- Home
- Archief
- 1998

Uit: Ravage #262 van 26 juni 1998

Anders Denken

'De utopie is allang geen blauwdruk meer'

Komende maand vindt er in Amsterdam een conferentie plaats over utopische gemeenschappen en duurzaamheid. Drie dagen lang wordt er middels lezingen, werkgroepen, presentaties en video's een beeld geschetst van hedendaags utopisme in theorie en praktijk. Toeval of niet, maar aan de vooravond van de conferentie waait er een stevige anti-utopische wind door Nederland.

Op het kleine kamertje in de faculteit Politieke, Sociale en Culturele Wetenschappen in hartje Amsterdam is het een prettige chaos. Stapels papieren, computers, notities en pakjes shag slingeren overal rond en voordat Saskia Poldervaart zich los kan rukken om mij iets meer te vertellen over de conferentie, moeten nog snel even wat laatste notities, telefoongesprekken en andere regeldingen worden afgehandeld. Pas als we ons beneden in het Atrium achter een kop koffie hebben genesteld, komt ze tot rust. ,,Als ik had geweten dat het zoveel werk zou zijn, had ik het nooit gedaan'', zo verzucht ze.

De organisatie van deze zesde conferentie van de International Communal Studies Association (ICSA) is haar ook min of meer in de schoenen geschoven. Op voorgaande conferenties deed ze nogal vaak haar mond open en toen heeft men besloten dat zij maar voorzitter moest worden van de ICSA, een wereldwijd netwerk van mensen die zich bezig houden met het bestuderen van en informatie uitwisselen over utopische gemeenschappen. Wellicht dat Poldervaarts voorzitterschap en de conferentie zelf ervoor zullen zorgen dat er in ons land wat meer belangstelling komt voor utopische studies.

Tevreden

Dat dit geen kwaad kan, blijkt uit de recente publicatie van twee boeken waarin door de auteurs wordt afgerekend met het utopisch denken. De meeste aandacht ging uit naar het boek De erfenis van de utopie van de filosoof Hans Achterhuis. Deze voormalige Mao adapt meent nu dat er heel goed in de kapitalistische samenleving te leven valt. "Ik heb me gerealiseerd dat ik vrij tevreden ben over de moderne samenleving. Er valt nog veel te verbeteren, maar ik ben op geen enkele manier nostalgisch naar een andere samenleving. Deels dankzij utopieŽn zijn er nu genoeg ideeŽn over rechtvaardigheid. Tegen hoge inkomens en optiewinsten kun je je verzetten vanuit simpele fatsoenregels. Ik zou niet weten waarom je daar een utopie voor nodig zou hebben", zo stelt Achterhuis in een interview in de Groene Amsterdammer. Onze samenleving is af, maar nog niet perfect. Zo lijkt Achterhuis de common sense onder linkse intellectuelen te verwoorden.

In een discussie in Utrecht georganiseerd door Filosofie Magazine wordt Achterhuis voor de voeten geworpen dat je misschien kunt zeggen dat we het hier in het westen allemaal goed voor elkaar hebben, maar dat je dat zeker niet kunt zeggen voor de rest van de wereld. Achterhuis beaamt dat, maar benadrukt dat utopieŽn daar ook niks aan kunnen veranderen, bijvoorbeeld aan de situatie in JoegoslaviŽ, of Irak. Alleen kleine pragmatische stapjes hebben zin. Toch opmerkelijk voor iemand die in de jaren '60 nog met Sartre van mening was dat je bereid moest zijn vuile handen te maken en desnoods tienduizend doden moet accepteren als het gaat om een nieuwe samenleving. Nu verwerpt hij echter utopieŽn, onder meer omdat ze tot geweld zouden leiden.

Volgens Saskia Poldervaart blijkt hieruit dat Achterhuis zich helemaal niet in het utopisme heeft verdiept: ,,De utopisch socialisten bijvoorbeeld waren juist radicaal tegen geweld. Toen in 1834 fabrieksarbeiders in Frankrijk het met de politie aan de stok kregen, probeerden de utopisch socialisten hen met gevaar voor eigen leven tegen te houden. De arbeiders zouden alleen maar nodeloos in elkaar geslagen worden door de politie, volgens de utopisch socialisten had dat geen enkele zin.''

Achterhuis had dit kunnen weten omdat hij destijds de promotor was van Poldervaarts studie over de utopisch socialisten: ,,Toen was Achterhuis heel enthousiast over de utopisch socialisten. Ik begrijp dan ook niet wat hij met zijn nieuwe boek wil. Als Achterhuis zoiets in de jaren '60 had geschreven toen iedereen de overstap maakte naar het marxisme was het heel zinnig geweest, denk ik. Maar nu is het een soort achterhoedegevecht van een teleurgesteld iemand die ooit positief over Mao dacht en dat achteraf allemaal heel erg verschrikkelijk vond.''

Clichťs

Belangrijker dan deze politieke omwenteling van een vooraanstaand Nederlands filosoof, is dat in het boek van Achterhuis evenals in het onlangs verschenen De utopische verleiding van rechtspsycholoog Hans Crombag en rechtsfilosoof Frank van Dun alle gangbare clichťs over utopieŽn weer uit de kast worden gehaald. Poldervaart maakt zich hier al jaren kwaad over: ,,Er wordt altijd gezegd dat in utopieŽn het individu wordt opgeofferd aan de gemeenschap en het heden aan een toekomstige wereld, dat utopisten blauwdrukken geven van volmaakt geluk en een technocratische benadering hebben. Hieruit blijkt dat geen van de anti utopisten kennis heeft genomen van de ontwikkelingen binnen de utopische beweging. Ze hebben het ook alleen over de utopie als ontwerp. Maar de statische ontwerpen, zoals Thomas More's Utopia, werden maar tot ongeveer 1800 geschreven. Ze waren vooral bedoeld als maatschappijkritiek, niet om in de praktijk te brengen. Het idee van een maakbare samenleving bestond toen ook nog helemaal niet.''

De utopisch socialisten (1825 1850) zetten zich uitdrukkelijk af tegen de statische ontwerpen van de utopische traditie zoals die tot 1800 bestond. Bij hen is het streven naar een perfecte, alles beheersbare maatschappij volgens een vaststaand ontwerp verdwenen. Ze willen een geleidelijke verandering naar een betere samenleving, waarbij geweld en de revolutie wordt afgezworen.

Poldervaart: ,,De utopisch socialisten waren zich heel erg bewust van de historische bepaaldheid van idealen en het spanningsveld tussen individu en maatschappij. In hun ogen diende je ook rekening te houden met het historisch proces. Zij beseften ook dat de volgende generatie, die de utopie probeert te leven, daar haar eigen invulling aan wil geven.''

Een nieuwe breuk in het utopisme treedt op rond 1970 wanneer het besef doordringt dat een utopie niet meer voor de hele mensheid kan gelden. Dit hangt samen met het begin van het post modernisme, waarin een algemene kritiek op het universalistisch denken wordt geformuleerd. Er ontstond een nieuw genre utopieŽn met allerlei verbindingen met (feministische) science fiction, waarin ťťn persoon heel veel verschillende utopieŽn kan verzinnen. Poldervaart: ,,Het gaat hier meer om het aftasten van de mogelijkheden: als je dit bedenkt wat voor nadelen zitten daar dan aan. Als je dat bedenkt wat voor nadelen kom je dan tegen?''

Onder de auteurs van deze 'nieuwe' utopieŽn zoals Ursula LeGuin, Joanna Russ, Samuel Delaney, leeft ook niet meer het idee dat je met een boek de maatschappij kunt veranderen. Zij hebben geen ontwerp dat direct tot maatschappijverandering kan leiden; het is veel meer op het exploreren van andere mogelijkheden, andere manieren van denken gericht. ,,Allerlei vanzelfsprekendheden, met name over de sekseverhoudingen, worden in deze 'nieuwe utopieŽn' ter discussie gesteld. Delaney bedenkt in een van zijn boeken 40 seksen. Hierdoor gaan de tegenstelling tussen man vrouw, lichaam geest allemaal schuiven. Dat is moeilijk te denken, maar doe het maar is.''

Ideologie

Bij de anti-utopisten vind je van deze omwentelingen in de utopische traditie weinig tot niks terug. Ze doen nog steeds alsof het statische blauwdrukken zijn voor een andere maatschappij. Wellicht spelen hier politieke motieven mee. Andere politieke stromingen hebben zich altijd enorm afgezet tegen de utopisten. Marx bijvoorbeeld, wilde niets van de utopisch socialisten weten omdat ze geweld en revolutie afzworen en vonden dat de idealen in het hier en nu moesten worden geleefd.

Poldervaart kan zich nog goed herinneren hoe veel van de studentenleiders in de jaren '70, die eerst de vrije liefde en andere utopische idealen predikten, toen ze naar het marxisme overstapten bijna letterlijk de kritiek van Marx en Engels op de utopisch socialisten gingen herhalen. ,,Iemand als Roel van Duijn bijvoorbeeld kreeg het zwaar te verduren omdat hij geloofde dat je hier en nu al dingen kunt veranderen. De marxisten stelden dat eerst voor de revolutie gestreden moet worden voordat je je idealen kan leven. Ton Regtien, een van de studentenleiders van destijds noemt Roel van Duin een fascist, het ging niet bepaald vriendelijk.''

Maar niet alleen marxisten lagen met utopisten overhoop. Omdat binnen het utopisme ook de verlichtingsideeŽn over het rationele, autonome individu worden bekritiseerd, evenals het idee van de 'objectieve' wetenschap, zijn hun ideeŽn ook door liberalen en later de sociaal democratie fel bestreden. Volgens deze politieke stromingen gaat het om 'de' werkelijkheid en om 'feiten' die wetenschappelijk bewezen moeten kunnen worden. Nadenken over een andere mogelijke samenleving leidt slechts tot totalitarisme en reductie van de individuele vrijheid, de verbeelding is gevaarlijk, zo menen zij.

In de jaren '70 leek de verbeelding voor even aan de macht. Maar toen binnen links de marxisten het van de utopisten wonnen was dit snel voorbij. De marxisten van destijds hebben inmiddels carriŤre gemaakt en zich collectief tot de markteconomie en parlementaire democratie bekeerd. In deze vermeende post ideologische tijd is elk alternatief voor het kapitalisme verdacht.

Poldervaart kan zich erg opwinden over dat gezeur over het einde van de ideologieŽn. ,,Je kunt helemaal niet buiten een ideologie. Ik kan me wat dat betreft nog steeds vinden in de marxistische analyses van Gramsci en Althusser. Die stelden dat je altijd de ideeŽn overneemt van de cultuur of subcultuur waarin je opgroeit en leeft, dat kan niet anders. Je hebt altijd een bepaalde manier waarop je tegen de wereld aankijkt; dat kun je een ideologie noemen. Dat nu iedereen gelooft in het kapitalisme geeft eerder aan dat deze ideologie verschrikkelijk dominant is'', aldus Poldervaart.

Zo dominant dat ook linkse intellectuelen en politici in haar geloven en weinig oog hebben voor haar vernietigende werking. Juist daarom hebben we op dit moment de utopische verbeelding nodig om te laten zien dat er nog meer mogelijkheden van leven bestaan dan werken, consumeren en het kerngezin.

Woongroepen

Poldervaart is zelf onder meer om deze laatste reden in utopieŽn geÔnteresseerd geraakt. Ze was destijds op zoek naar de alternatieven die er door de geschiedenis heen voor het privť huishouden zijn gevonden.
Poldervaart: ,,Dan kom je al vrij snel bij de utopisten terecht. Die zijn immers altijd op zoek geweest naar andere vormen van samenleven. De utopisch socialisten wilden naast de economische ook de sekseverhoudingen diepgaand veranderen. Aan vrouwen en vrouwelijkheid kenden ze een centrale positie toe. Ook in de verschillende communes en woongroepen van de jaren '60 en '70 was veel aandacht voor de taakverdeling tussen man en vrouw.''

Een van de leuke dingen aan het organiseren van de conferentie is dat ze heeft ontdekt hoeveel alternatieve woon en leefvormen er in Nederland nog bestaan. ,,Er blijken zo'n 300 woon en werkprojecten te bestaan en alleen in Amsterdam al zijn er 3000 woongroepen, waaronder veel van ouderen. Op praktisch niveau gebeurd er ook heel veel: gemeenschappelijke tuinen; een ecologische wijk in Zutphen en andere plaatsen waar je het helemaal niet verwacht. Dat zijn toch allemaal initiatieven van mensen die het huisje, boompje beestje proberen te overstijgen. Er wordt nauwelijks ruchtbaarheid aan gegeven, dat vinden ze zelf waarschijnlijk ook niet zo belangrijk.''

Naast deze minder uitgesproken vormen zit er volgen Poldervaart in grote delen van de kraakbeweging en bepaalde delen van het anarchisme nog veel utopisme. ,,Vooral het anarchisme van de levenshouding vind ik heel utopisch en vaak ook heel vrolijk. Men wil niet zo erg aan vaste structuren gebonden zijn, en probeert in allerlei aspecten van het dagelijks leven een alternatief te formuleren en op poten te zetten. Je kunt daar ook deels in de 'dominante' maatschappij en deels in een alternatieve utopische maatschappij leven. Misschien houden mensen het daardoor ook wat langer vol.''

Tot haar spijt is het nauwelijks gelukt groepen uit deze hoek op de laatste dag van de conferentie, die in teken staat van Nederland, een presentatie te laten verzorgen. Wel zijn enkele woonwerkprojecten en woongroepen van ouderen waaronder een groep Surinaamse ouderen aanwezig en zal het Autonoom Centrum iets vertellen over hulp aan mensen zonder papieren. Een probleem is wellicht de toegangsprijs van de conferentie: fl. 250,- is geen kattenpis. Om mensen tegemoet te komen, kan de laatste dag waarop de 'Holland presentation' plaatsvindt apart worden bezocht, toegang fl. 75, . Ook de vier key lectures over Utopisme en postmodernisme, de Ecovillage Movement, Virtual communities en de situatie in Nederland zijn afzonderlijk te bezoeken en kosten slechts een tientje.

Freek Kallenberg

De conferentie Utopian Comminities and Sustainability vindt plaats van 7 t/m 9 juli in de Universiteit van Amsterdam. Voor meer info of als je je op wilt geven kun je schrijven naar Universiteit van Amsterdam, Saskia Poldervaart. O.Z. Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam: 020 5254405 spoldervaart@pscw.uva.nl
Er is ook een webpage waar je de diverse abstract voor het congres kunt vinden: http://www.uva.nl/uva/aktueel/congres/icsa.html

 

Naar boven
.