Naar archief

UIT: Ravage #231 van 21 maart 1997  

Een antifascist is ook maar een mens 

Voor eventjes was Jan Franssen de bekendste burgemeester van Nederland. Deze man haalde de woede van een aanzienlijk deel van antiracistisch Nederland op z'n hals door een aantal extreem-rechtse organisaties toestemming te verlenen om op 24 februari 1996 te demonstreren in de binnenstad van Zwolle.  

Met dit besluit week Franssen volledig af van de koers die andere burgemeesters meenden te moeten varen. Immers, in de daaraan voorafgaande weken werden er, nadat antifascisten een tegendemonstratie hadden aangekondigd, dergelijke manifestaties in steden als Rotterdam en Utrecht verboden op grond van de te verwachten verstoring van de openbare orde. 

De Antifascistische Aktie-Zwolle (AFA-Zwolle) had ook zo'n verzoek tot het houden van een tegendemonstratie ingediend. Op 16 april had Paul Kraaijer van AFA-Zwolle hierover een persoonlijk onderhoud met burgemeester Franssen in het gemeentehuis.  

Na de mededeling dat zowel de demonstratie van extreem-rechts als die van de antifa's gewoon doorgang konden vinden, maar op verschillende tijdstippen en onder politiebegeleiding, geloofde Paul z'n oren niet. 'Een koel briesje in m'n lichaam gaat snel over in een kille zware oorkaan', zo schrijft Paul Kraaijer in het boek Een antifa vertelt. 'Wat bezielt die aardige, gemoedelijke burgemeester?', vraagt hij zich wanhopig af. 'Laat Zwolle maar eens zien wat voor een volk het is!', krijgt hij van Franssen als antwoord. 

De stap van Franssen was gedurfd en gewaagd, maar leidde er uiteindelijk toe dat politiek Den Haag zich boog over de vraag in hoeverre het demonstratierecht ook geldt voor volksvijandige organisaties als de CP'86 en de CD. Volgens Paul Kraaijer, destijds fel tegenstander van de extreem-rechtse demonstratie, is die politieke discussie weliswaar deels de verdienste geweest van burgemeester Franssen, maar zónder de inzet van AFA had het nooit zover kunnen komen. Paul is ervan overtuigd dat zonder de aankondigingen van tegendemonstraties van AFA, extreem-rechts overal in het land legaal had kunnen demonstreren, omdat er dan geen sprake zou zijn geweest van een 'dreiging van verstoring van de openbare orde'. 

De eerste maanden van 1996 worden voor Paul Kraaijer gekenmerkt door het opvoeren van een zo breed mogelijk maatschappelijk verzet tegen fascisme en racisme. Begin januari neemt hij het besluit om gedurende een aantal maanden een dagboek bij te gaan houden over zijn werkzaamheden, hetgeen nu in zeer beperkte oplage in boekvorm is verschenen en in zelfbeheer is samengesteld. Paul heeft het boek inmiddels verspreid onder vrienden en bekenden, terwijl de voltallige pers ook een exemplaar ontving. 

Paul is van mening dat veel mensen een verkeerd, ongenuanceerd beeld hebben van antifascisten. Dit beeld wordt enerzijds gevoed door de houding van radicale 'zwarte' autonomen en anderzijds door de veelal tendentieuze berichtgeving in de media. In zijn boek Een antifa vertelt wil hij dat beeld zien te doorbreken. 

In korte maar daadkrachtige zinnen beschrijft Paul de kruistocht die hij, samen met een handvol medestanders, uitvoert tegen de CD en CP'86 die op hun beurt verwoede pogingen doen om vergaderruimte te huren in Overijsel. AFA-Twente volgt hierbij een beproefd procedé; indien het extreem-rechts gelukt is een zaal te huren, wordt de zaaleigenaar, de pers én de burgemeester van de betreffende gemeenschap onmiddellijk verwittigd van het feit dat er een tegendemonstratie zal worden georganiseerd. 

Dit drukmiddel is meestal effectief genoeg om extreem-rechts met lege handen te laten zitten. Je moet hierbij echter wel snel en adequaat handelen, merkt Paul Kraaijer nuchter op, en dat is niet voor iedereen weggelegd. 'Ervaring is belangrijk. Goed en formeel kunnen schrijven, over de juiste contacten beschikken, scherp zijn. Het hoort er allemaal bij', aldus Paul. 

Dat hij scherp is, blijkt uit het volgende voorbeeld. Zodra Paul verneemt dat de Horecabond zaaleigenaren in Noord-Holland schriftelijk oproept geen ruimte te verhuren aan extreem-rechts, vraagt hij de Horecabond om hetzelfde te doen in Overijsel. Hetgeen geschiedt. Uit frustratie besluit extreem-rechts dan maar een demonstratie aan te vragen in Zwolle, om daarmee het recht op vergaderen te kunnen bekrachtigen. 

Omdat Paul extreem-rechts met open vizier bestrijdt, overigens op uiterst correcte wijze, vormt hij een gewillige prooi voor de neonazistische bloedhonden. In z'n dagboek beschrijft hij de vrijwel dagelijkse scheld- en dreigkanonnades die hij via de telefoon te horen krijgt. Als hij weer eens in het nieuws is geweest - Paul heeft vanwege z'n achtergrond een haat/liefde relatie met journalisten, hij flirt met ze - is het spitsuur qua binnenkomende telefoontjes. Een antwoordapparaat biedt in zo'n geval enige uitkomst. Inmiddels heeft hij een geheim nummer. 

In het boek komen de vele kwalijke gezichten van extreem-rechts ruimschoots aan bod. Paul Kraaijer grossiert in namen en netwerken, maar verliest daarbij het overzicht niet uit het oog. Hiermee wint Een antifa vertelt aan meerwaarde. Het biedt de lezer een informatief kijkje in de smerige keuken van extreem-rechts, waar met pannen wordt gesmeten. 

Met name uit de passages waarin Paul z'n persoonlijke heden en verleden beschrijft, blijkt in hoeverre hij betrokken is bij het uitbannen van onrecht in de samenleving. Paul is een mens, gesneden uit het juiste hout. Al tijdens z'n militaire dienstplicht begin jaren tachtig, deed hij mee met de blokkadeacties in Woensdrecht. Als griffiemedewerker van de Zwolse arrondissementsrechtbank maakte hij zich kwaad om de strafmaat die een meisje kreeg opgelegd vanwege het stelen een potje pindakaas, terwijl de directeur van het frauderende bedrijf zich vrijkocht van vervolging. Hij maakt zich veel en vaak kwaad (die mensen heb je), maar trekt vervolgens ook ten strijde (dat zijn er heel wat minder). 

Een minpunt van het boek, waar duidelijk geen eindredacteur aan te pas is gekomen, betreft de moeilijk te volgen rode draad in de beschreven gebeurtenissen. Zo zit je het ene moment midden tussen de katten van Paul, om vervolgens ergens tussen een bouwbrigade in Nicaragua te belanden. Als Paul Kraaijer getracht heeft om met het boek bepaalde vooroordelen weg te nemen over het imago van AFA, een club die bij veel burgers en journalisten nog immer te boek staat als een horde in het zwart geklede met knuppels zwaaiende barbaren die geen snars beter zijn dan de neonazi's, dan is hij daar goeddeels in geslaagd.

Alex van Veen

Een antifa vertelt - Antifascisme en vooroordeel. Paul IJ. Kraaijer, 1996.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1997