UIT: Ravage #220 van 18 oktober 1996
AFDWALEN
Terwijl het bericht langzaam uit de fax rolde was ik op de andere lijn op een gameserver een 'multiplayer version' van het bekende spel NUKE'M 3D - met Real Audio - van de onovertroffen gamemakers SEP Inc. aan het spelen. Vanuit mijn linkerooghoek kon ik nog net lezen dat de kerncentrale bij Dodewaard ging sluiten. Deze onheilstijding was nauwelijks tot mij doorgedrongen of de stoppen sloegen door, de fax stopte halverwege de pagina en de monitor ging op zwart.
Ik stond op, liep naar de meterkast en verwisselde de stoppen. Godver, de godver... nog steeds geen elektriciteit. Na een paar inquisitoriale telefoontjes te hebben gepleegd - dit apparaat werkte wonder boven wonder nog wel - wist ik dat de gehele provincie zonder zat en ik met verder spelen zou moeten wachten tot men de meltdown van een transformatorhuisje in de Betuwe onder controle had gekregen.
At such times, one wanders off... en zoals dat mij vaker overkomt de laatste tijd kwamen er onprettige herinneringen bovendrijven. Ik moest meteen denken aan dat onaangename bezoek aan de Ravage-redactie. Vorige week kreeg ik consignes om zo snel mogelijk naar Amsterdam te reizen en mij ten burele van de redactie te vervoegen teneinde tekst en uitleg te geven over m'n 'columns'. Na een monoloog van een van de heren kwam de aap uit de mouw, men vond die stukjes en ik citeer, 'niet (al te) spannend' meer. Actie! dat wilde men.
Beschaamd boog ik het hoofd... een timide 'sorry hoor' kreeg ik nog net over mijn lippen. Een paar dagen later kreeg ik een telefoontje van de redactie... dat ik me maar niets aan moest trekken van het gepasseerde... want het driemanschap dat mij aan een kruisverhoor had onderworpen vormde geenszins een afspiegeling van alle redacties. Met hoeveel redacties zijn jullie dan... vroeg ik. 'Oh, met een stuk of twintig'... Enfin, ik mocht toch weer een stukje schrijven.
En schrijven doe ik meestal lopend. Na enkele doodlopende paden ingeslagen te hebben besloot, ik toch maar tegen de stroom in te wandelen. Al snel kwam ik een paar arme bladenmakers tegen die hun schulden snel op zagen lopen omdat de eerste 'after meltdown'-prognoses erop wezen dat de wietoogst deze maand tegen zou vallen. Een paar uur geen nucleair kunstlicht betekent namelijk een top of twintigduizend minder, per vierkante meter plant welteverstaan. Tel uit je verlies.
Ik stelde ze een beetje gerust met de mededeling dat ze misschien van de stengels papier konden maken om daar een tweede nummer op te laten drukken. En als dat geen extra pecunia mocht opleveren dan konden ze misschien hun voordeel doen met de transit(o) handel. Wellicht zouden uit die goederenstroom nog wat flappen te tappen zijn. Want een graantje meepikken uit de illegale doorvoer is ook weer helemaal terug van weggeweest. Om ze ter wille te zijn kocht ik toch maar een paar gram.
Opeens ging de PC weer zoemen, kotste de fax de rest van de pagina uit en kon ik weer lekker verder spelen. En al spelend vergeet je de tijd... daarom zit ik nu maandagavond laat - zo stoned als een garnaal - deze `column' te tikken. Van die Hegelianen die ik onderweg ook nog tegenkwam, zittend in de berm krampachtig een worstenbroodje verwarmend aan de restjes as van een eerder gestookt kampvuurtje, heb ik trouwens niets meer vernomen...
Marinus