Naar archief

UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996

Kurt cobain - spreekbuis tegen wil en dank

"Ik ben een spreekbuis voor mijzelf. Het is gewoon toeval dat er een hoop lieden zijn die belangstelling hebben voor wat ik te zeggen heb." Het zijn woorden die in schril contrast staan tot wat van de spreker gemaakt werd en wordt. "Soms vind ik dat angstaanjagend, want ik ben even in de war als de meesten. Ik bezit niet de antwoorden op wat dan ook. Ik wil helemaal geen verdomde spreekbuis zijn", vervolgde Kurt Cobain, de zanger van Nirvana die twee-en-half jaar geleden zelfmoord pleegde. De popster sprak deze woorden nota bene in 1992; daarna barstte het gezeur over de spreekbuis van een generatie pas goed los. Cobain, is een prachtig voorbeeld van wat media van iemand kunnen maken, desnoods tegen wil en dank.

In Nederland was het vooral het weekblad De Groene Amsterdammer dat Kurt Donald Cobain als "het idool van een generatie" beschouwde en hem aan het uiterst vage begrip 'generatie nix' koppelde. Zijn regel "Here we are now entertain us" uit Smells like teen spirit werd verheven tot dè levensregel van de huidige jongeren. Als we De Groene en veel andere media moeten geloven is het een wezenloze en verveelde generatie zonder grote idealen, die steeds nieuwe kicks achterna jaagt. Toen Cobain in april 1994 zich een kogel door het hoofd schoot en in zijn afscheidsbrief schreef: "It's better to burn out than to fade away" (citaat van Neil Young) werd dit beeld nog eens bevestigd.

Maar was Cobain nu werkelijk iemand die alleen vermaakt wilde worden, een verveelde en alleen in zichzelf geïnteresseerde drugsverslaafde? Waren de Nirvana-fans dat soort mensen? Is mijn generatie nou werkelijk zo verschillend van die jaren-zestig-generatie? 'Nee', heb ik altijd gedacht, 'de wereld kan niet zo simpel zijn als sommige media wel doen overkomen.' Toen onlangs bijna tegelijkertijd twee Nederlandstalige biografieën over Cobain verschenen, hoopte ik mijn mening te kunnen staven.

Muziekjournalist Christopher Sandford, die al eerder boeken over Mick Jagger en Eric Clapton schreef, publiceerde Kurt Cobain en de redactie van muziektijdschrift Rolling Stone houdt het op de niet minder duidelijke titel Cobain. De Rolling Stone-redactie heeft een aantal artikelen, recensies en interviews uit het blad gebundeld en daar een aantal beschouwingen van na Cobain's dood aan toegevoegd. Sandford's biografie is één verhaal wat als voordeel heeft dat er weinig overlappingen zijn.

Van een biografie verwacht ik dat zij meer informatie en vooral meer analyse biedt dan de reguliere media, die toch vooral de waan van de dag achterna hollen. Beide biografieën voldoen vrij goed aan mijn criterium; helaas gaan zij toch weer mank aan het idee van Cobain als woordvoerder van een generatie. Vooral Sandford draaft in dit opzicht regelmatig door.

Het enorme succes van het album Nevermind bijvoorbeeld verklaart hij als volgt: "In het binnenland vormde een leger van 42 miljoen ontevreden slackers een gewillig gehoor voor de potpourri van quasi-anarchistisch gemor en komisch sarcasme die Nevermind bood. Cobains teksten vermorzelden het gevoel van verslagenheid dat de oorlog en de binnenlandse onvrede over Amerika had gebracht. (...) Cobain kon als geen ander de somberheid van zijn tijd onder woorden brengen en hij maakte geniaal gebruik van het eeuwige verlangen van elke nieuwe generatie om anders te zijn dan de vorige." (p.168 e.v.)

Hoe die verslagenheid werd vermorzeld, verzuimd Sandford uit te leggen. Verderop beweert hij dat vele jongeren bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen voor Bill Clinton kozen: "(...) het cumulatieve protest door Nevermind in beweging gezet had een belangrijke invloed op het resultaat." (p.240-241). Nadere argumentatie blijft achterwege. Op de eerste pagina, bij wijze van flaptekst, blijkt inderdaad al welke kant de muziekjournalist uitgaat. "Een gebroken gezin en de daaruit voortvloeiende ontwrichte jeugd waren in hoge mate verantwoordelijk voor de asociale aspecten van Cobains karakter."

Terwijl Sandford de geschiedenis van de groep vertelt, verliest hij zich nogal eens in dergelijk gespeculeer en gepsychologiseer. Een geschiedenis die er mag zijn. In een tijd waarin onder andere Kylie Minogue, Bros en Madonna triomfen vierden, groeide Nirvana in twee jaar tijd uit van plaatselijk punkbandje tot een over de hele wereld succesvolle groep.

In 1989, het jaar dat Nirvana ook voor het eerst in Nederland optrad, begon de roem met het album Bleach. Aanvankelijk was de groep alleen bekend in punkkringen in Seattle, maar dat veranderde snel. De media, tuk op door henzelf gecreëerde nieuwe trends, doken op Seattle, waar inderdaad ook veel gebeurde. Bands als Pearl Jam, Soundgarden, Alice in Chains bereikten een veel groter publiek dan voorheen.

In deze tijd zei Cobain, die het voor het zeggen had in de band, dat Nirvana een miljoenenaanhang zou gaan krijgen. "Elk platenlabel is op zoek naar een Kurt Cobain. Binnenkort ben ik een ster" pochte hij enkele maanden voor Nevermind in het najaar van 1991 uitkwam. Bij de produktie van dit album deed hij water bij de wijn; de plaat werd langdurig gemixt en geproduceerd - van de producer verlangde hij een top 40-drumgeluid - om hem commerciëler te maken.

De plaat werd een wereldwijd succes, hetgeen Cobain verdedigde: "Waarom zou het fout zijn om een hit te hebben?" Terwijl de band steeds succesvoller werd, bleef hij echter herhalen dat hij niet beroemd wilde zijn. De produktie van Nevermind betitelde hij later dan ook als verraad. Het werd een kwelling voor hem de hit Smells like teen spirit - genoemd naar een meisjesdeodorant - te zingen. Het nummer was te succesvol geworden en Nirvana werd er teveel mee geïdentificeerd. Nirvana speelde het dan ook niet meer bij concerten.

Het snelle en zeer onverwachte, enorme succes van Nevermind was natuurlijk voer voor de zo graag etiketjes plakkende media. Sommige critici zagen in het album een uitleg van de houding van de Amerikaanse jeugd ten opzichte van de Golfoorlog (die nergens ook maar werd aangestipt in de teksten!); anderen beschouwden het als een beginselverklaring voor een term voor ontevreden jongeren ('here we are, now entertain us'). Nirvana werd gekoppeld aan de nooit goed omschreven termen grunge en generatie nix.

Met Kurt Cobain hadden de media weer eens een echte popster te pakken: een moeilijk karakter, drugsverslaafd, gekweld door depressies en met teksten die voorzover verstaanbaar ergens over gingen. Cobain schreef op indringende wijze over vaak moeizame relaties, over zijn dramatisch leven en schuwde een onderwerp als verkrachting niet.

In 1992 trouwde Cobain met Courtney Love, de zangeres van de tot dat moment weinig bekende band Hole. Zijn verslavingen aan heroïne, pijnstillers, drank en meer bizarre zaken als hoestsiroop en lijm werden steeds heviger. Met dergelijke middelen trachtte Cobain zijn verschrikkelijke maagpijnen en depressies te bestrijden. Veel media lieten zich hierover heel gemakkelijk zand in de ogen strooien of, het andere uiterste, speculeerden wat in het rond. Tot enkele maanden voor zijn zelfgekozen dood konden Cobain en zijn platenmaatschappij volhouden dat Cobain en Love slechts af en toe drugs gebruikten en dat Cobain zich gelukkig voelde.

In 1993 schreef Cobain het omstreden lied I hate myself and I want to die, dat op het laatste moment niet op het album In Utero terechtkwam. Tegen David Fricke van Rolling Stone zei hij in januari 1994 dat de tekst daarvan "zo letterlijk [was] als een grap maar kan zijn. (...) Het was een grote satire; we staken de draak met onszelf. Men ziet mij wel als een pissige, klagerige, losgeslagen schizofreen, die zich aan een stuk door van kant wilde maken."

Vijf jaar lang had hij zelfmoord willen plegen, maar nu niet meer. Drie maanden na het interview pleegde hij zelfmoord... Cobain zei in dat interview ook dat hij geweren in huis had om zichzelf en zijn gezin te verdedigen en dat hij het leuk vond ermee te schieten op schietterreinen. Hij benadrukte dat hij niet ontzettend rijk was, en dat hij eenvoudig was gebleven: "Ik eet nog steeds macaroni met kaas uit een pak - omdat ik het lekker vind."

Beide biografieën gaan uitgebreid in op het enorme succes van de band en de invloed daarvan op Cobain. De druk was enorm: de vele interviews, de verhalen die over hem verschenen, voldoen aan de verwachtingen van publiek en de problemen die hij had om een nieuw album te maken. Cobain werd egoïstischer, agressiever en paranoïde, zo leren we. De boeken wijden vele pagina's aan de drugs, het herhaaldelijk afkicken, de muzikale veranderingen en de sterke invloed van Courtney Love op Cobain. Samen met haar wilde hij een gelukkig gezinsleven leiden. Ze kregen een dochter, maar echt geluk bleef uit, zo begreep ik.

Cobain had altijd veel moeite in de omgang met anderen. Toen hij bijvoorbeeld in 1990 overstapte van de alternatieve platenmaatschappij Sub Pop naar het poplabel Geffen kwam dat nogal onverwacht voor zijn oude maatschappij; hij was niet eerlijk tegenover hen geweest. Cobain legde uit: "Ik snap gewoon niet hoe ze van je kunnen verwachten dat je iemand zomaar iets recht in zijn gezicht zegt. Het zal wel echt volwassen zijn om tegen mensen te zeggen dat je niets meer met ze te maken wilt hebben. Dat is ontzettend moeilijk."

In april 1994 kon Cobain zijn kwellingen niet langer doorstaan. Nadat hij enkele maanden eerder al een zelfmoordpoging had gewaagd, was het nu wel raak. Op 8 april werd hij in zijn huis gevonden. Bij hem lag een dramatische afscheidsbrief, die Love later met tussengevoegd commentaar voorlas aan een groep fans. De brief benadrukt een dramatisch leven, dat helemaal niet zo generatie nix-achtig - wat dat dan ook mag zijn - overkomt: "Maar sinds mijn zevende ben ik de mens in het algemeen gaan haten, alleen maar omdat het anderen zo gemakkelijk lijkt af te gaan met elkaar op te schieten en empathie te voelen, alleen maar omdat ik, denk ik, te veel van mensen houd en medelijden met hen heb. (...) Ik dank je vanuit het diepst van mijn misselijk brandende maag."

Na Cobains dood bleef het mediageweld aanhouden. Vooral oudere journalisten sloofden zich uit te laten merken dat zij deze tijd begrepen en haalden Cobain te pas en te onpas aan. In de literatuur bijvoorbeeld: "Baudelaires' leven leek wel op dat van Kurt Cobain", schreef een boekrecensent, en in de politiek: de PvdA-ers Jan Pronk en Marjet van Zuylen citeerden teksten van Cobain. En op religieus gebied: de Katholieke Universiteit Brabant wist anno 1994 niet op welke doelgroep zich te richten en twijfelde tussen "misdienaars en fans van Kurt Cobain".

In Cobain schrijft popjournalist Fricke: "Never mind al het obligate gezever over Generatie X. Er zat niets wezenloos aan de manier waarop Cobain zijn geknakte dromen verwoordde en zijn onvrede en, bij uitbreiding die van zijn publiek in songs op het scherpst van de snede goot. De fans wisten wat ze voorgeschoteld kregen - de simpele waarheid."

Wat opvalt aan dergelijke commentaren is de grove veralgemenisering, die mensen en media kennelijk nodig hebben om duidelijk te zijn. Het leven van Cobain als symbool voor het huidige tijdsgewricht, Cobain als spreekbuis van een hele generatie, niets is ze te dol als het gaat om door henzelf bedachte trends te verklaren.

De term generatie nix wordt mijns inziens volstrekt onterecht gebruikt. Het begrip is nog nooit goed omschreven qua leeftijd en gedragingen, en de jongeren die aan de slecht geformuleerde criteria voldeden, vorm(d)en een kleine groep in de samenleving. Jongeren die minder achter modes aanlopen - bijvoorbeeld zij die met hun handen werken, René Froger-fans, buitenlanders, ik noem er maar enkele - tellen niet mee in de perceptie van de grachtengordel.

Journalisten die toch ergens over moeten schrijven, verzinnen dan al snel een nieuwe trend. Opvallend is ook de afkeuring waarmee ze spreken. Zelf inmiddels gesettled, verwijten ze jongeren dat ze geen hooggestemde idealen hebben zoals zij vroeger. Het komt kennelijk nauwelijks in hen op dat jongeren wel eens minder zwart-wit denken en verstandiger zouden kunnen zijn dan zij vroeger.

De huidige jongeren rennen niet meer massaal achter de een of andere ideologie aan met bijbehorende demonstraties en andere activiteiten waarvan het nut vaak ver te zoeken is. Dergelijke journalisten, kinderen van een tijd waarin de nuance zoek was, begrijpen kennelijk niet dat het niet per se fout is aandacht voor jezelf en je onmiddellijke omgeving in plaats van de hele wereld te hebben. In je directe omgeving valt tenminste wat te veranderen.

In één opzicht moet ik deze journalisten gelijk geven: Kurt Cobain was geliefd bij diverse groepen jongeren, van alternatief tot hitparadepubliek en dat mag wèl als uniek gelden. Dat nu een biografie van hem bij Free Record Shop wordt verkocht wijst erop dat Cobain in elk geval bij de laatsten nog steeds in de smaak valt. Misschien iets om een nieuwe trend aan op te hangen, dames en heren journalisten. Of is zelfs dit voor jullie te mager?

Renzo Verwer

Cobain / Redactie Rolling Stone. - 's-Gravenhage : BZZTôH, 1996. - 144p. ƒl. 29,90. Met veel illustraties. Verkrijgbaar bij Fame Music en Free Record Shop.

Kurt Cobain4 / Christopher Sandford. - Amsterdam : Meulenhof, 1996. - 366p. ƒ 39,90

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996