|
●
Ravage ●
Archief
● Overzicht
2001 ● Overzicht
#6 'Er zijn allerlei manieren om 'media-jiu-jitsu'
te bedrijven' Interview
met Jaap van Ginneken In
dit laatste in opdracht van Teleac geschreven boek bouwt Van Ginneken
voort op de ideeën zoals die door Vance Packard in 1957 in The Hidden
Persuaders zijn ontwikkeld. Met deze klassieker opende Packard destijds
het publiek de ogen voor de wijze waarop ze dagelijks door de media
beïnvloed worden. Veertig jaar later is deze mediabeïnvloeding alleen
maar toegenomen. Met name reclameboodschappen schreeuwen ons overal
tegemoet. ,,Reclame
is een is een beetje catch-as-catch-can ('vrij
worstelen') waarbij de reclamemakers alle foefjes gebruiken die
er bestaan om mensen zover te krijgen een bepaald product te kopen'',
zegt Van Ginneken. Hoe
reclame werkt is niet helemaal duidelijk. ,,Het is een heel ingewikkeld
spel. Er is binnen onze vakgroep een stichting die op allerlei manieren
probeert wetenschappelijk onderzoek te doen naar commerciële communicatie.
Zij maken ingewikkelde modellen om alle factoren te onderzoeken die
daarbij een rol spelen. Persoonlijk ben ik hier wat sceptisch over.
Ik denk dat een creatief iemand met een goed idee voor een afbeelding
of een woord, meer impact heeft dan al die effectenonderzoekers bij
elkaar. Een juist woord of beeld blijft hangen bij de consument omdat
deze erg tot de verbeelding kan spreken. Als reclamemaker hoop je dat
dit effect sorteert.''
Op
de vraag wat in de psychologische 'oorlogvoering' die reclame heet geoorloofd
is, wil Van Ginneken niet directe antwoorden. ,,Ik ben geen ethicus
of pastoor. Ik kan wel uitspraken doen over het een en ander, maar dat
vindt ik niet correct. Ik heb een zoon van drieënhalf, en als 'falende'
ouder zet ik hem wel eens voor de tv. Dan zie ik dat met name de commerciële
kinderzenders doorspekt zijn van geraffineerde reclame waardoor kinderen
al die spulletjes willen hebben, naar de getoonde pretparken willen,
enzovoorts. Ik denk dat kinderen nog niet beschikken over de kritische
zin om daar doorheen te kijken. Het zou voor scholen een taak moeten
zijn om kinderen vanaf een jaar of zes te leren wat de invloed van reclame
kan zijn, oftewel: 'media-opvoeding'.''
Hoe
kan men de invloed door de massamedia tegengaan? ,,Lees
mijn boek'', antwoordt van Ginneken lachend. ,,Ten eerste door zich
daar goed van op de hoogte te stellen. Als men weet hoe het allemaal
werkt kan men zich hier makkelijker tegen wapenen. Ten tweede is het
belangrijk dat mensen ervan doordrongen raken dat wat ze op tv en in
de krant zien, niet de ware werkelijkheid is, maar een bepaald imago
van de werkelijkheid, een gemanipuleerd beeld. Dit imago is gemasseerd
door allerlei belanghebbende partijen. Mensen zijn zich veel te weinig
bewust van het feit dat ze leven in een wereld van illusies, en dat
er beroepsgroepen zijn, wier dagelijks werk het is die imago's te manipuleren.
Is
reclame voortgekomen uit de politieke propaganda?
,,Ik
denk niet dat je dat kunt zeggen. Reclame was er al in de Romeinse tijd
en in de middeleeuwen. Pas met de opkomst van de moderne massamedia
in het allerlaatste stukje van de negentiende eeuw is de beïnvloeding
door de media steeds geraffineerder geworden, met name door de opkomst
van de audio-visuele-media.
Zijn
er belangrijke verschillen tussen reclame en politieke propaganda?.
,,In
de reclame is het 'not done' om dezelfde producten van een ander af
te kraken, in de politieke propaganda is dit eerder schering en inslag.
Propaganda en reclame zijn tegelijkertijd tot ontwikkeling gekomen.
Rondom de beide wereldoorlogen hebben die velden een enorme impuls gekregen.
In de loop der tijd zijn er in de sociale psychologie en in de communicatiewetenschappen
steeds meer beïnvloedingstechnieken ontwikkeld. Wederzijds hebben propaganda
en reclame van elkaar geleerd. Je ziet in de politieke marketing, in
de verkiezingspropaganda en in de partijpropaganda dat die foefjes steeds
meer gebruikt worden''.
Hoe
groot is de invloed van de pers bij de beeldvorming van acties? ,,In het algemeen zie je dat er maar een klein aspect van acties in beeld
komt. Met name de nieuwsmedia hebben weinig oog voor acties. Als een
actiegroep door het 'lint' gaat zie je dat hier wel over wordt bericht.
Het meest gewelddadige deel van de acties krijgt een centrale plaats.
De voor- en nadelen van die acties worden door de media op een bepaalde
manier geïnterpreteerd. Dit is een proces dat moeilijk te veranderen
is. ,,Een
slimme actievoerder probeert die wetmatigheden van de media naar zijn
hand te zetten. Groepen als Greenpeace die erg op de media georiënteerd
zijn, spelen het spel heel behendig. Zij voeren de acties op zo'n manier
dat deze aantrekkelijk wordt voor de televisiecamera's, of met compacte
slogans. Dit is een groep die geleerd heeft de media te bespelen, daar
een zekere handigheid in heeft, al keert dat zich wel eens tegen hen.
,,Het
is nuttig je als actievoerder af te vragen hoe de media functioneren,
en hoe deze naar je hand te zetten. Een mooi voorbeeld van mediamieke
acties is het taarten. Maar er zijn allerlei manieren om 'media-jiu-jitsu'
te bedrijven en te proberen de cliché-betekenissen een andere wending
te geven en te gebruiken voor de bewustwording van de mensen.''
Waarom
komen zelden de motieven van actievoerders aan bod? ,,Bij
de nieuwsberichtgeving treedt een extreme verdichting op, men beschikt
over een minimum aan tijd en ruimte. Daarom wordt het meest spectaculaire
deel eruit gelicht. Als er sprake is van geweld tijdens een actie, dan
zal dit in de media veel aandacht krijgen. Men schrijft toe naar een
bepaalde voorstelling van het publiek die men heeft. Actievoerders zijn
niet het publiek. Toch kun je de media naar je hand zetten. Acties moeten
zo in elkaar steken dat ze ten eerste de media zelf verleiden om daar
bericht over te geven. Ten tweede dient men zodanige teksten en beelden
aan te leveren dat daaruit vanzelf de redenen voor die acties spreken.'' ,,Ik
denk dat het belangrijk is voor actievoerders dat men zich niet opsluit
in het eigen gelijk. Een fout die veel links-radicalen maken is dat
ze zich als kleine minderheid moreel superieur voelen aan de rest van
de maatschappij. Het is van belang dat actievoerders zich van te voren
afvragen hoe de media zullen berichten over eventueel te voeren acties,
als zij hier op afkomen. Bij iedere actie moet men zich afvragen hoe
deze in de krant komt of hoe de televisiecamera's deze zullen vastleggen.
Wat blijft daar van over, blijft de boodschap overeind die men aan het
bredere publiek wil uitdragen. De actievorm moet dusdanig zijn dat de
boodschap onmiddellijk duidelijk is.''
Wat
zouden mogelijkheden voor actievoerders kunnen zijn om de pers te beïnvloeden,
en is dit überhaupt mogelijk? ,,Als
je de media wil beïnvloeden moet je je een aantal dingen afvragen zoals,
wat zijn de deadlines, welke redactie gaat dit onderwerp coveren, wie
sturen ze, krijgt diegene een fotograaf mee, en in welke termen zal
men dit artikel vatten? Vraag je altijd af hoe die persoon functioneert.
Hoe beter men iemand kan doorgronden, hoe meer men in staat is tot beïnvloeding.
Van de tien dingen die mogelijk een aanknopingspunt bieden voor beïnvloeding,
zijn er waarschijnlijk negen waar men niets mee kan. Kranten hebben
bijvoorbeeld te maken met deadlines. Je kunt hier als actievoerder geen
invloed op uitoefenen. Probeer de actie dan zo te plannen dat deze ruimschoots
op tijd plaats vindt, zodat de betreffende redactie er iets mee kan
doen. De media hangen aan elkaar van wetmatigheden.''
Is
er een verschil tussen de werking van tv en kranten? Kun je het beste
de tv halen - en dan met name het acht uur journaal - zoals veel actievoerders
denken? ,,Dat
is voor mij zeer de vraag. Kranten zijn een rationeel medium. Tekst
is een lineaire argumentatie van het een naar het ander. Men bouwt een
betoog op, en daarmee geeft men een beeld van iets. Televisiebeelden
zijn in hoge mate emotie, emotie die bovendien moeilijk analytisch te
doorgronden en ontleden is. Er gebeuren veel dingen tegelijk, zoals
kleuren, acties, geluid. Ik heb in toenemende mate het gevoel dat de
televisiejournaals steeds spectaculairder worden. Ze bieden meer en
meer 'zogenaamd' live of emotie-tv. Zoals televisiejournaals nu functioneren
staan ze eerder een goed begrip van de dingen in de wereld in de weg
dan dat ze er toe bijdragen. Dit zie je onder andere gebeuren bij internationale
conflicten, of bij ontwikkelingsproblematiek. De focus ligt op de rauwe
emotie, op het spektakel. Door arbitrair commentaar toe te voegen geef
je betekenis aan dingen, maar op zichzelf verhelderen die beelden niks.''
Is
er in de beeldvorming een rol weggelegd voor 'kleine media' zoals Ravage? ,,Ja'',
zegt van Ginneken resoluut. ,,Het
is het zout in de pap. Ik heb me lang bezig gehouden met oorlogspropaganda,
met media-manipulatie. Een merkwaardig verschijnsel is dat, als je de
Amerikaanse oorlogspropaganda van de laatste twintig jaar onderzoekt,
de allerbeste bronnen daarover de alternatieve Amerikaanse bladen zijn.
Het blad Covert Action Information Bulletin bijvoorbeeld bevat
heel gedegen studies over hoe geheime acties in elkaar zitten. Het is
belangrijk dat die alternatieve publicaties er zijn. Men moet wel proberen
strak, feitelijk, goed gedocumenteerd, en zelfkritisch dingen in elkaar
te zetten. Op zichzelf is het uitventen van grote emotie en verontwaardiging
niet altijd het nuttigste dat een alternatieve publicatie kan doen.
Een nuttige bijdrage is om alternatieve informatie aan te bieden, toegankelijk
te maken, en door te sluizen naar bijvoorbeeld de mainstream media.
Het is van belang om goede kritische analyses te maken, die nog beter
gedocumenteerd zijn dan die van de mainstream journalistiek. Op deze
manier kun je alternatieve inzichten bieden.''
Marina
Groen
|
||