UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996
Markt van het uitgaan (8)
Kerstbal
Aan een balk in het redactielokaal van Ravage hangt een kerstbal. Geen boom, geen verlichting; geen stal, geen messias. Bovenop de kerstbal heeft zich een laag stof genesteld. De kerstbal zal in een grijs verleden, toen hier nog Bluf! werd gemaakt, enkele dubbeltjes hebben gekost. Misschien zat hij wel bij een claimbrief. Misschien heeft een redactielid wat sfeer willen scheppen. Het touwtje, waaraan de kerstbal hangt, staat op breken, wordt door een paperclip bij elkaar gehouden. Wie recht in de kerstbal kijkt, ziet geen ondergesneeuwde betere wereld, geen Gerealiseerde Utopie, maar een uitdijende ruimte vol paperassen, posters en beeldschermen.
De eenzame kerstbal vormt een schril contrast met de toeters en bellen waarmee dit jaar de zoveelste kerstmis wordt omlijst. De Totale Consumptiedwang en -drang bereikt wederom vele bedenkelijke hoogtepunten. Gekostumeerde varkenskoppen knallen wilde zwijnen af, geil als bakboter leggen cameralieden de slachtpartijen vast opdat de doorknagende meutes mogen meegenieten.
Ondertussen worden in de binnensteden de vuilnisbakken afgegraasd, door individuen met wie men Op Gezette Tijden giro-solidair mag zijn. Individuen die langzaam maar zeker uitgroeien tot een hele volksstam: die van de dak- en creditcardlozen. Vuurwerk van tientallen miljoenen overstemt even later het nog immer stilzwijgende, maar binnensmonds luidkeels aanzwellende protest. In geuren en kleuren wordt de vergetelheid bot gevierd, en als het beestgedruis voorbij is, gaat men langzaam maar zeker weer over tot de wanorde van de dagelijkse sleur. (Wist je dat de zon allang ontslag heeft aangetekend?)
Als een eenzame kerstbal hang ik hier, opgehangen aan een balk in het oog van de verblinden. Op mijn hoofd heeft zich een laag stof gevestigd, het stof van zwaarmoedige gedachten en gedichten. Mijn hoofd wordt langzaam maar zeker zelf van stof. Tot stof keer ik terug. 'Geluk', een woord dat als een sneeuwvlok in de grauwe massa neerdaalt, en verdwijnt. Ik loop over straat, een sneeuwvlok tussen miljoenen sneeuwvlokken, en verdwijn. Overal kerstbomen tussen de snelbinders gebonden als katten op het spek. Om me heen wentelt de wereld zich een zeker einde (van het jaar, van de eeuw, van een toekomst) tegemoet. Geen boom, geen verlichting; geen stal, geen messias.
Manik 'gevleugelde vriend' Marc