Homepage

Uit: Ravage #250 van 9 januari 1998

MILIEUACTIVISTEN GAAN ONDERGRONDS

Het grote geheim van Groenoord

Het verblijf was zowel veertig centimeter breed als hoog en betimmerd met betonhout. De luchttoevoer werd verzorgd door een pvc-koker. Het ongewenste bezoek bestond uit muggen en kikkers, terwijl het donkerte werd doorbroken door het schijnsel van kerstverlichting. En dat alles drie meter onder de zompige grond. Zie hier de beschrijving van de schuilplaats van een van de milieuactivisten die het afgelopen najaar strijd voerde tegen de aanleg van de Afrikahaven even ten westen van Amsterdam. Ravage had een exclusief gesprek met twee van deze tunnelaars, die het gevaar voor eigen leven niet schuwden.

Het zag er onheilspellend uit. In de nacht van 6 op 7 oktober van het afgelopen jaar baanden tientallen ME'ers, geruggesteund door het licht van bouwlampen, zich met graafmachines en schoppen een weg door de dijken die het actiekamp Groenoord omringden. Na verloop van tijd werd de eerste 'tunnelaar' bovengronds gehesen. Verkrampt, omdat de actievoerder langer dan een etmaal in liggende positie in een smalle en vochtige tunnel had gebivakkeerd. Knipperend met z'n ogen vanwege het felle licht van een aanwezige tv-ploeg. Hij zakte door z'n benen. "Hoe voel je je nou?", werd hem gevraagd. De jongen mompelde slechts wat. Wat moet je ook met een dergelijke vraag op zo'n moment.

Die nacht groef de ME uiteindelijk drie actietunnels uit, waarbij in weerwil van een reeks waarschuwingen van de begeleidende woordvoerders van Groen Front absurd grote risico's werden genomen. Er werd slechts mondjesmaat met de veiligheid van de zich in de dijken bevindende personen rekening gehouden. Ze kon het gebeuren dat een deel van een van de dijken instortte, nadat een graafmachine er overheen was gereden. De tunnelaar kon net op tijd naar een ander deel van de tunnel 'tijgeren'.

Mede dankzij de aanwezigheid van de actietunnels heeft de ontruimingsoperatie van Groenoord uiteindelijk bijna twee dagen geduurd. En daar was het de milieuactivisten, met hun fraaie boomhutten en inventief gegraven tunnels, dan ook om te doen geweest. Toch waren de 'tunnelaars', zoals de actievoerders van Groenoord werden genoemd die tunnels groeven in de dijken, niet helemaal tevreden met de afloop. Tunnelaar Mol, die ruim twee maanden bezig is geweest aan zijn tunnel in de zandkleidijk, werd uiteindelijk binnen vijf uur boven de grond gehaald. Dat kwam vooral omdat de ME grof te werk is gegaan. Met een graafmachine werd de dijk waarin Mol zich bevond vanaf de zijkant afgegraven, terwijl hij juist had gewild dat ze hem in de tunnel op waren komen zoeken.

Slaapplaats

Mol (23) heeft zijn bijnaam te danken aan het gewroet in moeder aarde. Samen met collega Das (27), ook al een bijnaam, en nog enkele actievoerders werden er drie tunnels aangelegd. Actiekamp Groenoord, opgezet uit protest tegen de vernietiging van het natuurgebied van Ruigoord, werd gebouwd op moerasachtige grond. Graaf je een kuil in dit gebied dan zit je na een meter al in het grondwater. Ongeschikt om tunnels in aan te leggen. De onverharde dijken, die het basiskamp vrijwel geheel omcirkelden, boden uitkomst.

Het basiskamp van Groenoord werd min of meer ingesloten door drie dijkjes. De lange rechte dijk van zo'n 75 meter, was gemiddeld vijf meter hoog en had een toplaag bestaande uit zand gemengd met klei. De rondlopende dijk bestond vooral uit klei, althans, zo werd algemeen verondersteld. Met de hand een tunnel graven in de zware zompige klei werd als onmogelijk beschouwd. Daarom besloot men om in deze kleidijk vanaf de zijkant een slaapplaats te creëren voor een van de actievoerders.

De graafwerkzaamheden hiervoor verliepen uiterst stroef. Voor het doorklieven van de kleilaag gebruikte men aanvankelijk grote scheppen, maar dat was geen succes. Met schroevendraaiers ging het stukken beter. Das: ,,Hiermee kun je vrij eenvoudig stukken klei loswrikken.'' Toen die slaapplaats eenmaal klaar was, kwam Das op het illustere idee om verder de diepte in te gaan, op zoek naar zand. Al na tien minuten was het feest!

Mol: ,,Dat was voor ons meteen een wijze les. Graaf eerst een diep gat van 1,5 bij 1,5 meter totdat je bij het grondwaterpeil komt. Vervolgens kun je aan de diverse grondlagen zien waarin je de tunnel het beste kunt aanleggen. Daarbij is het belangrijk dat de aardlaag waarin je gaat graven vrij eenvoudig te verwerken is en dat het dak van de tunnel uit een hardere laag bestaat.''

De kleitunnel, waar Das is gaan graven, kwam drie meter onder de top van de dijk te liggen, pal onder de kleilaag en in het zand. Een perfecte situatie. Mol daarentegen is een tunnel gaan graven in de lange dijk, die uit gemengde grond bleek te bestaan. Dan weer wat zand, dan weer klei. Hierdoor heeft Mol heel wat meer problemen ondervonden dan Das.

Geheimzinnigheid

De tunnels die werden gegraven hadden als voornaamste doel de ontruimingsactie te vertragen. Het was belangrijk dat het materieel dat zou worden ingezet, zoals hijskranen om de boomhutten te kunnen ontruimen, niet via de dijken zou kunnen worden aangereden. Door op zigzaggende wijze in de lengte-as van de dijken tunnels aan te leggen, kon worden voorkomen dat de voertuigen over de dijken zouden rijden. Immers, de tunnels zouden in kunnen storten terwijl de actievoerders zich erin bevonden.

Op en naast de dijken werden met linten en aanwijzingsborden de grenzen gemarkeerd waar de tunnels begonnen. Hoe het traject liep en hoe diep de tunnels waren aangelegd, was al die tijd het grote geheim van Groenoord. ,,Als antwoord op die vraag zeiden wij steevast: Graaf je eigen tunnel, dan kom je er zelf wel achter'', vertelt Mol. ,,Die geheimzinnigheid was noodzakelijk, omdat anders ook de tegenstander er mogelijk achter zou zijn gekomen, waardoor de ontruiming zou worden bespoedigd.''

Ook de pers mocht de tunnels niet in, met uitzondering van een bevriende fotograaf. Om de tientallen journalisten niet helemaal teleurgesteld te zien vertrekken uit Groenoord, werd er in de zandkleidijk een speciale 'perstunnel' gegraven, die echter na een enkel bochtje alweer ophield.

Door al deze geheimzinnigheid ontleenden de tunnelaars zich een speciale status op Groenoord. ,,Heel maf, dat wilden we absoluut niet. Het ging vanzelf. Als tunnelaar genoot je een bepaald aanzien, je was iemand'', vertelt Mol nu drie maanden later. Geen van de tunnelaars had ooit eerder ervaring opgedaan met het handmatige graafwerk. Men kende het fenomeen actietunnel van de tv-reportages uit Engeland. Mol: ,,De bodemstructuur in Engeland kun je natuurlijk niet vergelijken met die van de polder waar Groenoord is verrezen. Pas toen ik problemen met de luchttoevoer kreeg, heb ik de Britse vakliteratuur van Earth First! geraadpleegd die op Groenoord voorhanden was.''

Kerstverlichting

Mol is zijn eerste graafwerkzaamheden begonnen in de lange zandkleidijk op een plek waar reeds een diepe kuil was gegraven. Mol: ,,Door die twee meter diepe kuil was de dijk plaatselijk heel smal geworden, waardoor politiewagens er niet langs konden. Vanuit die kuil ben ik in horizontale richting gaan graven. Zo'n 75 meter verderop deed een andere tunnelaar hetzelfde, maar dan in mijn richting. We hoopten zo elkaar ooit onder de grond te ontmoeten.''

Mol zat met z'n tunnel net boven het grondwaterpeil, ongeveer drie meter onder de top van de dijk. Hij bouwde rond de kuil een huisje, waarin hij aanvankelijk geregeld sliep en waarmee nieuwsgierige bewonderaars op afstand konden worden gehouden. Als Mol even weg was, sloot hij z'n tunnelhuisje keurig af. Dankzij deze kuil was Mol in staat om het afgegraven zand en de klei op horizontale wijze af te voeren. Das daarentegen was in de ringdijk afhankelijk van een takelsysteem, zodat de emmers met zand naar boven moesten worden gehesen.

Mol was grotendeels in z'n eentje bezig en voerde de graafwerkzaamheden meestal met z'n handen uit. ,,Soms kwam er een bijl aan te pas om de stukken klei weg te hakken, maar voor het merendeel had ik met zand te maken.'' Met jutezakken en emmers voerde hij de zandklei af. Hiervoor was hij afhankelijk van een maatje, die vlak achter hem ging liggen.

De tunnelbuis had een gemiddelde doorsnede van 40 bij 40 cm, waarin je je slechts in liggende positie kon voortbewegen. Geen luxe, maar voor Mol was dit de meest efficiënte werkwijze; het werkt relatief snel en je hoeft zo min mogelijk zand af te voeren. Voor de broodnodige verlichting gebruikte Mol aanvankelijk kaarsen, maar dat bleek naar gelang de tunnel vorderde niet zo slim. Kaarsen gebruiken immers zuurstof. Vervolgens maakte hij gebruik van parallel geschakelde kerstverlichting, dat werd aangesloten op een 12 volts accu.

Om de zoveel meter maakte Mol een wat grotere tussenruimte, waarin de accu kon worden gezet maar waar je ook voedsel en dekens kon achterlaten. Dat was vooral nodig in de dagen dat de ontruiming werd verwacht. Mol sliep in die periode 's nachts in de tunnel, waardoor hij niet verrast kon worden.

Niet al het zand werd naar buiten afgevoerd. Mol: ,,Door langzaam achteruit te kruipen verspreidde ik met m'n armen een deel van het afgegraven zand weer over de bodem. Hiermee werd de tunnelbuis weliswaar weer wat kleiner, maar het had als voordeel dat de zijwaartse houten stutten weer wat steviger kwamen te staan. Je moest niet met een winterjas de tunnel in, want daar was ie te smal voor.''

Tijgeren

In een land als Engeland kun je graven wat je wil, maar de mulle zandbodem van Groenoord is andere koek. Het arbeidsintensieve stutten en bekisten van de tunnel was dan ook strikt noodzakelijk, anders zou de tunnel vanzelf instorten. Dat stutten is een hels karwei, zeker als je zoiets nog nooit eerder gedaan hebt. De eerste stut die Mol aanbracht zag er dan ook krakkemikkerig uit, maar na verloop van tijd oogde de bekisting aan de zij- en bovenkant steeds professioneler.

Mol: ,,Je graaft eerst horizontaal een gat van een meter diep en een halve meter breed, waarna je op het eind een plank op de bodem legt. Vervolgens graaf je aan beide zijkanten een sleuf en plaatst op het plankje twee paaltjes waarop reeds klosjes aan de bovenzijde zijn bevestigd. Dan sla je aan beide zijden planken op z'n kant achter de paaltjes langs. Door de druk van het zand komen die planken vanzelf klem te zitten.''

Op deze manier hoefde Mol in de tunnel niets te timmeren. Dat was belangrijk, want zodra je een klap met een hamer gaf stortte er weer een stuk tunnel in. Aan de bovenzijde schoof hij een plank in de lengterichting van de tunnel. Die plank was net zo breed als hij de tunnel wilde hebben en zo lang als hij kon graven zonder dat het plafond in zou storten.

Hij gebruikte hiervoor stevig houtwerk, zoals betonhout. Mol: ,,Je moet bijvoorbeeld geen spaanplaat gebruiken, want zodra dat nat wordt gaat het soppen en buigt door. Het hout moet stevig aansluiten, want kieren zijn fataal met het zandwerk. De ondergrond liet ik van zand, want dat bleek toch het minst pijnlijk. Door het 'tijgeren' in de tunnel kreeg ik al snel zere ellebogen en knieën. Houtwerk zou op den duur fataal zijn geweest voor m'n gewrichten.''

Pijnlijke knieën kreeg Mol sowieso als gevolg van het sluipen over de vochtige zanderige bodem. Hij schafte knierubbers aan, die ook door stratenmakers worden gebruikt. In het begin groef hij een meter per dag, maar al snel werd dat drie meter. Mol: ,,Zodra je verder graaft, maak je de bodem van de tunnel waar je je bevindt eerst wat dieper, zodat je uiteindelijk op je knieën kunt gaan zitten. Hierdoor kun je weer meer kracht zetten, hetgeen noodzakelijk is om de tunnel in de lengterichting verder uit te kunnen graven. In liggende positie kun je nauwelijks kracht zetten. Naderhand vul je de tijdelijk verlaagde bodem weer op met het vers afgegraven zand. Dus in feite ben je constant in de diepte aan het graven, maar in de praktijk blijf je redelijk horizontaal. Als je begrijpt wat ik bedoel...''

Zigzaggend

Hoewel de interviewer ooit wel eens een opleiding waterbouwkunde heeft gevolgd, raakt hij hier toch het spoor enigszins bijster. Dat overkwam Mol ook geregeld. ,,Het is zulk arbeidsintensief en demotiverend werk tegelijkertijd, dat ik geregeld periodes inlaste om m'n batterijen weer op te kunnen laden. De vochtige omgeving van de tunnel, de pijnen in je gewrichten. Neen, het viel warempel niet mee.''

Mol schat in dat hij in de lengte-as van de zanddijk gerekend uiteindelijk 25 meter ver is gekomen. Dat is overigens niet de totale lengte van de tunnel, aangezien hij bewust constant bochten aanbracht. Bijvoorbeeld eerst een bocht naar links, vervolgens weer naar rechts, om dan weer naar links te gaan. In feite baande hij zich zigzaggend een weg door de dijk, als een mol. Hij liet alleen geen sporen na aan de oppervlakte van de dijk, want daarmee zou de politie het tracé eenvoudigweg kunnen vastleggen.

Mol: ,,Door het aanbrengen van die bochten bemoeilijk je het werk van de politie. Als zij bij aanvang van de ontruiming aan het begin van de tunnel naar binnen kijken, zien ze niet verder dan die bocht en weten daardoor niet hoe de tunnel verder loopt en waar ik mij bevind. Tijdens de ontruiming zou ik dan ook nog eens de bochten dichttimmeren met hout, waardoor de politie niet kon weten of de tunnel daarachter verder gaat.''

Ondanks het feit dat hij veel bochten aanbracht, kwam Mol nooit buiten de dijk terecht. ,,Het was allemaal gokwerk, maar ik heb geluk gehad.'' Om te voorkomen dat hij in zuurstofnood kwam, ontwikkelde Mol op inventieve wijze een luchtverversingssysteem. ,,Ik plaatste bij de ingang van de tunnel een computerventilatortje dat luchtdicht aangesloten zat op een pvc-buis van 10 cm. doorsnede. Deze buis bevestigde ik aan de linkerbovenzijde van de tunnel en verlengde die naar gelang ik met m'n werkzaamheden vorderde. De draaiende ventilator, aangestuurd door de accu, blies wind door het buizenstelsel heen, hetgeen resulteerde in een uitstekende luchtcirculatie in de tunnel.''

Je zou zeggen dat luchtkokers, die dwars door het plafond naar de bovenkant van de dijk voeren, minder gevaarlijk zijn. Mol denkt daar het zijne van. ,,Dan kunnen ze weer het tracé van de tunnel volgen. Je kunt ventilatiekokers weliswaar scheef aanbrengen, maar dan nog. Buiten dat, een ander voordeel van mijn luchtverversingssyteem was dat het ding perfect functioneerde als communicatiemiddel. Ik kon simpelweg praten met m'n maatjes die zich bij m'n tunnelhuisje bevonden. Tijdens de ontruiming was dat wel zo prettig. Ik werd zo goed op de hoogte gehouden waar de ME zich bevond.''

Allemaal prima geregeld zou je zo denken, maar waar Mol niet op gerekend had was dat gedurende de ontruimingsoperatie de accu er plotsklaps mee ophield. Gewoon leeg. ,,Vreselijk eng was dat, want ik zat daar in die tunnel zonder verse lucht en in het pikkedonker. Ook de kerstverlichting viel natuurlijk uit. Begonnen die ME'ers ook nog eens met een kettingzaag dat stutwerk door te zagen, waardoor ik bijna stikte door de benzinedampen. Maar goed, ik heb het uiteindelijk overleefd.''

Bierhok

De werkzaamheden aan de kleitunnel, waar Das en z'n graafmaatjes aan werkten, verliep aanmerkelijk eenvoudiger. Mol baalt achteraf dat ie daar niet aan de slag is gegaan, want die tunnel had 'een gaaf dak van klei'. De ingang van de kleitunnel had wat weg van een vooroorlogse mijnwerkersschacht.

Das: ,,Ik moest met een trapje naar beneden. Doordat ik vlak onder een kleilaag begon te graven, hoefde ik alleen de zijkanten van de tunnel te stutten. In tegenstelling tot Mol, die in zijn tunnel om de 50 cm stutten moest aanbrengen, kon ik de paaltjes om de anderhalve meter plaatsen. Als de planken langer waren geweest, dan had ik nog minder hoeven te stutten. Die stutten zitten zo'n 40 cm onder de bodem van de tunnel.'' De kleitunnel werd ongeveer 60 bij 60 cm, breder dan die van Mol.

Om het zand af te voeren, experimenteerde Das eerst met een karretje. Dat werkte niet, omdat de wieltjes vast kwamen te zitten in het zand. ,,Vervolgens gebruikte ik hardboardplaten voor de vloer, waarover ik plastic bevestigde. Dit was glad genoeg om een volle emmer over te kunnen schuiven. Omdat de tunnel naar behoren lekker stevig was, maakte ik om de zoveel meter een iets bredere en diepere ruimte. Enerzijds om bouwmaterialen neer te kunnen zetten, anderzijds om vers zand in op te slaan. We moesten altijd met z'n tweetjes aan het werk.''

De luchtverversing van de kleitunnel vond plaats via smalle luchtgaten die met een grondboor in de dijk tot door het plafond van de tunnel werden geprikt. Deze luchtgaten werden op de dijk gecamoufleerd met gras, waardoor ze nauwelijks opvielen. Door in de tunnel iets onder de luchtgaten te bevestigen, werd voorkomen dat men in het donker op de dijk het werklicht van de tunnel kon zien. Das: ,,Maar deze methode blijft een zwak punt. Daarnaast was er bij ons, naar gelang de tunnel langer werd, geen communicatie meer mogelijk met de buitenwereld. Het systeem van Mol is dan ook beter.''

Das creëerde halverwege de schacht, die leidde naar de tunnelbuis, een slaapruimte. Maar wat nog mooier was, aan het eind van de schacht kon je twee richtingen op. De ene richting leidde naar de tunnel, terwijl de andere richting je naar het bierhok bracht. Het bierhok was aangebracht in het grondwater, zodat het van uitstekende temperatuur was. Wat wil een tunnelaar nog meer midden in de zomer. Het zal dan ook niemand verwonderen dat Das makkelijker graafmaatjes kreeg dan Mol. Maar toen er op een dag een muis verzoop in het water, werd de bierput gedempt.

Nachtmerrie

Over dieren gesproken. Das: ,,We kregen voornamelijk bezoek van kikkers. Dat is op zich niet zo erg. Maar wat denk je dan van muggen, daar werd je pas echt gek van. Het gezoem van die beesten wordt nog eens versterkt door de koker waarin je je bevindt. Eén mug klinkt alsof er honderd om je heen vliegen.'' Uiteindelijk is Das met z'n twee graafmaatjes een meter of twintig ver gekomen. Wie nu denkt dat de tunnelaars onderling een competitiestrijd voerden met als inzet de langste tunnel, heeft het mis.

Als we Mol mogen geloven was men eerder zeer benieuwd naar elkanders opgedane ervaringen en nieuwste uitvindingen. Uit de manier waarop Mol zich uitlaat over de biertunnel van Das, klinkt pure bewondering. Ook de ingang van Das' tunnel verdient volgens Mol werkelijk een schoonheidsprijs. Hij lacht om de ingang van z'n eigen tunnel. Mol: ,,Toen die ME'ers dat zagen, konden ze niet geloven dat daar iemand vrijwillig was ingekropen.''

Het slapen in de tunnel, dat vooral gedaan werd vanaf de dag dat de ontruiming kon worden verwacht, was een speciale ervaring. Mol kan zich die eerste nacht nog maar al te goed herinneren. ,,Ik schoot op een gegeven moment wakker en knalde met m'n hoofd tegen het plafond. Ik was vergeten waar ik mij bevond en raakte in paniek. Het was pikkedonker. Doffe ellende, lag helemaal klem en voelde overal hout om me heen. Ik dacht 'kut, waar ben ik!'. Achteraf deed het me denken aan die films waarin mensen levend worden begraven. Zo heb ik me eventjes gevoeld. Vreselijk, een nachtmerrie maar dan in het echt.''

Ook Das verhaalt met weinig enthousiasme over z'n slaapervaringen in de tunnel. ,,Door de hoge vochtigheidsgraad werd ik wakker met pijn in m'n keel en voelde me gebroken. M'n dekens waren klef. Je zag ook damp hangen in de tunnel. Ik kan niemand aanraden om voor de lol in een zelf gegraven poldertunnel te gaan slapen.''

Voor indringers hoefden ze niet bang te zijn. Das: ,,Er was niemand die zomaar een van de tunnels in zou kruipen. Ze zagen er allemaal even gevaarlijk uit. We durfden zelfs elkanders tunnel niet in.'' Das: ,,In feite vertrouw je alleen je eigen tunnel, omdat je die zelf gebouwd hebt.''

Hachelijke situaties

De ontruimingsoperatie verliep voor alle tunnelaars op een hachelijke wijze. Terwijl men zich op diverse plekken in de tunnels bevond, reden ondanks de aanwijzingsborden en de vele waarschuwingen van actievoerders, de draglines over de dijken heen. Mol's tunnel in de zandkleidijk hield stand ondanks de gevaarlijke druk van bovenaf. De politie had op zijn dijk ook nog eens bouwlampen en een aggregaat geplaatst.

,,Je werd gek van het lawaai van dat ding'', zegt Mol. ,,Door de trillingen van de aggregaat kwam er ook nogal wat zand de tunnel binnen. Ze zijn bij mij aan het begin van de tunnel vanaf de zijkant de dijk af gaan graven. Hiervoor hapten ze met een graafmachine zand weg, totdat ze vlak bij de bekisting kwamen. 'Kadoek' hoorde je dan, vervolgens een enorme trilling. De rest van het graafwerk voerden ze met de hand uit. Dan hoorde ik ze via m'n luchtkoker tegen elkander schreeuwen 'nu gaat ie twee meter naar links' als ze weer bij een bocht waren aangekomen.'' Vervolgens hapte de graafmachine weer een stuk uit de dijk, min of meer parallel aan het tracé van de tunnel. Ook dat was op zich gevaarlijk, aangezien de functionering van de bekisting afhankelijk is van een gelijke drukverdeling. Door het ongelijke afgraafwerk, was het risico aanwezig dat er daardoor ongelukken zouden gebeuren.

Je moet om meerdere redenen sterk in je schoenen staan, als je willoos in zo'n obscure tunnel ligt. Mol: ,,Je moet je niet laten intimideren. Die gasten van de ME kunnen je behoorlijk opnaaien. Zo dreigden ze mij, communicerend via de luchtkoker, met het lostrekken van de elektradraadjes van de accu, in een stadium dat 'ie het overigens nog wel deed, waardoor de ventilator stil zou komen te staan en ik geen zuurstof meer zou krijgen. Ook dreigden ze met het loslaten van een hond in de tunnel en met het spuiten van traangas. Nou, daar lig je dan in je eentje in een vrij machteloze positie. Je gaat er maar vanuit dat ze bluffen, maar toch. In feite ben je machteloos. Bij iemand die in het perstunneltje lag zijn ze begonnen met het dichtgooien van de ingang.''

Door toedoen van een graafmachine is de ingang van de kleitunnel ingestort. Dankzij het ingrijpen van enkele attente actievoerders, geholpen door gepanikeerde ME'ers, kon de ingang na handmatig graafwerk weer worden vrijgemaakt. Hierdoor werd de luchttoevoer weer gegarandeerd, een hele opluchting voor de onder de grond zittende actievoerder die de dans van de instortende schacht even tevoren ternauwernood was ontsprongen.

Hardleers

De ME heeft tijdens de ontruimingsoperatie de nodige hinder ondervonden van de tunnels. Ze hebben eerst de zandkleitunnel van Mol uit moeten graven, alvorens ze aan de slag konden gaan met de ontruiming van de boomhutten. Mol: ,,Uiteindelijk heb ik 26 uur aan een stuk in de tunnel gelegen, terwijl de afgraving van de tunnel in totaal vijf uur werd geklaard. Achteraf heb ik me wel afgevraagd of ik al die 26 uur wel in die tunnel had moeten liggen.''

Das: ,,Natuurlijk hadden we gehoopt dat ze veel meer tijd kwijt zouden zijn geweest aan het opgraven van de tunnels, maar we zaten nu eenmaal in dijken in plaats van diep en wijdvertakt onder de grond zoals in Engeland de gewoonte is. Daar zijn ze soms weken bezig om de actietunnels op te graven. Wij moeten in de polder roeien met de riemen die we hebben. Toch is het absurd als je ziet hoe de ME te werk is gegaan. Ze wilden geen tijd verspillen. We hebben geluk gehad dat er geen ernstige ongelukken zijn gebeurd.''

Na de ontruiming werd het hele terrein plat gegooid en de dijken geëgaliseerd. Hierdoor steeg het grondniveau. Een week later werd er op dezelfde locatie een immens fort gebouwd. Vanuit de keuken en de bar van dit Groen Fort werden wederom tunnels gegraven, maar die konden vanwege het grondwaterpeil niet zo diep gaan.

Deze tunnels, waaraan Das en Mol overigens nauwelijks hand en spandiensten hebben verleend, lagen ongeveer een meter onder het maaiveld en waren soms wel vijftig meter lang. Voor de aanleg werd eerst een flinke geul gegraven, vervolgens werd er bekisting aangebracht, waarna er weer zand overheen werd gegooid. Das: ,,Tijdens de ontruiming van het Groen Fort op 1 december heeft de politie wederom zwaar materieel ingezet, dat over de tunnels heen denderde. Alle herhaalde waarschuwingen van de actievoerders en de eerder ontstane levensgevaarlijke situaties bij de eerste ontruiming ten spijt. Ze zijn hardleers. Ook nu stortte er een deel van een tunnel in. Een van de aanwezige ME'ers zei het achteraf zo: Ik had jullie de vorige keer nog zo gezegd dat we een volgende keer toch weer over de tunnels zouden gaan rijden.''

Mol: ,,Er is inmiddels aangifte gedaan van poging tot doodslag. Hopelijk dat dit wat teweeg brengt. Het zal toch niet zo zijn dat er eerst doden of gewonden moeten vallen, alvorens de politie besluit niet langer het risico te nemen om over tunnels heen te rijden.''

Ze zijn beiden van plan om ooit weer de grond in te gaan. Mol: ,,Toen ik uiteindelijk door de ME uit m'n tunnel werd gezaagd, heb ik me voorgenomen nooit meer zo'n avontuur aan te gaan. Maar inmiddels heb ik weer zin om de grond in te gaan, maar dan wel op een geschiktere locatie. Als je qua effectiviteit een keuze moet maken tussen de diverse vreedzame middelen, dan is de tunnel de beste.'' Das sluit zich bij hem aan. ,,De kracht van een tunnel zit 'm in het geheimzinnige. Je weet nooit hoe het tracé loopt, hoeveel mensen er in zitten. Bij een volgend actiekamp ben ik weer van de partij.''

Alex van Veen

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1998