Naar archief

UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996

Mais en bonen versus agro-export

Latijns-Amerikaanse dilemma's

Half november vond in Rome de Wereldvoedselconferentie plaats. Staatshoofden en ministers uit meer dan 150 landen braken zich daar het hoofd over de vraag hoe een groeiende wereldbevolking de komende decennia gevoed kan worden. Niet alleen op regeringsniveau, maar ook binnen de grote gevestigde Niet-Gouvernamentele Organisaties in het Noorden bestaan grote verwachtingen ten aanzien van een verdere liberalisering van de voedselhandel. Kanttekeningen met betrekking tot dit neoliberale toekomst-scenario lijken echter op zijn plaats. 

Verwacht wordt dat de wereldbevolking de komende 35 jaar met zo'n 3 miljard mensen zal toenemen. Om deze mensen te voeden, zal de totale voedselproductie naar schatting met 75 à 100 procent moeten groeien. De meeste deskundigen denken dat dit probleem opgelost kan worden door de landbouwtechnologie verder te ontwikkelen en voort te gaan met de liberalisering van de voedselmarkten. Uit het feit dat het aantal ondervoede mensen de afgelopen tien jaar wereldwijd van 940 tot 800 miljoen mensen gedaald is, valt volgens hen op te maken dat een politiek van ietsje meer van hetzelfde (Groene Revolutie en vrijhandel) soelaas zal bieden. 

Afgezien van de neoliberalen, spreken ook linkse sociaal-democraten als de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking Pronk zich uit voor liberalisering van de wereldvoedselmarkten. Noord-Amerika, Australië en Europa, die hun landbouwsectoren via protectionistische maatregelen en een peperduur subsidiestelsel overeind houden, zouden hun markten voor landen uit het Zuiden open moeten stellen. Op mondiaal niveau zou dat leiden tot lagere productiekosten van voedsel, efficiëntere vormen van landbouw en betere ontwikkelingsperspectieven voor de landen uit het Zuiden.  

Daarnaast zou de liberalisering van voedselmarkten op de langere termijn tot meer stabiele voedselprijzen leiden. In die delen van de wereld waar een te bruuske liberalisering van de voedselhandel tot honger en crisis dreigt te leiden, moeten - net als dat voor de Structurele Aanpassings Programma's (SAP's) geldt - sociale vangnetten worden gecreëerd. Vrijwel alle grote Nederlandse ontwikkelingsorganisaties hebben zich achter dit beleidsscenario geschaard, dat niet alleen haalbaar maar tevens sociaal wenselijk heet te zijn. Of niet soms? 

Groeiende twijfels 

Niet alleen binnen marginale actiekringen en kleine progressieve NGO's maar ook binnen de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling (UNCTAD) blijkt er nogal wat twijfel en kritiek te bestaan ten aanzien van deze dominante liberaliseringspolitiek. De mondialisering van de voedselmarkten zou de landen in het Zuiden dwingen zich nog sterker dan tot nu toe op de agro-exportsector te concentreren. Dat gaat in veel gevallen ten koste van de ruimte voor het verbouwen van voedselgewassen voor de lokale bevolking. Niet de liberalisering van de voedselmarkten maar de voedselzekerheid van landen en volkeren zou centraal moeten staan. 

De mondialisering van de voedselmarkten dreigt in de landen van het Zuiden tal van ontwikkelingen te versterken die zowel vanuit milieu- als sociaal oogpunt ongewenst zijn. Zo zou bijvoorbeeld de keten "rundvleesproductie voor de Noordamerikaanse fastfoodketens via het vernietigen van Middenamerikaans oerwoud ten behoeve van de extensieve veeteelt", binnen dit scenario eerder geïntensiveerd dan geremd worden.  

Daarnaast zal liberalisering van voedselmarkten leiden tot vernietiging van traditionele niet-kapitalistische vormen van landbouw en - in veel gevallen - tot concentratie van landeigendom. Per saldo zal de trek van armen naar de stad daardoor versterkt in plaats van afgeremd worden. Ook zal de mondialisering van voedselmarkten het Zuiden steeds afhankelijker maken van voedselimporten uit het ontwikkelde Noorden. Een land als Bolivia is momenteel reeds voor ongeveer vijftig procent van haar voedselbehoefte van het buitenland afhankelijk.  

In Mexico heeft de liberalisering van de voedselmarkt in het kader van het NAFTA-vrijhandelsakkoord de afgelopen twee jaar tot een afname van de nationale maïsproductie met zo'n 2,5 miljoen ton geleid. Nu de peso begin dit jaar gedevalueerd is en de wereldmarktprijzen voor maïs recentelijk sterk gestegen zijn, lijkt de Mexicaanse productiecapaciteit dusdanig verzwakt dat zij niet aan de groeiende vraag lijkt te kunnen voldoen. Daardoor dreigen ernstige voedseltekorten te ontstaan. 

Dat een snel groeiende agro-export maatschappelijk gezien desastreuze effecten kan hebben bewijst het Braziliaanse model. De afgelopen decennia zijn daar dertig miljoen boeren het platteland ontvlucht. Het land telt nu 4,8 miljoen landloze boeren, terwijl maar liefst 32 miljoen mensen ondervoed zijn.

Met betrekking tot de mogelijkheden van landen in het Zuiden om sociale vangnetten te creëren in situaties dat de vrije markt tot excessen leidt, zijn de critici van de vrijhandel sceptisch. Zo zou de bestuurlijke capaciteit van veel landen in het Zuiden ernstig verzwakt zijn doordat zij gedwongen zijn geweest de SAP's (meer markt, minder overheid) door te voeren.  

Monopolies 

Critici van het nieuwe marktdenken wijzen erop dat er van liberalisering van de markt geen sprake kan zijn zolang een handjevol multinationale ondernemingen negentig procent van de wereldvoedselhandel monopoliseert. Tegelijkertijd wijzen zij erop dat het aandeel van de minst ontwikkelde landen in de wereldhandel de laatste decennia steeds verder terugloopt. Zelfs voorstanders van de mondiale liberalisering van de voedselmarkten zien zich gedwongen toe te geven dat de effecten van dit beleid tot op zekere hoogte onvoorspelbaar zijn. 

Ondanks het feit dat zowel de uitgangspunten als de te verwachte resultaten van een voortgaande liberalisering van voedselmarkten discutabel zijn, hebben de neoliberalen de wind stevig in de zeilen. Door het westers fundamentalistische geloof in de vrije markt worden alternatieve opvattingen en scenario's onvoldoende serieus genomen. 

Zowel vanuit de hoek van ontwikkelingseconomen als vanuit milieukringen wordt erop gewezen dat het ongelimiteerd bevorderen van de wereldhandel tot een dictatuur van de markt zal leiden en tot vormen van niet-duurzame productie en handel. Mensen zullen in toenemende mate afhankelijk worden van voedselproducenten en handelsketens die zich behalve door de markt door niets zullen laten sturen. Ondertussen zullen niet alleen in het Noorden, maar ook in het Zuiden de rijken rijker en de armen armer worden. Dat zou ons moeten inspireren tot nieuwe vormen en gedachten. Utopisten aller lander verenigt U!  

Hans van Heijningen

(America Ventana)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996