Naar archief

UIT: Ravage #224/225 van 20 december 1996 [thema: politieke correctheid]

De mythe van de kritische toerist 

Ook doorgewinterde activisten ontvluchten graag de Hollandse winter. Een activist is ook maar een mens, nietwaar? Dat is zo, zij het dat de activist graag politiek correct reist. Maar waar liggen de politieke en geografische grenzen. Turkije niet, dan maar naar Marokko? Birma boycotten, en wel naar Thailand afreizen? En trouwens, Birma heet toch Myanmar. Een persoonlijke afweging over de vraag of politiek correct reizen mogelijk is.  

De stelling dat de politiek correcte reis betekent dat je thuisblijft, is natuurlijk een dooddoener, maar niemand zal je verwijten maken wanneer je de kerst - vegetarisch - in eigen land hebt doorgebracht. Wie kiest voor een reis naar verre landen, kan in negen van de tien keer op heel wat commentaar rekenen. 

Het begint al met de reis zelf. Het milieu, weet U wel. Tot aan Barcelona is een busreis nog te doen. Een dag over de Franse péage suizen, dat gaat nog. Verder scheelt het een hoop poen, want vliegen naar de Catalaanse hoofdstad is een stuk duurder (laat dat nu net een van de eisen van de milieuactivisten zijn. Maak het vliegen duurder, dan komt het wel goed). Een banale geldkwestie dus, zo Nederlands ben ik wel. Bovendien, de uitkeringen zijn ook niet meer wat ze waren.  

Tegenstanders van het toenemende vliegverkeer stellen vaak een grens van zo'n duizend kilometer. Dat is allemaal beter per trein of bus te doen. Daar ben ik het - schoorvoetend - mee eens. Wie Berlijn, Londen of Praag bezoekt, hoeft niet te vliegen. Anders wordt het al bij Griekenland. Wie heeft niet in vroeger tijden die vermaledijde treinreis met Interrail gemaakt. Het hobbelen door Tito's Joegoslavië op de koop toenemend. Vliegen was toen nog duur en onbetaalbaar.  

Dat is allemaal veranderd. Voor minder dan f400,- koop ik bij het Turks reisbureau op de hoek een retour Istanboel. Ik zal wel gek zijn om dan twee dagen per spoor te reizen, of in een bus te gaan zitten. Maar wil ik naar Turkije? Lees ik Ravage dan niet? Martelingen, Koerden, politieke moorden, gebrek aan democratie, weet ik dat niet? Boycot Turkije, het heeft zo vaak in Ravage gestaan. 

Natuurlijk weet ik dat ik Turkije moet boycotten, en de motieven van zo'n boycotoproep begrijp ik ook wel. Er is van alles mis in het land, en door niet te gaan, draag ik bij aan de vermindering van de inkomsten van de repressieve Turkse staat. Maar dan moet ik niet in mijn eentje besluiten om niet te gaan. Zelfs als alle mensen die Ravage lezen niet gaan zet het nog geen zoden aan de dijk.  

Gelukkig zijn het er meer, getuige de waanzinnige reclame-campagne die elke dag over het beeldscherm flitst. De Turkse staat voelt nattigheid, de toeristeninkomsten lopen terug. Maar worden er daarom minder Koerden  vermoord? Dat is maar de vraag. De Turkse staat kan net zo makkelijk de belasting verhogen, of weer eens bezuinigen in het onderwijsbudget.  

Een land boycotten is iets anders als de boycot van een Shell-pomp. Een boycot moet zo breed gedragen worden, dat een foute regering dat op een sterke manier in de staatskas gaat merken. Wanneer multinationals je land verlaten, dan is er iets goed mis. Je moet wel tot een paria in de internationale wereld uitgroeien, wil een boycot op de lange duur succesvol zijn.  En, wie lijden er nu eerder onder een boycot? De foute heersers of de onderdrukte bevolking.  

Ik ga deze winter niet naar Turkije. Maar al heel veel jaren geleden ging ik met een vriend wel naar Marokko. Ook toen al kreunde het land onder de dictatuur van Koning Hassan. Tijdens mijn reis raakten we danig onder de indruk van de onvrijheid die we tegen kwamen. Op onschuldige vragen over politieke zaken - want onschuldig en niet-wetend was ik toen - werd schichtig en ontwijkend gereageerd.  

Eenmaal thuis benaderden we het toenmalige Marokko-Komitee, en schreven een verontwaardigd artikel over de toestand in Marokko wat later in Hervormd Nederland werd gepubliceerd. Was ik toen als twintig-jarige niet naar Marokko geweest, dan had ik nooit dat artikel geschreven (heeft het trouwens nut gehad, dat artikel? Hassan zit nog steeds op zijn troon), of weet gehad van de misstanden in het land.  

Birma 

Dit is een aspect in een discussie die steeds opnieuw speelt, alleen het land verschilt. Op dit moment pijnigt een deel van reislustig Nederland zich met de vraag, wel of niet Birma? Het blad Wordt vervolgd van Amnesty International weidde het novembernummer voor een groot deel aan deze discussie. Een eenduidig antwoord was er niet. Pleidooien voor een boycot bevatten tegelijkertijd argumenten om toch maar wel te gaan. Je zelf oriënteren, heet dat. Contact met bezoekers kan bevrijdend werken voor de onderdrukte bevolking.  

Tja... er zijn al heel veel 'kritische' toeristen naar Marokko of Indonesië geweest. Veel heeft het niet geholpen. Misschien gaan er opnieuw twintig-jarige, redelijke onschuldige mensen naar Birma en schrijven daarna een vlammend betoog over de misstanden, zoals ik dat ruim vijftien jaar geleden deed. Goed, dat is mooi. Maar wie zegt mij dat, toen ik als een olifant door een porseleinkast maar te pas en te onpas heftige politieke vragen in openbare gelegenheden stelde, daar in Fez, Marrakech, of Tanger, niet later een van die mensen met wie ik sprak nu nog steeds ergens in een gevangenis zit? Of ergens begraven ligt? 

De Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu is duidelijk. Birma moet geboycot worden, net als Zuid-Afrika indertijd. Een andere Nobel-prijswinnaar, de Birmese oppositieleidster Aung San Suu KYi, heeft hetzelfde gezegd. Boycotten dus.  

De Telegraaf daarover: "Maar de gewone man in Birma zit er maar mee. Zag hij na vijftig jaar de grenzen eindelijk eens opengaan om misschien ook een beetje welvaart te leren kennen,  wordt hem de kans betwist door spanddoekschilders die zelf nog nooit iets tekort zijn gekomen." Het argument van de rugzaktoerist, verwoordt door De Telegraaf. Daarover later meer. 

Het Birma Centrum Nederland zelf koos, na lang aarzelen, uiteindelijk toch voor een boycot. Op 18 november voerde men actie ter gelegenheid van de opening van het officiële 'Visit Myanmar Year 1996'. Dit zogenaamde 'toeristische jaar' werd in het leven geroepen door de Birmese junta. Deze hoopt door toeristen naar Birma te lokken de lege schatkist aan te vullen en enigszins het beschadigde internationale blazoen te zuiveren. 

Het regime mikt op 250 duizend toeristen. Aung San Suu Kyi: "Bezoek Birma niet op dit moment. Het zou een vergissing zijn om het beleid van het militaire regime op dit moment te ondersteunen. Een boycot door toeristen is een teken van solidariteit met de Birmese beweging voor democratie". Volgens Amnesty International komt een aantal voorzieningen waar Birmezen gedwongen aan werken, de toeristenindustrie van Myanmar ten goede. Volgen de mensenrechtenorganisatie moeten honderdduizenden deze dwangarbeid ondergaan.  

Rugzaktoerist 

Eind jaren tachtig, toen de dictator Stroessner Paraguay nog in een ijzeren greep hield, moest ik noodgedwongen vanuit Brazilië naar de Paraguayaanse hoofdstad reizen. Ik kon een gescheurd honderd dollar biljet niet in Brazilië gewisseld krijgen. De Brazilianen verwezen me naar Asuncion waar dat volgens hen wel mogelijk was. Daar zat ik dus weer in een dictatuur, dit keer noodgedwongen, maar toch.  

Lopend door de straten van Paraguay dacht ik als onnozele ziel eerst nog dat het wel heel gek was, al die punkers. Al snel kwam ik erachter dat bijna iedere zogenaamde punker een soldaat in vrijetijdskleding was. Het was ook bijna de gehele mannelijke bevolking onder de dertig. Paraguay was de Latijns-Amerikaanse versie van Marokko.  

De meest revolutionaire daad die ik er stelde, was het schijten in de tuin van een van de paleizen van Stroessner. De diarree liep dan ook bijna dun door de broek. De Paraguayanen schoten er niks mee op. De enigen die wijzer werden van mijn verblijf was de horeca, want slapen en eten moet je toch. Die twintig mensen van dat pension, de kroegen en de eethuisjes verdienden wat aan mij...  

Tja. Dat is weer het verhaal van de rugzaktoerist, de mythe van de 'kritische toerist'. Zo'n boycot van Turkije, daarmee wordt het massatoerisme bedoeld, zegt de kritische toerist. Als ik ga, wordt de lokale bevolking er beter van. Ik zit niet in Holiday Inn, ik ben anders. De kritische toerist vindt zichzelf beter dan de massatoerist.  

Ha, laat me niet lachen. Waar tien jaar geleden de rugzaktoerist zijn stappen zette, staan nu overal Holiday Inns, bungalowparken en McDonalds. Ga eens naar Dahab in de Egyptische Sinaï-woestijn. Tien jaar geleden lag de rugzaktoerist in nomadententen, nu is de bizznis allang overgenomen door import, de lokale bevolking is gevlucht. Delen van Dahab zijn met grote hekken onbegaanbaar gemaakt. Daarachter ligt de massatoerist te bakken, en stel je voor dat die zo'n inboorling tegenkomt. Het is al erg genoeg dat ze op het vakantiepark rondlopen, zei het om de wc's poetsen.  

Tegen de Libische grens aan ontmoette ik weer de kritische reiziger. Midden in de woestijn kwam ik in een ware file van Landrovers terecht, vol met kritische dertiger die Afrika deden. En maar zeiken, dat de locals het maar niks vinden als je in hun waterbron in je nakie rondzwemt. Maar dit is weer een andere discussie. 

Je moet er geweest zijn om er over te kunnen oordelen, wordt wel eens gezegd. Dat is waar. Mijn verblijf in Marokko opende mijn ogen. Ik kwam tot een oordeel. Maar je hoeft er niet heen te gaan om tot een oordeel te komen. Je kan ook de krant lezen. Er is toch genoeg bekend over Birma, over Turkije, over Indonesië. De kranten staan er vol van. Je moet wel ziende doof zijn om niets over al die schendingen van de mensenrechten te weten.  

Lekker warm 

De laatste keer dat ik in Rio de Janeiro in Brazilië was, stuurden de lokale machthebbers de tanks de straat op. Het liep uit de hand met de criminaliteit, en de beelden van de moorden op straatkinderen en milieuactivisten die constant op CNN verschenen, waren ook al niet bevorderlijk. De toeristen bleven weg. Wat doe je dan als regering, je stuurt het leger de straat op.  

Alles in onder controle, Rio de Janeiro is even veilig als... ja, als wat? Als Florida, waar men ook al zo snel extra politie en avondklokken uit de kast haalde om te beweren dat Florida een veilige vakantiebestemming is? Of als Jeruzalem, waar in het Arabische deel van de oude stad bij elke Arabische winkel een Israëlische soldaat staat, en het Israëlische leger patrouilleert en de mitrailleurs op de toegangspoorten staan?

Toerisme is geld, geld is macht, macht is misbruik, misbruik leidt tot marteling. Er is geen oplossing, zou ik haast mismoedig willen opmerken.  

Ik kom er niet uit, en sluit me aan bij de verzuchting die de redacteuren van Wordt Vervolgd van Amnesty International in hun zoektocht naar de politiek correcte reis zo vaak tegenkwamen. 'De reiziger maakt het zelf wel uit'. Inderdaad, een waarheid als een koe. De reisorganisaties in datzelfde nummer over de oproep tot de boycot van Turkije: 'Principes, dan kunnen we de tent wel sluiten!' En zo ken ik er nog wel een paar.

Volgend jaar sta ik weer op Schiphol. Op naar Thailand. Weer zo'n land waar het lekker warm en niet al te duur is. Daar moet (en is) dus weer van alles mis. 'Foute' landen hebben immers per definitie een fijn klimaat en zijn lekker goedkoop. Onderdrukking, weet U nog. Nee, Scandinavië, daar is weinig mis mee. Alleen is het daar weer zo koud en duur. Maar wel politiek correct, op die walvissen na dan. Om maar niet te spreken over de onderdrukking van de Lappen. Maar dat is vast een politiek incorrect woord.  

Rob Tuinstra

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996