Homepage

Uit: Ravage #250 van 9 januari 1998

Oostindie, West-indië, Gortzak en de zwarigheid van volk, stad en staat

Een nieuwe scribent voegt zich in de oude en lange reeks van elkaar overschrijvende apologeten van het kolonialisme en de slavenhandel. De Leidse hoogleraar Oostindie die Hollands Glorie in de West documenteerde, slaat weer eens de plank volkomen mis. Op grond van politieke opportuniteitsoverwegingen: acute drugsproblemen met Suriname, EU-exportperikelen met de Antillen en Aruba, gooit hij de overzeese geschiedenis weer eens in de revisie.

De nieuwe voorstelling van zaken is, dat de Nederlanders zich hoogstens als incidentele koloniale scharrelaars manifesteerden en dat 'het groots' dat in de 17de eeuw werd vertoond praktisch schlemielenwerk was, vergeleken bij hetgeen Frankrijk en Engeland in die tijd aan imperia opbouwden en als gevolg daarvan aan koloniaal gewin binnensleepten.

Het echte inzicht in de Nederlandse formatieve verrichtingen en ervaringen is van wezenlijk belang. Moet bijvoorbeeld nu, het zogenoemde 'bewariërs-schandaal' en de ontdekte wasserette (van een enkele wasmachine kunnen we echt niet meer spreken) aan het Beursplein, begrepen worden als uitingen van een verwerpelijke 'nationale' trek? Met andere woorden: staat een en ander in het totale licht van de Nederlandse natie-vorming door een gretige, zich razend snel verrijkende kleinsteedse burgerij en de daarbij ontwikkelde politieke, ambtelijke en zakelijke cultuur, waarvan de normen en waarden nog in het heden doorwerken?

Of moeten het 'bewariërs-schandaal' van geroofde en onderhands verkochte joodse kostbaarheden en soortgelijke toch wel al te veelvuldig vertoonde verwerpelijke maatschappelijke uitingen gezien worden als losstaande incidenten? Zijn het kortom fenomenen zonder enig maatschappelijk of historisch belang; laat staan beïnvloed door een trendsettende hofcultuur van de founding fathers, doch enkel en alleen aberraties veroorzaakt door de hebzucht van grijpgrage individuen? Wie, ter beantwoording van deze vragen de voormelde Leidse hoogleraar volgt, komt met het boekje niet veel verder. Hoewel, zelfs uit de directe teksten van de apologieën, blijkt vaak het tegendeel van wat men veelal vruchteloos tracht te beargumenteren.

De historische feiten liggen nu eenmaal zoals ze liggen. Uiteraard; binnen hun context. Zo is het bekend dat Coen over zijn grootse kolonisatieplannen kon kletsen wat ie wou. In patria verdedigde hij die tot hij blaren op zijn tong kreeg. Het hielp allemaal niets. De bewindhebbers wilden snel grote dividenden. En dus werd het: de West-Indische Compagnie (qua inrichting met kamers en bewindhebbers een kopie van het oudere zusje, ook met benoemingsrecht rustend bij de Staten Generaal).

Het verleende monopolie, behelsde de landen ten westen van Kaap de Goede Hoop en ten Oosten van de Straat van Magelhaën. Een Atlantisch imperium verrees: Goree, Suriname, Manhattan, St. Maarten, Olinda, Pernambuco, Recife, St. Eustatius, Curaçao, Elmina, Cabo Corso, Luanda, Sao Thomé en Cabo di Buena Speranza werden fluks bezet. De Nederlanders monopoliseerden voor een periode de gehele slavenhandel. De Oranjes van de eerste generaties waren nog niet voor vol aangezien in Europa.

Nu kwamen er grote schatten in het land. Frederik Hendrik bekostigde het beleg van Den Bosch en legde daarnaast zelfs een fantastische 'vorstelijke' kunstcollectie aan, met fondsen uit de slavenhandel en de kaapvaart. Fortuinen hoopten zich op in de Lage Landen. Ontvoering, ontvolking, roof, diefstal, doodslag, moord, piraterij en genocide vormden de keerzijde van deze medaille.

In allerlei artikelen en goederen werd over en weer gehandeld. Daar bestaan geen meningsverschillen meer over. Ten aanzien van de opbrengsten van met name de mensenhandel is echter altijd gesteggeld. Een descriptieve geschiedenis van de staat van steden als London, Liverpool en Bristol; Amsterdam en Middelburg; Honfleur, La Rochelle, Nantes, Bordeaux en Parijs; Madrid, Cadiz en Sevilla; Oporto en Lissabon voor en na de participatie in de slavenhandel en de koloniale economie, zou veel onthullen.

Doch ook de opbrengsten en economische resultaten van de directe mensenhandel sec zijn door Dr. Eric Williams, later jarenlang premier van Trinidad en Tobago, reeds gedetailleerd becijferd. Het aan boord brengen, verschepen en verkopen van grote aantallen mensen en de vereiste logistiek en bevoorrading werd een enorm internationaal project waardoor zelfs hele nieuwe industrieën ontstonden; alles ten bate van de mensenhandel. Het was de meest lucratieve onderneming in heel Europa tot en met de afschaffing in 1807.

Er bestond veel onderlinge animositeit tussen de slavenhandelaars. In 1701 schreef Willem Bosman dat de Nederlandse schepen over het algemeen schoon en netjes waren, terwijl de Franse, Portugese en Engelse schepen altijd vies zouden zijn en stonken. Dit terwijl de Nederlandse schepen ladingen van tussen de 600 en 700 mensen vervoerden. Iedere gezonde volwassen slaaf - een zogenoemde Pieza de India - bracht zo'n 300 peso's (Peso Real d.i.: Koninklijke Peso, realen) op. Om de zes weken vertrok een schip. Het aantal slavenschepen in de vaart, alsook de afvaartfrequenties vereisten uitgewerkte schema's.

De periode waarin de Hollanders bij de handel betrokken waren is tot op de dag bekend, zodat door de daadwerkelijk geïnteresseerden met een eenvoudig zakmachientje is uit te rekenen hoe groot de exacte opbrengst was. De haven van CuraÇao en de rede van St.Eustatius waren in ieder geval de grootste slavenmarkten van het Westelijk Halfrond, met altijd zo'n 3000 slaven 'in depot'; terwijl Amsterdam uitgroeide van insignificant middeleeuws vissersstadje tot belangrijkste financiële metropool van de planeet. De opbrengsten uit de slavenhandel vormden de èchte kern van het solide inkomen van de West Indische Compagnie en de Middelburgse Handels Maatschappij.

Op deze wijze voltrok zich wat later is gaan heten: De Gouden Eeuw. Het laatste Hollandse slavenschip ging in 1778 te Willemstad - Curaçao voor anker. Stadhouder Prins Willem V, was voor zover bekend, de laatste Oranje die zich er direct aan verrijkte. Over de betrokkenheid bij de slavenhandel van deze functionaris is eveneens gedetailleerde documentatie voorhanden.

Op de ochtend van de eerste juni 1768 spoedt deze hoogwaardigheidsbekleder zich om 11.20 - reeds te laat voor zijn afspraak - naar het gebouw van de West-Indische Compagnie aan de Voetboogdoelen (op de plek van de tegenwoordige Amsterdamse Universiteits Bibliotheek) in verband met zijn optreden als Opperbewindhebber, met een aandeel van 4 procent van de uitdelingen aan participanten. Terwijl hij later zijn donaties opstrijkt, componeren de zwoegende kleine Afrikaanse slaafjes van de Hollanders, onder de hete tropenzon van Curaçao, het meest trieste kinderliedje ooit:

Mi Mama no tin plaka --- Mijn Moeder heeft geen geld
hinka'mi den un doshi' --- verpak mij in een doos
manda'mi na Hulanda --- (en) stuur mij naar Holland

Praktisch op de kop af 150 jaar daarvoor, had zich, met betrekking tot diezelfde WIC, ook al een heftig drama voltrokken. Van Oldenbarnevelt, die ondanks al zijn grote gaven niet ten volle begreep, welke nieuwe krachten in de jonge natie werkzaam waren, verzette zich met hand en tand tegen de oprichting van de West Indische Compagnie. Die houding was een van de voornaamste redenen waarom hij het op 13 mei 1618 met zijn dood moest bekopen, op het schavot voor de Ridderzaal. Daar op het Binnenhof werd hij publiekelijk onthoofd. Daarna werd de WIC alsnog opgericht. Willem Usselinx, een uitgeweken Belg, had het meest voor de WIC geijverd. Hij droomde van een groot Calvinistisch Rijk in de Nieuwe Wereld; het werd een uiterst lucratieve carrière in de slavenhandel, piraterij en contrabande.

Zo voltrok zich misschien de meest trieste episode in de geschiedenis van de gehele mensheid. Van een barbaarsheid slechts vergelijkbaar met de recentere Shoa, de Holocaust, alleen: op veel grotere schaal. In de periode van het kolonialisme, kapitalisme, imperialisme, de slavenhandel en slavernij werden drie continenten: Afrika, Azië en Latijns Amerika volledig leeggeroofd, de bevolking gedeporteerd en vaak volledig uitgemoord. Uit de directe opbrengsten van de onvrijwillige keiharde arbeid op de WIC plantages, werd onder meer Amsterdam opgebouwd.

Vandaag de dag resideert Burgemeester Schelto Patijn in het monumentale pand aan de Herengracht 502. Paulus Godin, kon zich - als bewindvoerder van de WIC - deze luxe al vrij snel permitteren van de onder dwang verrichtte arbeid van de directe voorouders van de hedendaagse Bijlmerbewoners uit De Antillen en Suriname. Niet alleen de feitelijke; ook de rechtmatige erfgenamen dus van menig monumentaal pand in Amsterdam.

In De Bijlmer is momenteel een vereniging bezig om in navolging van het Joods Maatschappelijk Werk ook deze Zwarte Tegoeden en Panden op te eisen en ze uit staatshanden te ontnemen en het beheer in handen te krijgen van de rechthebbenden. Deze Antillianen willen bij de onafhankelijkheid sowieso een boedelscheiding van het hele Koninkrijk zoals zijzelf destijds zijn overeengekomen met Aruba bij de aanvaarding van de Status Aparte.

Aan de Amsterdamse IJ-oevers begon het trieste WIC verhaal. Hier legden de schepen aan en meerden ze af. De ook naar objectieve toen geldende internationale rechtsmaatstaven illegitiem - dus crimineel - handelende bewindhebbers, vergaderden oorspronkelijk in het Princenhof. Er kwamen, conform de verwachtingen, spoedig ruimere middelen ter beschikking als gevolg van de ontplooide illegale activiteiten en reeds in 1623 betrok de Compagnie de Vleeshal aan de Herenmarkt. In de kelder van dit gebouw - Het West Indisch Huis aan de Haarlemmerstraat - lag Piet Hein's enorme buit opgeslagen. Die fantastische, geroofde rijkdommen ontlokten in het toenmalige Amsterdam uiteraard een muiterij. Vondel schreef er nog een gedichtje over.

Inmiddels beschikte de Compagnie over ruim voldoende middelen om een eigen pand te laten bouwen en zo verrees het West Indisch Huis aan de kale IJ-kant. Het bekende pand aan het 's-Gravenhekje met WIC-monogram en stijlkenmerken van bouwmeester Henrick de Keyser, was qua locatie beter te verdedigen en het lag ook gunstiger ten opzichte van het water (in verband met het aanleggen en afmeren van schepen).

Toen de gezanten van de Prins van Sonho Amsterdam in 1671 bezochten, bleek het onderkomen (eigenlijk een pakhuis) echter niet representatief genoeg en de hoge gasten moesten worden ondergebracht in het Herenlogement. De (2de) WIC zat vanaf 1680 tot de deconfiture in 1791, in het West Indisch Huis aan de Doelen. De Middeleeuwse schutterijen waren in 1567 ontbonden. Slechts een geconserveerde gevelsteen herinnert aan de Oude Doelen.

Hierachter is de lokatie van de huidige Universiteits Bibliotheek, waar Willem V aanzat in verband met zijn aandeel van 4 procent, als participant. Ook de Sociëteit van Suriname vergaderde in dit gebouw. De Kamer van Zeeland en de Sociëteit van Suriname hadden het huis "De Gouden Zon", Singel 118, als logement ingericht. Aan de Herengracht 310 verrees het huis "CuraÇaos Welvaren". Lange tijd eigendom van de Van Eeghen's, bewindvoerders van de Compagnie. Het haardstuk in dit huis is een houten reliëf, met een allegorie van handel en scheepvaart, steunend op slavernij. Niet alleen de familie, ook Amsterdam zelf bracht dit grote welvaart.

Vervolgens verrees het Paleis op de Dam waar, in Jacob van Campen's tympaan aan de Westgevel (achterkant van het gebouw), in de racistische weergave van Artus Quellien het stadsverhaal voor het nageslacht werd vastgelegd, in het reeds bekende iconografische programma, met een zich nu snel uitbreidend en immens rijker repertoire. De iconografie verhaalt in deze compositie concreet van Afrikaanse voormoeders en Oosterse en Indiaanse voorvaders van de hedendaagse Bijlmerbewoners die rijkdommen aanslepen en hulde brengen aan de stedemaagd van Amsterdam. Het nauwgezet en nuchter lezen van architectonische en sculpturele beeldtaal in iedere willekeurige stad, levert vaak meer op aan relevant historisch en maatschappelijk inzicht, dan het geconcentreerd doorploeteren van ongeïnspireerde, afgezaagde geleerde flutgeschriften, zonder geëxpliciteerde bijbedoelingen.

Wie in Amsterdam de ogen goed de kost geeft, ziet immers direct dat de Nederlandse presentie op de Antillen en Aruba en in Suriname beslist geen zaak was van windeieren. Het heeft Amsterdam het nodige aan wat voor cachet en waardigheid doorging (of misschien hier en daar nog zelfs doorgaat) opgeleverd. Binnen de Amsterdamse grachtengordel vergapen toeristen uit alle windstreken zich nu nog aan de gevels van de 17de eeuwse palazzo's waarvan de meeste met behulp van het slavengeld zijn gebouwd. De haven van Willemstad was vanaf het prille begin van doorslaggevende betekenis voor de opkomst en bloei van Amsterdam en zelfs voor het overleven van de jonge zich bevrijdende Republiek.

Na de afschaffing van de slavernij en de grootschalige introductie van tropische culturen werd de opbrengst van Suriname van doorslaggevende betekenis voor de Amsterdamse goederenmarkt. Met de komst van de olie- en bauxietgiganten op de Antillen en Suriname in de 20e eeuw werden de belangen verveelvoudigd. Nederland groeide uit tot een van de tien rijkste landen ter wereld met een bijeen gegraaid vermogen van zo'n 4000 miljard gulden. Terwijl het aan het begin van het kolonialisme echt niet veel voorstelde. Te Utrecht stond de Dom (niet de huidige) en Jeroen Bosch had er geschilderd... Suriname nam uiteindelijk in 1975 afscheid.

Aan de Antillen en Aruba wordt nog steeds grof verdiend. En zeker niet alleen door gecorrumpeerde politici en 'side-linende' Haagse ambtenaren of de Nederlandse onderwereld. Jaarlijks moeten de landen voor "schulden", boven de 50 miljoen betalen aan rente en aflossing, hetgeen zwaar op de eilandelijke budgets drukt. De KLM (een andere Koninklijke) exploiteert de trans-atlantische vliegroute als een privé goudmijntje waarover men - als in de tijden van de WIC - angstvallig het monopolie bewaakt.

Voornamelijk Nederlandse bedrijven en hoteliers, stellen zich strategisch op bij de jaarlijks door de Nederlandse belastingbetaler welgevulde financiële ruif, die men hier en daar nog ontwikkelingssamenwerking noemt. In werkelijkheid gaat ook de rest van het geld op, aan de salariëring van de Nederlandse technische bijstanders, die voor een riant tropisch verblijf worden uitgezonden, terwijl de Antillen en Aruba het gelag betalen. Na 360 jaar Nederlandse presentie is de West voor iedereen nog steeds big business, behalve voor de sociaal-economische achterhoede van de Antillen en Aruba. In duurzame productieve projecten is namelijk na zo'n 40 jaar ontwikkelingssamenwerking, nauwelijks geïnvesteerd.

De indruk bestaat dat grote categorieën Nederlanders vaker het koloniaal verhaal onderdrukken, ontwijken of zelfs verdringen. Surinamers, Antillianen, Indonesiërs en Ghanezen in de Bijlmer hebben, naar het schijnt, nog de meeste data en details paraat. Dat bleek nu ook weer bij de kandidaatstellingsprocedures van de politieke partijen in Amsterdam Zuidoost. Wouter Gortzak van de PvdA bleek daarbij kansloos. Zijn 'billenmaat' van de Volkskrant Sytze van der Hoek had hem al weken de hemel ingeprezen. Ook andere kranten gaven een voor hem flatterende doch feitelijk verdraaide voorstelling van zaken.

In feite werd Gortzak door de zwarte bevolking in voorbereidende besprekingen zonder dat hij dat zelf doorhad, al weken getoetst op zijn standpunten en visies. Een beproefde procedure waar de commissie-Dunning een punt aan kan zuigen. Daaruit werd steeds duidelijker dat hij niet in staat en bereid was om de werkgevers aan de andere kant van het spoor duidelijk te maken dat ook de zwarten moesten kunnen participeren in de economische opleving van het stadsdeel. Hij hinderde zelfs iedere goede ontwikkeling geïnitieerd onder wijkwethouder Helen Burleson-Esajas en scheidend stadsdeelvoorzitter Ronald Jansen.

In één zo'n bijeenkomst beklaagde hij zich publiekelijk over het feit dat hij in de jaren '70 geen racistische conclusies uit bedenkelijke rapportages had gemeld in de krant die hij toen overigens praktisch naar de afgrond schreef met zijn ineffectieve pen. Hij was door zijn vader op de hoofdredactionele stoel geparachuteerd. Op eigen kracht kon hij het echter niet redden. Smalend vertellen Parool-medewerkers hoe er op de burelen champagne werd gedronken toen hij het veld moest ruimen.

Hetzelfde verschijnsel deed zich donderdagavond de 11e december 1997 voor aan de - let wel - L u t h u l i straat in de Bijlmer, toen Gortzak, conform de verwachting, van de kieslijst werd weggevaagd. In de zwart/wit discussie, was hij door onbeholpen publieke uitspraken reeds te kakken gezet als 'racist'. Met zijn kandidatuur voor zowel Tweede Kamer àls deelraad was hij voor velen in Zwart Zuidoost nu ook de verpersoonlijking geworden van die in sommige ogen kennelijk typische Hollandse etnocentrische en koloniale gretigheid en graaizucht.

De verderfelijke, naar het schijnt voor met name joden, Antillianen, Arubanen en Surinamers zo herkenbare zelfingenomen profiteursmentaliteit en die werkelijk op niets stoelende superioriteitswaan, die bepaalde Nederlanders zouden etaleren en die zou hebben geleid tot zowel slavernij en kolonialisme als de uitlevering en plundering van onschuldige holocaust slachtoffers. Diezelfde mentaliteit dus die Gortzak's vader als verzetsman een generatie eerder te vuur en te zwaard had bestreden.

In een van zijn meest zwakke publieke presentaties tot nu toe, verklaarde Gortzak aan zijn medeburgers uit de Bijlmer - tot overmaat van ramp - dat hij slechts voor een van de zeven topposities op de kieslijst beschikbaar was geweest. Na het verlies van de zevende positie op de lijst, begreep hij pas dat hij nu door de zaal tot gort zou worden gespeeld en trok hij eindelijk, doch bijster laat, de juiste conclusie.

Dat ging wel gepaard met rauwe emoties en primitieve instincten. Hij dreigde daarbij zelfs met fysiek geweld. Het zou het einde van zijn bejaarde dagen hebben betekend. Zonder dat hij het wist had hij een formidabele en onverschrokken getrainde Caribische bokser en karatespecialist voor zich die hem vanwege zijn brutaliteit, ondanks zijn gevorderde leeftijd, tot moes zou hebben geprakt als hij zijn agressieve opwelling met behulp van toegesnelde omstanders niet tijdig had weten te bedwingen. Gortzak vertrekt gelukkig als backbencher naar de Tweede Kamer waar vanuit de partijleiding meer zicht is op zijn verrichtingen.

De PvdA-partijleden, die hij in Het Parool na zijn verlies omschreef als een stelletje 'ontevredenen' en 'vergadertijgers' hadden meer vertrouwen in de politieke mores van twee reeds beproefde zwarte raadsleden: Clifton Codrington en Dr. Henry Dors, die de meest gerespecteerde anti-racistische activist is van Nederland. En dat gold gelukkig voor zowel de zwarte àls de witte partij achterban, die Gortzak met zijn inmiddels bekende benepen grofheid, zo had gediskwalificeerd. Híj was zèlf de belichaming van de lang overjarige witte dominantie in een overwegend zwart stadsdeel geworden. Dat inzicht brak echter maar niet door bij hem. Het gaat met horten en stoten weliswaar, doch de vorderingen zijn nu voor eenieder duidelijk zichtbaar.

De opbouw van een rechtvaardige multiculturele samenleving kan in de Bijlmer een aanvang nemen, zonder enig ambtsbejag en begerigheid naar of arrogantie van de macht. Een van de voornaamste obstakels is immers opgeruimd. Nu kunnen de nazaten van zowel kolonisator als gekoloniseerde zonder zwarigheid gezamenlijk werken aan de opbouw van een rechtvaardige multiculturele samenleving, waarin etniciteit een politiek irrelevante factor is, en interetnische relaties dus weer ontspannen en genormaliseerd zijn en er met name ten aanzien van de veelgeplaagde en nog steeds op abjecte wijze door Nederland gekoloniseerde Antillianen en Arubanen een eind komt aan het waanidee dat de ene populatie zich ten eeuwigen dage kan blijven verrijken ten koste van andere.

De Bijlmer is de grootste Antilliaanse stad ter wereld en deze nieuwe dekolonisatie-problematiek gaat zich nu o.a. binnen de Amsterdamse stadsgrenzen manifesteren. Ten tijde van de bevrijding van Nieuw Guinea ontwikkelde reeds een eerste generatie autochtonen het bewustzijn dat de kolonie direct moest worden losgelaten. Het wachten is nu op de tweede generatie die ten aanzien van de Antilliaanse en Arubaanse melkkoeien een zelfde bewustzijnsgraad ontwikkelt, gepaard aan het inzicht dat de uitgezogen bevolking van de door Shell en Exxon zwaar gepolluteerde gebieden bij de onafhankelijkheid recht heeft op minstens de helft van het geaccumuleerde rijksvermogen. Een kwestie van eenvoudig politiek fatsoen.

Zo vinden reeds vele kiezers in Zuidoost, die Wouter Gortzak onlangs hebben helpen wegvagen. In de Kamer kan hij zich hiervoor hard gaan maken. In het kader van de werelddialoog der culturen. Na de 'bewarirs' en de Bijlmer, de stad en dan nog het land en vervolgens Europa en de rest van de planeet overtuigen. Alles tegen die kwalijke geest, de materialistische trek die ook Vondel reeds bestreed en die volgens hem dé oorzaak was van de zwarigheden van staat en volk:

Wat is de oorzaak, vraagt men, wat? De gierigheid alleen
Die het algemeen verzuimt en vordert slechts haar eigen

Al Peterson

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1998