- Home
- Archief
- 1998

Uit: Ravage #261 van 12 juni 1998

Nederlands wapentuig voor India en Pakistan

Met de onlangs gehouden atoomproeven bereikte de wapenwedloop tussen India en Pakistaan een voorlopig hoogtepunt. De internationale gemeenschap toonde zich verontwaardigd, maar speelt als leverancier van wapens een belangrijke rol in de escalerende situatie in Zuid AziŽ. Ook Nederland verdiend bakken met geld aan deze klassieke wapenwedloop.

Al sinds de onafhankelijkheid in 1947 leven India en Pakistan in een sfeer van wederzijds wantrouwen, die af en toe bijzonder explosief kan zijn. Na drie oorlogen, met steeds het verscheurde Kasjmir als inzet, kunnen beide landen elkaar nog amper luchten of zien. De al bijna tien jaar durende (en mede door Pakistan gesteunde) burgeroorlog in het door India gecontroleerde deel van Kasjmir heeft de verhouding tussen beide landen eveneens weinig goed gedaan. Deze bijna vergeten oorlog heeft sinds het uitbreken in 1989 volgens voorzichtige schattingen meer dan 20 duizend mensen het leven gekost. De recente kernproeven van de twee landen heeft beider relatie naar een nieuw dieptepunt gebracht.

Ook India en China onderhouden bepaald geen warme banden; een groot deel van de grens tussen India en China staat voor ten minste een van beide ter discussie. Tijdens een korte oorlog in 1962, deelde China India een flink pak slaag uit. Kort voor de Indiase kernproeven gooide de pas aangetreden minister van Defensie nieuwe olie op het vuur door te stellen dat China een veel grotere bedreiging voor India is dan Pakistan.

Ondanks de weinig geruststellende geluiden die al sinds jaar en dag uit de regio komen stonden de kwestie Kasjmir en de veiligheidssituatie in Zuid AziŽ tot voor kort nooit hoog op de internationale agenda. Nu dit plotseling wel het geval is valt het te betwijfelen of dat iets uithaalt. India duldt geen bemoeienis van buitenaf en Pakistan wil juist alleen onder VN begeleiding over Kasjmir praten. Vanwege de betrokkenheid van China bij de spanningen ligt bemoeienis van buitenaf al helemaal niet voor de hand; de (handels)relaties tussen China en het westen trekken de laatste tijd juist weer aan. De 'internationale gemeenschap' lijkt kortom niet erg te springen om een actieve diplomatieke rol in de gecompliceerde verhoudingen in de regio te vervullen. Veel meer dan de ietwat hypocriete veroordelingen van de kernproeven door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (de enige 'erkende' kernwapenmachten) zit er voorlopig niet in. De VS staan met zijn sancties op het gebied van economische hulp en militaire leveranties binnen de Veiligheidsraad alleen. Alleen Japan, Zweden en Nederland troffen vergelijkbare maatregelen.

Atoomspionage

Met de kernproeven is ook de militaire opbouw van India en Pakistan in de belangstelling komen te staan. Wat opvalt is de invloedrijke rol die Nederland daarin speelt. Het is al langer bekend dat het huidige hoofd van het Pakistaanse kernwapenprogramma, Abdul Kadir Khan, als werknemer bij de ultracentrifugefabriek UCN in Almelo de hand wist te leggen op cruciale informatie over de productie van verrijkt uranium. Hij werd wegens atoomspionage in 1983 bij verstek tot vier jaar cel veroordeeld. Afgelopen week bleek dat Khan nog altijd goede banden onderhoudt met zijn oude atoomvriendjes. Twee bedrijven uit het Noordhollandse Sint Pancras hebben de afgelopen jaren vijf maal vergeefs pogingen ondernomen goederen voor het Pakistaanse atoomprogramma te exporteren.

Naast deze illegale zaakjes op nucleair gebied, konden andere Nederlandse wapenleveranties de afgelopen jaren zonder problemen en in alle openheid plaatsvinden. Al vele jaren behoren India en Pakistan tot de vijftien grootste wapenimporteurs ter wereld. Vooral India doet veel van haar militaire boodschappen in Nederland. Over de eerste helft van de jaren negentig was Nederland na Rusland en Groot BrittanniŽ (en vůůr de VS) de derde leverancier van wapens aan India. Het land is daarmee een klant die wordt gekoesterd. Tussen 1990 en 1997 verleende Nederland exportvergunningen ter waarde van ruim 212 miljoen gulden. Hoewel Pakistan een bestemming van iets minder financieel belang is, was het in diezelfde periode nog altijd goed voor orders ter waarde van bijna vijftig miljoen gulden. Hiermee nemen beide landen tezamen ruim 14 procent van de Nederlandse wapenexport naar niet NAVO landen voor hun rekening.

Een en ander staat in schril contrast met wat de Tweede Kamer wordt verteld. Het voorstel van CDA er Van Ardenne om op basis van de beleidscriteria geen wapens meer te leveren aan landen als bijvoorbeeld India en Pakistan bewoog minister Van Mierlo tot enkele sussende reacties. "Dat Nederland in het algemeen grote terughoudendheid betracht ten opzichte van leveringen aan India en Pakistan betekent, dat de aard van de gevraagde leveringen grondig wordt bekeken. De bepaald niet afnemende spanningen rond Kasjmir kunnen de komende jaren zeker effect hebben op het vergunningenbeleid." Op welke manier dat dan gevolgen zou hebben liet hij wijselijk in het midden. Van Mierlo lijkt echter bijzonder slecht geÔnformeerd. Wanneer nog geen halfjaar later de nieuwste cijfers bekend worden blijkt India in 1996 haar opdrachten aan de Nederlandse industrie juist explosief te hebben verhoogd. In een jaar tijd verleent Nederland exportvergunningen voor een bedrag nog hoger dan het totaal over de periode 1990 tot 1996.

Massavernietigingswapens

Grootste belanghebbende bij de export van wapens en technologie naar India is het Hengelose Hollandse Signaal Apparaten (HSA), dat al tientallen jaren nauwe contacten met het Indiase leger en de wapenindustrie onderhoudt. Het Indiase Bharat Electronics Ltd (BEL) werd bijvoorbeeld grotendeels met technologie van HSA opgezet. Pikant detail in het licht van de huidige ontwikkelingen is dat ditzelfde bedrijf voorkomt op een Amerikaanse lijst van buitenlandse bedrijven en instellingen die in staat worden geacht massavernietigingswapens of onderdelen ervan te ontwikkelen. Om die reden lanceerden de VS in 1997 een pakket exportbeperkende maatregelen die de overdracht van technologie aan onder andere BEL zou moeten blokkeren.

HSA haalde in de tweede helft van de jaren tachtig een grote order binnen van in totaal 252 Flycatchers voor de Indiase landmacht. De Flycatcher is een vuurleidingsradar voor kanonnen en geleide raketten tegen bijvoorbeeld vliegtuigen. Hiervoor wordt samengewerkt met Bharat Electronics, dat de Flycatcher in licentie produceert. Dit komt er grofweg op neer dat de meest geavanceerde elektronica in Nederland wordt geproduceerd, terwijl in dit geval BEL in India het systeem assembleert. Via BEL werd in 1995 voor tientallen miljoenen een vervolgorder van het Indiase leger in de wacht gesleept.
Een jaar later kwam alweer een grote order binnen. Ditmaal ging het om een ander radarsysteem voor de landmacht, de zogeheten Improved Reporter.

Ook Delft Instruments (DI) is in India een goede bekende. Deze specialist op het gebied van optische elektronica opereert eveneens in nauwe samenwerking met Bharat Electronics. De joint venture BE Delft Electronics produceert zogenoemde beeldversterkers. Samen met een Indiaas onderzoekslaboratorium ontwikkelt Delft Instruments vuurleidingsapparatuur voor de Arjun, Indiaas eerste zelfgebouwde tank. Duidelijk is al dat de tanks vooral aan de grens met Pakistan zullen worden opgesteld.
De Nederlandse wapenindustrie leunt in India dus zwaar op Bharat Electronics. Ondanks de Amerikaanse maatregelen maakt Nederland zich veel minder druk over BEL. De militaire industrie kan vrij ongestoord zijn gang gaan, gedekt door een minister van Buitenlandse Zaken die het parlement voorhoudt dat onze wapenhandel met India en Pakistan maar weinig om het lijf heeft.

Hulpprojecten

In 1990 kwam de betrokkenheid in het nieuws van het Nederlandse bedrijfsleven bij de leverantie van F 16 gevechtsvliegtuigen aan Pakistan. De toenmalige Indiase ambassadeur in Nederland oefende druk uit op de Nederlandse regering om te voorkomen dat zes door Fokker geassembleerde F 16's via het Amerikaanse bedrijf General Dynamics in Pakistan terecht zouden komen. Eerder waren al 39 F 16's geleverd, waaraan de Nederlandse industrie (met name Fokker en het toenmalige DAF Special Products) naar schatting minimaal twintig miljoen gulden verdiende. Nadat Pakistan zelf in 1993 in betalingsproblemen kwam, werd de order een jaar later definitief door de VS stopgezet omdat de Pakistaanse regering weigerde het kernwapenprogramma te stoppen.

Een van de meest omvangrijke transacties van de laatste jaren met Pakistan betrof de verkoop van de overtollig geworden Poolster. Dit bevoorradingsschip van de Nederlandse marine ging in 1994 voor 9,65 miljoen gulden over in Pakistaanse handen. Bevoorradingsschepen vervullen een spilfunctie in de maritieme logistiek, bijvoorbeeld door het bijtanken van gevechtsschepen en het aanvoeren van munitie. De Nederlandse marine is ook betrokken bij de opleiding van Pakistaans marinepersoneel voor zowel onderzeeŽrs als mijnenjagers.

Twee andere grote leveranties betreffen die van Stork Wšrtsilš Diesel en HSA. In het eerste geval gaat het om aandrijvings- en schokdempingssystemen voor drie Pakistaanse mijnenjagers, die door een Frans/Belgisch/Nederlands consortium zijn gebouwd. In het geval van HSA gaat het om zes radarsystemen voor Pakistaanse fregatten.

Ten slotte heeft Pakistan de afgelopen jaren ook het een en ander aan vliegend materieel in Nederland gekocht. In 1994 nam het voor naar schatting twee miljoen gulden vier Alouette helikopters over van de Nederlandse luchtmacht. Verder beschikt het leger over vijf Fokker F 27's, waarvan er drie na 1990 werden aangeschaft. Omdat ze onbewapend zijn geleverd, zijn deze leveranties waarschijnlijk nooit opgenomen in de Nederlandse wapenexportcijfers.

Tegelijkertijd is Nederland ook een van de grootste financiers van hulpprojecten in India. In 1995 besteedde Ontwikkelingssamenwerking ruim 221 miljoen gulden aan projecten in India.
Pakistan ontving dat jaar voor 57 miljoen aan Nederlandse steun. Gemiddeld vloeit hiervan jaarlijks dus ongeveer een zevende deel weer terug als betaling voor aangeschafte militaire apparatuur.

De internationale gemeenschap speelt als leverancier van wapens een belangrijke rol in de escalerende situatie in Zuid AziŽ, maar schuift haar verantwoordelijkheden van zich af. Terwijl in het gebied vijfhonderd miljoen mensen in absolute armoede leven en onderwijs en gezondheidszorg voor juist die mensen vaak een niet te veroorloven luxe is, verdienen wapenexporterende landen, Nederland voorop, bakken geld aan een klassieke wapenwedloop die grote sommen overheidsgeld opslokt die veel zinniger in sociale ontwikkeling gestoken zouden kunnen worden.

Frank Slijper

Frank Slijper is medewerker van AMOK Noord en co-auteur van het volgende week bij uitgeverij Papieren Tijger verschijnende boek 'De Nederlandse wapenhandel in de jaren '90' van het Platform Tegen Wapenhandel

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1998