Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2001    ● Overzicht #12


Uit: Ravage #12 , 21 september 2001

Muzak, muzeik en militaristisch gedreun

Freek Kallenberg hield in Ravage # 12 een pleidooi voor "teringherrie" en spuwde zijn gal uit over harmonie en tonali≠teit in de muziek. Volgens zowel Rymke als Matthijs zit de muziekgeschiedenis wat ingewikkelder in elkaar.

Natuurlijk staat de muziekgeschiedenis niet los van maatschap≠pelijke verhoudingen. Muziek is inderdaad meer dan een kwestie van smaak. Toch denk ik dat het heel wat ingewikkelder in elkaar zit dan de stukken van Freek Kallen≠berg en Wilfried Hou Je Bek suggereren.

Zo bestaat er behalve de klassieke westerse muziek heel wat meer muziek op de wereld die zuiver en ijl klinkt en rustge≠vend en evenwichtig is. Denk aan muziek van PygmeeŽn, of aan Noordindiase klassieke sitarmuziek. Die laatste is misschien ook ontwikkeld voor en door de elite, maar die eerste dan? En kan je per definitie als rechtgeaarde linkso niet genieten van iets waar de "heersende klasse" ook van geniet? Daar word je heus niet rechts van, net zo min als dat ik christelijk word van het luisteren naar de prachtige klaagzangen van Jeremia door Orlando di Lasso. Waarom zou muziek met verzet samen moeten vallen? Er is toch nog meer te beleven op de wereld? Gewoon genieten van zingende vogels, kwakende kikkers, enzo≠voort. Niet alles hoeft in een radicaal links keurslijf ge≠perst te worden.

Er is inderdaad een verschil tussen muziek die uitnodigt tot lichamelijk meebewegen en muziek die eerder tot tranen roert. Ik zie niet in waarom je je voor het een en tegen het andere zou moeten uitspreken. Muziek van de PygmeeŽn vind ik hoog≠stontroerend; westafrikaanse trommelmuziek nodigt uit tot wilde danspartijen. Met muziek zijn er gewoon veel verschil≠lende mogelijkheden.

Een van die mogelijkheden, heel wat minder geslaagd als je het mij vraagt, is popmuziek. Populaire muziek. Ik zie het vooral als iets modieus. Veel (vooral) jonge mensen hebben er blijk≠baar een sterke behoefte aan om ergens bij te horen. Sociolo≠gisch misschien een interessant verschijnsel, maar dat maakt voor mij die muziek niet mooi. Het merendeel van de popmuziek is zoetsappig gekweel, muzak inderdaad, slappe hap, kwasige≠voelig, nep.

Daarnaast zijn er vele wat steviger soorten popmuziek, maar ook daar hoor ik een eentonig vast ritme, zonder ook maar een enkel gevoel voor swing, een militaristische dreun, met daar≠bovenuit het gemakkelijke schijnheftige geluid van versterkte gitaren en menselijke stemmen. Schijnheftig, vooral die gita≠ren, omdat je slechts de volumeknop wat verder open hoeft te draaien om indruk te maken. En daar gaat het blijkbaar om. Vooral als het lawaai, zoals bij streetraves, ook nog uitge≠stort wordt over andere mensen, die daar niet om gevraagd hebben, die daar domweg geen enkele behoefte aan hebben, die daar zelfs angstig van kunnen worden, en die daar absoluut nooit links of anarchistisch of zelfs maar maatschappijkri≠tisch van zullen worden, dan is er maar een term toepasselijk en dat is: misselijkmakend macho machtsvertoon. Dat is mijn mening over die teringherrie.

Er bestaat overigens ook een heel ander soort teringherrie: free jazz. Muziek die slechts bij een heel kleine groep mensen populair is, en gek genoeg niet of nauwelijks aanslaat bij radicaal links, terwijl me dat toch de muziek lijkt die het meest voor de hand ligt bij anarchisten en andere lieden die een hekel hebben aan overheersing, vaste regels en autoriteit. Als je dan zou willen beweren dat muziek altijd direct verbon≠den is met maatschappelijke verhoudingen, dan is vrije muziek toch echt de enige serieuze kandidaat.

Met excuses voor alle zere tenen, het was niet mijn bedoeling daar op te dansen...

Rymke, Atalanta

Metafysisch Vat

In zijn artikel 'De terreur van de harmonie' (Ravage #11) wil Freek Kallenberg mijns inziens zeggen dat geluid (muziek zonder tekst) ůůk een politieke boodschap op betekenisniveau heeft en dat atonale-, dissonante- en polyfone muziek de muziek is van de uitgeslotenen en het verzet (tegen de heer≠sende klasse..), terwijl tonale en harmonieuze muziek die van desbetreffende heersende klasse is.

Mijn ernstigste kritiek op het artikel is dat Freek aan de hand van een paar voorbeelden tamelijk grote schema's en categorieŽn creŽert. Volgens mij bestaan die schema's en categorieŽn helemaal niet. Als ze al bestaan, dan toch op een niet te vergelijken, vťťl complexere manier.

Eťn van de aardige en leuke dingen van geluid en muziek is nu juist dat het zich mijns inziens onttrekt aan iedere beteke≠nis. En dus ook aan politiek! Pas als ons geleerd wordt bete≠kenis toe te kennen aan een bepaald geluid/muziek, ontstaat die betekenis, in de vorm van taal, in de vorm van gedrag of in de vorm van een Ė directe - reactie op het desbetreffend geluid/muziek. Geluid/muziek heeft intrinsiek echter geen enkele betekenis.

De principalen in de Peruaanse provinciehoofdstad Puquio die Freek noemt, associŽren de trompetmuziek van de Indianen van de hooglanden nu eenmaal met grafmuziek en 'Duivelse Muziek' omdat dit ze geleerd is. Als de muziek van de Indianen tonaal geweest was, hadden de notabelen zich hier ůůk aan gestoord! Dus: niks 'losgemaakte gevoelens' uit een ťťn of andere oer≠tijd bij de notabelen, maar sonische programmering of indoc≠trinatie van de notabelen. Ik geef dus voor de reactie van de notabelen op de trompetmuziek van de Indianen, een heel andere reden dan Freek.

Het hele "atonale-, dissonante- en polyfone muziek" versus "tonale en harmonieuze muziek" Ė verhaal van Freek lijkt op het eerste gezicht een mooi sluitend geheel, maar er klopt zeer weinig van. Wat te denken van de Griekse rebetiko, de Spaanse flamenco en de zwart Amerikaanse bluesmuziek? Alle drie voorbeelden van muziek van het verzet of de uitgeslotenen die tonaal en harmonieus is. Aan de 'andere' kant is veel atonale en dissonante muziek inmiddels salonfšhich geworden. Denk aan SchŲnberg en velen andere 'modernen'.

Over de 'ketelmuziek' nog dit. Als je naar een demonstratie gaat, neem je toch niet je dure viool of je vleugel mee? Veel mensen die naar een demonstratie, rel of revolutie gaan, hebben vaak geen (soms dure) muziekinstrumenten. Dan pak je toch je pan en soeplepel uit je keukenkastje? Bovendien: Je kent elkaar meestal niet of nauwelijks, of maakt in ieder geval niet vaker in dezelfde samenstelling op die manier muziek. Met andere woorden: je kunt niet anders dan door elkaar heen spelen, in verschillende toonsoorten, of in hele≠maal geen toonsoorten! Het proces wat in dit verhaal tot een zekere vorm van polyfonie leidt, is bijvoorbeeld nauwelijks te vergelijken met het proces wat ooit tot de Middeleeuwse Ėwereldse- gecomponeerde polyfone muziek heeft geleidt. In het geval van de ketelmuziek, en ik denk niet alleen in dat geval, bepaald toch de praktijk, en niet De Idee of Het Schema, het ontstaan van muziek!

Waarschijnlijk ervaart Freek middeleeuwse polyfone muziek als dissonant omdat de gebruikte toonladders en de stemming zeer afwijkend zijn in vergelijking met de meeste muziek (uit welke maatschappelijke hoek dan ook) die de afgelopen 400 jaar in het Westen geproduceerd wordt. Polyfone (meerstemmige) muziek kan duizendeneen vormen aannemen; kan evengoed dissonant als consonant, tonaal, bitonaal, modaal, atonaal, of een combina≠tie van al deze zaken zijn. Bovendien hebben termen en ver≠schijnselen als dissonant, consonant, harmonie, disharmonie, enzovoorts een per tijd en per cultuur totaal andere defini≠tie, benadering en invulling!

Het artikel van Freek doet veronderstellen dat er bepaalde, universeel geldige, muziek-geluids-uitdrukkingsvormen van de verschillende klassen zijn. Ik hoop dat ik met het bovenstaan≠de, niet alleen de lezer heb kunnen overtuigen van het tegen≠deel, maar ook van het feit dat de muzikale- en geluidswereld dermate complex en divers is, dat deze zich niet laat vangen in ťťn van de gesloten metafysische vaten van Freek Kallen≠berg.

Sonic Matthijs, Amsterdam

Metafysische muzeik?

Matthijs heeft zonder meer gelijk dat de muzikale- en geluids≠wereld dermate complex is dat het zich niet laat vangen in een gesloten metafysisch vat. Dat heb ik ook niet willen doen. Ik heb niet willen beweren dat atonale muziek altijd de muziek van 'het verzet' is en tonale muziek die van de 'heersende klasse'. Wel dat sinds de Verlichting muziek in een dramatisch tempo tonaal en harmonisch is geworden en dat dit te maken heeft met de opkomst van het symmetrische, lineaire en mathe≠matische denken welke weer gepaard ging met de opkomst van de moderne staat en het kapitalisme.

Ik ben het met Matthijs eens dat niet de Idee of het Schema ten grondslag ligt aan (de meeste) muziek. Muziek is een sociale praktijk - of zou dat moeten zijn - en juist daarom inzet en uitkomst van politieke strijd. Geluid/muziek heeft dus niet ůůk een "politieke boodschap op betekenisniveau" zoals Matthijs stelt, maar Ūs politiek. Welke geluiden/muziek wel en niet worden toegestaan in een samenleving en welke betekenis ze krijgen is onderdeel van politieke strijd. In autoritaire maatschappijen bepaalt een centrale macht welke geluiden/muziek wel en niet zijn toegestaan (onder Stalin bijvoorbeeld, was jazz lange tijd verboden). In onze pankapi≠talistische maatschappij waar al het sociale en politieke wordt gedomineerd door de economie, bepaalt de markt groten≠deels welk geluid/muziek wel en niet gehoord wordt. In de regel is dit tonale en harmonieuze muziek. De rest is 'tering≠herrie'.

Met 'teringherrie' bedoel ik dan ook niet zozeer oorverdovend harde muziek, zoals Rymke blijkbaar denkt, maar alle geluiden en muziek die uit ons dagelijks leven zijn gebannen omdat ze de dagelijkse harmonie vestoren. In het mobiele kapitalisme krijgt het harmonische gezoem van de motor de voorkeur boven het gekwaak van kikkers. Voor veel mensen is kikkergekwaak teringherrie... leve de free jazz!

Freek

 

.Terug naar boven