| Homepage |
|
De Zielen van Midgard
Een boek dat stedelingen "van de natuur afgewende tv-kijkende mutanten"
noemt, belooft niet veel goeds voor Amsterdam en haar bewoners. En inderdaad
krijgt Amsterdam het zwaar te verduren in De zielen van Midgard,
de tweede roman van Natasha Gerson (1969), want de hoofdstad wordt afgeschilderd
als broeinest van liefdeloosheid en desinteresse. We treffen een aantal
personen aan die vastgelopen zijn in hun leven. Is het niet het knellende
gevoel van machteloosheid of een gevoel van doelloosheid, dan is het
wel het gevoel van onveiligheid dat het wonen in de grote stad met zich
meebrengt. De hoop op een beter bestaan is de aanzet tot een zoektocht
buiten de stadsgrenzen. Bewust of onbewust vinden deze mensen hun heil
in de totaal geschifte leer van de Profeet Rudiger Wichbold Arnzer.
Bij de familie Elderbach, van boerderij Midgard in Drenthe leeft men,
zo goed als mogelijk is, volgens zijn leer.
Ook hier op Midgard heerst een lamlendige sfeer. Vader Jacob dwingt het hele gezin Elderbach in zijn interpretatie van de leer mee te gaan; iedereen behalve Jacob haat Arnzer dan ook grondig. Het gezin neemt in het dorp een positie van zonderlingen in. Als de vader des huizes overlijdt is daar dan de ruimte voor een nieuwe invulling van het leven in het algemeen en Arnzers leer in het bijzonder. Met de nieuwe volgelingen uit de stad wordt er handig aan Arnzers strenge wetten gesleuteld zodat er een leer ontstaat die zelfs voor de gemakzuchtige Amsterdammer aantrekkelijk kan zijn.
Het boek begint zo mooi, zo volledig. Het leven op een boerderij wordt weergegeven als het paradijs zoals we die ooit zelf wel eens op een mooie zomerdag hebben ervaren. We worden voorgesteld aan de familie Elderbach en aan de zoekende zielen. Maar zo paradijselijk blijkt het leven op de boerderij toch niet te zijn. Van het gevoel van ongeluk van Ada, weduwe van Jacob, worden we zonder problemen meegenomen naar de Pijp waar Nadine, 21 en bijstandsmoeder, haar leven in een liefdeloze omgeving gaande probeert te houden.
Verder leren we Vincent kennen, De Bedenker. Als dj achter zijn draaitafel proeft hij de wellust van macht over de deinende massa voor hem, maar terwijl dit hem opwindt, schrikt hij ook van dit gevoel. Hij wil zo graag iets zinnigs zeggen, een wegwijzer zijn in de leegheid van het bestaan, maar weet niet wat.
En dan zijn er nog Mati en Solomon, twee vluchtelingen uit Ethiopië, zij lijken niet gelukkig of ongelukkig, zij willen rust om het leven op te bouwen zoals ze die voor ogen hebben.
Helaas, als onze helden geïntroduceerd zijn worden ze plat, 2-dimensionaal. Het lijken wel karikaturen in plaats van levende personen van vlees en bloed. Ze zijn zo makkelijk in een hokje te passen: de dj, de Bijstandsmoeder, de Vluchteling. Zo leeg en oppervlakkig als hun leven is zo worden zij omschreven. Door onzekerheden, problemen zoals een groeiend Schiphol, varkenspest en onverschilligheid ten opzichte van vluchtelingen worden deze mensen bij elkaar gedreven om zich over te geven aan de wetten van Arnzer. Als iedereen elkaar dan gevonden heeft, wordt het gezellig.
Het lijkt alsof Natasha Gerson bedoeld heeft uit te leggen hoe mensen erbij komen zich bij een sekte aan te sluiten. Alles goed en wel, iedereen heeft elkaar gevonden en dan is het boek afgelopen, lijkt het. Gelukkig trekt een epiloog het hele happy end weer in twijfel zodat we met genoegen kunnen constateren dat het allemaal toch niet zo makkelijk goed zal komen met ons en de wereld.
Helga
Natasha Gerson, De zielen van Midgard. Van Gennep,
Amsterdam 1997. Prijs: fl. 34,90.
Naar Jaargang 1998 |