| |
|
Naar archief
Desnoods blazen we die Handel op Mooie boel is dat. Zijn die wapengekken nog maar koud verjaagd uit Brussel,
komen ze hier in Den Haag de boel verstieren. Afcea, een lobbyclub van het militaire dood en verderf zaaiende
bedrijfsleven, is van zins om dit najaar een internationale bijeenkomst te houden
in de vorm van een wapenbeurs in het Haagse Congrescentrum. Als de politiek
niet tijdig ingrijpt, zullen actiegroepen dit klusje wel klaren. Die beurs komt
er nooit, niet. Afcea staat voor Armed Forces Communications and Electronics
Association. Het is een club van bedrijven en militairen die ten minste
één gezamenlijke interesse hebben: de oorlogsvoering van de 21-ste eeuw. Geen
bommen en gevechtsvliegtuigen op deze beurs. Wèl de
elektronica waarmee 'precisiebombardementen', zoals we die kennen uit de Golfoorlog,
kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast liggen hier de laatste ontwikkelingen op het gebied van de militaire
spionage tentoongesteld, gericht op het in kaart brengen en ontregelen van 'vijandelijke'
stellingen. In militaire termen wordt dit alles vaak onder de noemer C3I gebracht:
Command, Control, Communication
and Information. Eind oktober vorig jaar kwamen militairen en industrie in Brussel bijeen voor
het nieuwste van het nieuwste op het gebied van de informatietechnologie. Onder
de naam TechNet Europe '97 werd in het Congressenpaleis
druk geconfereerd, geëxposeerd en genetwerkt. Opdat contacten leiden tot contracten. Naast gevestigde
namen als British Aerospace
en Lockheed Martin werd Nederland vertegenwoordigd
door onder andere Philips Crypto, specialist in het
versleutelen van informatie. Verder een groot aantal bedrijven als Digital,
Bull en Hewlett-Packard die, hoewel
voornamelijk actief op de civiele markt, een groeiende klandizie vinden in militaire
hoek. Al vele jaren werd er in België met groeiend succes tegen deze wapenbeurs geprotesteerd.
Het Vlaamse Forum voor Vredesactie, dat de acties ooit begon, had de Afcea
tot speerpunt gebombardeerd. Verder was er ieder jaar een groep mensen die met
grote creativiteit prikacties voerde. Aan deze acties namen, naast de Vlamen en de Walen, ook activisten uit Frankrijk, Engeland,
Nieuw-Zeeland, de VS en Nederland deel. Door middel van telefoon- en faxblokkades leerden de Afcea en het Royal Windsor Hotel (waar de moordenaars in spé
hun banket hadden) hoe eenvoudig doch effectief elektronische oorlogsvoering
kan zijn. Bijna traditioneel waren de bloedbaden, die ook nu weer voor de deur
van het Congressenpaleis en de Royal Windsor werden aangericht. Voor het oog van de landelijke
media wist een groepje ongeregeld door de linies van politie en rijkswacht heen
te wandelen, om vervolgens besmeurd met 'bloed' de ingang van het vijfsterren
hotel te blokkeren. Na een klacht van het Forum voor Vredesactie deden de economische inspectie
en douane een inval in de beurs. Diverse bedrijven werden ervan verdacht de
wapenwet te overtreden, en militair materiaal te verhandelen zonder export-vergunning.
Voor het Congressenpaleis werden in de uren die volgden een voor een vrachtwagens
volgeladen met hoogtechnologische militaire apparatuur. Het merendeel van de
standhouders bleek niet over de vereiste exportvergunningen te beschikken. Het
resultaat was dat de beurs voortijdig werd gesloten. Afcea reageerde verontwaardigd op het luidruchtige
protest van de vredesactivisten en de 'brute inval' van de overheid. De organisatie
heeft daarom besloten de wapenbeurs te verplaatsen naar Den Haag. Minister Pronk,
toch al geen liefhebber van wapentuig, was een van de eersten die door zijn
Belgische collega Moreels van dit voornemen op de hoogte werd gesteld. Pronk
heeft inmiddels per brief aan een aantal verantwoordelijke kabinetsleden z'n
kritiek geuit over de plannen van Afcea. Hiermee is een eerste belangrijke stap gezet om de komst van de wapenbeurs
tegen te houden. Mocht de politiek desondanks niet mee willen werken, een aantal
politici heeft al laten weten dat ze niet begrijpen waar Pronk zich nu weer
mee bemoeit, dan weet de antimilitaristische beweging in dit land wat hen te
doen staat. Wat zeg ik, men zou nu al in het geweer moeten komen (vergeef me
de uitdrukking). Een wapenbeurs die een onderkomen zoekt en haar deuren nog
moet openen is kwetsbaarder dan een tevreden huurder met de gewenste licensies.
(met dank aan AMOK-Noord) Naar Jaargang 1998 |