Ravage   ● Archief    ● Overzicht 2001    ● Overzicht #2


Uit: Ravage #2 , 2 februari 2001

Stigmatisering en willekeur

De gevolgen van twee jaar Koppelingswet

In het huidige restrictieve illegalenbeleid hebben ook particulieren een controlerende taak. Volgens de sociologe Joanne van der Leun leidt dit in de praktijk niet alleen tot het aanscherpen van controles, maar ook tot het zoeken naar mogelijkheden om illegalen op allerlei manieren te ondersteunen. Het resultaat is een weinig transparante praktijk van gedogen en uitsluiten.

Sinds de jaren negentig wil de Nederlandse overheid het verblijf van mensen zonder geldige verblijfsvergunning ontmoedigen. In de jaren zestig en zeventig werden 'illegale' migranten nog gezien als gemotiveerde 'spontane gastarbeiders'. Ze vonden veelal hun eigen weg en wisten in de regel ook de instellingen van de verzorgingsstaat wel te vinden. De stagnerende economie en de neo-liberale wind die in de loop van de jaren tachtig door Nederland en Europa begon te waaien, bracht verandering in deze laconieke houding ten aanzien van illegale migranten. Ook de afname van de grenscontroles binnen het Schengengebied verplichtte Nederland iets aan het 'illegalenprobleem' te doen. Een commissie onder leiding van de voormalige staatssecretaris van justitie Zeevalking boog zich over het vermeende probleem en kwam in 1991 met een rapport dat de aanzet gaf tot het huidige ontmoedigingsbeleid. De commissie concludeerde in haar rapport dat voorkomen moet worden dat het een vreemdeling mogelijk wordt gemaakt in Nederland te verblijven door dezelfde overheid die hem het recht op verblijf ontzegt. Dit kan door illegalen uit te sluiten van de toegang tot collectieve voorzieningen. Daarnaast moet illegale arbeid worden tegengegaan en moeten mensen en organisaties die gebruik maken van illegale migranten, zoals koppelbazen, pooiers en huisjesmelkers worden aangepakt.

Prioriteit

Met de omstreden Koppelingswet die sinds 1998 van kracht is, beoogt de overheid niet alleen te voorkomen dat illegalen gebruik kunnen maken van voorzieningen waardoor zij hun verblijf in Nederland kunnen verlengen, zij probeert ook te voorkomen dat illegalen een schijn van legaliteit kunnen opbouwen. (Door bijvoorbeeld overeenkomsten te sluiten met werkgevers of zorgverzekeraars). Zo hoopt zij dat mensen die plannen hebben om naar Nederland te migreren hier wel twee keer over nadenken alvorens ze de stap maken. Ook wil zij mensen die hier zonder geldige verblijfsvergunning verblijven alsnog bewegen het land te verlaten. Of er door dit ontmoedigingsbeleid daadwerkelijk minder mensen naar Nederland komen of het land verlaten, valt volgens de aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit verbonden sociologe Van der Leun moeilijk te zeggen. ,,De algemene indruk van sleutelfiguren zoals medewerkers van politie, maar ook professionals die werkzaam zijn in gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting - is niet dat migranten terugkeren naar het land van herkomst. Wel is mij uit interviews gebleken dat de ophef rond de (soms vermeende) koppeling van bestanden eerder de stigmatisering van bijvoorbeeld illegale kinderen heeft vergroot dan dat deze kinderen uit Nederland zijn weggegaan. Maar dergelijke effecten zijn moeilijk hard te maken'', zo benadrukt Van der Leun. Tot massale uitzetting van illegale migranten heeft de wet vooralsnog niet geleid. Uit haar onderzoek naar de uitvoering van het illegalenbeleid in de vier grote steden blijkt dat de politie tamelijk terughoudend is bij het opsporen van illegalen. ,,De wetgeving maakt dit ook mogelijk'', zegt Van der Leun. ,,Het is niet de doelstelling van het illegalenbeleid om actief mensen op te sporen die hier illegaal verblijven. De opsporing is vooral een afgeleide van het criminaliteitsbeleid. Maar ook mensen die overlast veroorzaken of illegaal werken lopen de kans om tegen de lamp te lopen. Officieel zijn er vijf landelijke prioriteiten gesteld door het Ministerie van Justitie, maar in de praktijk spelen die geen grote rol. De meeste uitvoerende politieagenten zijn slechts op de hoogte van de eerste prioriteit: het opsporen en uitzetten van illegalen die bij criminaliteit betrokken zijn. De uitwerking hiervan verschilt bovendien per stad omdat de politie in Utrecht en Den Haag veel minder te maken krijgt met 'criminele illegalen' dan de politie in Amsterdam en Rotterdam. Overigens worden ook lang niet alle aangehouden illegalen uitgezet.''

Onderwijs

Naast de politie zijn in het huidige ontmoedigingsbeleid ook particulieren betrokken bij de controle van migratie. Zo kunnen vrachtwagenchauffeurs en luchtvaartmaatschappijen aansprakelijk gesteld worden voor de mensen die zij het land binnenloodsen. De Koppelingswet dwingt docenten, artsen, verpleegkundigen, therapeuten en medewerkers van woningbouwverenigingen te toetsen of iemand recht heeft op een bepaalde voorziening. Zo worden ze medeverantwoordelijk gemaakt voor het illegalenbeleid. Vooral uit de hoek van het onderwijs en de gezondheidszorg kwamen vooraf veel protesten tegen het idee dat men zich hier zou moeten gaan bezig houden met het opsporen van illegalen. Volgens de uiteindelijke wet hoeven ze dit ook niet te doen, maar dit betekent niet dat er hier helemaal niks aan de hand is. Zo mogen alle minderjarigen ongeacht de verblijfstatus een opleiding volgen en onderwijsinstellingen hoeven de rechtmatigheid niet te toesten. Toch doet zich hier volgens Van der Leun wel een aantal problemen voor: ,,Leerkrachten wijzen er op dat er steeds meer aandacht komt voor de illegale status, wat leidt tot stigmatisering van leerlingen en in het uiterste geval tot het besluit van ouders om hun kinderen thuis te houden. Al doen de meeste scholen er alles aan om dit tegen te gaan. Er zijn scholen die een teruggang in het aantal illegaal verblijvende kinderen signaleren, zonder dat zij weten wat daarachter steekt.'' Een tweede probleem is dat kinderen onder de 18 jaar wel toegang hebben tot het onderwijs, maar geen geld krijgen om de benodigde spullen aan te schaffen. Illegale migranten kunnen immers geen aanspraak maken op tegemoetkoming in de studiekosten of studiefinanciering. Van der Leun: ,,Basisscholen weten hier meestal wel een mouw aan te passen, maar bij het voortgezet onderwijs liggen de bijkomende kosten aanzienlijk hoger en geeft dit soms problemen. Door particuliere geldinzamelingsacties kunnen kinderen soms alsnog hun schoolboeken betalen.'' Doorstroming naar vervolgonderwijs is al helemaal problematisch. Als de leeftijdsgrens bereikt is, zijn kinderen volledig opgegroeid in de Nederlandse situatie, maar vinden zij plotseling alle deuren gesloten. Bijvoorbeeld wanneer zij stage willen gaan lopen en daarvoor een sofi-nummer nodig hebben of wanneer zij gaan solliciteren. ,,Sommige leerlingen verdwijnen vervolgens in informele en criminele circuits, met alle gevolgen van dien'', aldus Van der Leun.

Doorverwijzen

Het recht op onderwijs voor minderjarige kinderen is niet de enige uitzondering die er na protest van beroepsgroepen op het ontwerp Koppelingswet in de uiteindelijke wet is gekomen. Ook van het recht op medische noodzakelijke zorg en rechtsbijstand kan niemand worden uitgesloten. Ondanks de luide protesten van artsen en verpleegkundigen constateert het onderzoeksinstituut Nivel in een onlangs gepubliceerd rapport dat het aantal 'illegaal-vriendelijke' hulpverleners beperkt is. In wijken met veel illegalen zijn er hulpverleners die nooit een illegaal zien en anderen die er veel in hun praktijk hebben, aldus het Nivel. Vooral het doorverwijzen blijkt een probleem. Artsen die een illegaal op bezoek krijgen zullen hem zelden tot nooit de deur wijzen omdat ze het als hun plicht achten illegale patiënten te behandelen. Maar als ze hem willen doorverwijzen naar een specialist ontstaan er vaak problemen. Van der Leun komt in haar onderzoek tot dezelfde conclusie: ,,Hierdoor ontbreekt de follow-up van een behandeling nog al eens bij illegale migranten. Niet zelden moeten hulpverleners hun individuele netwerk aanspreken om een patiënt te laten helpen.'' In veel gevallen weigert de patiënt of zijn familie zelf doorverwijzing uit angst te worden uitgezet. Ook komt het voor dat het ziekenhuis of specialist eerst een financiële garantie vraagt, maar illegalen zijn zelden verzekerd. Hoewel zorgverleners een vergoeding kunnen krijgen uit het Koppelingsfonds levert dit in de praktijk problemen op en weten veel hulpverleners niet eens van het bestaan af. Ziekenhuizen beschikken over een stroppenpot. Volgens Van der Leun luidt in de meeste ziekenhuizen het credo: 'Iedereen wordt geholpen'. Onverzekerden probeert men alsnog te verzekeren en wanneer dat niet lukt treft men een betalingsregeling. In eerste instantie moet de illegaal zoveel mogelijk zelf de kosten betalen. Daarom probeert men het verblijf zo kort mogelijk te houden. Van der Leun constateert dat incidentele hulp aan illegale migranten bij lichamelijke klachten meestal niet zoveel problemen oplevert. Groter wordt het probleem bij chronische en psychische of psychosomatische klachten. Van der Leun: ,,In principe vinden de meeste hulpverleners dat ook deze hulp geboden moet worden. De discussie of iets 'medische nood' is boeit veel medisch personeel niet zo, maar soms denken de financieel-economische afdelingen daar anders over. Dit leidt tot willekeur en af en toe tot het schuiven en lopen leuren met patiënten.''

Overbewoning

In de sociale woningbouwsector werd er tot vlak voor de invoering van de Koppelingswet niet gevraagd naar verblijfsdocumenten. Medewerkers van woningbouwverenigingen zeiden destijds dit ook niet van plan te zijn. Na invoering van de Koppelingswet op 1 juli 1998 blijkt echter dat veel woningbouwverenigingen - mede met het oog op de verstrekking van huursubsidie - toch de verblijfsstatus van aspirantbewoners zijn gaan controleren. Over het aantal mensen dat in een eenmaal toegewezen woning gaat wonen, maakt men zich echter niet druk. Omdat de grens tussen legaal en illegaal verblijf soms dwars door gezinnen heen loopt, leidt dit er in de praktijk toe dat illegale gezinsleden niet meetellen bij het vaststellen van de grootte van de woning. Overbewoning is het gevolg. Daarnaast zijn illegalen nu voornamelijk aangewezen op de particuliere markt en huisjesmelkers aangewezen. Dat laatste wilde de overheid met haar beleid nu juist tegengaan. Toch heeft de Koppelingswet volgens Van der Leun tot op heden niet op grote schaal tot de vooraf voorspelde wantoestanden geleid. Dit verbaast haar niet omdat het grootste deel van de illegale migranten toch al geen gebruik maakte van de meeste voorzieningen van de verzorgingsstaat. Van der Leun: ,,Ze vonden hun weg veelal via de migrantengemeenschappen die zorgen voor de eerste opvang, voor strategische informatie, voor arbeid en soms ook huwelijkspartners. Daarnaast zijn er private partijen uit kerkelijke en links-politieke hoek die illegalen ondersteunen. Hier gaat het meestal om incidentele hulp. En natuurlijk zijn er ook mensen die uit winstoogmerk handelen zoals koppelbazen, werkgevers, huisbazen, pooiers, enzovoorts.''

Ondoorzichtig

De aanscherping van het beleid dwingt illegale migranten naar nieuwe strategieën te zoeken, maar duwt ze ook eerder in handen van deze laatste groep. Vooral als het gaat om werk. De organisatie van illegale arbeid wordt steeds ondoorzichtiger. Er is een tussenlaag ontstaan van bureautjes en intermediairs die goede zaken doen in het leveren van illegale arbeid op een manier die moeilijk aan te pakken is. Tussenpersonen romen de lonen van illegale werknemers af die steeds meer op de rand van het bestaansminimum komen te balanceren. Volgens Van der Leun worden uitsluitingmechanismen nu te ver doorgevoerd waardoor ze in hun tegendeel omslaan. ,,In plaats van ongewenste zaken te bestrijden gaat men die juist bevorderen. Volgens mij zou het tegengaan van illegale arbeid zich sterker moeten richten op degenen die er voordeel bij hebben, zoals werkgevers en koppelbazen.'' Het illegalenbeleid kun je volgens haar niet los zien van de vraag naar flexibele arbeid in bepaalde sectoren van de economie. ,,Wanneer die vraag zo sterk is dat de strategieën om mensen in dienst te nemen duister worden, zijn legale alternatieven het overwegen waard. Te denken valt aan programma's voor tijdelijke legale tewerkstelling van migranten in sectoren waar nu moeilijk aan personeel te komen is'', aldus Van der Leun. Door het huidige beleid en de aangescherpte procedures is de kloof tussen illegale migranten en de formele samenleving groter geworden, zo concludeert Van der Leun. ,,Hoewel de meeste illegalen zichzelf wel redden, keren daarmee, zeker in bepaalde grootstedelijke gebieden, naast 'moderne armoede' ouderwetse vormen van uitsluiting terug, met dit verschil dat het minimabeleid er - althans formeel - nauwelijks vat op heeft.''

Freek Kallenberg

 

Terug naar boven