Naar archief

 

Uit: Ravage #258 van 1 mei 1998

Elektronische Burgerlijke Ongehoorzaamheid

Het laat-kapitalisme verschilt op een punt in belangrijke mate van andere politieke en economische systemen, namelijk op de wijze waarop haar macht gerepresenteerd wordt: wat eens een seden­taire concrete massa was is nu een nomadische elektronische stroom geworden. Voor het tijdperk van het gecomputeriseerde informatie manage­ment waren de institutionele bevel- en controlecentra eenvoudig te lokaliseren.

Sterker nog, met de indruk­wekkende aanwezigheid van de machtsbolwerken etaleerde regi­mes hun hegemonie. Kastelen, paleizen, overheidsbureaucratieën, bedrijfskantoren en andere architectonische structuren waren prominent aanwezig in de stadscentra, om zo raddraaiers en ondergrondse krachten uit te dagen. Deze structuren, getuigend van een onneembaar en eeuwigdurend gezag, demoraliseerden of stopten verzetsbewegingen al voordat ze zelfs maar begonnen waren.

De prominente aanwezigheid van dit spektakel had ook een keerzijde; als het verzet eenmaal wanhopig genoeg was (als gevolg van materiële ontberingen of de symbolische ineenstorting van de legitimiteit van een regime), had haar revolutionaire kracht geen enkele moeite de machthebbers te vinden en confronteren. Als de muren eenmaal waren geslecht, was het waarschijnlijk dat het regime ineen zou storten. Binnen deze historische context ontstond de strategie van de burgerlijke ongehoorzaamheid.

Informatiestromen

Hedendaagse vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid (BO) zijn eerder gericht op het afdwingen van institutionele hervormingen dan op een nationale ineenstorting. Omdat deze vorm van verzet de mogelijkheid van onderhandelingen in zich draagt, lijken de westerse regeringen deze daden te tolereren. Ze bedreigen niet noodzakelijk het voortbestaan van een natie of haar heersende klasse.

Hoewel BO nog steeds effectief kan zijn (zeker op lokaal niveau), is haar effectiviteit elk decennium afgenomen. Dit komt vooral doordat de macht steeds meer mogelijkheden heeft gekregen om de provocaties van burgerlijke ongehoorzaamheid te ontwijken. Want terwijl de monumenten van de macht er nog steeds staan, zijn de machtsdragers nog zichtbaar nog stabiel. De macht resideert niet langer permanent in deze monumenten, ze beweegt zich zo vrij als zij verlangt.

Wanneer de contro­lemechanismen op een bepaalde lokatie bedreigd worden, verplaatst ze zich eenvoudig naar een andere lokatie. Als gevolg worden actiegroepen ervan weerhouden hun acties, waarmee ze een bepaald instituut willen verstoren, uit te voeren. Het blokke­ren van de ingang van een gebouw, of een andere in de fysieke ruimte uitgevoerde actie kan voorkomen dat het personeel naar binnen gaat, maar dit heeft nauwelijks effect zolang het informatiekapitaal kan blijven stromen.

Ooit was de belangrijkste bron voor de macht het bezetten van de strategische plekken in de fysieke ruimte, maar tegenwoordig hangt de dominantie van een institutie af van haar mogelijkheid zich te verplaatsen naar plaatsen waar verzet afwezig is, in combinatie met haar mogelijkheden zich tijdelijk indien nodig een gegeven fysieke plaats toe te eigenen. Een oppositionele kracht die centrale plaatsen in de fysieke ruimte aanvalt, bedreigt dus op geen enkele manier een institutie.

De achterhaalde verzetsmethoden moet worden verfijnd, en er moeten manieren gevonden worden om de machts-(niet)-centra op elektronisch niveau aan te vallen. De strategieën en tactieken van BO kunnen nog steeds bruikbaar zijn, maar dan moeten ze niet zozeer de personeelstroom alswel de informatiestroom blokkeren.

Cyberpolitie

Als we de machtswaarde afmeten aan de mate waarin acties worden bestraft en posities worden verdedigd, is het duidelijk dat cyberspace hoog op de ladder staat. Verdedigingssystemen in cyberspace zijn zo goed mogelijk ontwikkeld. De geheime dienst wordt in toenemende mate aangemoedigd in haar rol van cyberpolitie.

Tegelijkertijd hebben privé-ondernemingen hun eigen elektronische politiemachten gevormd die niet alleen dienst doen als veiligheidsdiensten en controle- en verdedigingssystemen ontwikkelen en installeren, maar ook indien nodig als een bende losgeslagen jagers jacht maken op elk persoon dat door het veiligheidssysteem heenbreekt.

Hierbij wordt door hen, net zoals in het rechtssysteem, geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de soort acties in cyberspace. Of de private informatiebronnen nu worden betreden door een nieuwsgierige onderzoeker, of door iemand die er op uit is informatie te stelen of beschadigen, maakt hen niet uit. Ze gaan er altijd vanuit dat betreding zonder toestemming een daad van extreme vijandigheid is en daarom maximale straf verdiend. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen computercriminaliteit en elektronische burgerlijke ongehoorzaamheid.

Op dit moment zijn hackende tieners de meest gedreven activisten. Vanuit het ouderlijk huis of hun klaslokalen kraken zij veiligheidsystemen van bedrijven en overheidsinstellingen. Hun bedoelingen zijn vaag. Sommige schijnen zich wel te realiseren dat hun daden politiek van aard zijn. Zoals Dr. Crash al stelde: "Bewust of onbewust, als hacker ben je een revolutionair".

De vraag is, revolutionair met welk doel? Het enige doel lijkt vrije toegang tot informatie. Wat je met deze informatie doet, daarover wordt nooit gepraat. Maar er is nogal een verschil tussen computercriminelen die winst willen halen uit acties die een individu schade toe brengen en personen die betrokken zijn bij het elektronisch verzet en alleen instituties aanvallen.

Het elektronisch verzet keert het waardesysteem van de staat (voor wie informatie meer waarde heeft dan het individu) om, het stelt informatie weer ten dienste van mensen, in plaats van het te gebruiken voor instituties. De autoriteiten willen voorkomen dat dit onderscheid wordt gemaakt; al het elektronische verzet scharen zij onder de noemer van criminaliteit.

Door elektronische burgerlijke ongehoorzaamheid (EBO) op een hoop te gooien met criminele activiteiten grendelt zij cyberspace af voor politieke verzetsdaden. Aanvallen in cyberspace moeten even zwaar gestraft worden als gewelddadige aanvallen in de materiële wereld.

Doelwit

De strategie en tactieken van EBO zouden voor activisten geen mysterie moeten zijn. Ze zijn hetzelfde als bij traditionele burgerlijke ongehoorzaamheid. EBO is niet-gewelddadig van aard, daar de tegenstanders nooit fysiek de confrontatie aangaan. Net zoals bij BO zijn de belangrijkste tactieken van EBO binnendringen en blokkade.

Uitgangen, ingangen, verbindingen en andere essentiële ruimten moeten door de aanvallende partij worden bezet om zo druk uit te oefenen op de instituties die betrokken zijn bij on-ethische of criminele acties. Het blokkeren van de informatiekabels is analoog aan het blokkeren van fysieke lokaties; maar met een elektronische blokkade kan eerder financiële druk worden uitgeoefend en deze is ook bruikbaar voorbij het lokale niveau. EBO is versterkte BO. Wat BO ooit eens was, is EBO nu.

Activisten moeten zich realiseren dat EBO eenvoudig misbruikt kan worden. De plekken die worden verstoord, moeten zorgvuldig gekozen worden. Net zoals een groep activisten nooit de eerste hulp afdeling van een ziekenhuis zou blokkeren, moeten elektronische activisten vermijden dat een elektronische plek met dezelfde soort humanitaire functies geblokkeerd wordt.

Als een bedrijf eenmaal tot doelwit is gekozen doen activisten er verstandig aan de onderzoeksgegevens en data van consumptiepatronen te bezetten. Het moeten sluiten van de onderzoek & ontwikkeling- of marketingafdeling is een van de kostbaarste tegenslagen die een bedrijf kan treffen.

Hoewel heldhaftig, moet men niet elektronisch individuen in een bedrijf aanvallen; geen elektronische moordaanslagen, noch op bestuurders, noch op managers of arbeiders. Wis nooit hun bankrekeningen of kredieten. Beperk je tot het aanvallen van instituties. Het aanvallen van individuen bevredigt slechts het verlangen naar wraak zonder dat het enig effect heeft op het beleid van bedrijven of overheden.

Kloof

Op dit moment bestaan er nog nauwelijks allianties tussen hackers en politieke organisaties. Hoewel ze beide veel aan samenwerking zouden kunnen hebben, houdt de vervremende structuur van de complexe arbeidsdeling de twee meer van elkaar gescheiden dan de beste politieke kracht voor elkaar zou krijgen.

Hacken vereist een voortdurende technische scholing om de vaardigheden actueel te houden en het mes scherp. Hierdoor blijft er weinig tijd over om informatie te vergaren over specifieke politieke zaken en een kritisch perspectief te ontwikkelen. Zonder zulke informatie zal de hacker politiek buitengewoon vaag blijven.

Traditionele politieke activisten doen het al niet veel beter. Achtergebleven in de stof van de geschiedenis, weet de activist wat te doen en wat aan te vallen, maar hij of zij heeft geen effectieve middelen om de aanval in te zetten. Noch te vaak komen zij in vergadering bijeen om te overleggen over welke monument van het 'dode' kapitaal ze nu weer eens aan zullen vallen.

Er zijn dus twee groepen die gemotiveerd zijn om dezelfde anti-autoritaire doelen te verwezenlijken, maar die geen punt van overlapping kunnen vinden. Ze moeten samen gaan werken, maar hoe? Terwijl de ene groep on-line leeft, leeft de ander op de straat. Het wordt tijd dat men de vooroordelen ten opzichte van elkaar laat vallen en zo de barrière tussen politieke kennis en technische vaardigheden slecht.

Maar er is nog een andere kloof tussen hackers en activisten die overbrugd moet worden. Links activisme heeft zich altijd gebaseerd op de principes van democratie. Zij geloofde altijd in de macht van het aantal en de noodzaak van de organisatie van de populistische massa zodat haar collectieve wil tot uitdrukking kon worden gebracht.

De zwakheid van deze strategie is duidelijk. Er bestaat niet zoiets als een collectieve wil, 'het volk' is geen homogene massa, maar verdeeld over talloze sociologische variabelen als ras, etniciteit, sexuele voorkeur, klasse, opleiding, beroep, etc. Wat van belang is voor de ene groep kan repressief uitpakken voor de ander. Bovendien is het moeilijk de massa in beweging te krijgen.

it vereist organisatie en dus een bureaucratie. Dit vereist weer leiderschap en dus hiërarchie. Iets wat we nu juist niet willen. Maar ook de hacker-fantasie van een nieuwe avant-garde, waarin een technocratische klasse van verzetsstrijders in het belang van het 'volk' handelt, is in alle opzichten verdacht. Hoewel het natuurlijk net zo 'fantastisch' is als te denken dat alle mensen van de wereld zich zullen verenigen.

Anarchistische cellen

De vraag van het verzet is zo bezien drieledig. Ten eerste: hoe kan de notie van de (elektronische) avant-garde gecombineerd worden met de notie van het pluralisme? Twee: welke strategieën en tactieken hebben we nodig om een decentrale macht te bevechten die zich voortdurend in een fluxtoestand bevindt? En tenslotte: hoe kunnen de verzetseenheden georganiseerd worden? Zonder twijfel zijn er geen definitieve antwoorden mogelijk, maar wij willen een aantal voorstellen doen.

Het idee van de macht van het getal - van vakbonden tot activistische organisaties - is bankroet, omdat zo'n strategie consensus vereist binnen eigen gelederen en het bestaan van een centrale zichtbare vijand. Hoewel het ontbreekt aan consensus over wat te doen, delen de meeste organisaties wel een gemeenschappelijk doel, namelijk het verzet tegen de autoritaire macht. Probleem is dat men het niet eens is over de praktische basis van de autoritaire macht.

De perceptie van de verschuivingen in de autoritaire macht hangt af van de coördinaten van waaruit een gegeven sociale groep ervoor kiest zich te verzetten tegen autoritaire vertogen en praktijken. Hoe kan deze situatie dan in positieve termen geherdefinieerd worden? Een anti-autoritaire intentie wordt slechts dan bruikbaar als het idee van de democratische monoliet wordt verslagen. Het bevechten van een decentrale macht vereist het gebruik van decentrale middelen. Laat elke groep daarom daar aan de slag gaan waar het haar het meest vruchtbaar lijkt.

Dit betekent dat de linkse politieke actiebeweging zichzelf moet reorganiseren in anarchistische cellen. Hierdoor wordt het mogelijk vanuit heel veel verschillende hoeken verzet te plegen, in plaats van ons blind te staren op een centraal doel. Binnen zo'n micro-structuur kunnen individuen consensus bereiken op basis van vertrouwen in elkaar, in plaats van te vertrouwen op bureaucratische processen. Elke cel creëert haar eigen identiteit en kan dat doen zonder het verlies van de individuele identiteit.

Hoe kan een kleine groep (4 tot 10 personen) enig politiek effect hebben? Dit is de moeilijkste vraag, maar het antwoord ligt in de manier waarop de cel wordt samengesteld. De cel moet organisch zijn; dat wil zeggen dat het moet bestaan uit onderling verbonden delen die samenwerken om een geheel te vormen dat groter is dan de som der delen. Om effectief te zijn moet de scheiding tussen kennis en technische vaardigheden binnen de cel worden opgeheven.

Een gedeeld politiek perspectief fungeert als lijm die de delen bij elkaar houdt, eerder dan een noodzakelijke afhankelijkheid. De consensus moet niet verkregen worden doordat de vaardigheden overeenstemmen, want wil de cel bruikbaar zijn, dan moeten er mensen met verschillende vaardigheden in zitten. Een activist, theoreticus, kunstenaar, hacker en wellicht ook een advocaat is een goede combinatie van talenten - kennis en praktijk moeten zich vermengen. Als de cel eenmaal gevormd is, wordt EBO een reële optie.

Coca-Cola

Voor radicale types is EBO slechts een eerste stap. Elektronisch geweld, zoals het gijzelen van data of het crashen van systemen, is een volgende optie. Getuige deze strategieën en tactieken van een ongekanaliseerd nihilisme? Wij denken van niet. Daar revolutie geen geldige optie is, is de ontkenning van de ontkenning de enige realistische loop van de actie. Na twee eeuwen van revoluties hebben we een ding kunnen leren: autoritaire structuren kunnen niet worden vernietigd; we kunnen ons er alleen tegen verzetten.

Elke keer als we onze ogen openden na het schitterende pad van een glorieuze revolutie te hebben bewandeld, moesten we tot onze schrik constateren dat de bureaucratie daar nog steeds stond. We zagen dat Coca-Cola was vertrokken en dat Pepsi-Cola haar plaats had ingenomen - ziet er anders uit, maar smaakt hetzelfde. Daarom is er geen enkele reden om te vrezen dat we op een goede dag uit bed stappen en moeten constateren dat de beschaving door anarchisten is vernietigd. Deze mythe komt juist voort uit de koker van de staat, hiermee maakt ze het publiek bang voor effectieve actie.

Is er dan geen enkele rol meer weggelegd voor centralistische organisaties? Jawel. Ze kunnen informatie verspreiden, rekruteren en trainen en geconsulteerd worden door de autoritaire instituties als die zichzelf op de een of andere manier willen hervormen. Maar wat ze vooral moeten doen, is hun handen af houden van directe actie. Laat de confrontatie over aan de cellen.

Het infiltreren van cellulaire activiteiten is heel moeilijk, in tegenstelling tot het infiltreren van gecentraliseerde structuren. (Hiermee willen we niet zeggen dat het moeilijk is cellen in de gaten te houden, maar hoe meer cellen er komen hoe moeilijker het wordt.) Indien cellen er in slagen hun activiteiten geheim te houden en er genoeg cellen komen en deze effectief zijn kan de autoritaire macht worden aangevallen.

De fundamentele strategie voor het verzet blijft hetzelfde: eigen je autoritaire middelen toe en keer ze tegen zichzelf. Wil deze strategie betekenis krijgen, dan moet het verzet zich evenals de macht terugtrekken uit de straten. Als lokatie en apparaat voor verzet moet cyberspace nog gerealiseerd worden. Het is nu het moment om een nieuw model van verzetspraktijken in beweging te zetten.

Critical Art Ensemble

Dit essay is een verkorte en bewerkte vertaling van Electronic Civil Disobedience, welke was geschreven als onderdeel van een video-installatie op de Anti-work Show op Printed matter at Dia in het voorjaar van 1994. Het is ook opgenomen in de bundel Electronic Cicil Disobedience and Other Unpopular Ideas, Critical Art Ensemble, Autonomedia, New York 1996.

[kader]

Elektronische wapens

Het politieke verzet is de mogelijkheden van Elektronische Burgerlijke Ongehoorzaamheid aan het ontdekken. Een van de bewegingen waarin dit het duidelijkst is, is de Zapatista-solidariteitsbeweging. Volgens Stefan Wray, die voor het Earth First! journal een artikel schreef over de mogelijkheden van Elektronische Burgerlijke Ongehoorzaamheid, is het succes van de Zapatistas mede te danken aan de elektronische verspreiding van hun communiqués en het internationale netwerk van solidariteit- en verzetsgroepen dat vooral via Internet met elkaar verbonden is.

Volgend op het bloedbad in Chiapas, december vorig jaar, waarbij 45 mensen om het leven kwamen, waren er niet alleen in diverse landen grote protestdemonstraties, maar werd er ook oproepen voor acties in cyberspace. Veel mensen zenden protest e-mails naar zorgvuldig uitgekozen e-mail doelen als Mexicaanse ambassades, overheidsinstellingen en bedrijven. Daarbij ging het vooral om de inhoud van de e-mail, maar ook om te proberen zoveel e-mails naar een adres te sturen dat dit het systeem van een bepaalde organisatie zou overbelasten.

Januari jl. lanceerde de Anonymous Digital Coalition een plan voor virtuele sit-ins op vijf web-sites van in Mexico City gehuisveste financiële bedrijven. De bedoeling was dat zoveel mogelijk mensen om 10 uur 's ochtends hun Internet browser zouden gebruiken om herhaaldelijk de webpagina's van deze financiële instituten binnen te halen. Als veel mensen tegelijkertijd een verzoek tot het opnieuw laden van een webpagina doen kan dit effectief de toegang van anderen tot die webpagina blokkeren. De webpagina wordt dan overladen met verzoeken en niemand kan er meer bij.

Deze methode vereist slechts dat je om de paar seconden een toets op je toetsenbord indrukt of een klik op de muis geeft. Inmiddels is er echter ook software ontwikkeld waardoor deze handeling automatisch wordt verricht, zogenaamde pingpong-machines. Dit zijn kleine geloepde programma's die dezelfde handelingen voortdurend herhalen. Het ping-pongen van een site die weinig bezocht wordt heeft waarschijnlijk nauwelijks effect. Maar het ping-pongen en aldus blokkeren van een druk bezochte site die 'nuttige' informatie bevat kan een grote chaos veroorzaken.

Een ander middel is de offshore spam machine, een format-gestuurde webpagina in een ander land dat een gebruiker in staat stelt automatisch gigantische hoeveelheden e-mails naar een adres te sturen, waardoor het verstopt raakt. Het enige probleem is dat, wanneer zo'n bedrijf of instelling erachter komt dat men het doelwit is van zo'n actie, barrières op kan gaan werpen.

Naast middelen om toegangswegen te blokkeren zijn er ook 'intelligente agenten' of spinnen die razendsnel een website binnen kunnen dringen op zoek naar ter zake doende informatie, om vervolgens weer razendsnel te verdwijnen. Ook zijn er  'spinnen' die juist tergend langzaam zo'n webpagina doorlopen met het doel deze te verstoren.

Helemaal ongevaarlijk is dit alles niets. Het sturen van e-mails waarin je protesteert tegen het een en ander is niet strafbaar. Maar als je dit doet om  chaos te veroorzaken of de boel te saboteren wordt het een andere zaak. Dan doe je er verstandig aan je identiteit geheim te houden en geen sporen na te laten. Je kunt bijvoorbeeld meerdere e-mail adressen nemen op een gefingeerde naam.

Meer informatie over Electronic Civil Disobedience vind je op http://www.nyu.edu/projects/wray.oecd.html

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1998