| |
|
Uit:
Ravage #252 van 6 februari 1998 STILLEN
HEERSEN OVER DE STAD Gewelddadige
aanhoudingseenheden opereren al jaren ongestraft 'Behandel
de arrestant correct. Immers zo gauw hij gearresteerd is, is hij in onze macht
en weerloos.' Een van de meest opmerkelijke richtlijnen die begin jaren tachtig
zijn opgesteld ten faveure van het optreden van aanhoudingseenheden in Amsterdam.
Een vrijbrief voor geweld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel actievoerders
de blauwe plekken en gekneusde ribben weer voelen bij het aanschouwen van groepen
stillen in de stad. Over dit omstreden politieonderdeel hangt al jaren een waas
van geheimzinnigheid. Het lijkt wel alsof, behoudens de enkele activist, er
geen haan naar kraait. Vrijwel
iedere demonstrant die wel eens te maken heeft gehad met het optreden van politie
in burger, de zogenaamde stillen, kan erover mee praten. Deze agenten maken
zich veelvuldig schuldig aan gewelddadig optreden in groepsverband. Nauwelijks
te onderscheiden van de gemiddelde demonstrant heeft men vrij spel. Na het hardhandige
optreden trekt men zich vliegensvlug terug achter de linies van de ME, mishandelde
mensen achterlatend. Geen haan die er verder naar kraait. Tijdens
de Eurotop van afgelopen jaar waren de aanhoudingseenheden terug van weggeweest.
En hoe, je struikelde erover. Het waren de chaoten en andere demonstranten die
op de avond van vrijdag de dertiende juni kilometerslang door de stad werden
opgejaagd door groepen stillen. De punks die in de kraag werden gevat, konden
rekenen op een flink pak slaag. Een
paar dagen later werden er naar schatting vijftig stillen ingezet om een ingesloten
groep personen op basis van het omstreden artikel 140 in de knellende plastic
boeien te slaan. Diverse arrestanten zijn door stillen geknepen, geschopt, geslagen
en onheus bejegend. De reeks incidenten vond plaats buiten het zicht van de
aanwezige tv-camera's. Jubelronde Het
protest op 2 oktober vorig jaar, tijdens de ondertekening van het Verdrag van
Amsterdam, zou een rustig verloop hebben gehad zonder de aanwezigheid van groepen
stillen. Nadat een groep demonstranten van een leidinggevende korpschef toestemming
had gekregen een 'jubelronde' te lopen rondom het Paleis op de Dam, liep het
uit de hand. Een groep agenten in burger hield zich op opvallend onopvallende
wijze op in de groep. Demonstranten ruiken meestal van einde en verre of iemand
een stille is, herkenbaar aan kledij maar vooral houding en uitstraling. Als
zo'n agent zich dan ook nog eens als enige 'demonstrant' tooit met een bivakmuts
is het helemaal lachen geblazen. Nadat
een actievoerster uit hilariteit deze muts van het hoofd van de stille had getrokken,
vergelijkbaar met het baldadige aftikken van de platte pet, sloegen de stillen
op tilt. 'Collega in het nauw', meldde de korpschef die de leiding had over
de aanhoudingseenheden. Het tafereel dat volgde valt nauwelijks te beschrijven.
Verschillende demonstranten werden in het gezicht geslagen, waarna ze trappen
kregen terwijl ze groggy op de stoeptegels lagen. Er vloeide bloed. De demonstranten
die werden gearresteerd, klaagden achteraf allemaal over mishandeling op straat
en in de politiebus. Een
van de demonstranten: "Nadat ik zag dat een vrouw op hardhandige wijze
werd weggesleept door een groep stillen, deed ik een poging bovenop haar te
gaan zitten. Vervolgens kreeg ik een trap in m'n gezicht. Zodra ik overeind
was gekrabbeld sloeg een stille tot tweemaal toe met z'n vuist in m'n gezicht". Pakkers
en afschermers Aanhoudingseenheden
zijn begin jaren tachtig ontstaan uit de behoefte om op professionele wijze
aanhoudingen te kunnen verrichten bij massale gebeurtenissen. De aanhoudingstechniek
is erop gericht de arrestant direct buiten het bereik van omstanders te brengen.
Een aanhoudingseenheid (AE) die te voet werkt, verricht de aanhouding bij voorkeur
op het moment dat een AE-voertuig in de buurt is of een ME-linie oprukt, zodat
de verdachte snel naar het busje of achter de linie kan worden gebracht. Een
AE bestaat gewoonlijk uit acht leden. Buiten de groepscommandant en de chauffeur
fungeren bij toerbeurt telkens twee leden van de AE als 'pakker', terwijl vier
'afschermers' het publiek op afstand houden. De arrestant wordt zo snel mogelijk
de auto binnengeduwd en daar met het hoofd en het bovenlichaam op de bank tegenover
de schuifdeur van de auto gedrukt. Dan worden zijn armen op z'n rug gedaan en
wordt hij geboeid. Als de arrestant zich goed gedraagt, mag hij soms op de bank
gaan zitten. Blijft hij zich verzetten, dan vindt het vervoer geknield plaats,
omdat hij zo goed onder controle is te houden. Aanhoudingseenheden
worden vandaag de dag binnen Amsterdam in de regel speciaal samengesteld voor
ontruimingsacties, demonstraties en voetbalwedstrijden. Agenten die voor deze
teams in aanmerking komen, dienen reeds hun sporen verdiend te hebben binnen
het korps. Er zijn negen districten, ieder district kan zijn eigen AE inzetten,
dat wordt samengesteld door de hoofdinspecteur. Hun bevoegdheden zijn dezelfde
als die van agenten in uniform, alleen dienen ze zich te houden aan het draaiboek
dat voor de gelegenheid is opgesteld. Legitimatieplicht We
spraken recentelijk met een voormalige stille die anoniem wenst te blijven.
Veel wilde hij niet vertellen, maar hij kwam wel met wat handige tips. Volgens
hem wordt er voor de werving van agenten in burger een interne sollicitatieprocedure
uitgeschreven. "Dienders besluiten zich met name door mond op mond reclame
aan te melden tot de aanhoudingseenheden. De selectieprocedure voor de aanmelding
wordt meestal uitgevoerd door een korpschef en een hoofdinspecteur. Die selectieprocedure
bestaat uit een informeel gesprek. Tegenwoordig moet je een sollicitatiebrief
schrijven. Uit de sollicitaties wordt een schifting gemaakt, waarna de uitnodiging
volgt voor een gesprek." Als
een lid van een AE tot actie overgaat, dient hij zich te allen tijde te kunnen
legitimeren als daar om gevraagd wordt, "tenzij de snelheid van handelen
dit niet toe laat", merkt onze anonieme bron schamper op. "Iedere
stille heeft, naast een portofoon, handboeien en een pistool, een pasje om z'n
hals hangen of in z'n zak zitten waarop z'n naam staat vermeld. Het kan nooit
kwaad om er naar te vragen, bijvoorbeeld in de politiebus. Ze zijn verplicht
hun identiteit prijs te geven, hetgeen niet wil zeggen dat ze het ook zullen
doen. Stillen wensen graag 'stil' te blijven." Na
mishandeling door een agent in burger, is het niet eenvoudig om hier aangifte
van te doen. Immers, de korpsleiding zal altijd ontkennen dat degene die je
mishandeld heeft tot het korps behoort. Het is in dit soort gevallen handig
als je beeldmateriaal tot je beschikking hebt waarop de mishandeling is geregistreerd
of dat je getuigen weet te vinden. Voor
iedere actie waar een AE wordt ingezet, wordt een draaiboek gemaakt. Dat draaiboek,
samengesteld door een hoofdinspecteur of iemand met een hogere functie, beschrijft
de taakverdelingen en de verantwoordelijke mensen die daar over gaan. "Naar
aanleiding van het hardhandige optreden op 2 oktober vorig jaar zou je via een
hogere instantie op het hoofdbureau inzage kunnen krijgen of in ieder geval
bekend gemaakt worden met het draaiboek van die dag. Dat is je enige houvast
om de groepscommandant van die dag te kunnen achterhalen en om hem die beelden
te tonen." We
vroegen onze bron waarom stillen zo vaak geweld gebruiken "Omdat ze heel
snel in de anonimiteit op kunnen gaan. Je mag aannemen dat de agressieve jongens
niet zo snel worden aangenomen voor een functie binnen de AE. Maar nogmaals,
dat mag je aannemen." Geheimzinnigheid 'En
wat het in elkaar slaan van arrestanten betreft: de eerste de beste van mijn
eenheid die over de schreef gaat en een arrestant mishandelt, vliegt eruit.
Dat zullen we absoluut niet tolereren.' Deze
stoere taal komt uit de mond van Ad Smit, de oprichter van de eerste aanhoudingseenheid
eind 1980 en onlangs benoemd tot politiechef binnenstad van Amsterdam. Als hij
woord had gehouden, was er al snel geen aanhoudingseenheid meer over geweest.
Dat er niets klopt van die mooie frasen, blijkt als je de officiële doelstellingen
en richtlijnen vergelijkt met door de jaren heen verzamelde verhalen en klachten
over het stillenoptreden in Amsterdam. In
het archief van buro Jansen & Janssen is een nooit eerder gepubliceerde
brochure teruggevonden over het stillenoptreden van begin jaren tachtig in Amsterdam.
Dat onderzoek vond plaats in 1985, en ook toen was het niet eenvoudig om iets
boven water te krijgen over de aanhoudingseenheden. Over het optreden van de
Amsterdamse stillenteams hangt een waas van geheimzinnigheid. Met betrekking
tot de aanhoudingseenheden is in de politiebibliotheek niet meer te vinden dan
de oprichtingsrapporten en de evaluatie van de eerste opleidingen, respectievelijk
Rapport Aanhoudingseenheden I uit 1980, en II uit 1981. In de gemeentelijke
Commissie voor politiezaken is één keer een evaluatie geweest, in 1985 wel te
verstaan. Het
(officiële) idee achter de oprichting van de aanhoudingseenheden komt voort
uit opgedane negatieve ervaringen bij grootschalige politieoperaties begin jaren
tachtig. Analyses van het optreden van de ME-secties bij rellen wezen uit dat
het nogal vervelend was dat de politie nauwelijks in staat bleek de grote groep
relschoppers en stenengooiers daadwerkelijk op te pakken. ME-ers stonden maar
een beetje 'stenen te happen', terwijl de strakke discipline van de ME-linies
het niet toeliet arrestaties te maken. Meer aanhoudingen was het doel, niet
alleen voor een gunstige reactie van het publiek, maar vooral ter opvijzeling
van de moraal van de ME en versterking van het zelfvertrouwen. Vanuit
deze frustratie werd een belangrijke wijziging in de strategie van de ME bedacht:
een meer dynamisch gericht optreden. Na de grote rellen van 1980 en 1981 zien
we steeds minder de statische massale linies ME tegenover demonstranten die
elkaar wat bezig houden: het zogenaamde keep moving systeem. Het optreden
wordt onverwachter, agressiever en chaotischer, en meer gericht op daadwerkelijke
verspreiding van mensen. Voor de isolatie en arrestatie van 'leiders of stemmingmakers'
werden de aanhoudingseenheden opgericht. In
feite was de oprichting van de eerste aanhoudingseenheid natuurlijk niet meer
dan de legalisering van de bestaande situatie van eigenmachtig knuppelende agenten.
Al bij de befaamde Vondelstraat-rellen, eind februari 1980, gaan agenten in
burger de straat op om als knokploeg orde op zaken te stellen. Uit
het Klaagschrift Vondelstraat: 'Nadat we door de ME op de Dam achtervolgd
en uit elkaar geslagen waren, stonden we op de brug leuzen te roepen naar de
ME-ers die voor het stadhuis stonden. Ineens hoor ik achter me: 'En nu moet
het maar eens afgelopen zijn.' Ik kijk achterom en zie een aantal mensen in
burger die met korte stokken (30cm) erop los beginnen te slaan. Ik vlucht weg.
Nog geen twee minuten later als ik kijk waar ze gebleven zijn, zie ik ze niet
meer. Op de gracht ligt een jongen stuiptrekkend op de grond, bloed stroomt
uit zijn mond, zijn kruis is helemaal nat. Op zijn linkervoorhoofd heeft hij
een fikse wond. Even later komt er nog een jongen, een wond op zijn hoofd waar
het bloed uitstroomt, ook hij had een trap in zijn kruis gehad.' Verslaggevers
herkenden de knokploeg als agenten van bureau Warmoesstraat, de zaak kreeg nogal
wat aandacht. Toen de slachtoffers daar een klacht wilden indienen, werden ze
afgescheept met het verhaal dat rechercheurs het onjuist vonden een klacht tegen
hun eigen collega's te onderzoeken. Proefneming Dit
soort incidenten zijn aanleiding voor de oprichting van de eerste officiële
aanhoudingseenheid in Amsterdam. En het begint meteen goed. De opleiding van
de nieuwe eenheid moet nog beginnen, maar ze mogen al de straat op: bij de metro-demonstratie
op 10 oktober 1980. Een groep van een paar honderd demonstranten wordt door
politie-provocateurs (van de aanhoudingseenheid) naar het hoofdbureau geleid
waar 163 mensen worden omsingeld en gearresteerd. Van al die arrestanten worden
er uiteindelijk vier vervolgd. In het Rapport Aanhoudingseenheden I wordt over
dit optreden gezegd dat het was 'om de groep alvast wat sfeer te laten proeven
en ervaring op te doen welke bruikbaar zijn in het komende oefenprogramma'.
De burgemeester en de minister hebben op vragen altijd ontkend dat het om een
proefneming ging. De
eerste aanhoudingseenheid bestond aanvankelijk uit vier groepjes van zes stillen,
onder leiding van een brigadier. Het idee is dat zo'n groepje de kleinst mogelijke
eenheid vormt: twee doen de feitelijke aanhouding, de rest schermt af en de
brigadier doet de verbindingen. Met minder is het onverantwoord om op te treden.
Het geheel staat onder leiding van een inspecteur en een brigadier, in totaal
dus zo'n dertig man. De agenten zijn volgens een vaste verdeelsleutel voor 60%
afkomstig van de recherche, 30% uit de uniformdienst en voor 10% uit de verkeersdienst
(chauffeurs). Bij
de tweede aanhoudingseenheid, anderhalf jaar later, had men nogal wat moeite
met de werving. De aandacht die daar in het evaluatierapport aan wordt besteed,
geeft een aardig inzicht in de problematiek. De aanhoudingseenheden worden niet
samengesteld op basis van vrijwilligheid, omdat je dan alleen de rauwdouwers
krijgt. Verder moeten leden niet te jong zijn en niet oud, ze moeten sportief
zijn, relativerend kunnen denken, ook in stresssituaties, en er wordt een zeer
positieve inzet verwacht. Kortom:
'Geen agressieve mensen, geen individualisten. Beheerste vormen van zelfverdediging,
zoals ju-jitsu en judo strekken tot de aanbeveling. Dit gelet op het feit dat
het resultaat van deze vormen van zelfverdediging c.q. sport in principe minder
desastreus zijn dan het resultaat van bijvoorbeeld karate of kickboxen.' (Uit
het rapport Aanhoudingseenheden II) Van
de 23 rechercheurs die op basis van deze criteria geselecteerd waren, hadden
er zes zin en de rest niet. Toen moesten er mensen aangewezen worden, die onder
zwaar protest toestemden. In de jaren daarna bleef het moeilijk de plaatsen
op te vullen, en in 1986 werd uiteindelijk een sanering doorgevoerd. De twee
aanhoudingseenheden werden samengevoegd, en toen bleven natuurlijk de mensen
over die het echt leuk vonden om te doen. Richtlijnen Het
is belangrijk om het verschil tussen aanhoudingseenheden en arrestatieteams
in de gaten te houden. De aanhoudingseenheden waar het in dit stuk over gaat
zijn 'normale' politiemensen die bij bijzondere gelegenheden in burger de straat
op gaan. In het dagelijks leven verrichten zij gewoon politiewerk en voor het
stillenwerk hebben ze ooit een speciale training gehad die nog eens in de zoveel
tijd herhaald wordt. Arrestatieteams
daarentegen zijn 'supercops'. Zij worden speciaal opgeleid voor het aanhouden
van vuurgevaarlijke criminelen en terroristen. Als ze daar niet mee bezig zijn,
dan moeten ze trainen, schieten of hooggeplaatste medemensen beschermen. In
principe worden ze niet ingezet tegen relschoppers, maar bij de blokkade van
de kerncentrale Dodewaard in 1981 had de Amsterdamse aanhoudingseenheid geen
tijd, en zijn er toch leden van het arrestatieteam ingezet. Optreden met traangasbusjes,
en zware verwondingen bij arrestanten die al in handen van de politie waren,
zijn het gevolg. De
vertrouwelijke richtlijnen waar de aanhoudingseenheden zich aan hebben te houden,
zijn onthullend om te lezen. Als je ze goed leest, kun je precies zien waar
stillen meestal in de fout gaan. Neem deze richtlijn: 'Behandel de arrestant
correct. Immers zo gauw hij gearresteerd is, is hij in onze macht en
weerloos.' (onderstreping politie, Rapport Aanhoudingseenheid I). Of dan
deze (uit het Evaluatierapport): 'Het blijkt nagenoeg onmogelijk te zijn
een verdachte, die zich verzet snel de handboeien om te doen. Gebleken is dat
het een betere tactiek is, de verdachte onverwachts stevig beet te pakken en
naar de linies te vervoeren.' Richtlijn
32 luidt: 'Het daadwerkelijk optreden tijdens een gewelddadige demonstratie
dient bij voorkeur te geschieden op plaatsen waar normaliter ook veel publiek
komt.' Kennelijk wordt er teveel stiekem in steegjes opgetreden. Bekend
voorbeeld is het optreden op de Dag van de Onrust, i.v.m. de naderende ontruiming
van het Wyers-complex in 1984. In een steegje bij de Kalverstraat werd iemand
door stillen in elkaar geslagen. Een fotograaf van De Waarheid maakte
er foto's van. Even tevoren hadden de stillen over de scanner te horen gekregen
dat het niet nodig was om naar de Kalverstraat te gaan. Richtlijn
8: 'Een aanhoudingseenheid maakt de arrestant duidelijk, dat hij te maken
heeft met politieambtenaren, door middel van het tonen van een legitimatiebewijs
en/of het duidelijk zeggen dat de arrestant te doen heeft met politie.' Uit
een klacht ingediend door een advocaat over het optreden bij de Stadhuisblokkade
van het Comité geen fascisten in de Raad, april 1986: 'Mijn cliënt werd gearresteerd
door leden van een aanhoudingseenheid, die zich niet als politiemensen bekend
maakten. Hij dacht eerst dat het ging om een knokploeg van de Centrumpartij.
Bij zijn arrestatie werd hij geschopt in zijn zij en tegen zijn ballen. Hij
heeft er een gekneusde rib aan overgehouden. Zijn kleren zijn eveneens stukgerukt
en hij is aan zijn haren de arrestantenbus ingesleurd. Een medearrestant die
op dezelfde manier de bus ingesleept werd en daartegen bezwaar maakte omdat
hij toch gewoon meewerkte, kreeg als reactie daarop een vuistslag in het gezicht.
Ook werden er dreigementen geuit: je moet je bek houden, anders kom ik naar
achteren.' Aansluitend,
uit het Evaluatierapport van 1981: 'Tijdens de training zelfverdediging zijn
een aantal dingen geleerd die praktisch bruikbaar zijn. Tevens zijn een aantal
dingen geleerd die beslist niet gedaan moeten worden tijdens een gewoon optreden.' Uit
de richtlijnen blijkt duidelijk wat de politie zelf de grootste risico's vindt.
Rammen in stille steegjes of buiten het oog van de pers, mishandelen als iemand
al handboeien om heeft. Door dit soort dingen nadrukkelijk in de richtlijnen
te vermelden, geeft men impliciet toe dat die overtredingen wel plaats hebben
gevonden en dat er een groot risico is dat ze in de toekomst weer plaats zullen
vinden. Controle Ook
in de jaren tachtig was controle op aanhoudingseenheden eigenlijk niet mogelijk.
Klachten werden genegeerd, feiten ontkend. De burgemeester schoof de verantwoordelijkheid
door, en de Rijksrecherche deed niets. Gemeenteraadsleden namen niet de moeite
zich in de materie te verdiepen. Als er eind 1985 eindelijk een evaluatie in
de Commissie voor Politiezaken komt, worden er precies dezelfde vragen gesteld
als in 1980, naar aanleiding van de ontruiming van het kraakpand Grote Wetering.
Geen
vragen over beleidslijnen of geweldsinstructie. Burgemeester Van Thijn verbindt
aan het afgenomen aantal klachten triomfantelijk de conclusie dat het dus wel
minder erg geworden zal zijn. De ervaring van het Klachtenbureau Politieoptreden
en advocaten was dat klachten tegen stillen bijna nooit gegrond werden verklaard.
Meer nog dan bij andere klachten wordt het onderzoek getraineerd, dekken maatjes
elkaar, is niet te achterhalen wie de betreffende stille geweest moet zijn en
wordt eraan getwijfeld of het betreffende incident überhaupt wel is voorgevallen. Na
de ontruiming van de Lucky Luik (noodtoestand, brandende tram) werd er op hoog
niveau afgesproken dat de stillen buiten schot zouden blijven. Na twee dagen
van rellen waren er zoveel klachten over het politieoptreden dat er wel iets
moest gebeuren. Uit notulen van het Driehoeksoverleg (die toen nog heel uitgebreid
waren) blijkt hoe de hoofdcommissaris de boot heeft weten af te houden. Hij
zegt dat 'een onderzoek door de Rijksrecherche stigmatiserend zal werken
ten aanzien van de aanhoudingseenheden.' Natuurlijk is er wel wat fout gegaan,
maar: 'een individuele vervolging van de leden van de aanhoudingseenheden
zou aan een streven ter verbetering van hun optreden afbreuk doen.' Het
staat er echt! Ondanks
het feit dat de klachten tot de ernstige categorie behoorden, bleek de burgemeester
gevoelig voor het pleidooi om politiemensen niet te vervolgen, en in plaats
daarvan structurele veranderingen door te voeren om herhaling te voorkomen.
De vraag is echter of de klachten over het stillenoptreden alsnog buiten het
onderzoek van de Rijksrecherche gehouden kunnen worden. De hoofdofficier van
Justitie beloofde dat hij zou bekijken wat hij kon doen. Zo besprak het Driehoeksoverleg
de afloop van de klachtenbehandeling, nog voor er een onderzoek gestart was.
Er is sindsdien niet veel veranderd. Eveline
Lubbers Alex
van Veen Naar Jaargang 1998 |