Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2001    ● Overzicht #12


Uit: Ravage #12 , 21 september 2001

Tobin in de clinch met Attac

"Ik heb helemaal niets gemeen met de anti‑ globaliserings‑beweging", zo liet James Tobin onlangs weten in een interview met het Duitse weekblad Der Spiegel. De geestelijke vader van de Tobin-Tax voelt zich misbruikt. De 'anti-globalisten' zijn echter niet onder de indruk.

De Amerikaanse econoom James Tobin is de bedenker van de naar hem genoemde Tobin-Tax, een belastingheffing op internationale speculatieve valutatransacties. Volgens Tobin vormt dit 'flitskapitaal' een bedreiging voor de economische stabiliteit in de wereld. Nadat in 1972 het systeem van vaste wisselkoersen werd verlaten, ontstond speculatie in internationale valuta, die in sommige gevallen dramatische vormen aannam. Zoals de val van het Britse pond door speculatie van de miljardair George Soros.

Tobin wilde deze kapitaalstromen indammen met een belastingheffing op valutatransacties. De (belasting)opbrengst zou door internationale organisaties als het IMF en de Wereldbank voor nader te bepalen doeleinden kunnen worden aangewend. Waarbij Tobin sympathiek stond tegenover aanwending ten gunste van de ontwikkelingslanden.

De vereniging Attac, die deel uitmaakt van de internationale 'anti-globaliseringsbeweging', heeft de Tobin-Tax als een van haar voornaamste politieke programmapunten omarmd. Maar terwijl Tobin zijn belastingvoorstel vooral ziet als een instrument om het systeem van vrijhandel beter te laten functioneren, gebruikt Attac dit instrument juist om het systeem ter discussie te stellen.

In het Duitse weekblad Der Spiegel liet Tobin daarom onlangs weten "helemaal niets" gemeen te hebben met deze anti-globaliserings-beweging. Hij verweet hen dat zij zijn ideeŽn misbruiken en inzetten voor andere doeleinden. "Mijn naam wordt misbruikt omdat de Tobin-Tax van stal wordt gehaald en wordt aangewend op een geheel andere manier dan waarvoor die belasting destijds in 1972 bedoeld was", aldus een verontwaardigde Tobin. "Het indammen van kapitaalstromen is een instrument om de wereldeconomie te stabiliseren. Hiervoor werd de zogenaamde Tobin-Tax ontwikkeld."

Hans van Heijningen van Attac-Nederland is niet onder de indruk van Tobin's woorden: ,,Tobin is een establishment econoom. Voor Attac is de Tobin‑Tax het meest gematigde en makkelijkst haalbare actiepunt. Andere actiepunten, die betrekking hebben op het belastingstelsel en de aansprakelijkheid van financiers voor de gevolgen van hun investeringen, gaan een stuk verder. Binnen Attac bestaat een meer gematigde en een meer radicale stroming. Wat hen verbindt is dat beide vinden dat de vrije markteconomie niet goed werkt, en leidt tot tegenstellingen tussen arm en rijk.''

Van Heijningen vindt het niet problematisch dat Tobin geen affiniteit heeft met de anti‑globaliseringsbeweging. ,,Laat Tobin er voor zorgen dat er in kringen van het establishment voldoende draagkracht komt om zo'n vorm van belasting in te voeren'', aldus Van Heijningen.

Of daarmee het door Tobin gewenste effect bereikt zal worden, betwijfelt Van Heijningen. ,,Ik denk niet dat de Tobin-Tax voldoende is om het huidige financiŽle stelsel gezond te maken. Aan de ene kant moeten uit de opbrengst goede doelen gefinancierd worden, aan de andere kant moet de invoering van zo'n belastingmaatregel de omvang van het speculatieve kapitaal verkleinen.''

In tegenstelling tot Tobin ziet Attac voor ondemocratische instituten als het IMF en de Wereldbank geen rol weggelegd in de verdeling van de belastingopbrengsten uit de Tobin-Tax. Deze instanties dienen de neoliberale marktideologie en werken hoofdzakelijk in het voordeel van de rijke landen. Daarom is Attac voorstander van een grondige reorganisatie van deze instellingen. Hierbij moet niet de liberalisering van de buitenlandse handel en van het kapitaalverkeer voorop staan, maar de globalisering van sociale gerechtigheid, milieu en democratie.

Van Heijningen: ,,Naast een grondige reorganisatie van deze instellingen staat bij Attac voorop dat het IMF geheel moet verdwijnen, omdat het als een 'monetaire waakhond' wordt losgelaten op landen. Wij vinden dat landen hun eigen beleid moeten kunnen ontwikkelen. Verder vinden wij dat de Wereldbank meer ontwikkelingsgelden moet inzetten voor de ontwikkelingslanden, zodat deze landen mogelijkheden krijgen hun positie te versterken. Zowel IMF als Wereldbank zijn op dit moment instrumenten die van bovenaf proberen op hun manier de wereldeconomie reguleren.''

Marina Groen

 

.Terug naar boven