| Homepage |
|
Going sane in a crazy world
In Ravage # 246 vraagt Eric Krebbers aandacht voor het vraagstuk
van de psychiatrie. En terecht. Velen van ons, waaronder ik, bezoeken
met grote regelmaat vrienden die zijn opgesloten in inrichtingen als
De Maas of Delta en maken ons zorgen over de vele mensen in onze leefomgeving
die drijven op Prozac en andere psychofarmaca. Bovendien heb ik sinds
de middelbare school al heel wat vrienden ten grave gedragen die hun
gekte niet langer konden verdragen.
Het psychiatrische vraagstuk verdient een plaats hoog op de agenda. Indien we spreken over de kwaliteit van ons bestaan (of het gebrek eraan), dan doen we dat vooral met de gedachte aan onze vrienden die onvoldoende weerstand konden opbrengen. Ik dank Eric dan ook van harte voor zijn bijdrage, maar wil ter aanvulling als betrokken leek nog enkele opmerkingen maken.
Eric suggereert dat er vandaag geen aandacht meer is voor oppositie tegen
de psychiatrie. Met weemoed blikt hij terug op initiatieven uit de jaren
'60, zoals het Socialistisch Patiënten Kollektiv (SPK). Toch dunkt me
de gedachte onjuist dat dergelijke projecten geen vervolg hebben gehad.
Uit deze oppositiebeweging groeide alras het besef dat "it takes
two to tango", met andere woorden: de gek bestaat bij de gratie
van de psychiater en de psychiater dankt zijn identiteit aan de gek.
Het is geen toeval dat Eric een cruciaal thema van Michel Foucault introduceert: de Grote Opsluiting. Wat hij echter vergeet te vermelden is dat Foucault tevens beklemtoonde dat deze 'opsluiting' steeds verder uitzwermde in de samenleving. Eric beseft dat weliswaar: "Steeds meer mensen hoeven niet meer gedwongen te worden. Ze worden niet meer opgesloten achter tralies, maar in hun eigen hoofd". Helaas trekt hij daaruit geen radicale conclusie, namelijk dat daarmee de oppositie tussen gek en psychiater is opgelost.
Veel mensen die vandaag de dag naar psychofarmaca grijpen of zich een jaar in therapie laten opsluiten kiezen daar zelf voor. En bovendien is het niet bewezen dat deze mensen vooral uit de lagere klassen komen, zoals Eric steeds suggereert vanuit zijn preoccupatie met de klassenstrijd. Psychiatrie en openbare orde schuiven steeds verder in elkaar en het vraagstuk van de openbare orde domineert vandaag alle klassen.
Schizofrenie
In 1972 schreven de psychiater Felix Guattari en de filosoof Gilles
Deleuze samen een klassiek geworden politiek psychiatrische studie die
deze verschuivingen in kaart bracht; Anti Oedipus. Foucault,
die het voorwoord schreef, meende dat dit boek de eerste niet fascistische
ethiek bood die ooit was geschreven. Het is een uiterst ingewikkeld,
maar intrigerend boek waarin op een volstrekt andere wijze met de psychiatrie
wordt omgesprongen. De schrijvers richten zich vooral op paranoia (een
'fascistische' totaliserende reactie van de gek op het kapitalisme)
en schizofrenie (een 'anarchistische' gespleten reactie).
Tot aan zijn dood in 1995 werkte Guattari in de psychiatrische kliniek La Borde in Frankrijk met schizofrenen. De VPRO zond enige tijd geleden nog een boeiende documentaire uit over deze kliniek. Naast zijn dagelijkse werkzaamheden was Guattari ook betrokken bij de emancipatie van gevangenen, het opzetten van een netwerk van Vrije Radio's en legde hij de basis van een volstrekt andere ecologie. Sinds mei '68 bestond zijn kritiek op links vooral uit het tegengaan van bureaucratisering, machtsvorming, ideologisering en simplistische opposities.
Bij Autonomedia (New York) verscheen in 1995 een prima introductie tot zijn
politieke psychiatrie, onder de titel Chaosophy. Het boek bevat
vooral vraaggesprekken waardoor de centrale gedachten meer laagdrempelig
aan de orde worden gesteld. Ook zijn laatste boek, Chaosmose (Power
Publications, Sydney 1995), is de moeite van het lezen waard al kan
ik iedereen hier aanraden het boek in een groep gezamenlijk te lezen.
In Rotterdam maak ik bijvoorbeeld deel uit van zo'n leesgroep: negen
mensen lezen steeds een gedeelte en wisselen daarna hun gedachten uit.
Je moet Guattari niet lezen als een absolute autoriteit, maar als iemand
die gedachten ventileert waarover we kunnen denken en praten. Zo grijpt
de vandaag de dag in zwang zijnde "schizoanalyse' van het kapitalisme
terug op Guattari c.s. denk bijvoorbeeld aan Rolande Perez' On Anarchy
and Schizoanalysis (Autonomedia 1991).
Kinderen
Ook op andere fronten zien we dat de door Eric onderstreepte oppositie niet langer werkt. Eind jaren '70 ontstond in Australië en Nieuw Zeeland een andere SPK. Soms noemde zij zichzelf Surgical Penis Klinic, dan weer Seppuku, maar ook Sozialistisch Patiënten Kollektiv. Een psychiater en zijn patiënt braken uit hun instelling en gaven hun opvattingen vorm in neurotisch psychotische industrial. Bij hun eerste plaat was een boekwerk gevoegd met foto's die ze gestolen hadden uit diverse inrichtingen. Met verbijstering namen we kennis van de experimenten die met gekken werden uitgevoerd.
In 1979 was ik met enige vrienden in Londen om daar deel te nemen
aan een discussie over deze SPK: het bleek een discussie die we kunnen
samenvatten in een uitspraak van de comics antiheld The Tick: "going
sane in a crazy world". Ook in het door Cor Gout opgerichte tijdschrift
Trespassers W werd in 1984 uitvoerig over SPK bericht. In Tilburg
waar ik toen nog woonde, hadden we zelfs een leesgroep rondom deze thematiek.
Ten slotte wil ik hier nog wijzen op de ook door Eric aangehaalde
problematiek van de drogering van hyperactieve kinderen. Inderdaad rukt
de ritolin nog steeds op, al is dit geen nieuw verschijnsel. Hij heeft
gelijk dat vooral in de VS maar ook elders! een aanzienlijk percentage
van de kinderen wordt gedrogeerd. De gevolgen zijn rampzalig. Wie wil
weten wat het spul van kinderen maakt doet er goed aan de spoken word
cd Live at McCabes (1990) van Henry Rollins aan te schaffen.
Tot ver in zijn pubertijd werd Rollins gedwongen ritolin te slikken.
Hij vond zijn uitlaatklep in punk en hardcore, maar veel anderen "lopen
vandaag rond met guns om anderen door hun kop te schieten", aldus Henry.
Een ander slachtoffer van drogerende middelen is de Amerikaanse anarchist
Bob Black. Zijn boek Friendly Fire (Autonomedia 1992) opent met
een rapport van een psychiater die Bob's ouders maant de jongen onder
de pillen te duwen: "The name of the drug is vesperin and it is in
the phenothiazine group. The dosage should begin at 25 milligrams daily
to be given in the morning. I would think that for a 8 year old boy
of his size that no more than 100 milligrams daily would be indicated.
Some side effects which will undoubtedly be seen are drowsiness, weakness
and sometimes blurred vision."
Dat het vraagstuk van de psychiatrie nog altijd zeer belangrijk is
weet ook John Zerzan. Zijn essay "The Mass Psychology of Misery" (in
zijn bundel Future Primitive, Autonomedia 1994) zou als verplicht leesvoer
kunnen dienen voor een ieder die werkelijk zoekt naar "sanity in
an insane world". Kortom, velen blijken zich wel degelijk te bekommeren
om de psychiatrisering van onze samenleving, al biedt de simplistische
oppositie tussen psychiater en patiënt niet langer een geschikt ijkpunt.
Uiterst leerzame initiatieven als het SPK mogen dan zijn vastgelopen,
er zijn talloze wegen geopend die ons mogelijk verder op weg kunnen
helpen.
Siebe Thissen
Naar Jaargang 1998 |