|
Naar archief
Uit: Ravage #257 van 17 april 1998
De expositie 'Kunst in beweging' is in een opwelling ontstaan, buiten het reguliere kunstcircuit van kruiwagens en tonnen geld om. Silvya, Pacquino, Patries en Mees hebben een gezonde afkeer van de consumptiemaatschappij gemeen. ,,Een goede kunstenaar weet wat er op straat leeft.'' Niet ontmoedigd door de maandelijkse ontruimingen worden er in Amsterdam nog regelmatig nieuwe vrijplaatsen uit de grond gestampt. Een daarvan is het pand aan de Plantage Doklaan, pal tegenover dierentuin Artis. Er wordt gewoond, gewerkt, gefeest en er wordt kunst tentoongesteld. Van 24 april tot 3 mei is er werk van de vier dwarse kunstenaars Paquino, Silvya, Patries en Mees te zien onder de noemer Kunst in beweging. De zwart-wittekeningen van Paquino (33, Spanje) stellen luid en duidelijk het westerse imperialisme aan de kaak, de armoede en de onderdrukking. Zijn tekeningen hebben veel weg van ruwe schetsen, een ruwheid waarmee hij echter zeer effectief zijn woede en mededogen uitdrukt. Echt verdriet polijst je niet, zou je kunnen zeggen. Silvya's 'spandoekkunst' werk is juist weer heel kleurrijk en optimistisch getint. Mees toont verscheidene portretten van oorlogsgodinnen uit allerlei culturen; zonder ruwheid, juist heel gestileerd. Patries roept een levendige dierenwereld te voorschijn, ingebed in een diepe kleurenwereld die uit meerdere lagen bestaat, zodat je er als kijker los van het pure kijkgenot vanalles bij kunt bedenken. Het werk van Paquino en Silvya is het meest 'sloganesk'. Beiden steken hun afkeer van het westerse consumentisme dan ook niet onder stoelen en banken. Pacquino: ,,Ik zie mezelf meer als een arbeider of handwerksman dan als een 'Kunstenaar'. Mijn werk geeft uitdrukking aan de strijd. Artistieke inspiratie haal ik uit stromingen als Art Deco en Jugendstil, maar mijn politieke inspiratie komt regelrecht van de straat.'' Paquino exposeerde eerder in infocafé August. Hij is tevens bekend van punkfolkband A Jarabanzo Negro, waarin hij doedelzak speelt. Op misschien wel de meest fraaie portretten zie je een verweerd gezicht, met een boomstronk uit het hoofd groeiend. De gedachten lijken als takken uit het hoofd te groeien. ,,Wat ik mis in veel gangbare kunst is dat er überhaupt iets wordt gezegd. Ook al kan een kunstenaar nog zo goed zijn, hij moet iets te zeggen hebben'', aldus Pacquino. Kleurrijk Silvya (31) vult aan met een uitspraak van anarchiste Emma Goldman aan: a good artist has to know what people in the street think. Zij organiseerde menig underground-festival, waaronder Tegenwind uit 1996. Een van de dingen die ze graag doet is spandoeken maken. Menig demonstrant zal dan ook al wel eens haar werk hebben aanschouwd. Tijdens haar kunstopleiding maakte ze al veel actieposters. Dat was voor haar de manier om het schoolse gedoe vol te houden. Ze volgde een lerarenopleiding, maar zag voor de klas staan niet zitten. Silvya werkt onder meer bij stichting Chispa, die gezeefdrukte t-shirts tegen kostprijs verkoopt. Silvya's werk heeft twee kanten. Aan de ene kant de spandoekkunst, gebaseerd op een duidelijke boodschap tegen wat haar niet aanstaat in deze wereld. Daarnaast schildert ze om haar innerlijke roerselen tot uitdrukking te brengen. Dat is werk waaraan ze zonder vooropgezet plan begint, en dan maar ziet wat er gebeurt. Sylvia: ,,Op school werkte ik altijd in zwart-wit. Toen ik was afgestudeerd, heb ik jaren niet geschilderd. Een jaar of drie geleden was er plotseling weer die drang om te gaan schilderen. Ik sloot mezelf op en ging aan de slag, twee weken aan een stuk. Stond er zelf versteld van waar ineens de inspiratie vandaan kwam. Natuurlijk ben ik niet altijd even vrolijk over de wereld. Tegenover het doemdenken wil ik iets heel anders laten zien. ,,Als ik schilder over een bui waar ik in ben, komt er meer vanuit het niets iets. Het doek hangt een maand of drie aan de muur, en steeds verander ik er weer iets aan. Mijn inspiratiebronnen zijn mensen als Frans Masereel, de tekenaar Lusmore, of Diane di Mazzio, een radicale pot uit San Francisco. En Frida Kalho en Diego Rivera, van wie ik net een te gekke expositie in Zwitserland heb gezien.'' De vrouwenfiguren in haar werk stralen kracht en levensvreugde uit. Wat meteen opvalt zijn de felle kleuren, ze springen je in het oog. ,,Ik ben altijd wel positief ingesteld, daarom vind ik bijvoorbeeld dat bij acties alles zo kleurrijk mogelijk moet zijn. Veel variatie, gekke dingen, daar haal ik mijn inspiratie uit. Bijvoorbeeld bij de streetrave in Amsterdam een paar weken geleden, het was geweldig, maar er was niet één spandoek te bekennen. Dat vond ik ontzettend jammer. Een demo heeft een spandoek nodig. Je kunt wel een pamfletje in iemands handen drukken, maar nog beter is iets laten zien wat snel en duidelijk is.'' Sylvia zegt zo boordevol energie te zitten dat ze graag allerlei actieclubs aan ideeën zou willen helpen, maar daarvoor ontbreekt het haar puur aan tijd. Ze wil benadrukken dat het werk dat op de expositie wordt getoond niet te koop is, eventueel later op briefkaarten. ,,Ik zou best van mijn kunst willen van leven, maar dan wel op een goeie manier.'' Sprong Bij binnenkomst in het atelier van Patries (38) nagelen twee priemende tijgerogen de argeloze verslaggever meteen vast. Twee zwarte panters, omgekeerd afgebeeld, rusten in een kolk van kleuren. Dit is een van de schilderijen die Patries op de expositie zal laten zien. In een interview in NN (#192, 8 september 1995) vertelt zij al over een droom van de baring van de regenboog. Hierop is het schilderij gebaseerd. Patries: ,,Ik ben hier eind vorig jaar aan begonnen. Na een tijd werken besloot ik het doek om te draaien. Ik hou van zulke verrassende wendingen. Als je de dingen op hun kop zet, gebeurt er iets. Een aantal werken die op deze wijze ontstaan zijn, zijn op de tentoonstelling te zien.'' Een ander favoriet thema is 'de sprong'. Ze filosofeert: ,,De fractie van een seconde dat je in de lucht hangt, dat moment fascineert mij. Het is een moment dat enorm veel ruimte biedt, waarbij de dingen volkomen kunnen veranderen.'' Patries werkt het liefst in het groot. Al tienduizenden hebben haar werk mogen aanschouwen: van haar hand zijn de enorme schilderingen op kraakcafé Vrankrijk en het pand er tegenover in de Amsterdamse Spuistraat. Foto's van haar werk stuurde ze naar een paar bevriende dichteressen; deze maakten op basis van de foto's gedichten, die ze zullen voordragen op de laatste dag van de expositie. Zelf heeft ze moeite met woorden. ,,Iedereen heeft een eigen manier van expressie. Ik druk me het liefst uit via kleur en vorm. Woorden pakken al gauw iets af van het schilderij. Maar voor anderen werken woorden weer wel.'' Patries weet nog niet precies welke doeken ze allemaal zal laten zien. Ze is erg te spreken over de spontane manier waarop 'Kunst in beweging' tot stand is gekomen, in een opwelling, zonder ellebogenwerk of moeilijkdoenerij. ,,Alleen dat al vind ik een statement tegen het reguliere kunstcircuit.'' Schilden De vierde schilderes op de expositie is Mees (38). Ze studeerde kunst in Den Bosch en Tilburg, werkte in zeefdrukkerijen en maakte in de jaren tachtig actiejournaals. Tegenwoordig stort ze zich op het medium video. Tevens geeft ze schilderles op scholen. Ook Mees weet nog niet precies welke van haar schilderijen ze zal laten zien op de expositie. Waarschijnlijk zowel oud als nieuw werk. In het oude zijn nog duidelijk sporen van verzet tegen de gevestigde orde te zien. Bijvoorbeeld op 'Cold Europe', een wild doek vol ijselijke blauwe kleuren, waarop onder meer een ME'er aan het werk is. Wat in ieder geval wel te zien zal zijn, is een fascinerende serie portretten van oorlogsgodinnen uit uiteenlopende culturen. Met name de rol van de vrouw in deze culturen komt uitgebreid aan bod. De wilde vormen uit het vroegere werk zijn verdwenen, daarvoor in de plaats zie je gestileerde vrouwenhoofden. Steevast in het centrum van het schilderij geplaatst, vanwaaruit ze superieur en geduldig over de eeuwen heen in de ogen van de verwesterde toeschouwer kijken. Omringd door allerlei mythische symbolen. Wat dit laatste betreft is het handig maar niet noodzakelijk als je iets van mythologie weet. Deze schilderijen ziet Mees zelf als een soort schilden, ter aanval en bescherming in een strijd. ,,Ik heb natuurlijk nog steeds kritiek over de richting waarin de westerse samenleving gaat, op het alsmaar strikter worden van bepaalde machtsverhoudingen. Ik stel dit aan de kaak door allerlei andere culturen naast elkaar te laten zien, van Egyptische tot Indiaanse tot die van Eskimo's.'' Volgens haar ontbreekt het in het gangbare kunstenaarscircuit aan de broodnodige strijdbaarheid. Met afkeer spreekt ze over de Wet inkomens Kunstenaars (WIK), die werkloze kunstenaars een basisinkomen van 7/800 gulden garandeert waarbij tot het minimumloon mag worden bijverdiend. Mees: ,,Als je toch ziet hoe weinig verzet daartegen is vanuit kunstenaarshoek... Waarom wordt zo'n regeling niet gemaakt voor bijvoorbeeld werkloze slagers? Hoewel ik vermoed dat op den duur, in het kader van de Europese eenwording, wel meer bevolkingsgroepen door zulke regelingen zullen worden getroffen.'' Marc Hurkmans Naar boven Naar Jaargang 1998 |