Homepage

Uit: Ravage #251 van 23 januari 1998

Doodseskaders aan het werk ik Chiapas

Het bloedbad onder Zapatista-sympathisanten in het Mexicaanse dorpje Acteal op 22 december vorig jaar dat werd aangericht door een nauw met de Mexicaanse regering verbonden doodseskader is geen incident, maar onderdeel van de regeringsstrategie om het verzet in Chiapas te breken. Dat blijkt uit een publicatie in het onafhankelijke Mexicaanse weekblad Proceso.

Op 1 januari 1994 kwam in Chiapas, de armste deelstaat van Mexico, een deel van de plaatselijke Indiaanse boerenbevolking in gewapende opstand. Georganiseerd in het Zapatista Leger voor Nationale Bevrijding (EZLN), nemen de Indianen vier grotere steden in het gebied in. Een dag later stuurt de Mexicaanse regering het federale leger er op af. Tot de wapenstilstand op 12 januari 1994, vallen er meer dan 150 doden, voor het grootste deel opstandelingen. Sindsdien heeft de Mexicaanse regering vier jaar lang geveinsd met het EZLN te willen onderhandelen.

Het EZLN heeft van het begin af aan duidelijk aangegeven meer belang te hechten aan de dialoog met de Mexicaanse samenleving en onafhankelijke sociale basisorganisaties, dan van de Mexicaanse regering een werkelijke oplossing van de problemen te verwachten. De onderhandelingen die grofweg van april 1995 tot september 1996 gevoerd worden, beschouwt het EZLN eerder als een mogelijkheid om een forum te bieden voor een verscheidenheid aan sociale groeperingen uit heel Mexico. Deze kunnen, in hun rol als raadgevers van het EZLN, hun eigen eisen tijdens deze 'onderhandelingen' op tafel leggen. De regering is echter niet geïnteresseerd in serieuze onderhandelingen. Al die tijd heeft zij de onderhandelingen gebruikt om parallel een volstrekt tegengestelde strategie uit te stippelen en uit te voeren.

Na een eerste mislukte onderhandelingspoging in maart 1994, beginnen de Zapatistas met het opzetten en organiseren van de zogenaamde 'gemeenten in opstand'. In december 1994 worden deze, na het 'december-offensief' van de Zapatistas, in een aanzienlijk deel van Chiapas formeel in werking gesteld. Deze 'gemeenten in opstand' zijn volgens de Zapatistas de werkelijkheid geworden lokaal autonome besturen, die direct door de plaatselijke bevolking zijn gekozen. De bestuurders zijn direct afzetbaar wanneer zij hun kiezersmandaat niet waar maken.

Op het december-offensief van het EZLN volgt in februari 1995 het regeringsoffensief. De Mexicaanse regering stuurt haar leger het door het EZLN bevrijde gebied in en richt overal militaire kampementen in. Parallel aan deze openlijke militaire campagne, waarbij geen schot wordt gelost maar het leger de plaatselijke bevolking voortdurend terroriseert en een groot aantal Zapatista-dorpen wordt geplunderd, start de regering een campagne om de plaatselijke Indianen-gemeenschappen uit elkaar te drijven en tracht ze het EZLN zijn achterban te ontfutselen.

Plan

Het Mexicaanse onafhankelijke weekblad Proceso maakt in zijn uitgave van 4 januari bekend dat al in oktober 1994 militaire specialisten in opstandsbestrijding een Plan de campagne hebben opgesteld met als doelstelling het breken van de weerstand van de plaatselijke bevolking. Hiervoor wordt een aantal verschillende instrumenten ingezet die rechtstreeks zijn overgenomen uit de standaardboekjes voor opstandbestrijding die vanaf de jaren zestig door het Amerikaanse ministerie van Defensie zijn ontwikkeld.

Zo moet door het verstrekken van subsidies voor bepaalde sociaal-economische projecten aan geselecteerde gemeenschappen, of delen van die gemeenschappen, de bevolking tegen elkaar worden opgezet. Door grondeigendomsrechten aan aanhangers van de regeringspartij PRI en aanverwante satelietpartijtjes toe te kennen, en niet aan bevolkingsgroepen die met de Zapatistas of de linkse oppositiepartij (PRD) sympathiseren, wordt eveneens getracht mensen over te halen naar het regeringsgezinde kamp over te lopen. Tegelijkertijd duikt het Mexicaanse leger in allerlei dorpen op, waar op zijn minst een deel van de bevolking regeringsgezind was, om 'sociale arbeid' te verrichten. Indien de plaatselijk bevolking niet in wenst te gaan op de omkooppogingen van regeringszijde, dient de onwelwillige bevolking onder druk te worden gezet door middel van het in beslag nemen van bezittingen, het in brand steken van huizen en eventueel zelfs het uit de dorpen verdrijven van de 'dwarsliggers'.

Dit schema is heel netjes aangehouden door de aanhangers van de regeringspartij. In 1995 vertonen zich in Noord Chiapas voor het eerst op grote schaal gecoördineerde doodseskaders, die betaald worden door lokale bonzen van de regeringspartij en grootgrondbezitters. Deze doodseskaders, in Mexico guardias blancas (Witte Wachten) genaamd, bestaan uit onder de lokale Indiaanse bevolking geronselde boeren die een centje 'bij willen verdienen' en worden door politieagenten en soldaten getraind en van wapens voorzien. In het Noorden van Chiapas zijn de doodseskaders Paz y Justicia en de Chinchulines actief.

Doodseskaders

Al vrij snel nadat het verdeel- en heersspelletje en de intimidaties van de regeringspartij, door de vasthoudendheid van de lokale bevolking, geen effect hebben, gaan deze groepen over tot het systematisch aanvallen van Zapatista-gezinde gemeenschappen. Vanaf 1995 komen er iedere week berichten naar buiten dat groepen hun dorp uitgedreven zijn, nadat hun huizen in brand zijn gestoken en hun levensmiddelen en zaaigoed in beslag zijn genomen. Om de haverklap worden er, verspreid in het hele Noorden van Chiapas, Zapatista- of PRD-aanhangers doodgeschoten.

Volgens het uitgelekte Plan de campagne zullen de activiteiten van die paramilitaire groepen zich vanuit het Noorden langzaamaan over de rest van de deelstaat moeten verspreiden. Dit is inderdaad gebeurd. In het centrum van Chiapas duikt het al langer bestaande doodseskader Alianza Bartolomé de los Llanos op. Rondom San Cristóbal de las Casas duiken nieuwe eskaders op met de namen Máscara Roja [Rood Masker], Los Degolladores [De Koppensnellers], Brigada Tómas Munzer [Thomas Munzer Brigade], Moviemiento Insurgente Revolucionario Antizapatista [Opstandige Revolutionaire Antizapatistische Beweging] en Fuerzas Armadas del Pueblo [Bewapende Krachten van het Volk]. Overal waar deze groepen opduiken is het patroon hetzelfde als in het Noorden van Chiapas.

Overal rondom San Cristóbal de las Casas zijn nu paramilitaire organisaties actief. Uit honderden verklaringen van getuigen en observaties van mensenrechtenorganisaties blijkt dat bij bijna alle acties van deze groepen de politie of het leger in de buurt is, maar niet ingrijpt. Of ze komen pas uren nadat het kwaad geschied opdagen.

Bloedbad

Zo ook in Acteal, een klein dorpje van een paar honderd inwoners, dat anderhalve maand voor het bloedbad een grote groep vluchtelingen uit naburige dorpjes opvangt. Deze vluchtelingen hebben huis en haard verlaten nadat doodseskaders hen uit hun dorp hebben gejaagd of er Zapatista-sympathisanten zijn vermoord. Op 22 december van het vorig jaar vallen zestig leden van het doodseskader Máscara Roja Acteal binnen. De overvallers zijn zwaarbewapend en komen naar het dorp gereden in pick ups die de lokale PRI-burgemeester ter beschikking heeft gesteld.

In een uur tijd worden 45 mensen (21 vrouwen, 15 mannen en 9 kinderen) neergemaaid door machinegeweerkogels en indien noodzakelijk definitief afgemaakt met slagen van de machete [kapmes]. Diezelfde ochtend, zoals zovele keren daarvoor, is de deelstaatpolitie het dorp binnen gevallen en doorzoekt het op verboden wapenbezit. De politie trekt zich terug en richt enige kilometers verderop een checkpoint in. Ondanks meerdere telefoontjes van medewerkers van het bisdom in San Cristóbal de las Casas aan de gouverneur en de deelstaatpolitie, grijpt de politie niet in en laat het doodseskader rustig zijn moordende werk doen en vervolgens uren later het dorp verlaten. Enkele dagen na het bloedbad worden deze agenten gearresteerd. Uit bekentenissen van de commandant van deze gearresteerde agenten blijkt dat de agenten zelf de paramilitairen van automatische vuurwapens hebben voorzien.

Uren later, als het kwaad geschied is, trekken leger en politie het dorp binnen en tracht men de lijken weg te werken. Daar slagen ze niet in. De pers is al op de hoogte en (te) snel ter plekke. In eerste instantie ontkennen de gouverneur, politiecommissarissen en de Mexicaanse minister van Binnenlandse Zaken dagenlang in alle toonaarden dat de regering iets van doen heeft met het bloedbad. Dat blijkt niet lang vol te houden. Er zijn te veel getuigen en teveel aanwijzingen dat leden van de regeringspartij wel iets van doen hebben met het gebeurde.

Langzaamaan beginnen er koppen te rollen. Achtereenvolgens nemen de minister van Binnenlandse Zaken, de gouverneur van Chiapas en een aantal hooggeplaatste deelstaatambtenaren ontslag. In nabij gelegen dorpen worden meer dan veertig leden van het doodseskader, inclusief de burgemeester die het bevel tot de actie heeft gegeven, opgepakt. Op internationaal niveau kan de regering de schijn niet meer ophouden dat zij geheel buiten dit drama staat en dus offert ze een aantal mensen. Veel verder dan het baantjesverlies van een paar kopstukken zal het niet komen. Alleen de lager geplaatsten zullen vervolgd worden. De politiek verantwoordelijken blijven, zoals altijd, buiten schot.

De afgelopen drie jaar zijn er volgens cijfers van de mensenrechtenorganisatie Fray Bartolomé de las Casas, in heel Chiapas vijftienhonderd mensen vermoord. Voor het overgrote deel zijn dat aanhangers van de Zapatistas, leden van sympathiserende boerenorganisaties en de centrumlinkse oppositiepartij PRD. In het Noorden van Chiapas hebben op dit moment meer dan 10 duizend aanhangers van de Zapatistas hun toevlucht gezocht in andere gemeenschappen. In de gemeente Chenalhó, waar het grote bloedbad plaatsvond, zijn ruim zesduizend EZLN-sympathisanten hun dorpen ontvlucht en verblijven in mensonterende omstandigheden in Zapatista-gezinde dorpen. Bij veel van deze vluchtelingenkampjes probeert het Mexicaanse leger nu militaire kampementen in te richten. In een groot aantal gevallen is dit door de vluchtelingen en de lokale bewoners, en dan met name de vrouwen, verhinderd.

Solidariteit

Heeft dit bloedbad nu enig positief effect gehad voor de positie van het EZLN? Nee, kan alleen het antwoord zijn. De Zapatistas zijn al sinds het begin van de opstand geen werkelijke militaire bedreiging voor het Mexicaanse leger. Dat laat het leger ook merken. De druk op Zapatista-gemeenschappen wordt ook na het bloedbad nog steeds verder opgevoerd.

Op 3 januari omsingelde het leger nog het Zapatista-hoofdkwartier La Realidad, zonder het dorp echt binnen te trekken. In vele andere Zapatista-bolwerken is het leger de afgelopen twee weken ook binnengedrongen, huizen doorzocht op wapenbezit, dorpsbewoners onder bedreiging met wapens verhoord en zogenaamd wapenarsenalen van de Zapatistas gevonden.

Als reactie op het bloedbad heeft de regering een 'ontwapeningscampagne' in Chiapas uitgeroepen. En wie worden er aangepakt? Juist, die gemeenschappen die niets van doen willen hebben met de regering. Ondertussen gaat in het Zapatista-gebied ook de aanleg van wegen, bruggen en andere infrastructuur gewoon door, zodat het leger nog beter en sneller zijn troepen kan verplaatsen.

Het lijkt allemaal tamelijk hopeloos. Maar we moeten niet vergeten dat de Zapatista-bevolking zich al vier jaar lang niet klein wil laten krijgen en zich actief, hoewel nog steeds geweldloos (hoe lang nog?), blijft verzetten tegen de repressie van staatszijde. Op 14 januari toonden de Zapatistas wederom dat ze zich niet klein laten krijgen. Het EZLN zond die dag voor het eerst middels zijn eigen radiostation La voz del EZLN [De stem van het EZLN] uit op de FM-band.

Wij kunnen hen laten weten dat ze niet alleen staan, dat er ver weg mensen zijn die zich solidair verklaren met hun strijd tegen onderdrukking en repressie, die ook voor een groot deel onze strijd is, en die ook met daden willen ondersteunen. Wees creatief en laat ook de Mexicaanse regering voelen dat de Zapatistas niet alleen in de bergen en de jungle van Chiapas zitten, maar ook in het 'hart van het beest' - Europa. De komende tijd zullen er wereldwijd acties gevoerd worden om de Zapatistas te ondersteunen en tegen de Mexicaanse staatsrepressie te protesteren.

In het weekend van 10 tot 12 januari is er in meer dan honderd steden actie gevoerd. In Mexico-Stad gingen een kleine 100 duizend mensen de straat op. In Chiapas zelf vond een demonstratie plaats waarbij de lokale politie het vuur opende op de slechts met stokken en stenen bewapende menigte. Eén vrouw werd doodgeschoten en twee kinderen raakten ernstig verwond. Het is hoog tijd om in beweging te komen!

Jeroen

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1998
w