Uit: Ravage #247 van 28 november 1997
Alleen wie niet zwijgt is vrij
Opstand der poëzie (4): Nico van Apeldoorn
Een gesprek met dichter Nico van Apeldoorn over stand-up poëzie gaat meer over opstand dan over poëzie. ,,Over poëzie moet je niet te lang lullen,'' zegt hij nadat langer dan een uur de Eurotop, de angst der burgers en de macht van het kapitaal de revue zijn gepasseerd.
De woonkamer: boeken, paperassen, tekstverwerker, kinderspeelgoed. Aan de muur een abstract-expressionistisch machinegeweer (van schilder Jan Bruens). Van Apeldoorn schenkt thee en praat aan een stuk door. Geboren in 1948 en opgegroeid in de Provotijd wil hij in tegenstelling tot veel generatiegenoten maar niet rechts worden. Een vaste baan, vrouw, kind, huisdier... Maar het begrip 'Eurotop' hoeft maar te vallen of de naam 'Vrakking', en Van Apeldoorn schiet vuur. Hetzelfde vuur als waarmee hij al dertig jaar in puntige, maatschappij-kritische gedichten zijn hart lucht.
Hij schrijft geen moeilijke poëzie. Dat doet hij bewust niet. Een gedicht moet volgens hem zonder lang nadenken duidelijk zijn. Niet te eenduidig, dat ook weer niet, maar wel dat de lezer of luisteraar denkt: precies, zo zit het.
Zondag 22 juni, een dag of vijf na de Eurotop. Enkele duizenden anti-EU demonstranten trekken richting De Nederlandsche Bank. Pal voor de ingang houdt de geluidswagen stil. Na enkele speeches weerklinkt de poëzie van Van Apeldoorn tegen de klatergouden ramen van DNB. Tot in zijn straat twee kilometer verderop is zijn stem te horen, zeggen later de buren.
de dollarmannen
cirkelen rond de wereld
als gieren rond een zieke prooi
omringd door lijfwachten
bewegen ze zich van de hoteluitgang naar de mercedesdeur
en van de mercedesdeur naar de vliegtuigtrap
zonder er zich ooit te wagen
heersen ze over de straten van de grote stad
en over de ravijnen van de hoge bergen
ze leveren onderdrukking en verdienen olie
ze zaaien verdeeldheid en oogsten wapenleveranties
ze zijn overal
onbereikbaar ver
maar om de hoek van mijn straat
wonen vluchtelingen
en door kapotte kinderhanden geweven
stoffen vullen de vrachtauto
die mijn raam voorbijkomt
over de snelweg
zoals er maar één onderdrukking is
is er maar één vrijheid
de afstand tussen mijn kamer en
het directiekantoor van de bank
is groter
dan de afstand
tussen Amsterdam
en Armoeland.
Samen met anarchistisch activist Jan Bruens was Van Apeldoorn een van de geestelijke vaders van tijdschrift Gramschap. In de jaren '80 was Gramschap spraakmakend vanwege een ontvlambaar mengsel van kunst en politiek. En vanwege onverbloemde stellingnames, bijvoorbeeld voor de Rote Armee Fraktion (RAF). Bij het blad werd telkens muziek en poëzie gevoegd; er wordt op dit ogenblik gewerkt aan een verzamel-cd met de beste Gramschap-muziek.
Volgens de dichter zijn de tijden er sindsdien alleen maar slechter op geworden. Een nieuwe Hitler is er niet opgestaan, maar de repressie is er nog steeds, meer dan ooit zelfs. Van Apeldoorn: ,,Wij, en dan bedoel ik de meer anarchistische tak van de linkse beweging, voorspelden toen al dat de verkeerde mensen de dienst zouden gaan uitmaken. In wezen heerst er wel degelijk een terreur van de staat, alleen wordt deze steeds subtieler, en is hij dus venijniger.''
Typerend voor deze tijd vindt hij het schromelijk ontbreken van een tegenbeweging. ,,Terwijl wel heel veel mensen er anders over denken, tegen alle rechtse propaganda en eenduidigheid in. Alleen: de meesten zijn bang om hun baan te verliezen, om maatschappelijk in een verdomhoek te raken en houden dus hun mond. Want als je toegeeft dat je eigenlijk doodsbenauwd bent, stel je je kwetsbaar op.''
,,De manipulatie begint al op heel jonge leeftijd. Als je in 1981 had beweerd dat ze ooit tekenfilms zouden draaien in het midden van de Albert Heyn om de kinderen koest te houden, met erom heen stapels snoep, zodat jij rustig je boodschappen kan doen, had iedereen je vierkant uitgelachen. Maar het is werkelijkheid geworden. Onze Joran roept iedere keer als we over de snelweg rijden: 'pappie, kijk, McDonald's!'. Alleen maar omdat hij één keer op een verjaardagsfeestje naar die klote-tent is meegeweest.''
De overheid wordt volgens Van Apeldoorn alsmaar arroganter. ,,Het misbruiken van artikel 140, überhaupt een wetsartikel een democratische rechtsstaat onwaardig, is nog zo'n voorbeeld. Ze doen het, en ze komen er mee weg. Niemand wordt ontslagen. Vrakking... ik word heel beroerd als ik die man zie. Over hem kan ik ook geen poëzie schrijven (lacht).''
,,Een heleboel mensen lopen met een ander gezicht rond dan ze werkelijk hebben. Dat explodeert, je kunt maar een bepaalde mate van onderdrukking verdragen. Kijk maar naar al die mensen om je heen, op straat, in de tram. En je weet niet wat er gaat gebeuren als dat naar buiten komt. Maar naar buiten komen zal het, dat is zeker.''
Inspiratie
,,Ik heb een aanleiding nodig om poëzie te schrijven. Ik ben niet zo'n dichter van: ik heb nu inspiratie, ik moet nu iets schrijven. Ik heb wel eens géén inspiratie, dat wel. Dat ik daar zit voor zo'n vel papier en er komt niks. Uiteindelijk komt het dan toch wel. Althans bij mij. Als je maar lang genoeg blijft zitten, en er een goede reden is om te blijven zitten.''
Van Apeldoorn werkt graag samen met muzikanten, zoals in Morzelpronk, No Trompetto en The Ex. Ook voor het ooit populaire Drukwerk schreef hij enkele nummers, scoorde zelfs een hit met 'Je loog tegen mij...'. Een ideale gelegenheid om eens een wat groter publiek aan het denken te zetten. ,,In het nummer 'Hé Amsterdam' gaat het laatste couplet van: 'Junkies, vreemdelingen, rellen, Mij maken ze daarmee niet bang, ze kunnen me nog meer vertellen, het hoort allemaal bij Amsterdam'. Al die mensen die de eerste drie coupletten hebben meegezongen, zingen automatisch die vierde mee, terwijl ze misschien een hele andere mening hebben. Poëzie is propaganda (lacht).''
Van Apeldoorn zou andere politieke stukjes schrijven dan in de Gramschaptijd, minder ideologisch. Zijn gedichten daarentegen zijn niet wezenlijk veranderd. ,,Ik schrijf nog steeds net zo makkelijk een sonnet als een klassieke ballade of een modern gedicht. Dat de tijden veranderen heeft daar nauwelijks tot geen invloed op. Onlangs ben ik begonnen aan een inventarisatie van m'n werk, overigens een hels karwei, en het valt me op dat ik niet wezenlijk anders ben gaan dichten dan in 1966. Hoewel ik af en toe denk: jezus, heb ik dat geschreven?! Alleen voor echt sociaal-realistische dichters en schilders speelt de veranderde tijdgeest een rol. In een gedicht moet een dimensie meer zitten. Als je alleen maar een boodschap wil overbrengen, wordt het al gauw een wegwerpgedicht.''
Van Apeldoorn ziet met argusogen hoe in deze maatschappij de enige maatstaf uit het verwerven van economische macht bestaat. ,,Je ontkomt er niet aan, je kunt alleen maar tegenwicht geven, de andere kant laten zien. Of je moet in een hele andere wereld gaan leven, maar daar geloof ik niet in.'' Van Apeldoorn woonde tijdelijk in een boerderij in Italië zonder water en licht, maar dat was ook niet de oplossing. ,,Wat waarde heeft, is een heel kritische consument zijn. Wat niet betekent dat je per se natuurvoeding moet eten, want dat is ook big business.''
ER ZIJN ER ALTIJD DIE HET WAGENEr zijn er altijd die het wagen
die als de grote stilte heerst
hun stem verheffen om te vragen
wie van die stilte profiteert
Er zijn er altijd die niet zwijgen
die niet verstandig en omzichtig zijn
die weten dat ze er last mee zullen krijgen
maar liever eerlijk dan voorzichtig zijn
Er zijn er altijd die de rust verstoren
die zich niet houden aan het bang fatsoen
Er zijn er altijd die zich laten horen
ook als de meesten er het zwijgen maar toe doen
Er zijn er zat die moedig spreken
over het onrecht ver bij hen vandaan
maar hoor hun stemmen aarzelen en breken
zodra het onrecht voor hun neuzen wordt begaan
dan is het met hun moed ineens gedaan
dan denken ze behoedzaam aan hun baan
dan is het tijd de koppen in het zand te steken
dan is het tijd de hoofden braaf te nijgen
en mee te drijven op het tij
Gelukkig zijn er altijd die niet zwijgen
en alleen die zijn, zelfs gevangen, vrij.
Van Apeldoorn verdient tegenwoordig zijn brood als tienerwerker, een job waar hij zelf vraagtekens bij plaatst. ,,Je houdt grote groepen kinderen van de straat, die anders vernielingen zouden plegen, zouden inbreken of op andere wijze een bedreiging zouden vormen voor de gevestigde orde. In zekere zin bewijs ik de staat dan ook een dienst door het werk dat ik doe. Terwijl er heel wat voor te zeggen valt om de boel in de soep te laten lopen. Kijken wat er dan gebeurt.''
Van Apeldoorn hoopt dat hij een paar kinderen ook nog iets anders kan meegeven dan wat ze op TV zien. ,,Hetzelfde geldt voor wanneer ik gedichten voordraag. Het is al heel wat tegenwoordig als je iemand hoort praten en je denkt: verrek, die denkt er net zo over als ik. Sta je toch weer even sterker.''
Marc Hurkmans