UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996
Iraniers niet uitzetten
Sinds het zogeheten ambtsbericht van mei jl. volgens welke er in Iran op het gebied van de rechtszekerheid een positieve ontwikkeling zou hebben plaatsgevonden, zijn al meer dan twintig asielzoekers gedwongen teruggestuurd. Een advocaat in Teheran, die anoniem wenst te blijven noemt het 'een vorm van Russische roulette'.
Volgens betrouwbare bronnen is al één van de uitgezette Iraniërs bij terugkeer mishandeld. Hij werd tien dagen vastgehouden, drie keer per dag ondervraagd en aan zijn polsen aan het plafond gehangen. Het lange wachten op een beslissing en de angst voor eenzelfde 'behandeling' na terugsturen heeft verschillende Iraanse asielzoekers gedreven tot een al dan niet geslaagde zelfmoordpoging. Op 7 december beëindigde een 30-jarige Iraanse man z'n leven in het asielzoekerscentrum in Middelburg.
Bahman Mouri Sardarabadi is één van die mensen die niet in aanmerking komt voor een voorwaardelijke vergunning tot verblijf en bedreigd wordt met uitzetting. Reden: hij zou na 1986 'minder politiek actief' geweest zijn, hij zou 'geen contacten meer onderhouden met zijn organisatie' en maakte 'enkel nog propaganda voor zijn partij wanneer dat mogelijk was' (sic). Tenslotte zou hij geen last ondervonden hebben van de Iraanse autoriteiten.
Bahman is al vanaf het begin van de jaren tachtig lid van de Iraanse sectie van de Vierde Internationale, de HKS (Socialistische Arbeiderspartij). Na eerst van '82 tot '84 gevangen gezeten te hebben moest hij zich tot '86 blijven melden bij de 'revolutionaire' gardisten. Hierbij werd hij regelmatig ondervraagd, o.a. over zijn mening over de Irak-Iran oorlog.
Vanaf 1986 lukte het Bahman weer contact te leggen met de organisatie. Vanwege veiligheidsredenen verliep dat via een contactpersoon. Gebrandmerkt als politieke gevangene kostte het hem grote moeite om werk te vinden. Uiteindelijk is hij weer begonnen met activiteiten voor de HKS en richtte hij een zogeheten arbeiderscel op. Bij gebrek aan vakbonden is dit de enige, clandestiene manier om vakbondswerk te doen.
Naast dat vele politiek veroordeelden in 1988 op massale schaal geëxecuteerd werden werden ook velen, waaronder Bahman, opnieuw gearresteerd. Hij werd toen ook gemarteld. De gardisten zijn vooral in hem geïnteresseerd omdat zijn familie, maar ook die van zijn vrouw als sinds de tijd van de Shah actief zijn.
Je vraagt je af wat je nog meer meegemaakt moet hebben om politiek asiel te krijgen. Zelfs na zijn vlucht naar Nederland in 1994 wordt hij niet met rust gelaten door de Iraanse geheime dienst. Na het ophangen van affiches in het Opvangcentrum Den Haag met oproepen tot demonstraties tegen het mullahregiem, kreeg hij anonieme telefoontjes met bedreigingen aan het adres van zijn vrouw en kinderen die nog steeds in Iran verblijven.
Ondertussen is het comité 'Bahman moet blijven' opgericht met als doel het organiseren van steun en het opvoeren van de druk op justitie. Honderden handtekeningen zijn intussen verzameld. Daarnaast heeft een groot aantal maatschappelijke organisaties zich achter de eis gesteld dat Bahman erkend wordt en in Nederland mag blijven.
Solidariteit is hard nodig. Bahman is helaas niet de enige vluchteling die met uitzetting bedreigd wordt. Het gaat om vele mensen uit verschillende landen. Mannen, vrouwen en kinderen die riskeren uitgeleverd te worden aan hun folteraars.
Ondertussen vindt er o.a. via het 'Coördinatiecomité van Iraanse asielzoekers en vluchtelingen in Nederland' samenwerking plaats tussen de diverse Iraanse groepen. En in de maand december voeren tal van organisaties uit kerkelijke, progressieve en vluchtelingenhoek acties tegen het opsluiten en uitzetten van vluchtelingen door de Nederlandse staat.