Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2001    ● Overzicht #12


Uit: Ravage #12 , 21 september 2001

'Persoonlijkheid enige criterium ter beoordeling kunste≠naar'

Het Sienjaal # 3: Charles Edgar Du Perron

Charles Edgar Du Perron (1899‑1940) heeft er met zijn vlijm≠scherpe kritieken alles aan gedaan om uit te groeien tot een van de meest gehate persoon uit de Nederlandse literatuurge≠schiedenis. In deel drie van 'het Sienjaal', een zesdelige serie over geŽngageerde schrijvers in de Nederlandstalige literatuur, een portret van deze schrijver en antifascist.

Op 2 november 1899 werd Charles Edgar Du Perron geboren in Meester Cornelis, een buitenwijk van Batavia, in het toenmali≠ge Nederlands IndiŽ. Hij was het enige kind in een steenrijk gezin van Franse afkomst. Van jongs af aan was hij al geobse≠deerd door boeken en schreef hij zelf korte verhalen. School≠gaan behoorde tot zijn grootste jeugdtrauma's en hij maakte de HBS dan ook niet af. Als jongste redacteur ging hij werken voor 'Het Nieuws van Den Dag Voor Nederlandsch IndiŽ'.

Pseudoniemen

In 1921 besloten zijn ouders om terug naar Europa te gaan en Eddy ging met ze mee. Het familie‑fortuin en de toelage die hij daar maandelijks van kreeg, stelden hem in staat om de eerste jaren als een bohťmien rond te trekken door Europa en zich zonder financiŽle zorgen te ontwikkelen als schrijver.

In 1922 woonde hij in Montmartre, de legendarische kunste≠naarswijk, die toen echter al in verval was. De toelage van zijn ouders was in die tijd zelfs ruim voldoende om eigen publicaties mee te financieren. Hij schreef vooral veel ge≠dichten en korte verhalen, die hij publiceerde onder het pseudoniem Duco Perkens. In die jaren publiceerde hij onder pseudoniemen als Cesar Bombay en W.C. Kloot van Neukema ook in kleine oplagen bundels erotische gedichten.

De ouders van Du Perron vestigden zich in eerste instantie nabij Brussel en later op een kasteel in WalloniŽ. Het waren dan ook de literaire en moderne kunstkringen van BelgiŽ, waar de beginnende schrijver de meeste contacten legde. Zo kwam hij bijna vanzelfsprekend in contact met de Vlaamse dichter en kunst‑criticus Paul van Ostaijen. Gezamenlijk richtten ze in 1928 het tijdschrift Avontuur op. Het werd niet bepaald een succes.

Het blad kreeg slechts enkele tientallen abonnees en nog voor het verschijnen van het tweede nummer overleed Van Ostaijen aan tuberculose. Het derde nummer was ťťn groot In Memoriam voor hem en een vierde nummer verscheen nooit. Voor verschil≠lende tijdschriften verzorgde Du Perron de necrologie van Van Ostaijen. Dat bleek ook zijn grootste kwaliteit als schrijver: schrijven over het werk van andere schrijvers.

Leeservaringen

Zijn belangrijkste literaire daad in de jaren twintig was dan ook niet het publiceren van een dichtbundel, een roman of een tijdschrift, maar een reeks van vijf boekjes. In eerste in≠stantie in slechts een oplage van dertig per stuk, onder de titel Cahiers van een Lezer. Het bevatte 'leeservaringen'. Want hoewel Du Perron misschien niet tot de grootste schrij≠vers uit de Nederlandse literatuur behoort, behoort hij zeker wel tot de belangrijkste lezers van de Nederlandse literatuur. Niemand kon zo goed het kaf van het koren scheiden als hij. Zelfs iemand als W.F. Hermans, die er later alles aan heeft gedaan om de literaire erfenis van de Forum‑generatie te bagatelliseren, moest bekennen dat Du Perron's literaire smaak 'haast onfeilbaar' was.

Op 14 juli 1930 vroeg Du Perron aan de redactie van 'Den Gulden Winckel' of hij in dat blad een groot artikel zou kunnen publiceren over het boek Carnaval der Burgers van Menno Ter Braak. Hij noemde het 'eenvoudigweg ťťn der allerbeste boeken uit onzen tijd'. Het lovende artikel kwam er en in de maanden daarna ontstond er een intensieve briefwisseling tussen Ter Braak en Du Perron.

December 1930 ontmoetten ze elkaar voor het eerst. Het zou het begin zijn van een hechte vriendschap. Later zouden Du Perron en Ter Braak vaak als een eeneiige literaire tweeling worden omschreven, maar dit is zwaar overdreven. De reputatie van twee‑eenheid danken zij vooral aan een project dat zij samen zouden opzetten: het literaire tijdschrift Forum.

Tegenwicht

Op 9 septem≠ber 1931 vond de oprichtingsvergadering van Forum plaats, met naast Du Perron en Ter Braak ook de Vlaming Mauri≠ce Roelants als redacteur en Everard Bouws als redactiesecre≠taris. Ter Braak schreef een 'Ter inleiding', waarin de doel≠stellingen van het blad werden verwoord: 'Wij verdedigen de opvatting, dat de persoonlijkheid het eerste en laatste crite≠rium is bij de beoordeling van den kunstenaar.' Hiermee wilden ze een radicaal tegenwicht bieden op de lege, mooi‑schrijverij van de impressionisten, die in Nederland sinds de Tachtigers in de mode was gebleven. Deze tegenstelling is bekend geworden als de "Vorm of Vent‑discussie".

Het ging Forum niet om de stijl (vorm) waarin de schrijver zijn verhalen verpakte, maar om wat de schrijver (vent) echt te vertellen had. Het liefst zo 'normaal' mogelijk geschreven, zonder zinloze versieringen. Wie er dan voor Forum schreven? Slauerhoff, Elsschot, Vestdijk, Marsman, Gresshof en Roland Holst. Achteraf beschouwd het beste wat de Nederlandse litera≠tuur in die jaren te bieden had. Veel van deze schrijvers waren in de tijd dat ze voor Forum schreven echter nog behoor≠lijk onbekend en beschouwden Du Perron als hun mentor en literaire raadsman.

De oplage van het blad was klein en schommelde zo rond de 400 exemplaren per maand. In die tijd werd het blad vooral bekend, of beter gezegd berucht, om de vlijmscherpe kritieken en polemieken van het duo Du Perron en Ter Braak, tegen vele gevestigde namen uit de toenmalige Nederlandse literatuur. Een beroemd voorbeeld is Du Perron's essay Uren met Dirk Coster, waarmee hij er in slaagde om de reputatie van Dirk Coster, in die jaren Neerlands meest gewaardeerde literatuur‑criticus, een zware klap toe te brengen. Du Perron leek er begin jaren '30 alles aan te doen om uit te groeien tot de meest gehate persoon in de Nederlandse literatuur.

Derde rijk

Maar op 30 februari 1933 gebeurde er iets, wat Du Perron's houding ten opzichte van collega‑schrijvers en intellectuelen totaal veranderde. Hitler werd in Duitsland bedigd als Rijks≠kanselier. Binnen een paar maanden vormde hij de Duitse demo≠cratie om tot een ťťn‑partij‑staat. Er vonden boekverbrandin≠gen plaats, de eerste concentratiekampen werden gebouwd, met name voor politieke vijanden, maar ook de repressie tegen de joden nam steeds grotere vormen aan.

Tot lang na het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben vele Duitsers en collaborateurs in latere, bezette landen het standpunt 'wir haben es nicht gewusst' volgehouden. Maar wie het wilde weten, wat voor een verschrikkelijke totalitaire staat er bij de oosterburen ontstond, kon het in de jaren '30 al te weten komen. En Du Perron wilde het weten.

Op een schrijverscongres in Frankrijk in 1935, kreeg hij van het 'Comitť de Vigilance des Intellectuels Antifascistes', waarin Du Per≠ron's beste vriend, de schrijver Malraux, een prominente plaats had ingenomen, de uitnodiging om in Neder≠land een vergelijkbare vereniging op te richten. Zo kon hij structuur geven aan iets waar hij al sinds de machtsovername van Hitler aan werkte: Het mobiliseren van Nederlandse intel≠lectuelen tegen het fascisme. Hij vormde zo zelfs ťťn front met schrijvers zoals de door hem eerder veel bekritiseerde communist Jef Last en Dirk Coster.

De bezwaren die hij tegen deze mensen heeft gehad, waren bijna louter literair. En nu ging het om veel meer: De strijd tegen een politiek monster dat de menselijkheid bedreigde, het fascisme. Mede door het gevaar van het fascisme zou hij in de loop der jaren, toch als kind van een bourgeois familie uit een koloniale samenleving, steeds verder naar links opschui≠ven. Hij was altijd al een groot bewonderaar van Lenin en Trotsky, niet als politici, maar als schrijvers. Het was met name de bijna aan fascisme gelijk staande terreur van Stalin, die hem weerhield om communist te worden.

In het anarchisme zag hij geen serieus alternatief, ook al stond hij via Marsman geregeld in contact met Arthur Lehning, de belangrijkste Nederlandse anarchist. Maar, zo schreef hij aan Marsman 'De anarchie lijkt mij veel sympathieker, maar ook oneindig zotter dan het communisme.' Uit de briefwisseling met Ter Braak blijkt dat hij wel serieus overwoog om zich aan te sluiten bij de Vierde Internationale van Trotsky. Uiteindelijk besloot hij dat hij als vrijdenkende intellectueel veel te veel een individualist was, om zich bij een collectieve ideo≠logie thuis te kunnen voelen.

Weemoed

Ondertussen schreef hij hele reeksen artikelen tegen het fascisme. Naast deze intellectuele strijd, overwoog hij ook serieus om in de Spaanse Burgeroorlog actief te strijden tegen het fascistische leger van Franco. De beginselverklaring voor het Nederlandse Comitť van Waakzaamheid tegen het fascisme, werd in oktober 1936 opgesteld. Onder meer Menno Ter Braak en Jan Romein namen zitting in het bestuur. Du Perron zelf kon er niet bij aanwezig zijn, want hij was inmiddels Europa al ontvlucht.

In zijn experimentele roman (en volgens velen meesterwerk) Het Land van Herkomst (1935), klonk al een grote weemoed naar IndiŽ door. Het waren de financiŽle ellende die volgde op de dood van zijn moeder (3 januari 1933) en de politieke situatie in Europa, waar zijn woonland Frankrijk steeds meer omringd begon te worden door de fascistische dictaturen in Duitsland, ItaliŽ en steeds waarschijnlijker ook nog Spanje, die hem deden verlangen naar het land van zijn jeugd.

In zijn 'Land van Herkomst' kwam hij echter terecht in een koloniale samenleving, met een buitengewoon hoog percentage NSB'ers. Met de meeste aldaar wonende Nederlanders kwam hij dan ook in conflict. Zo meldde hij na het huwelijk van Juliana en Bernhard: 'Ik sta bij mijn heele familie hier te boek als een rooie, sinds ik hun met enige heftigheid verteld heb dat ik er niet aan DACHT om voor het huwelijk van Juliaan met dien duitschen gigolo te vlaggen.'

De meeste intellectuelen waarmee hij in die tijd in contact trad, waren daarom opvallend genoeg de inlandse Indische nationalisten. Ook kwam hij in contact met familie van Multa≠tuli, wat hem inspireerde om in korte tijd een hele reeks boeken over deze, naar zijn mening, grootste Nederlandse schrijver te schrijven. Het belangrijkste daarvan is De Man Van Lebak (1937), wat de compleetste Multatuli‑biografie tot op dat moment was.

Gezondheid

Op 12 oktober 1938 werd Du Perron getroffen door een hartaan≠val. Niet veel later kwam daar een longontsteking overheen. Zijn zwakke gezondheid was reden om toch weer terug naar Europa te gaan. Op 12 augustus 1939 verliet hij IndiŽ defini≠tief met zijn gezin. Terwijl hij op de boot langs de Afrikaan≠se kust vaarde, brak in Europa de Tweede Wereldoorlog uit. Op 1 september vielen de Duitsers Polen binnen en op 3 september verklaarden de geallieerden de Duitsers de oorlog.

In Europa aangekomen, vestigde Du Perron zich nu pas voor het eerst echt in Nederland. Hij bleef met zijn gezondheid kwakke≠len. Op de ochtend van 10 mei 1940 werd het vliegveld, vlak bij hun huis in Bergen, door de Duitsers gebombardeerd. Het gezin Du Perron en de dichter Adriaan Roland Holst vluchtten naar een veiliger plek in Bergen.

Een paar dagen later, op 14 mei, ging het heel erg slecht met Du Perron. Roland Holst sprong op de fiets om een dokter te gaan halen, maar toen hij terug kwam, bleek Du Perron al te zijn overleden, aan een aanval van angina pectoris. Op dezelf≠de dag pleegde Menno Ter Braak, zonder iets te weten over het lot van zijn vriend, zelfmoord. De volgende dag tekende Neder≠land de capitulatie.

Carl Versteeg

Eerder verschenen in de serie Sienjaal een portret van Louis Paul Boon (Ravage #4) en Paul van Ostaijen (Ravage #7).

 

.Terug naar boven