Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2001    ● Overzicht #12


Uit: Ravage #12 , 21 september 2001

Welkom in de woestenij van de werkelijkheid!

Het einde van de Amerikaanse vakantie

Hoe wreed en onverschillig het ook klinkt, we zouden nu, meer dan ooit, moeten beseffen dat het daadwerkelijke effect van de aanslagen op het WTC en Pentagon veel meer in de symbolisch sfeer moet worden gezocht dan in de werkelijkheid, zo meent de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. Volgens hem hebben de Verenigde Staten slechts mogen proeven van wat er dagelijks elders op de wereld aan de hand is, van Sarajevo tot Grozny, van Ruanda en Kongo tot SiŽrra Leone. De vraag is hoe ze hier op zullen reageren.

De ultieme Amerikaanse paranoia-fantasie is die van iemand in een idyllisch Californisch stadje - paradijs van consumentisme - die opeens vermoedt dat de wereld waarin hij leeft een schijnvertoning is, een spektakel dat is geŽnsceneerd om hem te doen geloven dat hij leeft in een werkelijke wereld, terwijl alle mensen om hem heen in feite acteurs en figuranten zijn in ťťn gigantische show.

Het meest recente voorbeeld is Peter Weirs film The Truman Show (1998) waarin Jim Carrey een kantoorbeambte speelt die gaandeweg de waarheid ontdekt, namelijk dat hij de held is van een 24-uurs televisieserie: zijn hele dorp is gebouwd op een filmset, met camera's die hem constant volgen. Een voorloper van The Truman Show was Philip Dicks Time Out of Joint (1959), waarin de held een teruggetrokken leven leidt in een idyllisch Californisch plaatsje van de late jaren '50, en erachter komt dat het allemaal een schijnvertoning is, geŽnsceneerd om hem tevreden te houden...

De onderliggende boodschap is, dat het laatkapitalistisch, Californisch consumentenparadijs in zekere zin, ondanks zijn hyper-realiteit, onwerkelijk is, inhoudsloos, ontdaan van elke materiŽle inertie. Het is dus niet alleen zo dat Hollywood een schijnwereld ensceneert van een werkelijk leven, ontdaan van het gewicht van de materie, maar dat in de laatkapitalistische consumentenmaatschappij 'het echte maatschappelijk leven' zelf de gedaante aanneemt van een geŽnsceneerde schijnwereld, waarbij onze buren zich in het 'echte' leven gedragen als acteurs en figuranten. Nogmaals, de uiteindelijke waarheid van het kapitalistische, utilitaire, gedespiritualiseerde universum is de de-materialisering van het 'echte' leven zelf, de omkering ervan tot een soort spookshow.

Christopher Isherwood gaf met zijn beschrijving van Amerikaanse motelkamers uiting aan de onwerkelijkheid van het dagelijks leven: "Amerikaanse motels zijn onwerkelijk (...) uitdrukkelijk ontworpen om onwerkelijk te zijn. (...) Europeanen hebben een hekel aan ons omdat we ons hebben teruggetrokken in onze reclames, zoals kluizenaars in grotten."

Peter Sloterdijks notie van de 'sfeer' wordt hier letterlijk verwerkelijkt tot een gigantische metalen bol, die de hele stad omhult en isoleert. Al jaren geleden voorspelden sciencefictionfilms als Zardoz en Logan's Run de hachelijke postmoderne situatie van nu, door de fantasie uit te breiden naar de gemeenschap zelf: een geÔsoleerde groep die in een afgezonderd gebied een steriel leven leidt en verlangt naar een werkelijke wereld, een materiŽle wereld van verval.

De succesfilm Matrix van de Wachowski-broeders (1999) dreef deze gedachtegang ten top: de materiŽle werkelijkheid die we allemaal aan den lijve ervaren en om ons heen zien, is een virtuele werkelijkheid, gegenereerd en gecoŲrdineerd door een gigantische mega-computer waar we allemaal mee verbonden zijn. Wanneer de held (Keanu Reeves) wakker wordt in de 'echte werkelijkheid' ziet hij een desolaat landschap van uitgebrande ruÔnes (de overblijfselen van Chicago na een wereldoorlog) en wordt hij begroet door verzetsleider Morpheus met de ironische woorden: "Welkom in de woestenij van de werkelijkheid!"

Wat op 11 september in New York City gebeurde, was dat niet van dezelfde orde? De inwoners van de stad konden kennismaken met die 'woestenij van de werkelijkheid,' terwijl de televisiebeelden van de instortende torens ons, bedorven als we zijn door Hollywood, slechts deden denken aan de meest adembenemende scŤnes uit rampenfilms. Wanneer we horen dat de bombardementen als een volstrekt onverwachte schok kwamen en dat het onvoorstelbaar Onmogelijke was gebeurd, zou men die andere beslissende catastrofe in herinnering moeten roepen uit begin twintigste eeuw: die van de Titanic. Dat gaf ook een shock, hoewel de mogelijkheid ertoe al was voorbereid door ideologisch gefantaseer, aangezien de Titanic het symbool was van de macht van de negentiende-eeuwse industriŽle civilisatie.

Geldt niet hetzelfde voor deze bombardementen? Niet alleen waren de media ons voortdurend aan het bombarderen met geruchten over terroristische dreigingen, deze dreigingen werd ook duidelijk bevestigd met films als Escape From New York en Independence Day. Het ondenkbare, dat gebeurde, was dus het object van fantasie: in zekere zin kreeg Amerika waar het over fantaseerde, en dat was de grootste verrassing.

Juist nu, nu we te maken hebben met de rauwe Werkelijkheid van een ramp, zouden we ons bewust moeten zijn van de ideologische en gefantaseerde coŲrdinaten die onze perceptie bepalen. Als er enige symboliek zit in het instorten van de WTC-torens, is het niet zozeer de ouderwetse notie van het 'centrum van het financiŽle kapitalisme,' maar veeleer de notie dat het WTC symbool stond voor het centrum van het virtuele kapitalisme: van financiŽle speculaties die losstaan van de sfeer van materiŽle productie.

Het verbrijzelend effect van de inslagen kan alleen verklaard worden tegen de achtergrond van de demarcatielijn die de gedigitaliseerde Eerste Wereld scheidt van de 'woestenij van de Werkelijkheid' in de Derde Wereld. Juist het besef dat we leven in een afgezonderd, kunstmatig universum doet het idee ontstaan van een of ander onheilspellend persoon die ons voortdurend bedreigt met totale vernietiging.

Is dus Osama Bin Laden, van wie op dit moment wordt vermoed dat hij het meesterbrein is achter de aanslagen, niet de real-life tegenhanger van Ernst Stavro Blofeld, de meester-crimineel in de Bond-films die de wereld wil vernietigen? Wat men zich zou moeten bedenken is, dat de enige plek in Hollywood films waar we het productieproces in al zijn intensiteit te zien krijgen, is wanneer James Bond binnendringt in het geheime domein van de meester-crimineel, en daar de plek van intensieve arbeid lokaliseert (het distilleren en inpakken van de drugs, het construeren van een raket die New York zal vernietigen...).

Wanneer de meester-crimineel, na Bond gegrepen te hebben, hem zoals gebruikelijk rondleidt in zijn illegale fabriek, komt Hollywood daarmee niet het dichtst bij de trotse presentatie van de productie in een socialistisch-realistische fabriek? En het doel van Bonds ingrijpen is, natuurlijk, om deze productieplek te laten ontploffen, waardoor wij, de kijkers, mogen terugkeren naar de dagelijkse schijn van ons bestaan in een wereld met een 'verdwijnende arbeidersklasse.' Is het niet zo dat met de imploderende WTC-torens het geweld, dat gericht was op het dreigende Buiten, terugsloeg op ons?

De Amerikanen denken dat hun veilige Bol voortdurend wordt bedreigd door terroristische aanvallers van Buiten, die zowel meedogenloos zelfopofferend als laf zijn, zowel doortrapt intelligent als primitief barbaars. Steeds als we zulk Puur Kwaad Van Buiten tegenkomen, zouden we de moed bijeen moeten schrapen om de hegeliaanse les te onderschrijven: in dit pure Buiten zouden we de gedistilleerde versie van ons eigen bestaan moeten herkennen. De laatste vijf eeuwen werden de (relatieve) welvaart en vreedzaamheid van het 'geciviliseerde' westen gekocht met de export van meedogenloos geweld en vernietiging in dat 'barbaarse' Buiten - het lange verhaal vanaf de verovering van Amerika tot de slachtpartijen in Kongo.

Hoe wreed en onverschillig het ook klinkt, we zouden nu, meer dan ooit, moeten beseffen dat het echte effect van deze aanslagen veel meer symbolisch van aard is dan werkelijk. De Verenigde Staten hebben slechts mogen proeven van wat er dagelijks elders op de wereld aan de hand is, van Sarajevo tot Grozny, van Ruwanda en Kongo tot SiŽrra Leone. Als je wat er nu aan de hand is in New York aanvult met sluipschutters en groepsverkrachtingen, krijg je een idee hoe Sarajevo er tien jaar geleden uitzag.

Pas toen we de WTC-torens zagen instorten, werd het mogelijk de onechtheid te ervaren van de reality tv-shows: zelfs ondanks dat deze shows 'echt' zijn, wordt er door mensen in geacteerd - ze spelen gewoon zichzelf. Het standaardzinnetje in boeken en films 'de karakters zijn fictief, elke overeenkomst met levende personen is puur toeval' geldt ook voor de deelnemers aan reality soaps: wat we zien zijn fictieve karakters, ook al spelen ze echt zichzelf.

We zijn nu gedwongen terug te slaan, teneinde echte vijanden in de echte wereld aan te pakken. Alleen, wie moeten we aanpakken? Wat het antwoord ook is, het zal nooit het juiste doelwit treffen, een doelwit waarmee we ons volledig tevreden kunnen stellen. Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat Amerika zich volstrekt belachelijk maakt als het Afghanistan aanvalt. Wanneer 's werelds grootmacht overgaat tot de verwoesting van een van de armste landen ter wereld, waar boeren op kale heuvels nauwelijks overleven, zou dat niet het ultieme voorbeeld zijn van de machteloze die wild om zich heenslaat?

Er zit gedeeltelijk waarheid in de notie van de 'botsing van beschavingen,' gezien de verbazing van de gemiddelde Amerikaan: "Hoe is het mogelijk dat deze mensen zo weinig respect hebben voor hun eigen leven?" Is niet de keerzijde van deze verbazing het tamelijk droevige feit dat wij het, in de eerstewereldlanden, steeds moeilijker vinden ons voor te stellen dat er een publieke of universele Zaak kan zijn waarvoor iemand zijn leven zou willen geven? Toen zelfs de minister van buitenlandse zaken van de Taliban zei dat hij "de pijn van de Amerikaanse kinderen kon voelen", bevestigde hij daarmee niet de ideologische hegemonie van deze frase, welke het handelsmerk was van Bill Clinton?

Verder was het idee van Amerika als 'veilige haven' altijd al een illusie: toen een New Yorker verklaarde dat je, na deze aanslagen, nooit meer veilig over straat kon, was de ironie ervan dat New York allang bekend stond vanwege het gevaar in elkaar geslagen te worden, of erger. De aanslagen veroorzaakten een nieuw gevoel van solidariteit, met beelden van jonge afro-Amerikanen die een oude joodse heer de straat helpen oversteken, beelden die tot voor kort ondenkbaar waren.

Nu, in de dagen na de aanslagen, voelt het alsof we verblijven in die unieke tijdsspanne tussen een traumatische gebeurtenis en haar symbolisch schokeffect, zoals in dat korte moment als we onszelf flink in de vingers hebben gesneden en de pijn nog moet komen. Het is vooralsnog een open vraag hoe de gebeurtenissen gesymboliseerd zullen worden (wat hun symbolisch effect zal zijn) en welke daden ze zullen uitlokken.

Zelfs nu, in deze momenten van uiterste spanning, is die link niet automatisch maar toevallig. De eerste voortekenen zijn niet best. De dag erna kreeg ik te horen dat een tijdschrift dat op het punt stond een tekst van mij over Lenin te publiceren, daarvan afzag. Men achtte het, zo snel na de aanslagen, niet het geschikte moment een tekst over Lenin te publiceren. Wijst dit niet op de onheilspellende ideologische herformuleringen die zullen volgen?

We weten nog niet welke de consequenties van deze gebeurtenis zullen zijn met betrekking tot economie, ideologie, politiek en oorlogvoering, maar ťťn ding is zeker: Amerika, dat zichzelf beschouwde als een eiland dat vrij was van dit soort geweld - doordat men er slechts getuige van was op de veilige afstand van het televisiescherm - is nu direct betrokken.

De keuze is dus: zullen Amerikanen besluiten hun 'bol' verder te versterken, of het risico nemen eruit te stappen? Zal Amerika volharden in, of zelfs nog sterker een houding aannemen van: "Waarom zou dit ons moeten overkomen? Dingen zoals dit gebeuren niet hier!" - een houding die zal leiden tot meer agressiviteit richting het dreigende Buiten, kortom, tot een paranoÔde om zich heenslaan. Of zal Amerika eindelijk door het illusionair scherm heen durven stappen dat hen scheidt van de Buitenwereld, en accepteren dat ze terecht zijn gekomen in de Werkelijke wereld - en daarmee de veel te late stap maken van "Iets zoals dit mag niet hier gebeuren" naar: "Iets zoals dit mag nergens gebeuren!'

Amerika's vreedzame vakantie - weg van de geschiedenis - was bedrog, want ze werd betaald met catastrofes elders. Daarin ligt de ware les van deze aanslagen: de enige manier om ervan verzekerd te zijn dat het niet meer hier gebeurt, is voorkomen dat ze waar dan ook plaatsvinden.

Slavoj Zizek

(vertaling Sies van Raaij)

 

.Terug naar boven