Naar archief

UIT: Ravage #220 van 18 oktober 1996  

Bloedstollende romantiek

Vakvrouwschap. Dat lijkt me een terechte omschrijving voor wat de Amerikaanse zangeres Diamanda Galás 9 oktober jl. in De Melkweg in Amsterdam voor het voetlicht bracht. Gewapend met een piano en een superieure stem bracht Galás het ene na het andere prachtlied ten gehore. Een indrukwekkend beeld: de in glimmend leer gestoken diva Galás op de eenzame hoogte van het prachtig sober verlichte podium. Elk lied boven het genre van de gewone popsong uit tillend met haar eigenzinnige mengsels van klassiek, ballades en blues, gezongen in het Engels, Frans en Italiaans.

Opvallend was hoezeer de bloedstollende romantiek die ze ten gehore bracht afwijkt van het werk op haar onlangs uitgebrachte cd 'Schrei X' (Play It Again Sam). Op de cd staan 22 veelal gekrijste stukken, die heel wat geduld van de luisteraar eisen. 'Play only at maximum volume, this is not ambient music', leert de cd-hoes terecht. Als je je buren haat, zet dan deze schijf op. Schrei X valt misschien nog het beste te omschrijven in haar eigen woorden: "Een vrouw zit in een kooi. Een man slaat op haar in. De vrouw brengt slechts enkele woorden uit, maar het zijn wel explosies. Bij een optreden zit het publiek in mijn kooi."  

Diamanda Galás, van Griekse afkomst, speelt al vroeg piano, samen met haar vader, dirigent van een gospelkoor. Ze studeert klassieke muziek: piano, orgel, keyboards, zang en speelt een tijd lang met free jazz- en avant garde-muzikanten. Midden jaren '70 slaat ze haar eigen weg in. "Ik breng geen veilig amusement, zoals Madonna, met haar 'Als je je rot voelt, dan ga je toch lekker dansen?!" De meeste popmuziek gaat volgens haar alleen maar črgens over, over liefde bijvoorbeeld; "Het is nooit het gevoel zčlf". Muziek moet opruiend zijn, niet "die zwakzinnige kleretroep van 'Kijk eens hoe groot mijn penis vandaag is' en 'Ik ben hoe dan ook een toffe kerel'."  

Leven is oorlog, stelt ze, en dat is het uitgangspunt van haar werk. In de geest van Valerie Solanas 'SCUM-Manifesto' (Society for Cutting-Up Men), richt ze begin jaren 80 de 'Black Leather Beavers' op, een groep feministen die wraak neemt op verkrachters. Haar eerste lied zingt ze met vijf microfoons tegelijk. Het heet 'Wild Women with Steak Knives' en wordt door haarzelf omschreven als een dodelijk liefdeslied van een schizofrene vrouw. Haar optredens raken al gauw berucht. Galás maakt er rituele gebeurtenissen van. Volkomen in het zwart gestoken, met haar rug naar het publiek toegekeerd, wacht ze soms wel drie kwartier voor haar teisterende stem losbarst. Zo intens dat menigeen voortijdig een goed heenkomen zoekt.  

Jarenlang oefent ze haar stem met engelengeduld. Een vorm van vechtkunst. "Een Japanse leraar zei ooit tegen me dat ik 'kill energy' gebruik bij het zingen. Mijn stem gaat door de luisteraar heen." Galás streeft naar een 'übervoice', een bovenmenselijk instrument. Anders geformuleerd: "Ik doe met mijn stem wat Jimi Hendrix deed met zijn gitaar." Haar perfectionisme kent geen grenzen. Zo wilde ze in de Melkweg geen interviews doen, om haar stem te sparen voor het optreden. Wie haar kent, weet dat dit geen ster-allures zijn.   

In 1991 brengt ze de performance 'Plague Mass', naar aanleiding van de om zich heen grijpende ziekte AIDS. Twee jaar later overlijdt haar broer aan de ziekte. Al in 1989 belandde ze in een politiecel wanneer ze met een 'Die-In' protesteert tegen de heksenjacht op AIDS-patiënten. In 1990 brandmerken Italiaanse kranten haar als godslasterlijk. Ook in eigen land wordt haar werk meerdere malen gecensureerd, met name door religieuze radio- en televisiestations die haar beschouwen als door de duivel gezonden. "Ik zing om mijn vrienden te inspireren en om mijn vijanden te martelen," merkt ze koeltjes op. 

Mensen vragen haar wel eens hoe het voelt om als vrouw op het podium te staan. "Dan zeg ik: Als wat? Vrouw, man, ik ben een verdomde neger, een blanke, lesbienne, homoseksueel, heks, slang, vampier - wat maakt het uit!" Toen een journalist ooit naar een beschrijving van haar werk vroeg, zei ze: "Gebruik gewoon mijn naam - Diamanda Galás. Want niemand anders doet wat ik doe." 

Galás heeft door de jaren heen een eigen plek in de muziekwereld veroverd. Make-up vermengd met bloed: dat is haar opvatting van een diva. Ook in de Melkweg bracht Galás geen l'art-pour l'art, geen kunst om de kunst: kijk eens wat ik allemaal met mijn stem kan. Haar liederen gingen me door merg en been. Een goed uur lang zaten we maar wat graag ademloos in haar kooi gekluisterd (die kooi is niet van goud, maar schittert als een mes).  

Moet me nog wel van het hart hoe ontzettend banaal dat massale gebrul om een toegift klonk na de pijnlijk verfijnde stemkunst van Galás.

Marc Hurkmans

Met gebruikmaking van: RE/SEARCH, Angry Women, Andreo June & V. Vale, 1991, pg. 6-22.    

Voor verdere oorpijniging:
The Litanics of Satan, 1982
Diamanda Galás, 1984
The Divine Punishment, 1986
Saint of the Pit, 1986
You Must Be Certain of the Devil, 1988
Masque of the Red Death, 1988
Plague Mass, 1991
Schrei X, 1996  

Compilaties
A Diamond in the Mouth of a Corpse, 1986
The Last of England, 1987
Smack my Crack, 1987
Double-Barrel Prayer, 1988  

Film soundtracks
The Last of England, 1987 (Derek Jarman)
Antigone, 1988 (Amy Greenfield)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996