|
Naar archief
Nieuwe speurderswet is brandhout Observeren, volgen, infiltreren, inbreken, brieven openen, hacken, aftappen, gegevens opvragen, in de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten mag het allemaal. Speurders krijgen meer bevoegdheden, terwijl de controle op hun praktijken minder wordt. De burger staat vrijwel met lege handen. Op 16 juni 1994 werd er een barstje geschoten in de dikke muren van het bolwerk van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Door een uitspraak van de Raad van State bleek het mogelijk om, onder voorwaarden, inzage te krijgen in gegevens die de BVD verzameld had. Dit had verstrekkende gevolgen. De uitspraak van de Raad van State was namelijk gebaseerd op een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) uit 1993 welke strenge eisen stelde aan wetgeving op het gebied van bevoegdheden van inlichtingendiensten en op het gebied van controle op deze bevoegdheden. Hierdoor was het voor inlichtingendiensten onmogelijk geworden om verder ongecontroleerd hun gang te gaan, zoals de praktijk tot op dat moment was. Toen de eerste paniek enigszins weggeëbd was, besloot de regering tot een korte periode van bezinning. Deze bezinning leidde uiteindelijk tot de beslissing om een nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) te schrijven. Het wetsontwerp is nu klaar en in de eerste week van april aan de Tweede Kamer gestuurd, waar het waarschijnlijk aan het einde van 1998 of het begin van 1999 besproken zal worden. De nieuwe WIV is een wonderlijke wet. In vergelijking met de oude WIV komt de Nederlandse burger er beroerd van af. De bevoegdheden voor de BVD en MID worden stevig opgerekt, terwijl de controle op de praktijken van de diensten flink terug wordt geschroefd. Verder wordt het de burger praktisch onmogelijk gemaakt zich op een serieuze manier te verzetten tegen onrechtmatig handelen van de inlichtingendiensten. Volgens Roger Vleugels van de Vereniging Voorkom Vernietiging (VVV), die probeert te voorkomen dat archieven van de Nederlandse Inlichtingendiensten worden vernietigd en inzage in deze archieven wil bewerkstelligen, komen er in de WIV drie lijnen samen. ,,Ten eerste is het een reparatiewet'', aldus Roger. ,,De oude wet was lek geprikt door het EHRM. Het Europese Hof wilde een duidelijke wettelijke regeling waarin heel precies staat wanneer Inlichtingendiensten welke bevoegdheden mogen gebruiken. Ten tweede is het een reactie op de Commissie Van Traa. Van Traa wilde dat opsporingsbevoegdheden op een duidelijke manier wettelijk geregeld worden en deed ook een aantal aanbevelingen ten aanzien van de inlichtingendiensten. Ten derde zagen de BVD en de MID hun kans schoon en dachten "Als er toch een nieuwe wet komt dan gaan we een tandje offensiever zitten".'' Wijzigingen Wat verandert er zo al met de nieuwe wet? Het meest in het oog springt de naamsverandering: BVD en MID verdwijnen en worden omgedoopt in Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Deze naamswijziging is bedoeld om de vlag de lading te laten dekken: de Binnenlandse Veiligheidsdienst is niet alleen een veiligheidsdienst maar ook een inlichtingendienst en voor de Militaire Inlichtingendienst geldt dit precies andersom. De meest ingrijpende verandering van de WIV is dat de uitstraling en beschrijving van bevoegdheden veel agressiever is dan voorheen. De AIVD moet een dienst worden die midden in de maatschappij staat en daar ook een duidelijk sturende invloed op gaan hebben. In zekere zin is dit een formalisering van de huidige praktijk. Anderszins worden een aantal wettelijke beperkingen op de bevoegdheden van de BVD en met name de MID geschrapt. De taakstelling beperkt zich niet langer tot het in de gaten houden van groepen, personen en ontwikkelingen die een gevaar zijn voor de Nederlandse staat. In de nieuwe WIV wordt veel nadrukkelijker ruimte gemaakt voor het ingrijpen door de diensten, bijvoorbeeld om aan geconstateerde bedreigingen van de staat het hoofd te bieden. Verder wordt de samenwerking met politie en justitie geregeld. De afgelopen jaren bleek dit altijd een bron van ruzie en ergernissen. De BVD zat op allerlei informatie die justitie wilde hebben om een zaak rond te kunnen maken, terwijl de BVD deze informatie niet wilde geven, omdat anders mogelijk haar eigen activiteiten schade opliepen. Zo liepen onder andere de RaRa-zaak en meer recent de Duitse zaak tegen Alan C. stuk. In de nieuwe WIV wordt nu formeel geregeld dat de AIVD een aanspreekpunt bij justitie krijgt waar de dienst melding kan maken van strafbare feiten die zij tegen zijn gekomen tijdens het doen van onderzoek. Bovendien regelt de wet wanneer de inlichtingendiensten tot melding van strafbare feiten overgaan. Overigens bestaat er momenteel al een dergelijk aanspreekpunt in de persoon van de landelijke hoofdofficier van justitie voor de inlichtingendiensten, maar krijgt dit aanspreekpunt hiermee een wettelijke basis. Volgens Roger Vleugels zal er echter op dit gebied in de praktijk niet veel veranderen: ,,Ik denk dat deze regeling met justitie en politie een farce is. Een geheime dienst is nu eenmaal een geheime dienst en die zal blijven rotzooien. Dit is een soort schijnnetheid die in werkelijkheid tot niks zal leiden.'' Bevoegdheden Met de nieuwe WIV verandert er het één en ander in de bevoegdheden van de inlichtingendiensten. Met name de MIVD krijgt er een flink aantal bevoegdheden bij en wordt wat dit betreft gelijk getrokken met de AIVD. Het is opmerkelijk dat met name dit deel van de WIV geheel door de inlichtingendiensten lijkt ingefluisterd. Zo wordt het mogelijk voor de diensten om het briefgeheim te schenden (dat is hen nu nog verboden) met als excuus dat het vreemd is dat ze geen brieven mogen openen, maar wel e-mail mogen lezen. Verder was er voor bijvoorbeeld een telefoontap altijd toestemming nodig van drie ministers. Dat wordt nu teruggebracht tot toestemming van één minister, waarmee de minimale controle nog minimaler wordt. Overigens lijkt het dat, gevolg gevend aan de uitspraak van het Europese Hof, in deze wet de bevoegdheden van de inlichtingendiensten duidelijk zijn geregeld. Niets is echter minder waar. In elk hoofdstukje zitten achterdeurtjes, valkuilen en uiterst vage omschrijvingen. Volgens Roger Vleugels heeft het weinig zin cynisch te worden over bevoegdheden van de wet: ,,Het is gewoon sanctioneren van wat al lang de praktijk is. Als je het zo op papier zet, ziet het er toch een beetje vreemd uit. Het vreemde zit hem echter niet zozeer in de verregaande bevoegdheden zelf, maar dat ze heel vaak geformuleerd worden los van situaties waarin ze toegepast mogen worden of met een zeer vaag verband. Dat lijkt mij strijdig met het EVRM, want dat regelt heel precies wanneer je welke bevoegdheid mag gebruiken. Dat zit hier niet in, in deze wet staat: wij mogen alles.'' Wat mogen zij zoal volgens de nieuwe wet? De diensten mogen ons observeren en volgen. Op straat mag dit met toestemming van een willekeurige ambtenaar van de betreffende dienst, binnen woningen moet er toestemming komen van één minister. Agenten van inlichtingendiensten mogen zonder verdere controle valse identiteiten aannemen en met valse papieren door het leven gaan om goed te kunnen infiltreren. Deze infiltranten mogen bovendien strafbare feiten plegen en zullen hiervoor niet gestraft worden. Er wordt in de wet geen beperking gesteld aan de te plegen misdaden, in principe mag de agent dus alles. Als excuus wordt aangevoerd dat een infiltrant anders te testen zou zijn: wanneer hij volgens de wet geen moord mag plegen, dan wordt hij er op uitgestuurd om wel een moord te plegen. Als hij vervolgens weigert zou ontmaskering plaatsvinden. Dit is op zijn zachtst gezegd een zeer eenzijdig scenario. Bovendien lijkt de wet op deze manier postuum de IRT-affaire te legitimeren. Hierbij gingen diverse politie-infiltranten en informanten ver over de schreef. De infiltrant is bovendien niet alleen een informatie-verzamelaar. Hij kan ook maatregelen nemen ter bescherming van "door de betrokken dienst te behartigen belangen". Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan het kapotmaken van een organisatie door onderlinge ruzies te creëren of te bevorderen. Inlichtingendiensten mogen inbreken in woningen, maar moeten hier wel ministeriële toestemming voor hebben. Hier geldt echter een aantal uitzonderingen op: voor het aanbrengen van afluister- of video-apparatuur en peilzenders is geen toestemming nodig. Ook niet om de woning te doorzoeken, om een computer te doorzoeken of om communicatieapparatuur te onderzoeken. Het zal niemand ontgaan dat hiermee praktisch alle redenen om een woning binnen te dringen opgesomd zijn, en dat er in de praktijk dus nauwelijks verdere toestemming voor inbraak nodig is. Grondwetswijziging Zoals gezegd is het briefgeheim ook niet meer heilig in de WIV. Tot nu toe mochten inlichtingendiensten alles met een brief, behalve hem open maken. Alleen door een brief letterlijk door te lichten kon men kennis nemen van de inhoud. Wanneer de WIV wordt aangenomen mogen de inlichtingendiensten brieven wel open maken, mits zij toestemming hebben van de rechtbank in Den Haag. Deze rechtbank heeft hierover vanzelfsprekend geheimhoudingsplicht. Maar zelfs deze geringe externe controle is al te veel gevraagd, want in het Memorie van Toelichting op de WIV wordt al een wetswijziging aangekondigd, waarmee alleen nog formele toestemming van een minister nodig zal zijn om een brief te openen. Daarvoor moet een Grondwetswijziging komen, die momenteel al in behandeling is. Volgens Roger Vleugels is dit de wereld op zijn kop: ,,volkomen belachelijk. Ik heb echter een beetje de indruk dat het een ingebakken wisselgeld is, een bliksemafleider. De Tweede Kamer kan hier kritiek op geven en het wordt eruit gehaald, terwijl de rest van de WIV geruisloos wordt geaccepteerd.'' De diensten mogen computers hacken om toegang te krijgen tot opgeslagen informatie of bijvoorbeeld om het versleutelen van gegevens tegen te gaan. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan het installeren van 'geheime' programma's, die een gebruiker niet ziet, maar die ondertussen allerlei gegevens, zoals wachtwoorden, doorgeven aan de geheime dienst. Geheime diensten mogen alle communicatie aftappen en opnemen. Dus zowel telefoongesprekken als gesprekken in de kroeg mogen op tape gezet worden. Hiervoor is toestemming nodig van één minister. De inlichtingendiensten mogen alle communicatie die door de ether loopt opnemen. Om iets aan deze enorme baal gegevens te hebben, moeten de bruikbare gegevens eruit gefilterd worden. Voor selectie van deze gegevens (op verzender of ontvanger, op inhoud of op bijvoorbeeld telefoonnummer) is toestemming nodig van een minister. Verder kunnen inlichtingendiensten gegevens opvragen over wie er met wie heeft gebeld, of op wiens naam een telefoonnummer staat. Een opmerkelijk stukje wetgeving betreft het artikel over het toepassen van bevoegdheden die nog niet bij wet zijn geregeld. Wanneer de inlichtingendienst een nieuwe manier van onderzoek bedenkt, moet zij hier toestemming voor krijgen van het parlement. In de WIV is nu opgenomen dat deze toestemming achteraf gegeven wordt. De Tweede Kamercommissie voor de Inlichtingendiensten (bestaand uit de fractievoorzitters van de vier grootste partijen) wordt pas achteraf op de hoogte gesteld dat deze nieuw bevoegdheid gebruikt is. Wel moet de minister toestemming geven voor het inzetten van deze nieuwe bevoegdheid. Binnen welke termijn er melding gemaakt moet worden van deze nieuwe bevoegdheid staat nergens vermeld. Er wordt uitsluitend geregeld dat na een jaar een begin gemaakt moet worden met wetgeving, die deze nieuwe bevoegdheid moet legaliseren. Inlichtingendiensten hebben met deze wet in de hand dus een jaar de tijd om sneaky een bevoegdheid toe te passen, waarvan zij vermoeden dat deze niet door het parlement geaccepteerd zal worden. Inzage Eén van de aanleidingen om de nieuwe WIV te schrijven, was de uitspraak van de Raad van State in 1994. Hierdoor werd in beperkte mate inzage mogelijk in je eigen BVD-dossier. De WIV volgt in grote lijnen de huidige praktijk zoals die er nu na een aantal gerechtelijke uitspraken ligt. Er moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan wil je inzage krijgen in je eigen dossier. Zo moeten verstrekte gegevens meer dan vijf jaar oud zijn en mag over de aanvrager binnen de afgelopen vijf jaar geen nieuwe informatie zijn geregistreerd over het onderwerp waarover inzage wordt gevraagd. Ook mogen de gegevens niet relevant meer zijn voor enig lopend onderzoek en moeten de bronnen en de werkwijze van de dienst geheim blijven. Verder kan er nog geweigerd worden inzage te geven als zich één van de vele weigergronden van de Wet Openbaarheid (WOB) van bestuur voordoet. Mochten al deze horden zijn genomen en je recht op inzage krijgen dan doet zich een unicum in de Nederlandse wetgeving voor. Je mag je dossier inzien, maar niet meer dan dat: je krijgt een tafel en je dossier, maar je mag niets kopiëren, overschrijven, opnemen of fotograferen. Verder mag je je niet bij laten staan door een raadsman. Waarschijnlijk is dit één van de vele punten waarop de WIV uiteindelijk afgekeurd zal worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, want bijstand door een raadsman is een grondrecht. Volgens Roger Vleugels is het duidelijk dat men bij het schrijven van dit deel van de wet de Vereniging Voorkom Vernietiging (VVV) in gedachten had. ,,Er mag geen schaduwarchief komen, er mogen geen pogingen gedaan worden door inzage in deeltjes van het archief een beeld van het geheel te krijgen en er mag niemand mee tijdens je inzage. Alleen het woord VVV ontbreekt nog. Wel grappig dat zo'n kleine vereniging het schopt tot een pagina in het Memorie van Toelichting op de nieuwe WIV. Het is natuurlijk een waanzinnige verslechtering, maar mogelijk is dit een tweede punt waarop het parlement zal ingrijpen en de regering zal dwingen de bestaande rechtspraktijk te accepteren. Er moet inzage- en kopierecht komen en een normale rechtsgang met normale rechtsbijstand door een zelf te kiezen raadsman om te kunnen interpreteren wat er in je dossier staat'', aldus Roger. Naast inzage in je eigen dossier was het voor journalisten en historici vanaf 1994 ook mogelijk om inzage te krijgen in historisch opzicht belangrijke dossiers. In 1995 werd deze inzagemogelijkheid echter afgesloten door de Raad van State: eerst moest er een deugdelijke regeling komen. De nieuwe WIV handhaaft de blokkade van 1995 echter en maakt daarmee inzage door journalisten en historici onmogelijk. Roger Vleugels: ,,Ik was enigszins verbaasd. Ik had verwacht dat de derde-inzage beter geregeld zou worden, maar de wet neemt het arrest letterlijk over. Dat is heel vreemd en wat erger is: het gaat hier om politiek-historisch onderzoek en dat wordt hiermee onmogelijk. Ik hoop dat de kamerleden daarop willen aanslaan.'' Een ander punt dat waarschijnlijk af zal ketsen bij toetsing door de rechter is de manier waarop het klachtrecht is geregeld. Door het Europese Hof is vastgesteld dat een instantie, die klachten over geheime diensten onderzoekt, een sanctiebevoegdheid moet hebben. Met andere woorden: de beklaagde inlichtingendienst moet door de onderzoeker van de klacht gedwongen kunnen worden om te luisteren. Daarnaast moet de klager in hoger beroep kunnen gaan. In de nieuwe WIV wordt de Nationale Ombudsman (NOM) aangewezen als instantie die de klachten over de AIVD en MIVD moet gaan onderzoeken. De NOM kan wettelijk gezien echter niks anders doen dan een klacht onderzoeken en zijn mening over het gebeurde geven. Een beklaagde instantie kan deze uitslag vervolgens volledig naast zich neerleggen. Bovendien kan je, als klager, geen hoger beroep aantekenen, wanneer je het niet eens bent met de beslissing van de NOM. Nieuwe Instituties Naast allerlei nieuwe bevoegdheden komt er door de nieuwe WIV ook een flinke verandering in het ambtelijk apparaat. Door het invoeren van een aantal nieuwe functies, moeten de inlichtingendiensten de toetssteen van het Europese Hof van de Rechten van de Mens gaan doorstaan. Allereerst komt er een Commissie van Toezicht. Deze commissie moet de AIVD en de MIVD gaan controleren. Zij moet bekijken of zij zich aan de wet houden en of zij hun werk goed doen. De Commissie zal echter uitsluitend achteraf kunnen controleren. Roger Vleugels: ,,De toezichtcommissie is uitgekleed. Het zou in het oorspronkelijke wetsontwerp een rechtscollege zijn dat aan de uitspraak van het Europese Hof zou voldoen. Het is nu een raar soort inspectiecommissie geworden. Kamerleden leggen dit helaas positief uit: "het is een onafhankelijk orgaan dat bij de inlichtingendiensten ter plekke gaat kijken. Dat is beter, want onze fractievoorzitters hebben geen tijd". In werkelijkheid is die hele commissie een scherm, een buffer tussen de inlichtingendienst en de parlementaire controle.'' Verder wordt de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ingevoerd. Deze functie wordt momenteel bekleed door de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, maar krijgt hiermee een wettelijke status. Deze wordt een soort spin in het web. Hij bereidt de ministeriële vergaderingen over de inlichtingendiensten voor, coördineert de taken van de diensten en is de voorzitter van het Comité Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CIVIN). De CIVIN is de ambtelijke laag tussen de inlichtingendiensten en de regering. Politiek Om deze vergaande maatregels door de parlementaire strot te duwen is een uitgebreide lobby aan de gang. In de afgelopen jaren heeft met name de BVD flink zijn best gedaan om het parlement de stuipen op het lijf te jagen. Volgens de jaarverslagen van de dienst is er steeds weer sprake van allerlei nieuwe bedreigingen van ons staatsbestel. Zo zou er in 1996 zelfs nog sprake zijn geweest van de dreiging van een heuse RaRa-aanslag. Verder is de relatie met het buitenland een terugkerend thema in de hele WIV. De samenwerking met buitenlandse 'zusterdiensten' wordt te pas en te onpas aangevoerd om allerlei maatregelen te vergoelijken. Wanneer er meer controle zou plaatsvinden vanuit de maatschappij zullen, volgens de regering, buitenlandse diensten niet verder samen willen werken. Een ander excuus voor het doorvoeren van veel maatregelen is de noodzaak tot bronbescherming. In de Memorie van Toelichting op de WIV wordt gesteld dat "de verplichting tot bronbescherming niet verder dient te strekken dan strikt noodzakelijk is". Deze opmerking is een holle frase, aangezien in de rest van de wet de bronbescherming van de diensten als excuus wordt gebruikt voor het weigeren van elke vorm van echte controle en om inzage in dossiers te voorkomen. Je zou zeggen dat niemand in dit soort onzin trapt om een dergelijk verregaande wet te accepteren. Roger Vleugels: ,,Nu dé vijand weg is, moeten inlichtingendiensten toch wat verzinnen. Ze kunnen enorme onzin ophangen, zo veilig voelen ze zich. Er is nooit, ook niet na de val van het communisme, een discussie gevoerd om de BVD bijvoorbeeld te halveren. In tegenstelling tot wat je zou verwachten ziet de PvdA het terrorisme als reële dreiging en vindt GroenLinks ook dat politiek-gewelddadig terrorisme (waar volgens de BVD ook RaRa onder valt) een taak is voor de BVD.'' Tot nu toe heeft de Tweede Kamer amper gereageerd op de nieuwe WIV. Volgens Roger heeft dat er enerzijds mee te maken dat ze het in grote lijnen wel zien zitten en anderzijds dat ze weten dat het deze zittingsperiode niet behandeld wordt. ,,Ik denk dat er uitsluitend kritiek komt op details: op een aantal punten van die bevoegdheden, zoals het briefgeheim, op de inzage. De kern van de wet, de offensievere rol van de inlichtingendiensten en het veel breder opeisen van bevoegdheden zonder die te koppelen aan dreigingen, zullen ze echter klakkeloos accepteren. Dit komt enerzijds omdat de hele materie gewoon te moeilijk is voor de dames en heren parlementariërs. Verder zijn er natuurlijk partijpolitieke overwegingen: partijen die zich profileren op inlichtingendiensten verliezen stemmen. Dit zie je zelfs bij GroenLinks. Partijwoordvoerders zijn vaak kamerleden van het tweede garnituur, die bovendien vanuit hun eigen partij een maximale spreektijd krijgen opgelegd, omdat men zich anders te veel profileert op dit onderwerp.'' Het is dus niet waarschijnlijk dat er vanuit de politiek veel verzet tegen de nieuwe WIV te verwachten is. Maar ook vanuit de maatschappij lijkt er weinig protest te verwachten. In een aantal landen worden vergelijkbare discussies over de bevoegdheden van politie en inlichtingendiensten gevoerd. Dit leidt daar tot verhitte maatschappelijke en politieke discussies. In Duitsland en de Verenigde Staten hebben bijvoorbeeld onlangs voorstellen om tot een liberalere aftapwetgeving te komen, schipbreuk gelden. Vergelijkbare aftapwetgeving is in Nederland afgelopen maand zonder enig protest geaccepteerd onder druk van de politie- en inlichtingenlobby. De VVV zal in ieder geval proberen de politiek te bespelen. Roger Vleugels: ,,De VVV heeft een schriftelijke reactie gestuurd, maar is bewust nog niet aan het lobbyen. Na de verkiezingen zal een aantal partij-woordvoerders op dit terrein zeer waarschijnlijk niet terug komen. Ik ga eerst maar eens kennismakingsgesprekken voeren met de nieuwe woordvoerders.'' Verder zal de VVV de gang naar de rechter maken: ,,Het is heel opvallend dat de rechtszekerheid verslechtert, het lijkt alsof degenen die deze wet geschreven hebben gewoon hebben zitten slapen. In huidige wet kan je niet via de rechter over de BVD klagen. Het Europese Hof zegt dat dit wel in een wet geregeld moet worden, maar het komt er weer niet in. Die zaak wordt dus sowieso weer gewonnen bij het Europese Hof. Dat is een proces dat de VVV zeker gaat voeren. Ik begrijp niet dat de burger zo in de kou gezet wordt. Het lijkt allemaal erg dom. Maar mogelijk zit er machtspolitiek achter die er vanuit gaat dat kamerleden niet verder lezen dan halverwege de inleiding. In de inleiding lijkt de nieuwe WIV namelijk rozengeur en maneschijn. De rest van de WIV is brandhout.'' Buro Jansen & Janssen Naar boven Naar Jaargang 1998 |