|
Naar archief
Uit: Ravage #257 van 17 april 1998
Twintig jaar geleden, toen ik nogal wat Amerikaanse sociologie las, had ik het plan opgevat om zelf ook maar een boek te schrijven met als titel The Cost to the Individual. Het zou moeten gaan over de prijs die het individu moet betalen om deel uit te maken van allerlei vormen van gemeenschappen, vrijwillig of gedwongen. In dat licht gezien is het leven een lange reeks min of meer prettige aanpassingen aan de regels, cq de willekeur, van hogere machten. De prijs die betaald moet worden kan heel erg oplopen, tot het laten van het eigen leven toe (denk maar aan de 'dienstplicht'). Een van de meest eisende partijen in dit vaak onprettige stelsel van onderschikking is de staat, al is zij bij lange na niet de enige. De staat heeft voor het individu het relatieve voordeel dat het vanwege zijn vergaande formalisering althans enige hoop biedt op het herstellen van jegens het individu gepleegd onrecht. Ik durf dan ook te stellen dat je doorgaans meer kans maakt je gelijk te halen bij 'instanties' dan, om maar wat te noemen, binnen je eigen woongroep. De bekendste, maar helaas bij lange na niet de enige, persoon die het in Nederland bijzonder flink (en zeer langdurig) van de overheid te verduren heeft gekregen, en het daarbij gelukkig niet laat zitten, is de thans 72 jarige journalist Willem Oltmans. Zijn laatste boek over deze strijd, De Staat van Bedrog is het nauwgezet, en zo te zien behoorlijk objectieve verslag van de zoveelste aflevering van de never ending story van zijn strijd tegen de Staat der Nederlanden. Ooit aangezet door de totaal onambtelijke gedragingen die de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Luns zich tegenover dit individu meende te kunnen veroorloven 40 jaar geleden. Het verhaal moge bekend verondersteld worden en men kan De Staat van Bedrog rustig zonder deze kennis lezen. Men wordt dan meegenomen in een excursie naar het Land van Ongelooflijk Maar Waar op het gebied van politieke kleinzieligheid, ambtelijke miskleunen, bureaucratische sabotage en juridische muggenzifterij. Het geheel overgoten met een saus van klef gekonkel tussen personages die je absoluut niet aan je schoonmoeder zou willen voorstellen, maar die ondertussen wel salarissen trekken waarmee je in een klap alle daklozen van Amsterdam riant zou kunnen huisvesten. Maar het land waarheen de excursie vooral leidt is je eigen: Nederland. Het land van de regenten colleges die het pluche waarop hun voorvaderen in de schilderijen van de 17de eeuw hun collectieve kont hadden vastgeklonken, nimmer hebben verlaten (al was de twee componenten lijm toen nog niet uitgevonden). Het land ook waar het individu nimmer gelijk mag, kan, en zal hebben indien het het op een conflict met de bijkans theologisch boven hem geplaatste collectieven laat aankomen. Het voert wellicht iets te ver om verhandelingen over de calvinistische cultuur af te steken, maar de lectuur en de overdaad aan documentatie die Oltmans bij zijn betoog aansleept, is op dat gebied extreem onthullend. Over feiten wordt bijkans nooit gerept, over de modaliteiten van het conflict, en de nare gesteldheid van de persoon Oltmans des te meer. Met de uitspraak van Landsadvocaat Den Hertog: "Zoals Oltmans optreedt past niet binnen de Nederlandse verhoudingen." is in wezen alles gezegd. Feitelijk is de rest, en dan met name Oltmans gelijk, bijzaak. Geen wonder dat er in Nederland de uitdrukking "het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen*" bestaat, en dat dit als de normaalste zaak van de wereld wordt beschouwd. Wat mij betreft heeft Oltmans gelijk. Ter onze lering en van tijd tot tijd vermaak, heeft hij ook gelijk de strijd te voeren, al valt te betwijfelen of dat goed voor zijn gezondheid en zijn (subsidiair ons) zielenrust is. Een paar jaar geleden bood premier Lubbers, wellicht gerijpt en gelouterd door een iets te lang ministerschap, hem een genoegdoening aan, groot een ton (we zijn in Nederland). Misschien had hij het moeten accepteren, want het is waarschijnlijk het maximale wat binnen "de Nederlandse verhoudingen" te halen valt. De geste van Lubbers viel trouwens nauwelijks binnen de Nederlandse verhoudingen, maar valt meer uit te leggen als "Bourgondisch" dan wel "Rooms". Maar we zijn nu weer helemaal terug bij het vertrouwde. Oltmans procedeert zich suf, de staatsdienaren doen alsof hun neus bloedt, of lachen in hun vuistje. Het collectief wint, en Oltmans is toch vooreerst een querulant. Willem Oltmans is niet echt gezellig, en zijn boek ook niet. Maar als snelle inleiding in alles wat er echt niet deugd in dit bevreemdend bestel van ons, mengsel van corporate rule, geformaliseerde democratie en een ambtelijk apparaat dat al decennia out of control is (omdat het juist zo fantastisch functioneert binnen een op automatisch piloot opererende conspiratie van regenten) is het een prima aanrader. Patrice Riemens Willem Oltmans, De Staat van Bedrog, Papieren Tijger, 1997. Naar boven Naar Jaargang 1998 |