rariteitenkabinet van domme dingen. Hoe eerder dat ook daadwerkelijk gebeurt, hoe beter. Myrthe Noten1.
|
||