Naar archief

UIT: Ravage #222 van 15 november 1996  

Geweld tegen roma in roemenië  

Na de val van het regime van Ceausescu in 1989 nam het geweld tegen Roma in Roemenië enorm toe. Groepen burgers vierden hun frustraties bot op Roma, later gevolgd door menig lokaal politiekorps. Naar aanleiding dit toegenomen geweld verscheen onlangs het rapport Sudden rage at dawn: violence against Roma in Romania opgesteld door het European Roma Rights Centre in Praag.  

"Ik heb 35 jaar in Ogrezeni geleefd tot op een dag ons huis in de brand werd gestoken. Alles waar ik 35 jaar voor gewerkt heb, is verwoest door de brand. Alleen de kleren die we aan hadden, waren nog over. We hadden geen plek om naar toe te gaan, niets te eten, niets te doen. Ook ons geld was door de brand verdwenen. We leefden van dag tot dag. Twee jaar lang, sliepen we onder de hemel en leefden we van wat we vonden bij het afval. Als ik werk kon vinden, werkte ik. Eindelijk hadden we dit jaar genoeg geld om twee kamers te huren in Boekarest. Mijn kinderen kunnen nu weer naar school... maar we worden niet geaccepteerd door de andere mensen. Als we terug gaan naar ons dorp, Ogrezeni, zullen ze ons vermoorden. Onze enig hoop is dat diegenen die dit ons aangedaan hebben krijgen wat ze verdienen."  

Dit is een van de getuigenissen dat is opgenomen in het 62 pagina's dikke rapport opgesteld door het European Roma Rights Centre (ERRC) in Praag. Het rapport laat zien hoe Roma (ook bekend onder de scheldnaam zigeuners) in Roemenië het doelwit vormen van systematische aanvallen, eerst van burgers en de laatste jaren ook van politie.  

Tussen 1989 en 1994, na de val van het communistische bewind, kwamen bij de minste of geringste onenigheid tussen Roma en etnische Roemenen of Hongaren groepen kwade dorpelingen naar de huizen van de Roma. Ze vielen die aan, brandden huizen af, joegen soms hele Roma gemeenschappen weg en vermoordden zelfs mensen. Veel Roma vluchtten naar de grote steden of het buitenland. 

Veel Roemeense Roma vluchtten naar Duitsland. Ook daar waren ze veelal niet welkom. Duitsland had op dat moment zelf ook te kampen met racistisch geweld, waarop veel internationaal commentaar kwam. De regering Kohl dacht het probleem op te lossen door een deel van de potentiële slachtoffers te verwijderen en Roemenië geld te geven om ze op te nemen. In maart 1993 tekende Duitsland een overeenkomst met Roemenië en werden Roma naar dit land te gedeporteerd. Een deel van deze Roma kwam niet eens uit Roemenië. Zij die er wel vandaan kwamen waren juist voor racistisch geweld gevlucht.

Irritaties

Gedurende de jaren van burgergeweld bekritiseerden allerlei mensenrechtenorganisaties de Roemeense overheid omdat ze faalde de Roma minderheid te beschermen. De Roemeense overheid erkende het probleem van geweld tegen Roma en ondernam vanaf 1994 maatregelen om dit voorkomen. Binnen de Roemeense politie werd een nieuw instituut opgezet dat strategieën moest ontwikkelen tegen geweld door een groepen burgers. Dit leek een stap vooruit. 

De ontwikkelde strategieën zijn echter voornamelijk gericht tegen Roma. Er moet volgens de politie worden voorkomen dat ze overtredingen begaan of irritaties veroorzaken. De meerderheid van een dorp komt dan niet in de verleiding het recht in eigen handen te nemen. De conflicten werden namelijk, zoals een hoge politiefunctionaris zei, veroorzaakt door de "gereduceerde sociale aanpassingen van deze etnische groep".  

De recente politie invallen bij Roma zijn dus onderdeel van een bewuste strategie van de Roemeense overheid. Het zijn noodzakelijke preventieve acties om het geweld door burgergroepen te bestrijden.   Bij de invallen gaat de politie flink tekeer. Een enorme politieovermacht, vaak gemaskerd, zwaar bewapend en begeleid door honden, valt 's morgens vroeg de huizen van Roma binnen. Huiszoekingsbevelen of een verklaring wat de reden is van de inval ontbreekt meestal. Ze lichten de Roma van hun bed en brengen ze naar het politiebureau voor ondervraging.  

In de meeste gevallen rapporteerden slachtoffers en getuigen van ernstige mishandelingen door de politie. Verklaring zoals de volgende zijn typerend: "Ik werd wakker doordat ik geschopt werd.... Ik vroeg ze een huiszoekingsbevel te laten zien en kreeg een vuistslag als antwoord. Een politieman sloeg mijn vrouw in haar gezicht. Ik vroeg hem haar niet te slaan, en ze zeiden dat als ik mijn mond niet hield ze mij ook weer zouden slaan... Ze dwongen ons in de politieauto's en brachten ons naar het politiebureau. Deze keer was het erger dan ooit. We werden geschopt en gestompt en ze scholden ons uit..."  

De ECCR is ook verontrust over het feit dat zowel politie als beveiligingspersoneel steeds eerder overgaat tot vuurwapengebruik bij incidenten met Roma. De laatste twaalf maanden nam het aantal incidenten met vuurwapengebruik door wetshandhavers tegen Roma toe. Deze gevallen staan waarschijnlijk niet op zichzelf, maar het is moeilijk om te bewijzen dat er verband bestaat tussen de politie invallen en de schietpartijen.

Conclusies

Volgen de ECCR komt dit nieuwe patroon van officieel geweld voortuit een fundamenteel verkeerde analyse door de overheid van het probleem van burgergeweld. Roma worden gezien als de oorzaak van spanning. Groepsgeweld kan volgens hun analyse voorkomen worden door preventieve maatregelen te nemen om Roma te verhinderen iets te doen dat anderen kan irriteren. Deze preventieve maatregelen omvatten kennelijk schietpartijen en het gebruik van enorm veel geweld door de politie.  

De ERRC doet in haar rapport ook aanbevelingen aan de Roemeense centrale overheid voor onderzoek naar geweld - zowel door de politie als door burgergroepen - en het berechten van de daders. Daarnaast wil het ERRC dat de Roemeense overheid actief helpt de positie van de Roma te verbeteren en een duidelijk standpunt inneemt tegen discriminatie van Roma door lokale overheden. Verder vragen ze financiële steun en bescherming voor Roma die weer in hun oude dorpen willen gaan wonen en het opzetten van rechtsbijstand projecten voor achtergestelde groepen zoals de Roma. Tot slot eisen ze verduidelijking van het hoe en waarom van de politie invallen.  

Carla van den Bos        

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996