Naar archief

UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996

Het concert des levens in blue 

Onze platenmaatschappij had mij als zanger/gitarist van de Anal Auschwitz Angels gevraagd iets met Sinatra te doen. Ol' Blue Eyes lag immers keer op keer op apegapen, en zijn kassie-wijlen zou voor ons kassa! kunnen zijn. Niet echt enthousiast kocht en huurde ik wat materiaal van de bejaarde sucker, die z'n vrouwen sloeg, een grote alcoholische arrogante bek had, en heel klef was met z'n lieve mafia-vriendjes.  

Niet echt mijn grote voorbeeld, en met frisse tegenzin zet ik uiteindelijk toch maar zo'n plaat van de onfris croonende ouwe zak op. En toen... na een paar nummers... iets in mij breekt, ergens diep in me begint een warme, kolkende stroom zich een weg door mijn lamgeslagen geest te zoeken. Die stem! Als een zacht en geil XTC-regentje in het paradijs! Als alle verzamelde orgasmes sinds de Slag bij Nieuwpoort! Als... de hele middag en nacht draai ik als een bezetene de hele collectie erdoor, op het volume van een orkaan, en schreeuw ik zo goed als mogelijk de teksten mee, met de deur op slot en zodoende het gebonk van de medebewoners negerend. 

Tot ik tenslotte in elkaar stort, en in een heerlijk en genereus coma verzeil, waarin Frank dicht bij me is en me op de schouder klopt en zegt dat-i van me houdt. 

En de magie blijft: niets van het Gouden Geluid is verdwenen als ik 's ochtends weer iets van The Voice draai. Zo zou ik nog wel een paar jaar op bed willen liggen, samen met Frank, met zijn stem.  

Er worden twee briefjes onder de deur doorgeschoven. Van mijn vriendin en van het huis: mijn geliefde komt vanmiddag haar spullen ophalen en wil me nooit meer zien, en de huisvergadering heeft een spoedbijeenkomst belegd voor vanavond.  

Het leven is licht en makkelijk voor diegene die weet dat liefde en troost, en al het mooie in dit leven, in één stem besloten liggen, en dát feit doet ertoe en niet de voorbijgaande, snelle-hap emoties.  

De relatie met Marleen had tien jaar geduurd maar nu ze net al haar spullen heeft verzameld en zo tegenover me staat, huilend, en geen woord meer over haar lippen kan krijgen, zeg ik zachtjes You'll never walk alone en ik voel dat in deze woorden kracht en tevens barmhartigheid besloten liggen, maar zij slaat me met haar verjaardags-dildo en gooit de deur uit het slot. 

Op de huisvergadering wordt gezegd dat als ik nog één keer die kapitalistisch-imperialistische fasjo-dreun van je-weet-wel-wie durf op te zetten, een ontruimingsprocedure in gang wordt gezet. De bom is gedropt en in gespannen stilte wachten dertig mede-krakers op mijn antwoord: And more, much more than this, I did it myyyy… maar verder kan ik niet komen, de Duitse lesbo-militante Reinhilde krijgt als eerste een rood of liever kleurenblind waas voor de ogen en valt me aan. De pleuris breekt uit: enkelen willen de wereld direct zuiveren van mij als pro-impi, anderen roepen dat de vrijheid van meningsuiting gerespecteerd dient te worden.  

Tot laat in de avond laaien de gevechten op, op de tonen van My Way dat ik na volledige barricadering van de kamerdeur snel snel sample en met de knoppen op Rambo-stand afspeel tot de elektriciteit wordt afgesneden. Ook goed. Dan zing ik het zelf wel, tot ik in slaap val. Mijn buurman speelt als reactie de versie van Sid Vicious keer op keer en probeert me zo op de kast of uit het huis te jagen, maar ik geniet want ik weet dat op deze manier de genialiteit van Frank enkel bevestigd wordt. Zonder deze cover zou toch NOOIT iemand van de Sex Pistols gehoord hebben! Als ook hiernaast de stoppen eruit gedraaid worden, verdwijn ik langzaam tussen het sterrenstof. 

Het gaat snel, te snel. Op de deur van de oefenruimte van de Anal Auschwitz Angels hangt een briefje met: we do it OUR way, fuck you! Deze boodschap is duidelijk, evenzo als de vrienden en bekenden die ik op straat tegenkom en een afsnij-gebaar door hun hanenkam maken. Ik hoor er niet meer bij. 

Dan maar voor het eerst in twintig jaar de trein naar Meppel, naar m'n ma. Het is lang geleden dat we elkaar gezien hebben, maar ze laat me uitpraten en luistert aandachtig. Ze pakt mijn hand en neemt me mee naar boven, naar het rommelkamertje waar de spullen van pa staan, opent een kast en dan zie ik de zowat verzamelde werken van Frank! Huilend vallen we elkaar in de armen, de verloren zoon is weer terug, dit is thuis! Ik, die mijn vader slechts drie jaar heb mogen kennen, ontmoet hem hier, in deze kast, in die platen, in de liefdevolle collectie! 

De volgende dag belt de manager van A.A.A. en vraagt me naar het kantoor te komen voor een goed gesprek. Zodra ik in de fauteuil tegenover hem wegzink, steekt hij van wal. "Wat de mensen op dit moment nodig hebben, is een duidelijke, optimistische boodschap, geen politieke poespas, maar een herkenbaar, atavistische oer-slogan, iets dat appelleert aan de onderbuik gekoppeld aan het onderbewustzijn, multi-interpretabel en toch positief herkenbaar.  

En dan gebracht door iemand zoals jij, iemand die eigenlijk zichtbaar nergens een boodschap aan heeft - je punker-uiterlijk maakt dat duidelijk, en die hanenkam moet je zeker laten staan, iets meer kleur erin zou ik zeker diggen - iemand die zo te zien de kankerschijt aan alles heeft. En dan toch niet! Vat je 'm? Dus, waar ik naar toe wil: we willen jou My Way laten vertolken, tussen de hongerbuikjes van die zwarten, tussen de zeehondjes met open geknuppelde hersenpan, naast de Tsjernobyl-centrale met een paar stralingsgevalletjes erbij, ga zo maar door.  

Wij regelen alles en jij vertelt ze dat je het licht hebt gezien en keihard hebt geknokt om jouw message de wereld in te sturen. En onze leus wordt: Frank frees! Frank bevrijdt! Bekt moorddadig! Glijdt erin, spoelt lekker door! Voel je 'm?"

Vanaf die dag zou mijn leven niet meer hetzelfde zijn. De wereld wacht, hier is een missie te vervullen.   

Arjan van Sorge 

Vervolg in het boek POMO PANIEK PISSEN, binnenkort te verschijnen.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996